Kopie van `SenterNovem - agentschap voor duurzaamheid en innovatie`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


SenterNovem - agentschap voor duurzaamheid en innovatie
Categorie: Bouw en Constructie
Datum & Land: 28/02/2007, NL
Woorden: 225


ABC-beleid
Het ABC-beleid is rijksbeleid dat arbeids- en bezoekersintensieve bedrijven en voorzieningen koppelt aan goed door Openbaar Vervoer ontsloten locaties. Vervolgens wordt door het aanreiken van maximale parkeernormen het autoverkeer beteugeld.
Bij het ABC-beleid gaat het vaak om nieuwe ontwikkelingen. In binnensteden gaat het meestal om parkeerbeleid en -beheer met een sterk accent op instrumenten als tariefstelling, vergunningverlening en handhaving. Buiten het ABC-locatiebeleid zijn gemeenten zelf bevoegd om parkeernormen vast te stellen.
De kenmerken waaraan de verschillende locatiecategorieën voldoen, zijn:

  1. A-locatie:
    • Optimale bereikbaarheid per openbaar vervoer op nationaal, regionaal, stadsgewestelijk en lokaal niveau.
    • Bereikbaarheid per auto van ondergeschikt belang.
    • Stringent parkeerbeleid.
    • Goede voorwaarden voor het gebruik van de fiets.
    • Aanwezigheid van voorzieningen draagt bij aan een aantrekkelijke verblijfs- en werkomgeving.
  2. B-locatie:
    • Goede bereikbaarheid per openbaar vervoer op regionaal of stadsgewestelijk en lokaal niveau.
    • Redelijke bereikbaarheid per auto op lokaal en bovenlokaal niveau.
    • Beperking van parkeerfaciliteiten, vooral voor langparkeerders.
    • Goede bereikbaarheid per fiets.
  3. C-locatie:
    • Optimale bereikbaarheid per auto op lokaal en bovenlokaal niveau.
    • Geen eisen met betrekking tot het openbaar vervoer.

      Actieve zonne-energie
      Energie-opwekking door middel van benutting van zonnestraling. De benutting kan zijn voor de opwekking van warmte via zonnecollectoren, of van elektriciteit via fotovoltaïsche cellen in zonnepanelen (PV cellen).

      Afval
      Materiaal met een negatieve waarde, dat wordt gestort of verbrand; de grondstof is niet meer beschikbaar voor hergebruik of materiaalrecycling.
      Deze term wordt ook gebruikt als verzamelwoord voor alles wat niet (meer) in zijn oorspronkelijke functie kan worden (her)gebruikt; in feite wordt `afval` dan gebruikt in de betekenis van `reststof en afval tezamen`.
      Zie ook: Bouw- en Sloopafval .

      Afvalstof
      Een stof die wordt ingedeeld onder Afval.

      Allergeenarm bouwen
      Manier van bouwen waarbij een binnenmilieu met weinig allergenen wordt gecreëerd, voorzover dit afhankelijk is van het gebouw--woningontwerp.

      Aquatische toxiciteit
      Letterlijk: de `giftigheid` van het water-milieu; soms ook aangeduid als: aquatische ecotoxiciteit.

      Aquifer
      Watervoerende bodemlaag, doorgaans op 25 à 100 meter diepte, die als bron of opslagplaats van warmte of koude kan dienen.

      Autarkisch gebouw
      Een gebouw dat voorziet in de opwekking van de benodigde eigen energie en daarnaast voor zover mogelijk een gesloten kringloop kent ten aanzien van water en afval.
      Autarkisch = zelfvoorzienend.
      Info: www.autarkie.nl.

      BANS klimaat
      Volledig: Subsidieregeling BANS klimaatconvenant; BANS staat voor het bestuursakkoord nieuwe stijl.

      BEDS
      Building related Environmental Diagnostic System.

