Kopie van ` ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer `

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
Categorie: Milieu
Datum & Land: 27/01/2014, NL
Woorden: 16


Broeikaseffect
Klimaatverandering wordt veroorzaakt door het zogenaamde broeikaseffect. Gassen in de atmosfeer werken als een deken rond de aarde. Warmte van de zon, die de aarde bereikt, kan daardoor niet zomaar weer verdwijnen in de ruimte. Hierdoor is de aarde leefbaar. Maar de laatste tientallen jaren wordt de deken te dik. Dit komt grotendeels door menselijke activiteiten. Er komen steeds meer gassen in de atmosfeer die warmte vasthouden. Er blijft dus steeds meer warmte hangen. Hierdoor ontstaat het `versterkte broeikaseffect`, meestal kortweg broeikaseffect genoemd. Wat de gevolgen daarvan zijn, is nog moeilijk te voorspellen. Sommige gebieden zullen warmer worden, andere juist kouder. Op bepaalde plaatsen zal meer regen vallen, terwijl van oorsprong vochtige streken te kampen kunnen krijgen met droogte. Oogsten mislukken, door overstromingen raken mensen dakloos en er kan een tekort aan drinkwater ontstaan. Door het warmer worden van de aarde smelten de ijskappen. Onder andere hierdoor is in de laatste honderd jaar de zeespiegel met vijf à tien centimeter gestegen. Dit maakt met name laaggelegen gebieden als Nederland kwetsbaar.

Broeikasgassen
Er zijn meerdere gassen die warmte vasthouden en zo bijdragen aan het broeikaseffect. De meest bekende is CO2. Door het verbranden van fossiele brandstoffen - olie, gas en kolen - voor energieopwekking brengen we CO2 (koolstofdioxide) in de atmosfeer. CO2 heeft een sterke isolerende werking. Daarnaast is er een aantal andere gassen die ook aan het broeikaseffect bijdragen. De uitstoot van deze gassen is weliswaar veel kleiner dan van CO2, maar de isolerende werking per kg is veel hoger. De reductie van deze zogenaamde `overige broeikasgassen` is het doel van het ROB. De voor Nederland meest relevante overige broeikasgassen zijn methaan (CH4), lachgas (N2O) en de fluorverbindingen HFK, PFK en SF6.

Conference of Parties (CoP)
De Conference of Parties (CoP) is een van de belangrijkste organen van de Verenigde Naties die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van het Klimaatverdrag. Aan deze conferenties nemen alle landen deel die het verdrag hebben ondertekend. De zesde Conference of Parties wordt van 13 tot 24 november 2000 in Den Haag gehouden. Meer informatie vindt u op de internetpagina: www.minvrom.nl, zie VN - Klimaat Conferentie.

Convenant Benchmarking
Het convenant benchmarking is een afspraak tussen de Nederlandse overheid en energie intensieve industrie. Deze laatste heeft zich verbonden aan de doelstelling om in 2010 tot de wereldtop te behoren op het gebied van energie-efficiency voor procesinstallaties. Via een benchmark wordt vastgesteld op welk niveau de wereldtop zich bevindt. Na vaststelling van deze top gaan de deelnemende bedrijven aan de slag om deze te bereiken. Iedere vier jaar wordt weer een benchmark gedaan en een nieuwe referentiesituatie vastgesteld.

Evaluatienota Klimaatbeleid
In 2002 is het gevoerde beleid voor de reductie van de broeikasgassen in Nederland geëvalueerd. Eén van de resultaten van deze evaluatie was dat de reductiedoelstelling omlaag is bijgesteld, waardoor een reductie van 40 Mton in plaats van 50 Mton CO2-equivalenten gereduceerd dient te worden. Verder is gesteld dat met de huidige inspanning de doelstelling van 20 Mton reductie in eigen land gehaald kan worden. Voor meer informatie kijk op www.minvrom.nl onder Klimaatverandering.

Global Warming Potential (GWP)
Het Global Warming Potential is de bijdrage van diverse broeikasgassen aan het broeikaseffect in verhouding tot CO2. Middels de GWP kan de emissie van een broeikasgas worden omgerekend naar zogenaamde CO2 equivalenten (CO2 eq.). In bijgaande tabel vindt u van een groot aantal broeikasgassen de GWP. Hierbij wordt - conform de afspraken in Kyoto - een tijdhorizon van 100 jaar gehanteerd.
BROEIKASGASCHEMISCHE FORMULEGLOBAL WARMING POTENTIAL
(TIJDHORIZON 100 JAAR MASSABASIS)
 CO21
HFC-23CHF311,700
HFC-32CH2F2650
HFC-41CH3F150
HFC-43-10meeC5H2F101,300
HFC-125C2HF52,800
HFC-134C2H2F41,000
HFC-134aCH2FCF31,300
HFC-152aC2H4F2140
HFC-143C2H3F3300
HFC-143aC2H3F33,800
HFC-227eaC3HF72,900
HFC-236faC3H2F66,300
HFC-245caC3H3F5560
MethaanCH421
LachgasN2O310
PerfluorobutaanC4F107,000
Perfluorocylcobutaanc-C4F88,700
PerfluoroethaanC2F69,200
PerfluorohexaanC6F147,400
PerfluormethaanCF46,500
PerfluorpentaanC5F127,500
PerfluorpropaanC3F87,000
StikstoftrifluorideNF310,800
ZwavelhexafluorideSF623,900


HFK`s
Gehalogeneerde fluorkoolwaterstoffen (HFK`s) komen vrij bij de productie van HCFK`s en het gebruik als koelmiddel in stationaire en mobiele koelinstallaties, blaasmiddel bij schuimproductie, schoonmaak- en oplosmiddel, brandblusmiddel, drijfgas en in medische toepassingen. In totaal kwam in Nederland naar schatting 6,7 Mton CO2 eq. vrij in 1995 (6,3 Mton door industrie, 0,4 Mton door alternatieve toepassing van CFK).

