Opzoeken: AFBREUK


  1. afbreuk
    Uitspraak: ˈɑvbrøk Zelfst. Naamw. afbreuk doen aan (= minder aantrekkelijk maken; = benadelen)    `De regen deed afbreuk aan het openluchtconcert.`
    Gevonden op http://www.woorden.org/woord/afbreuk

  2. afbreuk
    [zelfstandig naamwoord]• het minder goed of minder mooi worden
    vb:die schoenen doen afbreuk aan zijn kostuum
    zelfstandig naamwoord: af-breuk
    de afbreuk

    Gevonden op http://www.muiswerk.nl/WRDNBOEK/LTR_A/W6066.HTM

  3. afbreuk
    nadeel, schade
    Gevonden op http://www.woorden-boek.nl/woord/afbreuk

  4. AFBREUK
    1) Benadeling 2) Belediging 3) Derogatie 4) Krenking 5) Kwaad 6) Neep 7) Nadeel 8) Ontluistering 9) Schade 10) Verlies
    Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/AFBREUK/1

Tip: dubbelklik op een woord om de definities daarvan te zien.
Geen exacte overeenkomst gevonden.

Zoek

Typ een term en klik op `Zoek`.
Handig
Woordenboek
Vertalen

Naar
Synoniemen
Google

Recent gezocht

De laatste zoekopdrachten. Tussen haakjes staan resp. de resultaten en verwante resultaten.
campingbus (1/0)
lds (3/1)
minerale mest (4/1)
fiducie (5/0)
stollen (6/0)
Avance (6/11)
geco (1/25)
berucht (6/1)
retrograad (13/0)
breeuw (1/16)
wellevendheid (3/0)
jurry (1/0)
Hectiek (2/0)
levANT (6/22)
onttrek (1/10)
ru (2/0)
lappenpoppen (1/0)
retrograad (13/0)
Leening (1/1)
referte (6/4)
agnosie (9/0)
heek (5/1)
minderjarig (4/5)
jessamine (1/1)
© Encyclo MMXII | Contact | Privacy | Woorden toevoegen