      Betonkernactivering
      Betonkernactivering is een verwarmings- cq. koelingssysteem dat gebruik maakt van de gebouwmassa, meestal toegepast in de utiliteitsbouw. In de kern van de vloer worden watervoerende leidingen aangebracht; deze houden de vloeren-plafonds op een constante temperatuur. Een voorwaarde is dat er goede uitwisseling van temperatuur kan plaatsvinden met open plafonds. Een watertemperatuurregeling kan ervoor zorgen dat het systeem reageert op binnen- en buitentemperaturen aan de diverse gevels. Betonkernactivering reageert per definitie traag; daarom wordt het systeem soms gecombineerd met een aanvullende installatie om een snellere regeling te verkrijgen.
      Betonkernactivering is ondermeer toegepast in het gebouw Thermo-Staete. Zie de projectbeschrijving .
      Betonkernactivering heeft een aantal belangrijke voordelen:

      • de totale massa van de vloeren wordt gebruikt, daardoor worden pieken in de warmte- en koudebehoefte gedempt; dit geeft een stabiel binnenklimaat
      • vloerverwarming en vloerkoeling in één
      • geen radiatoren
      • minder luchtbewegingen, schoner binnenmilieu
      • door lage temperatuurverwarming (<LTV) is het een energiezuinig systeem en kan gebruik gemaakt worden van duurzame energie door middel van warmtepompen


      Bio-ecologisch bouwen
      Bij deze bouwwijze worden de uitgangspunten van zowel <biologisch als <ecologisch bouwen beschouwd.

      Biologisch bouwen
      Bij biologisch bouwen (en wonen) wordt rekening gehouden met de gezondheidsaspecten van de mens. Giftige stoffen worden afgewezen. Het gebouw wordt gezien als een ‘derde huid’ voor de mens, die van grote invloed is op zijn gezondheid.

      BLOW
      Bestuursovereenkomst Landelijke Ontwikkeling Windenergie.
      Convenant uit 2001 tussen het rijk, de provincies en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) om in 2010 tenminste 1500 megawatt (MW) windvermogen in Nederland op land te realiseren.

      Informatie over BLOW bij het ministerie van VROM in het Dossier Windenergie .

      BMB `95
      Beleidsverklaring Milieutaakstellingen Bouw 1995 (zie publicatieoverzicht)



      Booster
      Een <vat dat onder aan de standleiding van een waterbesparend toiletsysteem wordt aangebracht. De booster vangt de relatief kleine hoeveelheden afvalwater van het toilet op totdat hij vol is; daarna wordt de hele inhoud van het vat in één keer op het riool geloosd.

      Boreale bossen
      Bossen op hogere breedtegraden, zoals Scandinavië, Canada, Rusland.

      Bouw- en Sloopafval (BSA)
      Bouw- en verpakkingsmaterialen die overblijven bij het bouwen of vrijkomen bij het slopen. Sinds het stortverbod van Bouw- en Sloopafval in Nederland is de betekenis van deze term in feite gewijzigd van `afval` naar `grondstof voor materiaalrecycling `.

      Bovenwaarde (calorische)
      Met calorische bovenwaarde wordt de hoeveelheid warmte aangeduid die vrijkomt bij volledige verbranding, waarbij het gevormde waterdamp in de rookgassen is gecondenseerd.

      Brundtland-rapport
      Officiële titel van het rapport: `Our Common Future` (1987).
      Het is het verslag van het Wereld Commissie voor Milieu en Ontwikkeling, ingesteld door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 1983. Het verslag wordt veelal `Brundtland- rapport` genoemd naar de voorzitter van de commissie en toenmalig premier van Noorwegen, mevrouw dr. Gro Harlem Brundtland.
      Door dit rapport werd het begrip ‘<duurzame ontwikkeling’ een algemeen aanvaard principe.

      Bypass (bij HR-ventilatie)
      Een bypass wordt toegepast in een <HR-ventilatiesysteem om ervoor te zorgen dat tijdens warme dagen `s nachts relatief koele buitenlucht rechtstreeks kan worden binnengevoerd, zonder te worden opgewarmd via de warmtewisselaar.

      Clean development mechanism (CDM)
      Een van de mechanismen waarop geïndustrialiseerde landen kunnen voldoen aan hun doelstellingen ter vermindering van de uitstoot aan <broeikasgassen, zoals vastgelegd in het verdrag van Kyoto, is het clean development mechanism (CDM): geïndustrialiseerde landen kunnen in ontwikkelingslanden projecten voor duurzame ontwikkeling opzetten. Indien daardoor minder broeikasgassen in de atmosfeer komen, mogen zij de bereikte besparing in de uitstoot van hun eigen emissies aftrekken.
      Andere mechanismen zijn <emissiehandel, joint implementation en sinks. Voor meer informatie zie het infoblad `Energie: doelstellingen en uitwerking`, onder het hoofdstuk Beleidsaspecten.

