tuchtig

http://www.woorden.org/woord/tuchtigen...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/tuchtig

Tuchtig

Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, -st), zedig, eerbaar, kuisch, deugdzaam.
~EN, [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik tuchtigde, heb getuchtigd), straffen, kastijden; bestraffen, berispen.
~ING, v. het tuchtigen.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0023.htm
Geen exacte overeenkomst gevonden.