Suilen

Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] (ik suilde, heb gesuild), lanterfanten, beuzelen; leuteren; met een sleepnet vissen.
*...OOR, o. (-en), slepend -, hangend oor.
*...OOREN, ow. [gelijkvloeiend] (ik suiloorde, heb gesuiloord), de ooren laten hangen.
*...OORIG, [bijvoegelijk naamwoord] (-er, -st), moedeloos, b
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0022.htm

SUILEN

1) Beuzelen 2) Lanterfanten 3) Leuteren
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/SUILEN/1
Geen exacte overeenkomst gevonden.