      CO2-reductie
      CO2-reductie is het streven om de uitstoot van het broeikasgas kooldioxide (CO2) te verminderen.

      Coëfficiënt Of Performance (COP)
      Een belangrijk kengetal waarop een <warmtepomp kan worden beoordeeld, is de Coëfficiënt Of Performance, ook wel COP genoemd.

      Composttoilet
      Het composttoilet is een uitvinding uit 1931 van de Zweed Richard Lindström. In Nederland heeft de stichting `De Twaalf Ambachten` uit Boxtel op dit terrein baanbrekend werk verricht.

      Convenant
      Een convenant is een afspraak tussen partijen om zich in te zetten voor een bepaald doel.
      Zie verder: <Dubo-convenant.

      COP
      Zie: <Coëfficiënt of Performance (COP) .

      DAB
      Dicht asfalt beton.
      In het verleden veel toegepaste deklaag voor asfaltwegen; tegenwoordig veelal verdrongen door <ZOAB, tenzij met opzet een zeer dicht oppervlak wordt beoogd. 

      dB(A)
      dB(A) = geluidniveau, gewogen volgens het A-filter.
      Voor geluid(druk)niveaus zonder weging is dB (decibel) de eenheid.

      DCBA-methode
      DCBA Checklist Woningbouw.

      Decimale voorvoegsels
      Bij de eenheden van energie <Joule (J) of vermogen <Watt (W) wordt vaak gebruik gemaakt van decimale voorvoegsels. Vaak gebruikte samenstellingen zijn kiloWatt (kW), kiloWattuur (kWh), megaWatt (MW), megajoule (MJ), gigajoule (GJ) en petajoule (PJ).

      DMPM
      Defensie Meerjarenplan Milieu.

      Domotica
      Samentrekking van de woorden domus (huis) en elektronica.

      Dove gevel
      Een geluidwerende gevel, meestal zonder te openen delen. Soms zijn te openen ramen toegestaan, mits voldoende geluidwerend in gesloten toestand. Een dove gevel wordt toegepast in een situatie waarin de geluidbelasting op die gevel de toegestane ontheffingswaarde te boven gaat. Het bevoegd gezag kan bouwen op die locatie toestaan mits er bijzondere geluidwerende voorzieningen als een dove gevel worden getroffen en aan de andere zijde van het gebouw een aanvaardbaar geluidniveau heerst. Meer informatie hierover in het Infoblad Geluidbelaste locaties: toch bouwen?
      De consequentie van een dove gevel is dat de ruimte aan de buitenzijde van zo`n gevel niet als ‘buitenruimte’ (tuin, terras, balkon) kan worden aangemerkt. Ook  ventilatieopeningen zijn niet toegestaan; ventilatie zal op een andere wijze moeten worden gerealiseerd, bijvoorbeeld door <gebalanceerde ventilatie.

      DPL
      DPL staat voor Duurzaamheidsprofiel van een Locatie; het is een dubo-instrument in ontwikkeling door het ministerie van VROM, TNO Bouw, TNO MEP en IVAM.

      Drie-Stappen-Strategie
      Veel gehanteerde methode om met duurzaam bouwen bezig te zijn, ook wel Trias ecologica genoemd.

      Drietraps-strategie waterkwaliteit
      Strategie voor de waterkwaliteit in drie trappen, ook bekend als: voorkomen – scheiden – zuiveren.
      Doel: voorkomen van problemen met de kwaliteit van water of grondwater.
      Maatregelen in volgorde van prioriteit:


        • voorkomen: de stedelijke of landschapsruimte wordt zo bestemd, ingericht en gebruikt dat geen vervuiling optreedt naar grond- en oppervlaktewater
        • scheiden: als dat niet voldoende is, worden schone en vuile waterstromen gescheiden gehouden
        • zuiveren: in laatste instantie is zuivering van verontreinigingen vereist


      Drietraps-strategie waterkwantiteit
      Strategie voor de waterhoeveelheid (kwantiteit) in drie trappen, ook bekend als: vasthouden – bergen – afvoeren.
      Doel: voorkomen van problemen met de kwantiteit van water of grondwater.
      Maatregelen in volgorde van prioriteit:


        • vasthouden: de stedelijke of landschapsruimte wordt zo bestemd, ingericht en gebruikt dat water beter kan worden vastgehouden
        • bergen: als dat niet voldoende is, worden maatregelen genomen om water te bergen
        • afvoeren: in laatste instantie wordt zo nodig water af- of aangevoerd


      DuBo op maat
      DuBo op maat is een dubo-instrument ontwikkeld door het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie (NIBE) en Slokker Vastgoed Groep.

