|
|
Opzoeken:
Oriënteren (zich)
-
Oriënteren (zich)
Let op: Spelling van 1858 zich naar de vier hemelstreken wenden; toezien, waar men is, om niet te verdwalen; ook zich bezinnen, naauwkeurige kondschap inwinnen; zich de gesteldheid eener zaak duidelijk maken. Het deelw. geöriënteerd beteeke... Gevonden op http://www.encyclo.nl/lokaal/10608
Tip: dubbelklik op een woord om de definities daarvan te zien.

Geen exacte overeenkomst gevonden.
|
Zoek
Typ een term en klik op `Zoek`.
Recent gezocht
De laatste zoekopdrachten. Tussen haakjes staan resp. de resultaten en verwante resultaten.
• syllabi (2/4) • Whiteheads salangaan (1/0) • weekdienst (2/0) • armoede (13/9) • Imbeciel (8/1) • (iemand) wobben (1/0) • foneem (7/1) • Sierra (9/25) • catheter (12/8) • zielenrust (2/0) • creool (7/5) • boodschappen (2/15) • coping (5/4) • Theodard (1/0) • alfa (17/25) • Emo (3/25) • epidemioloog (3/0) • uithaken (1/0) • methodologisch (2/0) • onbeholpen (4/1) • Fusilleren (6/0) • Pacemaker (20/5) • argumenteren (5/0) • kieran (1/7)
|