Kopie van `Autoriteit Financële Markten`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Autoriteit Financële Markten
Categorie: Economie en financiën
Datum & Land: 27/01/2014, NL
Woorden: 79


aandelen aan toonder
Aandelen waarvan de eigenaar niet geregistreerd is.
De aandelen zijn hierdoor vrij verhandelbaar.

aandelenlease
Het kopen van aandelen met geleend geld.

AEX index
Amsterdam Exchange Index
Beursindex van Euronext (voorheen ook AEX genaamd).

agio reserve
Een reserve die verschijnt op de balans als een bedrijf nieuwe aandelen uitgeeft met een hogere nominale waarde dan de oorspronkelijke aandelen.

Artikel 46 c
Artikel 46 c van de Wte 1995 verhandelt over insidertransacties
De AFM houdt een register bij van alle insider transacties. Deze kunt u op deze site inzien.

assets
Engels voor bezittingen en-of eigendom
Effectenterm gebruikt bij beleggingen in financiële waarden.

bearish
Negatief beursklimaat
Of de koersen dalen daadwerkelijk of een handelaar verliest het vertrouwen in de beurs en wordt zelf `bearish`. Ander woord voor bearish is baisse.

beleggerscompensatieregeling
Regeling die beleggers of crediteuren een (beperkte) bescherming biedt in het geval een instelling vanwege haar financiële positie niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen die voortvloeien uit vorderingen van de cliënten.
Dergelijke situaties zouden zich kunnen voordoen bij een faillissement of surseance van betaling van de instelling. Het vergunning- en toezichtstelsel kan dergelijke situaties immers niet onder alle omstandigheden uitsluiten.

Beleggingshypotheek
Een lening voor de aankoop van een huis waarbij de terugbetaling in 1 keer plaatsvind aan het eind van de looptijd. Het bedrag voor de terugbetaling wordt opgebouwd door middel van een beleggingsportefeuille die opgebouwd wordt met - bijvoorbeeld - maandelijkse stortingen. Er kan ook aan het begin al meteen een flink bedrag gestort worden, dat dan verder moet uitgroeien. Er zijn daarnaast nog varianten waarbij de maandelijkse rentelast ook uit een deel van de beleggingsportefeuille wordt betaald.

beleggingsinstellingen
Beleggingsinstellingen zijn beleggingsfondsen, waarin u samen met anderen belegt. We noemen dit daarom collectief beleggen. Bij een beleggingsinstelling delen beleggers de opbrengsten van de collectieve belegging. Dit is anders dan individuele aandelen kopen.
De door de beleggers ingebrachte gelden vormen het eigenvermogen van de beleggingsinstelling. Het vermogen wordt bijvoorbeeld belegd in aandelen of obligaties. Het is echter ook mogelijk dat er in onroerende zaken, valuta of opties wordt belegd.
Beleggen kent altijd een risico. Daarom kunnen beleggingsinstellingen geen garanties geven over de te behalen opbrengsten. In reclames of andere uitingen van beleggingsinstellingen moet dan ook zijn opgenomen dat opbrengsten kunnen fluctueren en dat in het verleden behaalde resultaten geen garantie bieden voor in de toekomst.
Het is mogelijk dat beleggingsinstellingen door gebruik te maken van mogelijkheden van opties, termijncontracten en dergelijke bepaalde risico`s verkleinen of afdekken. Dit gaat altijd gepaard met kosten die een uitwerking hebben op het uiteindelijke resultaat.
U kunt een brochure over het toezicht op beleggingsinstellingen aanvragen met uitgebreide informatie.

beleggingsportefeuille
Het geheel van beleggingen van bijvoorbeeld een particuliere of professionele belegger.

besloten kring
Een groep personen van beperkte omvang die nauwkeurig is bepaald. De groep staan in een `zekere relatie` tot de aanbieder. Naast een financële relatie bestaat er ook een andere relatie met de aanbieder.
drie criteria zijn van belang voor de beoordeling van de vraag of van een aanbieding binnen besloten kring sprake is. Deze drie criteria hebben betrekking op de omvang en omschrijving van de groep van personen tot wie men zich richt, de `zekere relatie` van deze personen tot degene die het aanbod doet. Meer over besloten kring is verwoord in AFM-circulaire 98-001 en is op deze site te downloaden.


beurskrach
Een sterke daling van de aandelenkoersen.

broker
Effectenmakelaar; bemiddelt bij uitvoering van transacties.

