Zoek op

Aan de hand doen

Spreekwoorden: (1914) Aan de hand doen (iemand iets -),
d.w.z. iemand aan iets helpen; hem iets aanbieden, verschaffen, opleveren; eig. maken dat hij het in handen krijgt; hd. jem. etw. an Handen (oder die Hand) geben. Vgl. Sewel, 312: Iemand iets aan de hand geven, to give one occasion to a thing, to hint to one; Van Eff...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0817.htm
Geen exacte overeenkomst gevonden.