Kopie van `Direct Hypotheken`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Direct Hypotheken
Categorie: Economie en financiën > Huis en hypotheek
Datum & Land: 28/02/2007, NL
Woorden: 127


Aandelen
Een onderneming die financiële middelen nodig heeft om te investeren, kan aandelen uitgeven. U als koper van een aandeel, levert kapitaal voor de onderneming, een naamloze of besloten vennootschap. Het aandeel vertegenwoordigt op het moment van uitgifte, de emissie, een waarde, de nominale waarde genoemd. Voor het bedrag van uw deelneming wordt u zo, tezamen met andere aandeelhouders, medeeigenaar van de onderneming. De aan het aandeel verbonden rechten en verplichtingen zijn in de wet en in de statuten van de vennootschap omschreven. Een van de rechten vormt de uitkering van een deel van de winst die de onderneming maakt. Deze winstuitkering wordt dividend genoemd. Een ander voordeel van een aandeel vormt de waarde die stijgt naarmate het aandeel op de markt aantrekkelijker wordt, bijvoorbeeld door goede vooruitzichten van de onderneming of recente winststijgingen. Aandelen zijn verhandelbaar op de effectenbeurs.

Afkoopwaarde
Het bedrag dat wordt uitgekeerd bij voortijdige beëindiging van een levensverzekering. De uitkering heeft betrekking op de waarde die tot op dat moment is opgebouwd in de polis, verminderd met de eventuele kosten.

Afkopen
Tussentijdse beëindiging van een levensverzekering, waarbij het recht op een uitkering wordt `afgekocht`. (zie ook afkoopwaarde)

Afloopdatum
De datum waarop de lening afloopt c.q. de hypotheek in principe moet worden afgelost (meestal na 30 jaar) (zie ook looptijd).

Aflossingsnota
Een afrekening, die door de geldverstrekker opgemaakt wordt wanneer een geldlening -voortijdig- wordt afgelost. Daarin staat gespecificeerd welk bedrag terugbetaald dient te worden plus eventuele extra rente en kosten.

Aflossingswijze
Wijze waarop het geleende geld terugbetaalt wordt aan de geldgever.

Afsluitkosten
Het totaal van alle kosten die moeten worden gemaakt bij het afsluiten van een hypotheek. Dit kunnen zijn: afsluitprovisie, taxatiekosten, administratiekosten, hypotheekaktekosten, enz.

Afsluitprovisie
Het bedrag dat u betaalt aan de geldverstrekker in verband met het afsluiten van de hypotheek. De afsluitprovisie bedraagt veelal 1% van het hypotheekbedrag.

Akte van levering
De overdrachtsakte die door de notaris wordt opgemaakt. Door ondertekening van koper en verkoper gaat de eigendom van de woning over naar de nieuwe eigenaar.

Annuïteitenhypotheek
Hypotheekvorm waarbij het jaarbedrag, bestaande uit een deel rente en een deel aflossing, gedurende de looptijd in principe gelijk blijft. In het begin van de looptijd wordt veel rente en weinig aflossing betaald, aan het eind net andersom.

Antispeculatiebeding
Een gemeentelijke beding waardoor een gekochte woning slechts onder bepaalde, beperkende voorwaarden mag worden doorverkocht. Op het niet nakomen ervan staan meestal zware financiele sancties. Meestal moet een groot deel van de eventuele winst bij verkoop worden afgestaan.

Bandbreedte
Bandbreedte betekent bij levensverzekeringen de door de fiscus bepaalde maximale verhouding tussen de hoogte van uw premiebetetalingen in een bepaalde periode. Deze verhouding is door de fiscus gesteld op maximaal 10:1. Dit houdt in dat de hoogst te betalen premie in enig jaar tijdens de looptijd van uw polis, nooit meer mag bedragen dan tienmaal de laagste premie die u in enig polisjaar betaalt.

Bankgarantie
In het voorlopig koopcontract wordt met de koper doorgaans een waarborgsom afgesproken in geval de verkoop niet doorgaat. In plaats van storting van dit bedrag (meestal 10% van de koopsom) kan een bank zich garant stellen voor dit bedrag zodat, indien noodzakelijk, dit bedrag aan de verkoper kan worden overgemaakt. De bankgarantie vervangt dus de storting van een waarborgsom. Het Hypotheekcentrum voor Academici biedt haar clienten de mogelijkheid, tegen een uiterst lage vergoeding, een bankgarantie bij de notaris te deponeren.

