christelijk

christelijk bijv.naamw.Uitspraak:   [ˈkrɪstələk, ˈxrɪstələk] die of dat verband heeft met het christendom Voorbeelden:   `het christelijk geloof`, `de christelijke partijen in de politiek` ...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/christelijk

Christelijk

Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, -st), tot het christendom behorende of er uit voortvloeiende.
~HEID, v. christelijke deugd.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0006.htm

christelijk

[bijvoeglijk naamwoord]• wat te maken heeft met geloof in Christus
vb:Kerstmis is een christelijk feest
• op een christelijke tijd opstaan [niet te vroeg]
bijvoeglijk naamwoord: chris-te-lijk
christelijker
christelijk

Gevonden op http://oud.digischool.nl/ne/nt2/LTR_C/W483.HTM

christelijk

•te maken hebbend met het christendom. • [informeel] fatsoenlijk.
Gevonden op http://nl.wiktionary.org/wiki/christelijk

CHRISTELIJK

1) Christin 2) Confessioneel 3) Fatsoenlijk 4) Gelovig 5) Politieke richting 6) Religieus
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/CHRISTELIJK/1
Geen exacte overeenkomst gevonden.