|
|
Opzoeken:
jour
-
jour
[zjoer] (Frans«Latijn) de -woord (mannelijk) (ontvang)dag; du (de) jour zijn de dagdienst hebben; jour fixe vaste ontvangdag; jours de faveur, jours de grâce respijtdagen Gevonden op http://www.woorden.org/woord/jour
-
Jour
Let op: Spelling van 1858 Fr., dag, dagorder. De jour hebben, of de jour zijn, eene dienst of eene week, zoo als de dagorder medebrengt, waarnemen. (In de schilderk.) licht. Faux-jour, valsch licht, in verkeerden dag Gevonden op http://www.encyclo.nl/lokaal/10608
-
Jour
[Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Jour``] Hoofdofficier du Jour. Zie Week Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/land016mili01_01/land016mili01_01_0011.htm
-
JOUR
1) Ontvangdag 2) Ontvangstdag Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/JOUR/1
Tip: dubbelklik op een woord om de definities daarvan te zien.

Geen exacte overeenkomst gevonden.
|
Zoek
Typ een term en klik op `Zoek`.
Recent gezocht
De laatste zoekopdrachten. Tussen haakjes staan resp. de resultaten en verwante resultaten.
• Eminceren (3/1) • uitgesproken (5/0) • blijdschap (5/0) • Scheldeverdieping (1/0) • Schedule (5/5) • cataract (19/24) • vestibulum (7/5) • T 1000 (1/1) • guitte (1/0) • transnationaal huwelijk (1/0) • diencephalon (5/0) • doodvonnis (2/0) • fugue (4/1) • autocratie (4/0) • Phalacrocorax (1/1) • cataract (19/24) • transnationaal huwelijk (1/0) • kalverliefde (2/0) • Scheepsvolk (4/0) • jargon (14/2) • Hetaerina erythrokalamus (1/0) • splijtzwam (2/1) • Identiek (13/7) • oftalmologisch (5/0)
|