Zoek op

Haasvreten

Spreekwoorden: (1914) Haasvreten,
d.w.z. bang, bevreesd worden, zich terugtrekken, in zijn schulp kruipen, achteroet vretten (Twente); hazenvleesch hebben ('t Daghet, XII, 125); haazehaar hebben in N. Taalg. XIII 136; Harreb III, CXXII: Hij heeft haas (of hazevleesch) gegeten, zijne lafhartigheid is er het bewijs van. &ls...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0772.htm

haasvreten

bang worden (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/haasvreten
Geen exacte overeenkomst gevonden.