Zoek op

Op de pof

Spreekwoorden: (1914) Op de(n) pof, (- bof).
In de uitdr. iets op den pof (- bof) koopen, iets op krediet koopen, niet dadelijk betalen (Harreb. II, 191); in Vlaanderen ook op den pof drinken, op eens anders kosten drinken, en op den pof gaan, ergens
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_1920.htm
Geen exacte overeenkomst gevonden.