      Dubo-convenant
      Een convenant is een afspraak tussen partijen om zich in te zetten voor een bepaald doel. In het kader van duurzaam bouwen zijn veel dubo-convenanten opgesteld.

      DuboCalc
      DuboCalc is een dubo-instrument voor bouwwerken in de Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW), in ontwikkeling bij Rijkswaterstaat. Het is een softwaretool voor ontwerpers, adviseurs en beslissers om milieuprofielen van ontwerpvarianten te kunnen vergelijken. De methode is gebaseerd op de (gestandaardiseerde) LCA-methode.
      Meer informatie in het Infoblad Materiaalkeuze: een kwantitatieve benadering en de speciale website van Rijkswaterstaat over DuboCalc.

      Duurzaam bedrijventerrein
      Een duurzaam bedrijventerrein is een terrein waar bedrijven en overheden systematisch samenwerken aan een optimaal (bedrijfs)economisch resultaat, minimale milieubelasting en efficiënt ruimtegebruik.

      Duurzaam bouwen
      Er bestaan diverse definities van duurzaam bouwen, die alleen in detail van elkaar afwijken. SenterNovem houdt de volgende definitie aan:

      Duurzaam ondernemen
      Volgens het programma `Met preventie naar duurzaam ondernemen` van SenterNovem is duurzaam ondernemen `Het leveren van concurrerend geprijsde goederen en diensten, die in de behoeften van de mens voorzien en die kwaliteit aan het leven geven, waarbij geleidelijk de milieubelasting en het grondstof- en energieverbruik door de levenscyclus en in de keten gereduceerd worden tot een niveau dat ten minste in balans is met de draagkracht van de aarde`.
      Zie ook <Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO).

      Duurzaam slopen
      Zodanig slopen dat onderdelen die geschikt zijn voor <producthergebruik worden gedemonteerd (ook <strippen of voorsloop genoemd) en dat overige onderdelen zoveel mogelijk in fracties worden gescheiden, zodat ze beschikbaar komen voor <materiaalrecycling.
      Zie ook de Handleiding duurzaam slopen, waarin ook adressen en websites zijn opgenomen met betrekking tot duurzaam slopen. Voor adressen zie ook de pagina Links, rubriek Afval-hergebruik.

      Duurzaam Veilig
      Op 15 december 1997 hebben de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Unie van Waterschappen (UvW), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het Rijk hun handtekening gezet onder het Convenant Startprogramma Duurzaam Veilig Verkeer, meestal aangeduid als `Duurzaam Veilig`.

      Duurzame energie (DE)
      Energie die is opgewekt met behulp van bronnen die niet uitputbaar of minimaal CO2 -neutraal zijn, zoals biomassa, wind, zon en water. 

      Duurzame ontwikkeling
      Brundtland, VN-conferentie 1987. Rapport `Our common future`.
      Een duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheid in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien.

      Duurzame stedenbouw
      Duurzame stedenbouw is een vorm van stedenbouw die in alle stadia van het planproces kansen en mogelijkheden benut om een hoge ruimtelijke kwaliteit in combinatie met een lage milieubelasting tot stand te brengen. En die beide in de tijd weet te handhaven, zodat ook toekomstige generaties daar in delen (Nationaal Pakket Duurzame Stedebouw).

      DUWON
      Afkorting voor de publicatie Duurzaam Woningbeheer, een uitgave van SEV en Novem.

      Eco Quantum
      Een rekenmethode om in het ontwerpstadium de milieubelasting van woongebouwen gedurende de gehele levensduur (zie ook LCA) te kwantificeren en vergelijkbaar te maken. Daarmee kan in de ontwerpfase van een gebouw worden doorgerekend hoe de milieukwaliteit van een plan kan worden verbeterd.
      Meer achtergrondinformatie over rekenmethodieken voor de gebouwde omgeving vindt u in het infoblad “Materiaalkeuze: een kwantitatieve benadering

      Ecologie
      De leer die zich bezig houdt met het natuurlijk evenwicht en dynamiek van planten en dieren in hun macro- of micro-omgeving.
      De term `ecologisch` heeft vaak de betekenis: ‘met respect voor het natuurlijk evenwicht’. In die zin ook: <ecologisch bouwen.

