Zoek op

infecteren

infecteren werkw.Uitspraak:   [ɪnfɛk'terə(n)] Verbuigingen:   infecteerde (verl.tijd enkelv.) Verbuigingen:   heeft geïnfecteerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen (door een virus, bacterie of schimmel) aangetast worden, waardoor je ziek kunt worden med...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/infecteren

infecteren

het veroorzaken van een infectie (lokale ontsteking of algeheel ziek zijn door een ziektekiem)
Gevonden op http://www.dokterdokter.nl/encyclopedie/overzicht

infecteren

•aansteken, besmetten.
Gevonden op http://nl.wiktionary.org/wiki/infecteren

infecteren

[Nederlands] besmetten
Gevonden op https://quizlet.com/78496702/nederlands-flash-cards/

infecteren

besmetten (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/infecteren

infecteren

besmetten
Jaar van herkomst: 1550 (WNT woonstede )
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/colofon.php

INFECTEREN

1) Aansteken 2) Aanstoken 3) Besmetten 4) Ontsteken 5) Overbrengen 6) Verbitteren 7) Vergiftigen 8) Vergiftiging 9) Verpesten 10) Verpesting
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/INFECTEREN/1
Geen exacte overeenkomst gevonden.