|
|
Opzoeken:
teugel vieren
-
teugel vieren
Spreekwoorden: (1914) Den teugel vieren, d.w.z. den vrijen loop, den vrijen teugel laten; niet betoomen of beteugelen; eene uitdr. ontleend aan het paardrijden; viert men (d.i. laat men schieten; zie n<sup>o</sup>. 332) den teugel, dan houdt men het paard niet ... Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_2357.htm
Tip: dubbelklik op een woord om de definities daarvan te zien.

Geen exacte overeenkomst gevonden.
|
Zoek
Typ een term en klik op `Zoek`.
Recent gezocht
De laatste zoekopdrachten. Tussen haakjes staan resp. de resultaten en verwante resultaten.
• toddig (1/0) • geassocieerd (2/5) • gecheckt (1/0) • u (13/25) • emulsie (23/9) • typediploma (2/0) • geïnteresseerd (7/1) • millenium (2/2) • mej (1/25) • Valdampierre (1/0) • terugeisen (2/0) • onderloopsheid (1/0) • turner county (2/0) • perfusie (15/3) • teleologisch (1/2) • twee lobbig (3/4) • i.h.b. (2/0) • uitgeplozen (2/0) • fundament (7/25) • tuberculoom (3/0) • masochisme (6/0) • turn on (1/2) • Sonate (7/8) • cohorte (6/1)
|