      Ecologisch bouwen
      Bij ecologisch bouwen wordt met name gekeken naar de ecologie van het bouwen en het materiaalgebruik. Daarbij spelen factoren een rol als de voorraad van de grondstof, de (mogelijke) gevolgen van de winning voor het milieu en mogelijkheden voor het terugbrengen in de natuurlijke kringloop van dat materiaal. Deze benadering mondt uit in het zoveel mogelijk toepassen van technieken die voorzien in zelfvoorzienend wonen, leven en werken. Belangrijke aspecten zijn het gebruik van `natuurlijke` of <vernieuwbare grondstoffen, <duurzame energie , gesloten watersystemen en dergelijke.

      Ecomaat
      Softwareprogramma, gekoppeld aan de Milieubarometer, registreert en verwerkt gegevens over milieu bij bedrijven in de recreatiesector.
      Ecomaat maakt het mogelijk milieukosten, energie en verbruik door de jaren heen te vergelijken en deze te toetsen aan de gegevens van vergelijkbare bedrijven (benchmarking). Daarnaast levert Ecomaat informatie over eventuele subsidie-mogelijkheden, terugverdientijden van investeringen, wet- en regelgeving en de <Milieubarometer, een keurmerk voor milieuvriendelijke recreatiebedrijven.

      Eengezinswoning
      Volgens het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen Woningbouw: een eengezinswoning betreft een woonruimte meestal grondgebonden en in twee lagen met of zonder kap gebouwd. Voorbeelden zijn een woning in een rij, twee-onder-één-kap.

      Energie Index (EI)
      De Energie Index (EI) is een begrip uit de berekening van het <Energie Prestatie Advies (EPA). Een EPA wordt gegeven door een EPA-adviseur. Hij-zij berekent de energiekwaliteit van een bestaande woning of wooncomplex aan de hand van een Energie Index. Dit indexgetal maakt een vergelijking mogelijk van de energiekwaliteit tussen woningen van hetzelfde type.
      De EI is niet hetzelfde als de <EPC: zowel de EI als de EPC zeggen iets over de energieprestatie van een gebouw, onafhankelijk van het bewonersgedrag en de grootte van het gebouw. Ze zijn echter niet uitwisselbaar en ook niet naar elkaar om te zetten. De EPC-berekening is ontwikkeld voor de nieuwbouw, de EI-berekening is ontwikkeld voor de bestaande bouw. Beide formules wijken van elkaar af.

      Energie-eenheden
      Het Vademecum Energiebewust ontwerpen van nieuwbouwwoningen schrijft hierover:

      Energie-extensivering
      Het verminderen van het energiegebruik, niet alleen bij bouwen en wonen maar ook in processen. De vermindering van het energiegebruik kan worden gerealiseerd in drie stappen:


        • Voorkom onnodig gebruik (bijvoorbeeld door isoleren)
        • Gebruik eindeloze bronnen (bijvoorbeeld zonne-energie)
        • Gebruik eindige bronnen efficiënt (bijvoorbeeld door laagtemperatuur-systemen)


      Energieneutraal
      Een situatie waarbij over een jaar gemeten het energiegebruik van een gebouwd object (woning-gebouw-wijk-kunstwerk e.d.) ten minste nul is: er wordt niet meer energie uit het gas- en elektriciteitsnet betrokken dan er vanuit <duurzame bronnen aan wordt toegeleverd.
      (bron: Duurzaam Bouwen, termen en begrippen in de bouw)
      Voorbeelden:



      Energiepaal
      Heipaal met ingebouwde warmtewisselaars, waarbij de bodem als energiebron en als energieopslagmedium wordt gebruikt. In de heipaal is een gesloten watercircuit opgenomen dat de temperatuur van de bodem overdraagt aan de verwarmingsinstallatie in het gebouw (woning); of andersom: overtollige warmte uit het gebouw wordt afgestaan aan (= opgeslagen in) de bodem.
      Bij het Kompas-programma van SenterNovem is het Handboek Energiepalen te downloaden met daarin alle informatie, inclusief techniek, gerealiseerde voorbeelden, adressen leveranciers en kostenaspecten.

