|
|
Opzoeken:
de zak geven
-
de zak geven
Spreekwoorden: (1914) Iemand den (of zijn) zak geven ook iemand den zak geven met de banden er bij (Harreb. II, 489 b; De Vries, 106), d.i. iemand wegzenden, zich van iemand ontslaan; in Zuid-Nederland: iemand den zak opgeven (De Cock<sup>2</sup>, 136); iemand ... Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_2746.htm
Tip: dubbelklik op een woord om de definities daarvan te zien.

Geen exacte overeenkomst gevonden.
|
Zoek
Typ een term en klik op `Zoek`.
Recent gezocht
De laatste zoekopdrachten. Tussen haakjes staan resp. de resultaten en verwante resultaten.
• Wifi (10/2) • BEURSAGENT (2/0) • Socialisme (18/2) • representeren (3/0) • Socialisme (18/2) • GASTHUISMEESTER (1/0) • letsel (6/8) • Görgeshausen (1/0) • racy (3/1) • Forchia (1/0) • kant (15/25) • cilinder (21/25) • militant (4/1) • touwschoen (3/0) • Geconjugeerd (4/5) • Fonzaso (2/0) • Functie compositie (1/0) • PIPETTEER (1/4) • Forgotten Hope (1/0) • varken (16/25) • Proasellus vulgaris (1/0) • Foucherolles (2/0) • pliceren (1/0) • scheikunde (14/2)
|