Zoek op

banjer

Spreekwoorden: (1914) Een banjer,
d.i. een groot ‘heer’, die zich permantig aanstelt; fri. in banjer; dial. banjert. Ook als scheldwoord gebruikt: vuile banjer (gemeen beest, kreng; Jord. 41). Men houdt dit woord voor een verkorting van banjerheer d.i. bander (baander)heer (vgl. anjer voor ander5)); zie V. Jan...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0158.htm

banjer

(Bargoens, 1914) heer
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/ginn001hand02_01/ginn001hand02_01_0004.php

banjer

branie, patser Bargoens (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/banjer

BANJER

1) Branieschopper 2) Druktemaker 3) Grote meneer 4) Opschepper
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/BANJER/1

BANJER

1) Branieschopper 2) Druktemaker 3) Grote meneer 4) Opschepper
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/BANJER/1
Geen exacte overeenkomst gevonden.