      Energiepremieregeling (EPR)
      Een - inmiddels gesloten - subsidieregeling voor energiezuinige apparaten en duurzame energievoorzieningen zoals <zonneboilers en <PV-panelen .

      Energieprestatie op locatie (EPL)
      Een maat, waarmee het berekende verbruik aan fossiele brandstoffen van een wijk wordt aangegeven in relatie tot een referentiegebruik. Een EPL kan zowel voor nieuwbouw- als voor bestaande wijken worden berekend. De EPL wordt uitgedrukt in een (rapport)cijfer van 1 tot 10.
      De hoogte van de EPL-score wordt bepaald door drie factoren:
      · het verbruik op gebouwniveau
      · de keuze van de energiedrager (gas, elektriciteit of warmte)
      · de wijze van productie van de energiedrager (efficiëntie van de energievoorziening).
      Een EPL-score van 10 geeft aan dat in een wijk netto geen fossiele brandstoffen worden gebruikt. Dit kan bereikt worden door een efficiënte energievoorziening, een hoge mate van isolatie van de gebouwen en-of het gebruik van veel <duurzame energie.
      Vanaf het jaar 2000 moet tenminste een EPL van 6 worden gerealiseerd. Dit cijfer 6 is al haalbaar wanneer woningen worden gebouwd met een EPC van 1,0 bij toepassing van individuele gasverwarming en een normale elektriciteitsvoorziening. De aanscherping van de EPC per 1 januari 2006 naar 0,8 heeft tot gevolg dat een nieuwe woonwijk een EPL heeft van 6,6.

      Energieprestatieadvies (EPA)
      EPA staat voor EnergiePrestatieAdvies. Een EPA is een advies voor energiebesparingsmaatregelen aan bestaande woningen, woongebouwen en utiliteitsgebouwen.

      Energieprestatiecoëfficiënt (EPC)
      Theoretisch berekend energieverbruik van een gebouw aan de hand van een genormeerde berekening, waarbij rekening wordt gehouden met het energieverbruik voor verwarming (isolatie en ventilatie), koeling, bevochtiging, ventilatoren, pompen, warm tapwater, verlichting bij een bepaald gebruikersgedrag. Deze EPC-waarde is een dimensieloos getal en is een maat voor de energie-efficiëntie van een gebouw. Hoe lager het getal, hoe energiezuiniger het ontwerp.
      EPC-eisen in het Bouwbesluit: zie Infoblad Energiebesparing in woningen en utiliteitsgebouwen.

      Energieprestatiekeur (EPK)
      Stichting Energie Prestatie Keur (EPK); een onafhankelijke organisatie die het gebruik van energiezuinige, schone en doelmatige verwarmingstoestellen, warmwatertoestellen en andere duurzame-energie-installatieproducten stimuleert. Enerzijds door consumenten-informatie,  anderzijds door de industrie te stimuleren vernieuwende technologieën toe te passen. Meer info op de website van EPK.

      Energieprestatienorm (EPN)
      De genormeerde methode om de energieprestatiecoëfficiënt (EPC) te bepalen. De hoogte van de EPC is vastgelegd in het Bouwbesluit. Sinds 1 januari 2000 is de eis voor de woningbouw een EPC van maximaal 1,0. Voor utiliteitsbouw gelden aangepaste EPC-waarden, afhankelijk van de functie van het gebouw, variërend van 1,5 voor een schoolgebouw tot 3,6 voor een ziekenhuis.

      EOS-methode
      Energetisch Optimale Stook- en koellijnen (EOS).

      EPA
      Zie <Energieprestatieadvies (EPA) .

      EPA-U
      Energieprestatieadvies voor de Utiliteitsbouw.
      Zie <Energieprestatieadvies (EPA).

      EPA-W
      Energieprestatieadvies voor de Woningbouw.
      Zie <Energieprestatieadvies (EPA).

      EPC
      Zie Energieprestatiecoëfficiënt.

      EPD
      Energy Performance Directive.

      EPL
      Zie Energieprestatie op locatie.

      EPN
      Zie Energieprestatienorm.

      EPR
       Zie <Energiepremieregeling (EPR).