Bte 1995
Besluit toezicht effectenverkeer 1995.
De AFM oefent haar toezicht uit op grond van het effectenrecht. Dat recht bestaat primair uit de Wet toezicht effectenverkeer 1995. De algemene normen in de wet zijn verder uitgewerkt in het Besluit toezicht effectenverkeer 1995. Deze ministeriële regelgeving bepaalt aan welke verplichtingen beurzen en effecteninstellingen dienen te voldoen.

call optie
Het recht om op een zeker moment in de toekomst tegen een afgesproken prijs een bepaalde onderliggende waarde te kopen.

certificaat
Verhandelbaar waardepapier dat is uitgegeven door banken.

CESR
The Committee of European Securities Regulators.
CESR is de voorzetting van het in 1997 opgerichte FESCO, het Forum of European Securities Commissions, waarin 17 Europese effectentoezichthouders (uit de landen van de Europese Unie plus Noorwegen en Ijsland) samenwerken. Deze organisatie dient als overlegorgaan voor het opstellen van gezamenlijke standaards, als adviesorgaan voor de Europese Commissie, en in het algemeen als een netwerk voor effectentoezichthouders. De leden bestaan uit de voorzitters van de verschillende toezichthouders. De AFM neemt actief deel aan het overleg binnen CESR-verband. Vanaf 1998 stelt de organisatie één van haar medewerkers voor 50% beschikking aan het secretariaat. De bestuursvoorzitter Docters van Leeuwen is september 2001, voor een periode van twee jaar, benoemd tot voorzitter van CESR.

clearinginstituut
Instelling die clearingactiviteiten verricht.

cliëntenremisier
Cliëntenremisiers moeten wel volgens de wet werken, maar ze hoeven geen aparte vergunning te hebben. In de wet staat namelijk dat zij zijn vrijgesteld. Cliëntenremisiers zijn vaak (assurantie-)tussenpersonen. Zij krijgen geld als ze klanten werven voor een beleggingsinstelling, effecteninstelling of een kredietinstelling die effectendiensten aanbiedt. Cliëntenremisiers mogen geen klanten werven voor andere cliëntenremisiers of uitgevende instellingen. Ze mogen ook geen opdrachten van klanten doorgeven. Ze mogen geen specifieke adviezen geven over effecten. En ze mogen geen geld van klanten beheren.

COB
Commission de Operation de Bourse.

cold calling
Ongevraagd gebeld worden door effectendienstenaanbieders met het voorstel te beleggen, zonder eerst zelf daartoe ingestemd te hebben (bijv. met antwoordkaart).

Ga niet in op ongevraagde telefonische aanbiedingen of beleggingsvoorstellen. Ongevraagde telefonische beleggingsvoorstellen (`coldcalling`) kunnen in strijd zijn met de Wte 1995.

converteren
Letterlijk het omzetten van een obligatie of preferent aandeel in een normaal aandeel.

dealer
Handelaar, iemand die voor eigen rekening en risico of voor het bedrijf waarvoor hij werkt handelt.

derivaten
Verzamelnaam voor afgeleide producten van vermogenstitels, zoals opties, termijncontracten, futures, rente- en valutaswaps.

dividend
Deel van de winst van een bedrijf dat aan aandeelhouder wordt uitgekeerd.

EER-Kredietinstelling
Een EER-kredietinstelling mag effectendiensten aanbieden en-of uitvoeren in Nederland. De kredietinstelling heeft hiervoor een vergunning voor de Europese Economische Ruimte en heeft een Europees Paspoort. De instelling hoeft geen kantoor in Nederland te hebben.
Instelling handelend voor professionelen in niet-ISD-Effecten. Deze instelling mag alleen voor professionele partijen handelen. Als klant zult u hier meestal niet mee te maken hebben.
De instelling mag alleen handelen in niet-ISD-effecten. Niet-ISD-effecten zijn effecten die niet in de Europese Richtlijn voor beleggingsdiensten (ISD) staan. Dit betekent dat de instelling alleen effectendiensten mag aanbieden aan professionele partijen voor commodities, zoals bijvoorbeeld energiederivaten.

effect
Verzamelnaam voor waardepapieren (ook wel vermogenstitels genoemd) die verhandeld kunnen worden en die in verschillende onderling vervangbare exemplaren zijn uitgegeven.
De waardepapieren zijn een bewijs van deelgerechtigdheid in een vermogen, een winst of een verstrekte lening, zoals aandelen, dividenden en obligaties.

effectenbank
Bank die is gespecialiseerd in de handel en het beheer van vermogenstitels.

