Zoek op

Kostganger

Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), die bij [iemand] in den kost is; heele -, die geheel inwoont (eet en slaapt); halve -, die alleen de tafel heeft (zonder slapen). *...GELD, o. [geen meervoud] geld dat men voor den kost betaalt. *...HUIS, o. (...zen), huis waar kostgangers zijn. *...JUFFER, v. (-s), kostschoolhouderes.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0014.htm

KOSTGANGER

1) Betalende gast 2) Commencaal 3) Commensaal 4) Contubernaal 5) Huislid 6) Iemand die tijdelijk verblijft in andermans huis 7) Kostgast 8) Paying guest 9) Pensiongast 10) Persoon die bij iemand in de kost is 11) Samenwoner
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/KOSTGANGER/1

KOSTGANGER

1) Betalende gast 2) Commencaal 3) Commensaal 4) Contubernaal 5) Huislid 6) Iemand die tijdelijk verblijft in andermans huis 7) Kostgast 8) Paying guest 9) Pensiongast 10) Persoon die bij iemand in de kost is 11) Samenwoner
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/KOSTGANGER/1
Geen exacte overeenkomst gevonden.