Over de brug komen

Spreekwoorden: (1914) Over de brug komen,
d.w.z. betalen, zoowel van schulden als van toelagen; fri. oer de brêge komme, betalen, tracteeren, onthalen, dat de Engelschen to come down noemen en de Groningers (ad) koram (lat. coram?) komen (Molema, 220 a.) De oorsprong van deze, eerst in de vorige eeuw voorkomende, ui
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0375.htm
Geen exacte overeenkomst gevonden.