Zoek op

Sluip

Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. [geen meervoud] het sluipen; ter -, verholen.
~DEUR, v. (-en), kleine deur, vestingpoortje; verborgen deur; [figuurlijk] uitvlugt.
~EN, ow. [ongelijkvloeiend] (ik sloop, ben geslopen), onbemerkt -, gluipende voortlopen; op de teenen gaan; in-, uitsluipen.
~ER, m. (-s), die sluipt; indringer; [fi...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0022.htm

SLUIP

1) Klein gebleven ondervlas
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/SLUIP/1
Geen exacte overeenkomst gevonden.