Zoek op

Smodderen

Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik smodderde, heb gesmodderd), bemorsen, bezoedelen.
*...IG, [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, -st), vuil, morsig.
*...MUIL, m. en v. (-en), vuilak, die gedurig zijne lippen aflikt. -EN, ow. [gelijkvloeiend] (ik smoddermuilde, heb gesmoddermuild), ...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0022.htm

smodderen

bezoedelen (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/smodderen
Geen exacte overeenkomst gevonden.