Kopie van `IMT - Verlichtingstermen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


IMT - Verlichtingstermen
Categorie: Elektrotechniek en Elektronica > Verlichting
Datum & Land: 27/01/2014, NL
Woorden: 6


Kleurtemperatuur
De kleurtemperatuur geeft een idee van de kleur van een lichtbron. Het begrip komt van het verschijnsel dat veel materialen gaan gloeien bij toenemende temperaturen. Hoe lager de kleurtemperatuur, hoe roder en hoe hoger de kleurtemperatuur, hoe blauwer het licht.
extra warmwit: ca. 2700 K
warmwit: ca. 3000 K
neutraal wit: ca. 4000 K
koelwit: ca. 5000 K
Eenheid: Kelvin [K]
Voorbeelden:
- zonnige zomerdag: ca. 5200 K
- zwaarbewolkte zomerdag: ca. 1100 K

Kleurweergave-index
Aanduiding van de wijze waarop men natuurlijke kleuren waarneemt die door een lichtbron worden beschenen.
Afkortingen: KWI, CRI of Ra
Eenheid: Ra
100-90 zeer goed
90-80 goed
80-60 redelijk
60-30 slecht
Voorbeelden:
- zonlicht: ca. 100Ra
- QL-inductie: 85Ra
- Fluorescentie: 85Ra
- wit licht metaalhalogenide (stadion-verlichting) > 80Ra
- Natrium (lage druk): 35Ra

Lichtsterkte
De lichtsterkte van een lichtbron is de lichtstroom die per eenheid van ruimtehoek in een bepaalde richting wordt uitgezonden.
Eenheid: candela = lumen per sterradiaal [cd]
1 sterradiaal = opp. van 1m² in een bol met straal 1m
Voorbeelden:
- autokoplamp circa 15.000 cd
- gloeilamp van 100 W circa 80 cd in elke richting

Lichtstroom
De lichtstroom is de totale hoeveelheid licht die een lichtbron per seconde in alle golflengten van het zichtbare licht uitzendt.
Eenheid: lumen [lm]
Voorbeelden:
- gloeilamp van 100 W geeft circa 1400 lm
- een kaars geeft circa 10 lm

Luminantie
Het is een maat voor de helderheid, bij eenzelfde verlichtingssterkte hebben donkere oppervlakken een kleinere luminantie dan heldere oppervlakken. De luminantie van een lichtbron of van een bestraalde oppervlakte is de lichtsterkte per m2 schijnbaar oppervlak. Het schijnbare oppervlak is de projectie van de bron op een vlak dat loodrecht staat op de kijkrichting. Hoe groter de luminantie, hoe meer licht er op ons netvlies valt en hoe beter we zien, tenzij de bron ons verblindt.
Eenheid: candela per m2 [cd-m2 ]
Voorbeelden:
- oppervlak van de zon circa 1 miljard cd- m2
- gloeidraad van een lamp circa 70.000 cd-m2
- fluorescentielamp circa 8000 cd-m2
- kaars circa 5000 cd-m2
- wit papier verlicht met 500 lx circa 125 cd-m2
- verlichte wegbedekking ’s nachts circa 1 tot 2 cd-m2

Verlichtingssterkte
De verlichtingssterkte van een bepaalde oppervlakte komt overeen met het aantal lumen dat erop invalt per m2.
Eenheid: lux = lumen per m2 [lx]
Voorbeelden:
- ’s zomers buiten in de middagzon circa 100.000 lx
- kantoorwerk: minstens circa 500 lx is een vereiste
- verlichte wegbedekking ‘s nachts circa 1 tot 40 lx