Zoek op

Aan het handje zijn

Spreekwoorden: (1914) Aan de hand (of het handje) zijn
d.w.z. te doen zijn, voorvallen; eig. in behandeling zijn, onder handen zijn, behandeld wordende, gaande zijn, gebeuren; mnl. aen handen sijn; zie Ndl. Wdb. V, 1806; Nest. 61; Lvl. 61; Falkl. VI, 118; Prikk. II, 2.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0816.htm
Geen exacte overeenkomst gevonden.