Zoek op

gezind

gezind bijv.naamw.Uitspraak:   [xə'zɪnt] met genoemde gevoelens Voorbeeld:   `positief gezind zijn over de verkiezingsuitslag`iemand gunstig gezind zijn  (aardig voor iemand willen zijn; iemand willen helpen) `De weergoden zijn de zeilers gunstig gezind: het ...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/gezind

gezind

met bepaalde gevoelens voor iemand vb: hij is mij vijandig gezind
Gevonden op http://www.muiswerk.nl/mowb/?word=gezind

Gezind

Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] geneigd, genegen; hij is mij wel -, hij houdt veel van mij; zij is u kwalijk -, zij vindt geen behagen in u; anders - zijn, een ander gevoelen toegedaan zijn, anders over iets oordeelen; wat is hij - (voornemens) te doen? Ook in zamenst. gebruikt, als: doops-, roomsch-, konings-, re...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0010.htm

gezind

[Belgisch Nederlands] gehumeurd, geluimd
Gevonden op http://www.gentvertaalt.be/taaldatabank/links/taalvandaal-cached.html

gezind

genegen
Jaar van herkomst: 1300 (MNW )
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/colofon.php

gezind

genegen (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/gezind

GEZIND

1) Bereid tot 2) Genegen 3) Geneigd 4) Slecht gezind 5) Toegenegen
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/GEZIND/1
Geen exacte overeenkomst gevonden.