IPCC
Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) is een internationale organisatie die rapporten opstelt over de stand van zaken van de wetenschappelijke kennis rond klimaatveranderingen en verwante thema`s.

Klimaatverdrag
In 1992 werd tijdens een conferentie van de Verenigde Naties over milieu en ontwikkeling (UNCED) in Rio de Janeiro het Raamverdrag Klimaatverandering van de Verenigde Naties gesloten (United Nations Framework Convention on Climat Change (UNFCCC)). Het wordt meestal aangeduid als: het Klimaatverdrag. De doelstelling van dit verdrag is: `het stabiliseren van de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer op een zodanig niveau, dat een gevaarlijke menselijke invloed op het klimaat wordt voorkomen`. Nederland is één van de 177 landen die in de eerste helft van de negentiger jaren het Klimaatverdrag heeft geratificeerd (bekrachtigd).

Het Klimaatverdrag valt onder de verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties. Verschillende organen zorgen voor de uitvoering van het verdrag. Het belangrijkste besluitvormende orgaan is de Conference of Parties (CoP). Hieraan nemen alle ondertekenaars van het verdrag deel. Het Klimaatsecretariaat dient ter ondersteuning van het CoP.

Kyoto Protocol
Als aanvulling op het Klimaatverdrag werd in 1997 het Kyoto-protocol aangenomen. In het Kyoto-protocol verbinden de industrielanden zich om de uitstoot van broeikasgassen in de periode 2008 - 2012 gemiddeld met 5% te verminderen ten opzichte van het niveau in 1990. Per land gelden uiteenlopende reductiepercentages. Naast CO2 (kooldioxide) tellen nu ook andere broeikasgassen mee voor de uitstootvermindering. Tot nu toe hebben 84 landen het protocol ondertekend en is het bekrachtigd door 43 landen.

Methaan
Methaan (CH4) komt met name vrij in de landbouw (opslag van mest), bij stortplaatsen en bij olie- en gaswinning. De omvang van de emissie was in 1995 in Nederland naar schatting 25 Mton CO2 eq. (10 Mton door landbouw, 10 Mton door stortplaatsen, 4 Mton door energiebedrijven, 1 Mton door overige diverse bronnen).

Montreal Protocol
In het Montreal Protocol (1989) hebben landen afspraken gemaakt om aantasting van de ozonlaag te bestrijden. Zo werd het gebruik van CFK`s, halonen en HCFK`s niet meer toegestaan. Bedrijven die de stoffen gebruikten, konden overstappen op de `ozon-vriendelijke` alternatieven HFK en PFK. Deze maatregelen hebben gunstige effecten gehad op de kwaliteit van de ozonlaag.

Perfluorkoolwaterstoffen (PFK)
PFK`s. Deze bestaan uit een mengsel van CF4, C2F6, C3F8 en CHF3.

Prototype Carbon Fund
Fonds opgericht door de Wereldbank. Miljoenen dollars stromen naar dit fonds vanuit de landen Noorwegen, Zweden, Finland, Canada, Japan en Nederland en ongeveer twintig grote ondernemingen. Het fonds heeft tot doel projecten te financieren die de bestrijding van de uitstoot van broeikasgassen stimuleren.

Uitvoeringsnota Klimaatbeleid
In de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid staat beschreven hoe Nederland haar klimaatdoelstellingen wil bereiken. Deel 1 van de nota is in juni 1999 verschenen en behandelt de beleidsintensivering die moet leiden tot 25 Mton CO2 eq. reductie binnen de Nederlandse landsgrenzen in 2010. In 2001 is deel 2 van de nota verschenen en deze gaat over de reductiemogelijkheden in het buitenland (ook 25 Mton CO2 eq.). In 2002 is de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid geëvalueerd. De resultaten zijn beschreven in de Evaluatienota (hierin zijn de reductiedoelstellingen bijgesteld naar 20 Mton voor binnenland en 20 Mton CO2 eq.).

Zwavelhexafluoride
Zwavelhexafluoride (SF6) wordt toegepast als isolatorgas in hoogspanningsschakelaars en komt vrij door lekkage. Verder ontstaan emissies bij de halfgeleiderindustrie en waar SF6 wordt gebruikt als schoonmaak- en etsmiddel. De emissie in 1995 bedroeg naar schatting 1,5 Mton CO2 eq. Zwavelhexafluoride is het broeikasgas dat per kg de grootste bijdrage levert aan het broeikaseffect. Het is bijna 24.000 maal `sterker` dan CO2.