monogaam

monogaam bijv.naamw.Uitspraak:   [mono'xam] (van een relatie tussen twee levende wezens) als je niet meer dan één (seks)partner hebt Voorbeelden:   `het monogame huwelijk`, `Zebravinken onderhouden monogame relaties.`Antoniem:   polygaam ...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/monogaam

Monogaam

Individu met één partner (i.t.t. polygaam)..
Gevonden op http://www.encyclo.nl/lokaal/10765

MONOGAAM

1) Een partner huwend 2) Met één persoon samenlevend 3) Trouw
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/MONOGAAM/1

Monogaam

Iemand is monogaam wanneer hij of zij een relatie heeft met één persoon tegelijk. Monogaam wordt ook wel 'trouw' genoemd. Monogaam wordt gezien als trouw blijven aan één partner, getrouwd zijn met slechts één partner en een seksuele relatie hebben met één partner. Het tegenovergestelde van monogaam is polygaam. Hierbij sluit iemand huwelijk
Gevonden op http://www.ensie.nl/definitie/Monogaam

monogaam

enkelvoudig huwend van mens of samenlevend van dier (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/monogaam
Geen exacte overeenkomst gevonden.