|
|
Opzoeken:
Hij zet de sokken
-
Hij zet de sokken
Spreekwoorden: (1914) Hij zet de sokken (er in), d.i. hij maakt beenen, zet het op een loopen, zet er den pas in; ook: hij geeft zijn paard de sporen (Woordenschat, 1078); hij zet 'em of geeft 'm de sokken, fri. hy jowt 'm de sokken, hij geeft 'em katoen, hij is een en al ... Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_2191.htm
Tip: dubbelklik op een woord om de definities daarvan te zien.

Geen exacte overeenkomst gevonden.
|
Zoek
Typ een term en klik op `Zoek`.
Recent gezocht
De laatste zoekopdrachten. Tussen haakjes staan resp. de resultaten en verwante resultaten.
• HEBBER (2/3) • tijdredenaar (1/0) • contraceptie (8/2) • burgerlijke staat (7/0) • omtrent (6/2) • koudvuur (4/0) • Reproduceerbaar (2/1) • conventioneel (9/4) • trotseren (4/1) • expliciet (7/5) • Emer de Vattel (1/0) • leotiomycetidae (1/0) • autonoom (20/10) • progressie (4/25) • arceren (7/0) • Reproduceerbaar (2/1) • sludging of blood (2/0) • antagonist (25/4) • Pariteit (20/4) • display (7/8) • semiotiek (9/0) • nationalisering (2/0) • progressie (4/25) • onverbloemd (3/0)
|