      Experimenteerbepaling
      Artikel 7a van de Woningwet bevat de zogeheten Experimenteerbepaling voor duurzaam bouwen.
      Met deze bepaling kan aan gemeenten ontheffing worden verleend van het verbod om bij de verlening van een bouwvergunning aanvullende (strengere) eisen voor duurzaam bouwen te stellen. De ontheffing geldt alleen voor bijzondere projecten en moet worden verleend door de minister van VROM. De aanvraag moet 14 maanden voor indiening van de bouwvergunningaanvraag worden ingediend. Vermeld moet worden dat tot nu toe geen enkele gemeente gebruik heeft gemaakt of heeft kunnen maken van deze bepaling.

      Factor 20
      Met Factor 20 wordt gedoeld op het streven om in onze maatschappelijke behoeften te voorzien waarbij de milieubelasting eentwintigste bedraagt van wat in 1990 gangbaar was. Begin jaren `90 is als beleidsdoel vastgesteld dat over 50 jaar de totale milieudruk (D) met een factor 2 moet zijn afgenomen om van een <duurzame ontwikkeling te kunnen spreken.

      Fiscale Groenregeling
      De Fiscale Groenregeling is bedoeld om het beleggen in milieuvriendelijke projecten en natuur aantrekkelijk te maken, en `groene investeringen` te bevorderen.  Om dat te bereiken regelt de Fiscale Groenregeling dat particulieren hun spaargeld belastingvrij kunnen beleggen in milieuvriendelijke projecten. Over de inkomsten die zij uit hun `groene` belegging ontvangen hoeven zij geen belasting te betalen.

      FSI
      Floor Space Index
      Begrip gebruikt voor de mate van intensief ruimtegebruik.
      De FSI geeft de verhouding tussen het bebouwde bruto vloeroppervlak en de oppervlakte van het terrein. Een FSI van 1,0 betekent dus dat er op één hectare grond (100x100 m) 10.000 m2 bebouwd oppervlak is. Door intensief grondgebruik (o.a. hoogbouw) kunnen FSI-waarden van 3,0 of hoger gehaald worden.

      Gebouworiëntatie
      Zon- of zuidgerichte oriëntatie van gebouwen en woningen in verband met de optimale benutting van passieve en-of actieve zonne-energie.
      Meer informatie via: <zongerichte verkaveling of <Oriëntatie (op de zon).

      Gebruikswater
      Verzamelnaam voor water van secundaire kwaliteit dat kan worden gebruikt voor toiletspoeling, wasmachine, schoonmaakwerkzaamheden en in de tuin. Hiertoe behoren onder andere grijswater, huishoudwater, hemelwater en gereinigd oppervlaktewater. Zie ook `Vademecum Water`.

      Geothermie
      Geothermie maakt gebruik van warmte in de aarde (aardwarmte). Deze warmte ontstaat in de kern van de aarde door natuurlijk radioactief verval. De warmte kan gebruikt worden voor verwarming van woningen, utiliteitsgebouwen of kassen en ook voor elektriciteitsopwekking.

      Gezondheidseffectscreening (GES)
      GGD`en en milieudeskundigen gebruiken een GES om de gezondheidseffecten te meten van bouwplannen op wijk- of buurtniveau. De uitkomsten van een GES kunnen ertoe leiden dat bouwplannen, hoewel ze officieel binnen de wettelijke regels blijven, gewijzigd worden omdat dit beter is voor de gezondheid van de toekomstige gebruikers.
      Meer informatie: Infoblad Geluidbelaste locaties: toch bouwen?

      GPR Gebouw
      GPR Gebouw is een dubo-instrument, oorspronkelijk ontwikkeld door gemeente Tilburg als Gemeentelijke Praktijk Richtlijn voor duurzaam bouwen.

      Grasdak
      Begroeid dak met voornamelijk grassen. Zie <Vegetatiedak.

      GreenCalc+
      GreenCalc+ is een dubo-instrument; een rekenmodel om de milieubelasting van een woning, gebouw of een wijk meetbaar en vergelijkbaar te maken (vergelijk ook <Eco Quantum, <GPR Gebouw en <DuboCalc). Meer achtergrondinformatie over rekenmethodieken voor de gebouwde omgeving vindt u in het infoblad `Materiaalkeuze: een kwantitatieve benadering`.

