Zoek op

Grootspraak

Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. [geen meervoud] snoeverij; [figuurlijk] overdrijving.
*...SPREKER, m. (-s),
*...SPREEKSTER, v. (-s), snoever, pocher; snoefster, pochster.
*...SPREKERIJ,
*...SPREKING, v. [geen meervoud] snoeverij.
*...STALMEESTER, m. (-s), zekere waardigheid ten hove.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0010.htm

GROOTSPRAAK

1) Blague 2) Bluf 3) Bombarie 4) Branie 5) Bravoure 6) Dikdoenerij 7) Gasconnade 8) Gebluf 9) Gebral 10) Gepoch 11) Gepuf 12) Gesnork 13) Gezwets 14) Ophef 15) Opschepperij 16) Ostentatie 17) Overdrijving 18) Pocherij 19) Snoeverij 20) Volwassen taal overdrijft 21) Zwetserij
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/GROOTSPRAAK/1
Geen exacte overeenkomst gevonden.