Zoek op

Krakken

Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. (B. [bedrijvend werkwoord] ow.) [gelijkvloeiend] (ik krakte, ben gekrakt), geknakt worden, een krak krijgen, zijnen invloed zien verminderen; barsten, scheuren.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0014.htm

krakken

scheuren met een krak (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/krakken1

KRAKKEN

1) Barsten 2) Scheuren
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/KRAKKEN/1
Geen exacte overeenkomst gevonden.