Zoek op

Aan de draai zijn

Spreekwoorden: (1914) Aan (of op) den draai zijn
d.w.z. aan het draaien (vgl. een doordraaier, fri. trochdraeijer), zwaaien, zwieren, aan het pret maken zijn, een vroolijk en losbandig leventje leiden; syn. aan den zwier of aan den rol (zie Ndl. Wdb. XIII, 935), aan de sjou, Zaansch an de rul zijn; 17<sup>de<-sup...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0487.htm
Geen exacte overeenkomst gevonden.