grasboter

de grasboter zelfst.naamw. (m./v.) Uitspraak:   ['xrɑzbotər] roomboter van koeien die in de wei lopen Voorbeelden:   `In het voorjaar is er grasboter, in de winter niet.`, `een pakje grasboter van 250 gram` ...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/grasboter

GRASBOTER

1) Begraasde boter 2) Schaapjesboter 3) Soort boter 4) Zuivelproduct 5) Zomerboter
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/GRASBOTER/1
Geen exacte overeenkomst gevonden.