Bankhypotheek
Hypotheekvorm, waarbij een maximaal op te nemen hypotheekbedrag wordt afgesproken. Tussentijds kan men weer tot het maximum opnemen zonder dat men een nieuwe akte via de notaris moet opmaken. Opnemen geschiedt door middel van een onderhandse schuldbekentenis. Over het op te nemen bedrag wordt veelal afsluitprovisie in rekening gebracht.

Basishypotheek
Hypotheek waarbij niet meer dan 75% a 90% van de executiewaarde van de woning wordt gefinancierd. Er is dan geen sprake van een opslag op de rente (zie ook tophypotheek).

Belastingvoordeel
De hypotheekrente die men betaalt vormt een aftrekpost voor de inkomstenbelasting. Het belastbaar inkomen wordt daardoor verlaagd, waardoor men minder belasting betaalt.

Beleggingsfonds
Een door een vermogensbeheerder samengesteld pakket van aandelen, obligaties, liquiditeiten en-of vastgoed.

Bereidstellingsprovisie
Een door een bank in rekening gebrachte vergoeding bij verlenging van de hypotheekofferte. Deze vergoeding bedraagt veelal 0,25% per (deel van de) maand en wordt meestal alleen in rekening gebracht indien de hypotheekrente in de periode van verlenging stijgt. De meeste hypotheekvormen van het Hypotheekcentrum voor Academici kennen geen bereidstellingsprovisie. De hypotheekofferte kan in veel gevallen kosteloos worden verlengd met behoud van de Rentedalgarantie. (zie ook Rentedalgarantie)

Bijleenregeling
Een depot dat tijdens de bouwperiode van uw nieuwe woning wordt gecreëerd en waaruit uw hypotheekrente wordt voldaan.

Bijzonder depot
Een depot dat tijdens de bouwperiode van uw nieuwe woning wordt gecreëerd en waaruit uw hypotheekrente wordt voldaan.

Boeterente
Als er meer wordt afgelost dan in de hypotheek-overeenkomst is vastgelegd of boetevrij is toegestaan zal de geldgever boeterente in rekening brengen. Ook wanneer hypotheekbedragen te laat worden betaald, zal boeterente verschuldigd zijn.

Boetevrije aflossing
Bij de meeste geldgevers mag men jaarlijks 10% van de oorspronkelijke hoofdsom boetevrij aflossen. Bovendien mag men geheel of gedeeltelijk boetevrij aflossen, indien:
  • het onderpand wordt verkocht,
  • de debiteur komt te overlijden,
  • de dagrente op het moment van aflossen voor soortgelijke leningen gelijk of hoger is dan de geldende rente van de hypotheek.
Algemeen geldt verder, dat op de afloopdatum van de rentevast periode altijd boetevrij mag worden afgelost.

Borgtochtprovisie NHG
De kosten die u maakt voor het verkrijgen van Nationale Hypotheek Garantie. Deze kosten bedragen (2002) 0,30% van het op basis van NHG te lenen bedrag.

Bouwdepot bestaande bouw
Rekening (depot) waarop hypotheekgelden ten behoeve van een verbouwing worden gestort. De verbouwing wordt uit dit depot betaald.

Bouwdepot nieuwbouw
Bij de bouw van een nieuwe woning wordt de aanneemsom in termijnen voldaan, naarmate de bouw vordert. De nog niet vervallen bouwtermijnen worden bij de geldgever in een bouwdepot gestort. De vervallen bouwtermijnen worden uit dit depot betaald.

Bouwrente
Rente die de bouwer u in rekening brengt als al met de bouw is begonnen. De bouwer wil hiermee het verlies compenseren dat hij lijdt, omdat hij al met de bouw is begonnen terwijl de woning nog niet is verkocht. Deze bouwrente is niet aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.