effectenbemiddelaar
Een effectenbemiddelaar is degene die -na toestemming per transactie- bemiddelt bij de totstandkoming van effectentransacties. Tot de categorie effectenbemiddelaar behoren ook beleggersrekeningen, market makers, emissiekantoren of bemiddelaars bij de totstandkoming van swaps of soortgelijke overeenkomsten.
Sinds de oprichting van de AFM heeft het toezicht op de effectenbedrijfstak een ontwikkeling ondergaan van zelfregulering naar een wettelijk toezicht. De veranderingen in de structuur van het toezicht in Nederland zijn afgerond op 1 februari 1999 met de inwerkingtreding van de gewijzigde Wet toezicht effectenverkeer 1995 (de Herijking Wte 1995) en de Nadere Regeling 1999 van de AFM. De Nadere Regeling 1999 was het sluitstuk van de overheveling van de zelfregulering van de effectenbeurzen (Euronext Amsterdam N.V.) naar het wettelijk toezicht van de AFM, waardoor een heldere afbakening bestaat in de verhoudingen tussen het wettelijk toezicht van de AFM en de bevoegdheden van de beursorganisatie Euronext Amsterdam N.V.
Een vergunninghoudende instelling dient aan wettelijke vereisten te voldoen, waaronder een twee-hoofdig bestuur dat betrouwbaar en deskundig is bevonden, een minimum bedrag aan eigen vermogen en eigen middelen, eisen ten aanzien van de administratie alsmede de aan beleggers te verstrekken informatie. Meer informatie hierover vindt u in de leidraad vergunningaanvragen. Ook aan de vrijstellingen van de vergunningplicht zijn voorschriften verbonden, waarvan de AFM de naleving controleert.

effectenclearing
Onderdeel van de beurs dat de administratie doet van verrichte effectentransacties en ervoor zorgt dat kopers hun stukken geleverd krijgen en bij verkopers de stukken worden overgeboekt.

effectenkredietinstelling
Kredietinstelling ofwel bank waarvan de hoofdactiviteiten de handel in effecten en het verlenen van effectenkrediet is.
Kredietinstelling is een categorie in het instellingen register.

effectenrekening
Rekening die bij een bank wordt aangeboden om vermogenstitels te kopen en te verkopen.

emissie
Uitgiften van effecten, met als doel het vergaren van kapitaal.
De AFM houdt toezicht op de primaire markt. Deze primaire markt omvat de uitgifte van effecten, waarbij vragers en aanbieders van kapitaal bij elkaar worden gebracht en vervolgens tot een eerste notering op de effectenbeurs wordt overgegaan. Op basis van vastgestelde voorwaarden, opgenomen in de Noteringsovereenkomst en het Fondsregelement, kunnen de uitgevende instellingen hun effect op de beurs laten noteren.
Met de eerste notering op Euronext wordt het proces van de beursgang afgesloten en start de verhandeling van effecten op de secundaire markt. Meer informatie hierover vindt u onder secundaire markt.

Euronext
beurzenfusie door de beurzen van Amsterdam, Brussel en Parijs.
Het toezicht van de AFM op het effectenverkeer richt zich in eerste plaats op de verhouding ussen kapitaalvragers en beleggers. Beleggers moeten ervan verzekerd zijn dat zij voldoende en betrouwbare informatie krijgen om een verantwoorde beleggingsbeslissing te nemen. De effectenwetgeving is er niet om beleggers te beschermen tegen aanbiedingen van effecten waaraan hoge risico`s of lage rendementsvooruitzichten zijn verbonden. Wel dient voor de belegger een zodanige informatievoorziening te zijn gegarandeerd dat hij in staat is dergelijke aspecten tijdig te onderkennen en daarop zijn beleggingsbeslissing te baseren.

Europees Paspoort
Effecteninstellingen uit de Europese Unie die al dan niet door middels van een bijkantoor in Nederland of een andere lidstaat als effectenbemiddelaar of vermogensbeheerder diensten aanbieden of verrichten.
Europese effecteninstellingen die in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte onder toezicht staan, zijn in Nederland vrijgesteld van de vergunningplicht. Alvorens deze effecteninstellingen effectendiensten mogen aanbieden in Nederland dienen zij zich hiervoor te notificeren. Zij mogen diensten verrichten vanuit hun thuisstaat of via een bijkantoor in Nederland. Op deze instellingen zijn de gedragsregels zoals die zijn geformuleerd in de NR 1999 van toepassing.

expiratie
Afloopdatum van een optiecontract. De laatste dag waarop een optie nog uitgeoefend kan worden.

