Kopie van `Dood in Nederland - Grafmonumenten`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Dood in Nederland - Grafmonumenten
Categorie: Bouw en Constructie > Grafmonumenten
Datum & Land: 28/02/2007, NL
Woorden: 16


Amsterdamse School
decoratieve en expressieve bouwstijl tussen 1913 en 1930, waarbij het functionele ondergeschikt is aan de vormgeving. Wordt gekenmerkt door decoratief, vaak golvend baksteenwerk, gebeeldhouwde ornamenten en parabool- en trapeziumvormen. Typerend is het in de architectuur opgenomen beeldhouwwerk.

buitenbegraafplaats
benaming voor de begraafplaatsen die in de 19de eeuw buiten de muren en/of singels van de steden werden aangelegd.

cenotaaf
monument ter nagedachtenis aan een overledene die elders begraven is; denkbeeldig graf.

cippus
monumentale gedenksteen in de vorm van een afgeknotte piramide

epitaaf
grafschrift op een muur of pijler van een kerkgebouw, boven of nabij het graf aangebracht en al dan niet versierd.

ezelsrug
metselconstructie bovenop beëindiging van een muur of gevelvlak. Deze methode zorgt ervoor dat de muur niet inwatert. Er zijn verschillende manieren om de ezelsrug te maken, maar het meestal worden de stenen in een hoek van 45 graden geplaatst met een overstek.

festoen
gehouwen of gesneden slinger van bloemen of vruchten. Zie ook guirlande*.

gietijzer
een hard, bros ijzer, geproduceerd in hoogovens door het in vormen te gieten waarin het afkoelt en verhardt. Werd in het begin van de 19de eeuw veelvuldig toegepast in grafmonumenten, hek- en bouwwerken.

gisant
van het Franse werkwoord gésir = hulpeloos of dood teneerliggen. Een liggend beeld op een graftombe*.

guirlande
hetzelfde als festoen*.

Iers kruis
Het Keltisch of Iers Kruis is een samenvoeging van het Zonnewiel; een kruis met vier gelijke armen, en het Levenswiel. Het is tevens een versmelting met het vrouwelijke (cirkel) en het mannelijke (kruis). Het symbool zou zijn oorsprong hebben in India waar het symbool staat voor seksuele energie tussen man en vrouw. In de Middeleeuwen heeft het christendom vele kruisvormen in hun symboliek geïntegreerd, en zo ook deze.

kloosterbegraafplaats
begraafplaats bij een klooster, behorende tot een bepaalde orde. In veel gevallen deel uitmakend van de kloostertuin, of besloten tussen de gebouwen.

obelisk
siernaald op vierkante basis, naar boven toelopend, bekroond met een piramidevormige top.

smeedijzer
een betrekkelijk zuivere vorm van ijzer dat gemakkelijk gesmeed kan worden en niet snel hard wordt, zodat het met de hand gevormd of gehamerd kan worden, dit in tegenstelling tot gietijzer*. Veel toegepast voor hekwerken op graven, ook wel in combinatie met gietijzer.

zerk
grote, platte natuurstenen plaat ter afdekking van een graf, al dan niet versierd. Zie ook grafzerk*.

zuil
ronde pijler, vrijstaand dragend bouwdeel, waarvan de doorsnede een cirkel vormt. In grafmonumenten toegepast, maar ook voorkomend als afgeknotte zuil voor de symbolische betekenis.