Contante-waardeclausule
Als een lopende hypotheek voortijdig wordt afgelost (zonder dat sprake is van verkoop van het onderpand), terwijl de op dat moment geldende marktrente lager is, mist de geldgever een bedrag aan toekomstige rente. Door middel van de contante-waardeclausule wordt het verschil tussen de contraktrente en de lagere marktrente berekend, rekening houdend met de resterende looptijd van het contrakt. Het alsdan berekende bedrag wordt als boete bij een vervroegde aflossing in rekening gebracht.

Courtage
Aan een makelaar te betalen bemiddelingsprovisie bij de aan- of verkoop van een huis..

Dagrente
De op het moment geldende rente voor nieuw af te sluiten soortgelijke hypotheken

Debiteur
Schuldenaar of geldnemer.

Dividend
De winst op aandelen die aan de aandeelhouders in de beleggingsfondsen wordt uitgekeerd.

Effecten
Effecten is een verzamelnaam voor papieren die een waarde vertegenwoordigen zoals aandelen en obligaties.

Effectendepot
Bewaarde aandelen in beleggingsfondsen.

Effectenrekening
De rekening waarop u uw tegoed tijdelijk kunt stallen en waarop verrekening van dividend en kosten plaatsvindt.

Effectieve rente
Veelal wordt gesproken over alleen rente. Dit is dan de nominale rente (rente per jaar). Omdat per maand rente betaald wordt (vooruit of achteraf) kan de werkelijke rente effectief iets hoger zijn dan de berekende rente op jaarbasis, omdat een stukje rente vooruit wordt betaald. Ook andere kosten, zoals afsluitprovisie, kunnen in die effectieve rente betrokken worden.

Eigen geld
Wanneer u uw woning verkoopt met winst dan kunt het bedrag terugstoppen in uw nieuwe hypotheek. Zo heeft u een lagere hypotheek en dus lagere maandlasten. Wanneer u de winst consumptief aanwendt dient u rekening te houden met de zogenaamde Eigen Woning Reserve. Over het verschil tussen de opbrengst en de kosten bij de verkochte woning kunt u geen renteaftrek meer toepassen. Houd u er bij het uitrekenen van uw hypotheek dus rekening mee. Ook voor advies over het gebruiken van eigen geld kunt u terecht bij een van onze adviseurs.

Eigenwoningforfait
Het bezit van een eigen woning wordt door de fiscus als een bron van inkomen gezien. Deze inkomsten worden forfaitair belast door middel van het eigenwoningforfait. Afhankelijk van de WOZ waarde van de woning dient een vast bedrag bij het inkomen te worden geteld.

Eigenwoningreserve
Reserve waarin het vervreemdingssaldo wordt opgenomen. Bij een reeds bestaande reserve wordt het vervreemdingssaldo toegevoegd aan de reserve.

Eigenwoningschuld
Het totale bedrag van de schulden aangegaan voor aankoop van de eigen woning, niet hoger dan een bedrag ter grootte van de verwoningskosten van de eigen woning,

Erfpachtscanon
Het jaarlijkse bedrag dat, doorgaans door uw gemeente, in rekening wordt gebracht voor de in erfpacht uitgegeven grond.

Executieverkoop
Gedwongen verkoop van een woning. Deze vindt plaats als niet langer aan de betalingsverplichtingen tegenover de geldgever kan worden voldaan. De geldgever mag dan de woning in het openbaar verkopen en uit de opbrengst zijn vordering verhalen.

Executiewaarde
De geschatte waarde van het onderpand bij gedwongen openbare verkoop. De bank gaat uit van de executiewaarde om te bepalen hoe hoog de hypotheek kan zijn. Meestal kan tot 125% a 130% van de executiewaarde worden gefinancierd.

Executiewaarde na verbouwing
De door een taxateur vastgestelde waarde van een woning in geval van een gedwongen verkoop, waarbij rekening is gehouden met een waardestijging tengevolge vanoor een beoogde verbouwing van de woning.

Extra aflossing
Een aflossing die wordt gedaan boven het bedrag dat contractueel moet-mag worden afgelost. Extra aflossingen zijn vaak boetevrij tot maximaal 10% van de oorspronkelijke hoofdsom. Daarboven is een boeteclausule van toepassing, die in de hypotheekakte is omschreven (zie ook boetevrije aflossing en Contante-waardeclausule).

