|
|
Opzoeken:
de mond snoeren
-
de mond snoeren
Spreekwoorden: (1914) Iemand den mond snoeren (of stoppen) d.w.z. iemand het zwijgen opleggen; 17<sup>de</sup> eeuw iemand muilbanden (zie Ndl. Wdb. IX, 1204); eig. iemands mond vast of dichtbinden, of door er iets in te steken, te stoppen; dit laatste meestal ... Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_1581.htm
Tip: dubbelklik op een woord om de definities daarvan te zien.

Geen exacte overeenkomst gevonden.
|
Zoek
Typ een term en klik op `Zoek`.
Recent gezocht
De laatste zoekopdrachten. Tussen haakjes staan resp. de resultaten en verwante resultaten.
• getransformeerd (1/0) • instillatie (9/0) • branchevervaging (8/0) • wauw (2/11) • begrotingscyclus (3/0) • merchandising (4/0) • tekenen (8/6) • Thanatos (5/0) • welvaart (22/19) • verkondigt (2/0) • Nominaal nominale waarde (1/0) • kornuit (4/0) • PLUISACHTIG (1/0) • PNOMPENH (1/0) • Acclamatie bij (1/0) • Banqueting (1/0) • sparren (3/19) • POOLVIS (1/0) • interferentie (21/3) • POINSON (1/3) • electoraal (3/0) • Serafima (1/0) • Anti Arrhythmicum (2/0) • onyx (15/3)
|