|
|
Opzoeken:
Owel Oweil
-
Owel, Oweil
(Uit `De sociologische structuur onzer taal - De Jodentaal.`, 1914) (abél) (Hebr.), mrv, aweilim (abélim), een treurende rouw bedrijvende; gezegd van iemand die zich in de zeven Joodsche treurdagen bevindt of in het rouwjaar nl. twaalf maanden na het overlijden van
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/ginn001hand02_01/ginn001hand02_01_0003.php
Tip: dubbelklik op een woord om de definities daarvan te zien.

Geen exacte overeenkomst gevonden.
|
Zoek
Typ een term en klik op `Zoek`.
Recent gezocht
De laatste zoekopdrachten. Tussen haakjes staan resp. de resultaten en verwante resultaten.
• Bestek (24/16) • Socialisten (1/5) • onderdanig (6/2) • chorus (8/3) • syndicaat (16/0) • duts (2/9) • Rocamadour (2/1) • turken (3/5) • biologisch (10/25) • Dicky Schulte Nordholt (1/0) • aankondigen (6/0) • hoofdschotel (3/0) • tripartitie (1/0) • begroeting (3/2) • Socialisten (1/5) • epo (4/25) • bwb (1/0) • Cadens (11/0) • aimabel (5/0) • geliquideerd (1/0) • tisma (1/1) • Rozenboog (1/0) • consensus (16/5) • pleuralgie (2/0)
|