Zoek op

aan de flep

Spreekwoorden: (1914) Hij is aan de flep,
d.i. hij is aan den drank; vgl. Draaijer, 111: fleppen, drinken, zuipen; an de flep wèzen, drinken3), ook schertsend: diarrhee hebben, waarvoor ook: aan de fledder of de flidderitse wèzen. De oorsprong van dit flep is onbekend; misschien is het een onomatopae, evenal...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0573.htm
Geen exacte overeenkomst gevonden.