FESCO
The Forum of European Securities Commissions. Het forum van Europese toezichthouders op het effectenverkeer, opgericht in 1997. CESR is de voorzetting van FESCO, waarin 17 Europese effectentoezichthouders (uit de landen van de Europese Unie plus Noorwegen en Ijsland) samenwerken.


Financiële Bijsluiter
De Financiële Bijsluiter (FB) is een document dat u krijgt als u een complex financieel product wilt aanschaffen. De bijsluiter geeft informatie over de eigenschappen van het product. Zo krijgt u inzicht in het soort product, het rendement, de kosten en het risico.
De Financiële Bijsluiter (FB) is verplicht bij complexe financiële producten die in Nederland worden aangeboden. Als een onderneming een complex financieel product aanbiedt dan moet het voor het publiek duidelijk zijn dat daar een FB bij hoort. Zo wordt de volgende standaardzin opgenomen in advertenties, reclame-uitingen: `Voor dit product is een financiële bijsluiter opgesteld met informatie over het product, de kosten en de risico`s. Vraag er om en lees hem voordat u het product koopt`.


floorbroker
Functionaris op de optiebeurs, meestal in dienst van een public order member.

FSA
Financial Services Authority.
Engelse toezichthouder op effectenverkeer.

future
Op een beurs verhandelbaar gestandaardiseerd termijncontract.
Contracten op aandelen, obligaties, valuta`s en beursindices worden aangeduid als financial futures.

groenfonds
Bij een groenfonds wordt belegd in groenproducten zoals tropisch hardhout, citrusvruchten, vanille-velden, bosgrond etc. De groenfondsen vallen juridisch gezien in drie categorieën te onderscheiden. De vorm van toezicht op de groenfondsen is afhankelijk van de categorie waarin het groenfonds valt.

hedging
Het kopen van opties of termijncontracten om een aandelen- of obligatieportefeuille te beschermen tegen koersdalingen.

index
Gewogen of niet gewogen optelsom van een x-aantal hoofdfondsen. Wordt gevolgd door beleggers om een algemene indruk te verkrijgen van de aandelenmarkt.

indexeren
Compensatie voor inflatie of een managementstijl van een beleggingsfonds waarmee men probeert een specifieke aandelen- of obligatie-index na te bootsen.

insider transacties
Transactie in effecten van eigen onderneming door een in de wet nader aangeduide insider, bijvoorbeeld een bestuurder of commissaris van de onderneming.
Op 1 juni 1997 is de Wet melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen 1996 (Wmz 1996) in werking getreden. Nagenoeg alle taken en bevoegdheden die de Minister van Financiën op grond van de Wmz 1996 heeft, zijn overgedragen aan de AFM (AFM). De AFM vervult hierdoor een centrale rol bij de uitvoering van de Wmz 1996; zij verzorgt ook de voorlichting over deze wet en is een aanspreekpunt voor vragen over de werking van de Wmz 1996.


institutionele belegger
Groot bedrijf dat bedrijfsmatig belegt, zoals een verzekeringsmaatschappij of pensioenfonds.

IOSCO
International Organization of Securities Commissions.
Een internationaal forum van toezichthouders op effecteninstellingen, dat circa 135 leden uit ruim 80 landen telt, waaronder de AFM. IOSCO streeft naar hoge standaarden voor regulering van en toezicht op effecten- en derivatenmarkten.

kapitaalmarkt
Markt waarop vragers en aanbieders van geld elkaar proberen te vinden. Over het algemeen gaat het om commitments van langer dan 1 jaar.
Het toezicht van de AFM op het effectenverkeer richt zich in eerste plaats op de verhouding tussen kapitaalvragers en beleggers. Beleggers moeten ervan verzekerd zijn dat zij voldoende en betrouwbare informatie krijgen om een verantwoorde beleggingsbeslissing te nemen. De effectenwetgeving is er niet om beleggers te beschermen tegen aanbiedingen van effecten waaraan hoge risico`s of lage rendementsvooruitzichten zijn verbonden. Wel dient voor de belegger een zodanige informatievoorziening te zijn gegarandeerd dat hij in staat is dergelijke aspecten tijdig te onderkennen en daarop zijn beleggingsbeslissing te baseren.

