Zoek op

grinniken

grinniken werkw.Uitspraak:   [ˈxrɪnəkə(n)] Verbuigingen:   grinnikte (verl.tijd enkelv.) Verbuigingen:   heeft gegrinnikt (volt.deelw.) zachtjes lachen met een grijns Voorbeelden:   `grinniken om een grapje`, `Zit niet zo stom te grinniken!` &c...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/grinniken

grinniken

zachtjes lachen met je mond dicht vb: ze begon te grinniken, toen hij de verrassing liet zien
Gevonden op http://www.muiswerk.nl/mowb/?word=grinniken

Grinniken

Let op: Spelling (deels) uit 1864: (B.
*...NEKEN), ow. [gelijkvloeiend] (ik grinnikte, heb gegrinnikt), hinneken (van paarden); spottend lachen.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0010.htm

grinniken

knorrend lachen (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/grinniken

grinniken

grijnzend lachen
Jaar van herkomst: 1410 (MNW )
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/colofon.php

GRINNIKEN

1) Ginnegappen 2) Gniffelen 3) Grijnzen 4) Grijnzend lachen 5) Knorrige woorden uiten 6) Onderdrukt lachen 7) Proesten 8) Zachtjes lachen met een grijns
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/GRINNIKEN/1
Geen exacte overeenkomst gevonden.