benijden

benijden werkw.Uitspraak:   [bəˈnɛidə(n)] Verbuigingen:   benijdde (verl.tijd enkelv.) Verbuigingen:   heeft benijd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen graag (iets) willen wat een ander heeft of is; jaloers zijn op Voorbeelden:   `iemand beni...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/benijden

Benijden

Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik benijdde, heb benijd), [iemand] iets misgunnen, [spreekwoord] beter benijd dan beklaagd.
~SWAARD, -IG, [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord]
*...ER, m. (-s).
*...STER, v. (-s).
*...ING, v. [geen meervoud]
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0005.htm

benijden

•wensen dat men zelf mocht hebben wat een ander heeft.
Gevonden op http://nl.wiktionary.org/wiki/benijden

BENIJDEN

1) Afgunstig zijn 2) Enviëren 3) Een afgunstig hart toedragen 4) Iemand iets misgunnen 5) Jaloers zijn op 6) Misgunnen
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/BENIJDEN/1

benijden

jaloers zijn (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/benijden
Geen exacte overeenkomst gevonden.