kredietinstelling
Een kredietinstelling heeft een bankvergunning van DNB. De kredietinstelling mag effectendiensten aanbieden en-of uitvoeren in Nederland.
Europese kredietinstellingen die in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte onder toezicht staan, zijn in Nederland vrijgesteld van de vergunningplicht. Alvorens deze kredietinstellingen effectendiensten mogen aanbieden in Nederland dienen zij zich hiervoor te notificeren. Zij mogen diensten verrichten vanuit hun thuisstaat of via een bijkantoor in Nederland. Op deze instellingen zijn de gedragsregels zoals die zijn geformuleerd in de NR 1999 van toepassing.


liquiditeit
De mate waarin effecten goed of slecht verhandelbaar zijn (Zijn er altijd kopers als er verkopers zijn, en omgekeerd).

looptijd
De periode totdat de vermogenstitel vervalt.

margin
Waarborgsom in geld of dekking in de vorm van effecten die beleggers moeten storten bij hun bank of commissionair bij het schrijven van opties of andere afgeleide producten.

market maker
Optiehandelaar die uitsluitend voor eigen rekening werkt en doorlopend wordt verplicht bied- en laatprijzen af te geven in het fonds (of fondsen) waarin deze actief is.

marktkapitalisatie
Het aantal op de beurs uitstaande aandelen van een bedrijf maal de koers van dat aandeel op dat moment.

Nadere Regeling 1999
Wetsaanpassing van de Wte 1995 met als doel bestaande zelfregulering door Nederlandse effectenbeurzen bij het toezicht op de tot die beurzen toegelaten instellingen te vervangen door rechtstreeks toezicht door de Autoriteit Financiële Markten. De Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999 (NR 1999) heet als gevolg van de hervorming van het toezicht op de financiële marktsector per 1 september de Nadere Regeling gedragstoezicht effectenverkeer 2002.
Sinds de oprichting van de AFM heeft het toezicht op de effectenbedrijfstak een ontwikkeling ondergaan van zelfregulering naar een wettelijk toezicht. De veranderingen in de structuur van het toezicht in Nederland zijn afgerond op 1 februari 1999 met de inwerkingtreding van de gewijzigde Wet toezicht effectenverkeer 1995 (de Herijking Wte 1995) en de Nadere Regeling 1999 van de AFM. De Nadere Regeling1999 was het sluitstuk van de overheveling van de zelfregulering van de effectenbeurzen (Euronext Amsterdam N.V.) naar het wettelijk toezicht van de AFM, waardoor een heldere afbakening bestaat in de verhoudingen tussen het wettelijk toezicht van de AFM en de bevoegdheden van de beursorganisatie Euronext Amsterdam N.V.

nominale waarde
Waarde van een schuldbekentenis of ander geldswaardig papier. Staat over het algemeen afgedrukt op de voorzijde van de obligatie.

notering
De prijs of koers van effecten, derivaten of andere beleggingsmogelijkheden die door vraag en aanbod op een officiële beurs tot stand komt.

OBE
Openbare Biedingen op Effecten. Biedingsregels gebaseerd op SER Fusiegedragsregels, inmiddels opgenomen in Wte 1995. Beogen transparantie bij voorbereiding, uitbrengen en gestanddoening van een openbaar bod en houden gedragslijn in voor betrokkenen.
Per 5 september 2001 houdt de AFM toezicht op de naleving van de regeling van openbare biedingen op effecten door de bieder, de doelvennootschap en de betrokken bestuurders en commissarissen. Deze regels beogen transparantie te bieden bij de voorbereiding, het uitbrengen en de gestanddoening van een openbaar bod en houden een gedragslijn in voor degenen die bij een openbaar bod zijn betrokken. De biedingsregels zijn gebaseerd op hoofdstuk 1 van de SER Fusiegedragsregels 1975. Deze regels zijn één-op-één (zonder noemenswaardige wijzigingen) overgeheveld naar het wettelijk kader van de Wet Toezicht Effectenverkeer 1995. Naleving van de biedingsregels verbetert de adequate functionering van de effectenmarkt en de positie van beleggers op die markt.

