Zoek op

Duchten

Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik duchtte, heb geducht), vreezen.
*...IG, [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] [figuurlijk] geducht, vreeselijk; hij werd - afgerost.
*...ING, v. [geen meervoud] het duchten.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0007.htm

duchten

er angst voor voelen vb: je hebt niets van hem te duchten Synoniem: vrezen
Gevonden op http://www.muiswerk.nl/mowb/?word=duchten

duchten

duchten werkw.Uitspraak:   [ˈdʏxtə(n)] Verbuigingen:   duchtte (verl.tijd enkelv.) Verbuigingen:   heeft geducht (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen bang zijn voor Voorbeeld:   `de dood duchten`Synoniem:   vrezen te duchten hebben van...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/duchten

duchten

vrezen (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/duchten

duchten

vrezen
Jaar van herkomst: 1265-1270 (CG Lut.K )
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/colofon.php

DUCHTEN

1) Ontzien 2) Redouteren 3) Schromen 4) Vrezen
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/DUCHTEN/1
Geen exacte overeenkomst gevonden.