|
|
Opzoeken:
Op de hort zijn
-
Op de hort zijn
Spreekwoorden: (1914) Op den hort zijn (of gaan) d.w.z. er vandoor zijn of gaan; ook voor zijn pleizier er op uit zijn; hij is op den hort gegaan, d.i. aan den haal gegaan, bijv. met een vrouw. Dit hort (vgl. horten en stooten) zal wel hetzelfde woord zijn, dat voorkomt in... Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0977.htm
Tip: dubbelklik op een woord om de definities daarvan te zien.

Geen exacte overeenkomst gevonden.
|
Zoek
Typ een term en klik op `Zoek`.
Recent gezocht
De laatste zoekopdrachten. Tussen haakjes staan resp. de resultaten en verwante resultaten.
• geonomie (2/0) • gepronkt (1/0) • Bres (15/25) • optimist (4/4) • gesinterd metaalcarbide (2/0) • veelvoudig (3/1) • gerson (1/8) • trefwoord (8/9) • labium (11/2) • toeschrijven (5/1) • vocabulair (2/2) • demografie (15/4) • informeel (4/4) • dokwerker (3/0) • affirmeren (5/0) • seizure (2/0) • gereedstaan (2/0) • Alegria (7/2) • bombastisch (3/0) • teneur (4/1) • Infarct (14/7) • Michael Uchebo (1/0) • barmhartigheid (6/0) • akkerman (2/5)
|