Fiscaal overzicht
Jaarlijks overzicht waarop de restant hoofdsom per laatste vervaldag wordt vermeld en een overzicht wordt gegeven van de in het afgelopen jaar betaalde rente.

Flexibel premiedepot
Een premiedepot dat tijdens de looptijd van uw hypotheek wordt gecreëerd in plaats van vooraf.

Gegarandeerde lening
Een lening met Nationale Hypotheek Garantie (tegenwoordig), of Gemeente Garantie (voor oudere leningen).

Geldmarkt
De geldmarkt is de plek waar de vraag naar en het aanbod van kortlopende kredieten, leningen, wissels en dergelijke worden verstrekt en verhandeld. Kortlopend wil zeggen korter dan twee jaar. De prijs van dat `korte geld` wordt geldmarktrente genoemd. Deze geldmarktrente is de basis voor de hypotheekrente voor leningen met een rentevaste periode korter dan twee jaar.

Herbouwwaarde
Begrip dat gehanteerd wordt bij de opstalverzekering. Onder herbouwwaarde wordt verstaan het bedrag dat nodig is om een tenietgegane woning geheel opnieuw te bouwen. Geldgevers stellen als eis dat het onderpand altijd op basis van herbouwwaarde verzekerd dient te zijn.

Herzieningsrente
De rente die bij het ingaan van een nieuwe rentevast periode wordt vastgesteld (zie ook rentevast periode).

Hogere inschrijving
De mogelijkheid om voor een hoger bedrag hypotheek te vestigen dan het daadwerkelijk geleende bedrag. Dit geeft ruimte om in de toekomst onderhands de lening te verhogen.

Hypotheek (hypothecaire lening)
Lening waarbij een onroerende zaak tot onderpand dient. N.B. Recht van hypotheek is een zakelijk zekerheidsrecht.

Hypotheekakte
Akte waarin de hypotheekovereenkomst wordt vastgelegd. Volgens de wet dient een dergelijke akte ten overstaan van een notaris te worden gepasseerd.

Hypotheekaktekosten
De kosten die de notaris in rekening brengt voor het passeren van de hypotheekakte en de kosten voor registratie in het Hypotheekregister.

Hypotheekgever
Degene die de woning als onderpand inbrengt. Dit is de eigenaar van de woning en niet de bank. De eigenaar geeft `het recht van hypotheek` aan de bank.

Hypotheeknemer
Degene die de onroerende zaak als onderpand voor de hypotheek aanvaardt. Dit is dus de geldgever en niet de eigenaar van de woning.

Hypotheekregister
Alle hypotheken worden via de notaris overgeschreven in een openbaar -voor iedereen toegankelijk- register. Zo kan altijd worden gecontroleerd of er op een bepaalde onroerende zaak een hypotheek is verstrekt (zie ook kadaster).

Incasso
De automatische inning van uw hypotheekbetalingen door de bank.

Inkomenstoets
Berekening waarbij aan de hand van een aantal objectieve normen en criteria wordt bepaald of gezien het inkomen een bij een bepaalde hypotheek behorende maandlast kan worden gedragen.

Jaarlast
Het bedrag dat jaarlijks aan hypotheekrente, aflossing en eventuele premie levensverzekering tezamen wordt betaald. Er dient onderscheid gemaakt te worden tussen bruto- en netto jaarlast. De netto jaarlast is na verrekening van het fiscale voordeel uit hoofde van de hypotheekrente.

Kadaster
Rijksinstelling waar iedere onroerende zaak (grond, woningen, appartementen) staat geregistreerd. Tegen betaling van geringe kosten kan iedereen bij het kadaster informeren wie de eigenaar is van een onroerende zaak. Bij het kadaster wordt ook het Hypotheekregister bijgehouden (zie ook Hypotheekregister).

Kapitaalmarkt
Langlopend kapitaal, zoals aandelen en obligaties, worden verhandeld op de kapitaalmarkt. De hypotheekrente voor rentevastperiodes van twee jaar en langer is gebaseerd op de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt.

