|
|
Opzoeken:
Op de boer gaan
-
Op de boer gaan
Spreekwoorden: (1914) Op den boer gaan (loopen, reizen), of ook den boer opgaan of zijn, d.i. het platte land afreizen om iets te verkoopen of te bedelen; later ook spottend gezegd van iemand, die voor politieke doeleinden daar lezingen houdt. Ook zegt men hiervoor den boe... Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0278.htm
Tip: dubbelklik op een woord om de definities daarvan te zien.

Geen exacte overeenkomst gevonden.
|
Zoek
Typ een term en klik op `Zoek`.
Recent gezocht
De laatste zoekopdrachten. Tussen haakjes staan resp. de resultaten en verwante resultaten.
• beraadslaging (6/1) • entomofobie (1/0) • voluptueus (5/0) • fagget (1/1) • delegeren (8/0) • epicondylitis lateralis (2/0) • Australisch (4/25) • endemische kustflora (2/0) • Tori (7/25) • vergelden (4/1) • emissie grenswaarde (2/0) • precariorechten (3/0) • emer. (2/0) • Jalons (1/0) • abstractie (13/2) • en zo (4/25) • epoque (5/0) • con (5/25) • genade (7/25) • lijnzaad (6/4) • Pensee (4/25) • communicatie (25/25) • entertain (1/10) • Tori (7/25)
|