      Grijs water
      Licht verontreinigd afvalwater afkomstig van bad, douche, wastafel en eventueel wasmachine. Dit water is verontreinigd met zeepresten, waardoor het na enige tijd grijs van kleur wordt. Grijs water is na (locale) zuivering te gebruik voor toiletspoeling, wasmachine, schoonmaakwerkzaamheden en in de tuin. Zie ook zwart water en `Vademecum Water`.

      Grindkoffer
      Een hoeveelheid grind, ingegraven in de grond, die ervoor zorgt dat hemelwater wordt geïnfiltreerd zonder dat de bodem dichtslibt. Om te voorkomen dat zand en gronddeeltjes tussen het grind komen dient een filterdoek rondom het grindpakket te worden aangebracht. Een grindkoffer kan op kleine schaal (bijvoorbeeld in de tuin) of op grotere schaal (bijvoorbeeld in een <wadi) worden toegepast.
      Zie ook <Infiltratiekrat.

      Groen Beleggen
      Het overheidsprogramma Groen Beleggen stimuleert investeringen in projecten die onder de Regeling Groenprojecten vallen, en die in het belang zijn van de bescherming van het milieu, waaronder natuur en bos.Voor Groen Beleggen kunnen particulieren terecht bij commerciële banken die beschikken over een groen beleggingsfonds of bij een groene kredietinstelling.
      Meer info via www.groenfonds.nl.

      Groencertificaat
      Zie: Groenverklaring

      Groene financiering
      Het tegen een lagere rente financieren van (een deel van) de hypotheek van een duurzaam woningbouwproject of een duurzaam woningrenovatie-project dat een groenverklaring heeft in het kader van de Regeling Groenprojecten.
      Meer informatie in het Infoblad `Kosten en baten: de financiële aspecten van duurzaam bouwen`, hoofdstuk Voorbeelden.

      Groene hypotheek
      Een financiële regeling van de overheid om duurzaam bouwen te stimuleren, zowel voor nieuwbouw woningen, voor woningrenovatie als voor utiliteitsbouw. Wanneer wordt voldaan aan een aantal basiseisen en keuzemaatregelen op het gebied van duurzaam bouwen (Maatlat duurzame renovatie of de Maatlat duurzame woningbouw), kan tot maximaal € 34.034,- een hypotheek worden verstrekt voor een periode van 10 jaar met een rente die 1 à 2% onder de marktrente ligt. Voor utiliteitsbouw geldt een aparte handleiding en voorwaarden.
      Meer informatie via het Infoblad `Kosten en baten: de financiële aspecten van duurzaam bouwen`, hoofdstuk Voorbeelden.

      Groene investering
      Investeerders die in projecten willen investeren die een groenverklaring hebben verkregen (groene investering) kunnen onder voorwaarden subsidie krijgen of een financiering tegen lage rente (groene lening). De groene hypotheek is ook een vorm van groene lening.

      Groene lening
      Zie: Groene investering.

      Groenfinanciering
      Zie: Groene financiering.

      Groenfonds
      Zie: Groenfondsen.
      Niet te verwarren met: Nationaal Groenfonds.

      Groenfondsen
      Spaar- of beleggingsfondsen die door de Regeling Groenfondsen zijn erkend om het predikaat Groenfonds te mogen dragen. De Groenfondsen beleggen in milieuvriendelijke projecten. De rente of het dividend dat deelnemers in Groenfondsen over hun belegging ontvangen is volledig vrijgesteld van belastingheffing. Daardoor kunnen de Groenfondsen leningen aanbieden tegen een lagere rente dan de marktrente.

      Groenregeling
      Zie: Fiscale Groenregeling

      Groenverklaring
      Een verklaring die is afgegeven op grond van de Regeling Groenprojecten van het ministerie van VROM dat een concreet project een `Groenproject` is. Groenverklaringen worden afgegeven wanneer het gaat om milieuvriendelijke projecten, waaronder:  duurzame energie, duurzame woningbouw en renovatie, fietspadinfrastructuur, bodemsanering, biologische landbouw, Groen Label kassen en natuur. De groenverklaring blijft voor de meeste projecten 10 jaar geldig; voor natuurprojecten maximaal 30 jaar.
      Meer informatie in het Infoblad `Kosten en baten: de financiële aspecten van duurzaam bouwen`, hoofdstuk Voorbeelden.

      GWW
      Sector Grond-, weg- en waterbouw. Meestal gebruikt ter onderscheid van de B&U-sector.