Kosten Koper (K.K.)
De wettelijk te maken kosten zijn niet bij de koopsom inbegrepen. Het betreft de overdrachtsbelasting (momenteel 6% van de koopsom) en de notariskosten voor het transport en de registratie. De meeste bestaande huizen worden `kosten koper` verkocht (zie ook vrij op naam).

Leveringsakte
De akte waarin de juridische levering van een onroerende zaak wordt geëffectueerd bij de notaris.

Looptijd
De looptijd van de lening of de duur van het contract (meestal 30 jaar). De looptijd staat omschreven in de hypotheekakte.

Makelaarscourtage
Deze kosten zijn van toepassing als u bij de koop gebruik hebt gemaakt van de diensten van een makelaar. Het bedrag wordt afgeleid van de koopsom van de woning. Hoe duurder de woning, hoe hoger de makelaarscourtage.

Meerwerk
Bij een nieuwbouw woning kunnen buiten het bestek op verzoek extra werkzaamheden worden verricht, zoals een luxere badkamer, duurdere tegels e.d. Het is mogelijk het extra bedrag wat hiermee gemoeid is mee te financieren.

Nationale Hypotheek Garantie
Borgstelling door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen. In geval van NHG ligt de rente veelal 0,2% onder de basisrente. De verwervingskosten van de aan te kopen woning mogen maximaal € 230.000,- (2004) bedragen. De kosten voor deze regeling bestaan uit een borgtochtprovisie van 0,30% van het leningsbedrag.

Netto
Na aftrek van kosten en belasting

Nominale rente
De rente die de bank op jaarbasis met u overeenkomt en wordt vermeld in uw hypotheekakte.

Notaris
Voor het afsluiten van o.a. hypotheekovereenkomsten is volgens de wet tussenkomst van een notaris verplicht. Een notaris is een door de Kroon benoemde openbaar ambtenaar, die zorgdraagt voor opstelling van de benodigde stukken en deze via de officiële instanties (zoals Kadaster) laat registreren. De notaris wordt door de koper uitgekozen. De notaris is geen partij bij overeenkomsten, maar legt deze alleen vast.

Notariskosten Hypotheek
De kosten die de notaris maakt in verband met de hypotheekakte

Notariskosten Transportakte
De kosten van de notaris voor het passeren van de transportakte in verband met de eigendomsoverdracht van de woning

Obligaties
Een obligatie is een gedrukte schuldbekentenis en vormt een deel van een geldlening van een bedrijf, bank of overheid. Deze instellingen zijn dus schuldenaar van een geldlening die in obligaties is verdeeld. De obligatiehouder (de schuldeiser) heeft elk jaar, op een vastgestelde datum, recht op overeengekomen rente. Bij een obligatie hoort een blad met gedateerde coupons die op de vervaldag recht geven op betaling van de daarop vermelde rente. Een pandbrief is een obligatie die door een hypotheekbank wordt uitgegeven. Obligaties zijn net als aandelen verhandelbaar op de effectenbeurs.

Onderhandse verkoop
Het verkopen van een woning op de vrije markt door de eigenaar. Dit in tegenstelling tot een gedwongen openbare verkoop, bijvoorbeeld via een veiling. (Zie ook executieverkoop).

Onderpand
De in eigendom toebehorende onroerende zaak (woning) welke kan dienen als onderpand ten behoeve van een hypothecaire geldlening.

Ontbindende voorwaarde
Een mogelijkheid in het koopcontract op basis waarvan de overeenkomst kan worden beeindigd. Het is gebruikelijk om ontbindende voorwaarden op te nemen voor het verkrijgen van een passende financiering, en (indien van toepassing) voor een woonvergunning of Nationale Hypotheek Garantie.

Oorspronkelijke hoofdsom
Het bedrag dat bij het aangaan van een hypotheek is geleend, zonder dat rekening is gehouden met tussentijdse (extra) aflossingen.

Opstalverzekering
Een verzekering die dekking biedt ingeval van schade aan, of bij geheel of gedeeltelijk tenietgaan van een huis, schuur, garage enz., door bijvoorbeeld brand, blikseminslag, vandalisme en dergelijke.

