inplannen

inplannen werkw.Uitspraak:   ['ɪmplɛnə(n), 'ɪmplɑnə(n),] Verbuigingen:   plande in (verl.tijd enkelv.) Verbuigingen:   heeft ingepland (volt.deelw.) 1) in een planning verwerken Voorbeelden:   `een vergadering inplannen`, `op je werk j...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/inplannen
Geen exacte overeenkomst gevonden.