Opzegtermijn
Is de termijn die in acht moet worden genomen bij tussentijdse beëindiging of extra aflossing van de hypotheek. Deze opzegtermijn staat omschreven in de hypotheekakte. Aankondigingen van aflossingen dienen vaak schriftelijk te geschieden. Aan het eind van de rentevast periode is deze opzegtermijn niet van toepassing.

Overbruggingshypotheek
Een tijdelijke voorfinanciering van gelden die pas vrijkomen na overdracht en levering van de oude woning. Na overdracht van de oude woning wordt de overbruggingshypotheek afgelost uit de verkoopopbrengst.

Overdrachtsbelasting
bij het kopen van een bestaande woning bent u als koper belasting verschuldigd. Deze overdrachtsbelasting bedraagt 6% van de koopsom. Mocht u de woning binnen 6 maanden weer verkopen, krijgt u de door u betaalde overdrachtsbelasting terug.

Overlijdensrisicoverzekering
Een verzekering die tot uitkering komt als de verzekerde komt te overlijden en die het mogelijk maakt dat de nabestaande(n) in de woning kan-kunnen blijven wonen, omdat de hypotheek kan worden afgelost of verlaagd. Soms wordt het sluiten van een overlijdensrisicoverzekering door de geldgever verplicht gesteld.

Oversluiten
Aflossen van een bestaande hypotheek door middel van een nieuwe hypotheek met tussenkomst van de notaris.

Overwaarde
Overwaarde is het positieve verschil tussen de verkoopwaarde van een woning en de restant hypotheekschuld.

Passeren
Het bij een notaris ondertekenen van een notariële akte.

Polis
Een door verzekeraar ondertekend bewijs ten gunste van de verzekeringnemer, dat bestaat uit een polisblad en de algemene en bijzondere voorwaarden, waaruit de verzekeringsovereenkomst blijkt.

Poliskosten
Een (veelal eenmalige) opslag op de premie voor de afgifte van een polisblad.

Polisvoorwaarden
Alle voorwaarden die op de verzekeringsovereenkomst van toepassing zijn.

Premie
Het periodiek te betalen bedrag voor een verzekering.

Premiedepot
Van toepassing bij bijvoorbeeld een spaarhypotheek. Daarbij worden de premies voor de spaarpolis in een premiedepot gestort. Gedurende een bepaalde periode worden de premies daaruit geheel of gedeeltelijk voldaan.

Premievervaldatum
Datum waarop de premie moet worden betaald.

Pro Resto hoofdsom
Door aflossingen neemt de hypotheekschuld in de loop van de tijd af. Het gedeelte van de lening dat nog open staat, noemt men de restantschuld, of Pro Resto hoofdsom.

Rente
Het percentage dat in rekening gebracht wordt over het uitstaande hypotheekbedrag (restant hoofdsom).

Rentebedenktijd
Bij sommige hypotheekvormen heeft men bij aanvang een of twee jaar de vrije keuze om te bepalen op welk moment de rente wordt vastgezet voor een nieuwe (langere) periode.

Rentedalgarantie
Een garantie dat de laagste hypotheekrente zal gelden die zich heeft voorgedaan tussen het moment van aanvragen van een hypotheek en het moment dat de hypotheekakte passeert. Alle hypotheekvormen van het Hypotheekcentrum voor Academici kennen standaard een Rentedalgarantie.

Renteherzieningsdatum
Bij hypothecaire geldleningen is in de hypotheekakte bepaald en aangegeven op welke data de rente wordt herzien. Een renteherzieningsvoorstel wordt meestal automatisch toegestuurd.

Renteherzieningsvoorstel
Het voorstel dat een bank doet aan het eind van een rentevast periode (zie ook rentevast periode).

Renteopslag
Als om één of andere reden een hogere rente berekend wordt dan de normale rente die bij basishypotheken geldt, spreekt men van een renteopslag. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij tophypotheken (zie aldaar).

Rentevast periode
De hypotheekrente wordt bij het afsluiten van de hypotheek voor een bepaalde periode overeengekomen (bijvoorbeeld 5, 10 of 20 jaar). Na de rentevast periode wordt de rente op de renteherzieningsdatum aangepast aan de dan geldende rentestand, voor een nieuwe periode.