De markt beoordeelt een openbaar bod op economische gronden en stelt vast of sprake is van een goed of slecht bod. De AFM toetst of de benodigde informatie is verstrekt op grond waarvan beleggers het bod zelfstandig kunnen beoordelen.

obligatie
Verhandelbaar bewijs van deelneming in een geldlening, met een vaste nominale waarde waarover een, meestal vaste, rente wordt betaald. Na verloop van de looptijd wordt de geldlening afgelost.

optieserie
Alles opties met dezelfde expiratiedatum, uitoefenprijs en onderliggende waarde.


orderremisiers
Tussenpersoon die beroeps- of bedrijfsmatig werkzaam is bij de totstandkoming van transacties in effecten door middel van het doorgeven van orders van een cliënt aan een effecteninstelling.


primaire markt
Op de primaire markt worden nieuwe effecten aangeboden aan beleggers.
Bedrijven en overheden die geld nodig hebben voor de financiering van de bedrijfsvoering bieden op de primaire markt effecten aan. De primaire markt is onder te verdelen in twee delen, namelijk het niet-beursgenoteerde gedeelte `over the counter markt` en beursgenoteerde gedeelte (Euronext Amsterdam). Deze tweedeling houdt in dat de uitgevende instelling de keuze heeft, zijn effecten al dan niet op de beurs te laten noteren.

put optie
Het recht om op een zeker moment in de toekomst tegen een afgesproken prijs een bepaalde onderliggende waarde te verkopen.

rendement
De opbrengst van een belegging. Bestaat uit rentebaten (obligaties) of dividend in combinatie met kapitaalgroei (aandelen). Wordt in verband met de belastingen meestal bruto vermeld.

SEC
Securities and Exchange Commission.
Amerikaanse toezichthouder op effectenverkeer.

secundaire markt
Op de secundaire markt worden reeds bestaande vermogenstitels verhandeld door de beleggers.

Sinds de oprichting van de AFM heeft het toezicht op de effectenbedrijfstak een ontwikkeling ondergaan van zelfregulering naar een wettelijk toezicht. De veranderingen in de structuur van het toezicht in Nederland zijn afgerond op 1 februari 1999 met de inwerkingtreding van de gewijzigde Wet toezicht effectenverkeer 1995 (de Herijking Wte 1995) en de Nadere Regeling 1999 van de AFM. De Nadere Regeling 1999 was het sluitstuk van de overheveling van de zelfregulering van de effectenbeurzen (Euronext Amsterdam N.V.) naar het wettelijk toezicht van de AFM, waardoor een heldere afbakening bestaat in de verhoudingen tussen het wettelijk toezicht van de AFM en de bevoegdheden van de beursorganisatie Euronext Amsterdam N.V.


spread
Verschil tussen bied- en laatprijzen; ook wel gebruikt om het renteverschil tussen bepaalde landen aan te geven.

termijndeposito
Tegoed bij een bank dat voor een bepaalde termijn is vastgezet.

vermogensbeheerder
Diegenen die beroeps- of bedrijfsmatig op grond van een overeenkomst het beheer voeren over effecten die toebehoren aan een ander en-of het geld van een ander beleggen in effecten.
Een vergunninghoudende instelling dient aan wettelijke vereisten te voldoen, waaronder een twee-hoofdig bestuur dat betrouwbaar en deskundig is bevonden, een minimum bedrag aan eigen vermogen en eigen middelen, eisen ten aanzien van de administratie alsmede de aan beleggers te verstrekken informatie. Meer informatie hierover vindt u in de leidraad vergunningaanvragen. Ook aan de vrijstellingen van de vergunningplicht zijn voorschriften verbonden, waarvan de AFM de naleving controleert.


vermogenstitels
Verzamelnaam voor alle producten die betrekking hebben op kapitaal.

VFN
Vereniging van Financierdersondernemingen
De VFN is de belangenvereniging van financieringsmaatschappijen en voorschotbanken met als statutaire doelstelling `de behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de bij haar aangesloten ondernemingen die het financieringsbedrijf uitoefenen, alsmede de bevordering van een gezonde ontwikkeling van het financieringsbedrijf als geheel.`
Het tweede deel van de doelstelling houdt in dat de VFN zich ook inzet voor verantwoord lenen, en het tegengaan van misleidende advertenties. Leidraad daarbij is de VFN Gedragscode, die een aantal regelingen normen bevat, zoals het tegengaan van discriminatie bij de kredietverstrekking en voor verantwoord lenen.
Een Commissie van Toezicht ziet toe op de naleving van de Gedragscode, en behandelt klachten van consumenten over de leden van de VFN die voldoen aan de klachtenprocedure.

volatiliteit
Beweeglijkheid van een koers (hoe hoger hoe prijziger).

voorwetenschap
Bezitten van koersgevoelige informatie, en handelen op basis daarvan voordat deze informatie bij het grote publiek bekend is, met als doel financieel gewin.
Om het gebruik van voorwetenschap tegen te gaan en transparantie van de markt te vergroten, geldt sinds april 1999 de meldingsregeling effectentransacties in de eigen uitgevende instelling. De zogeheten insiders zijn verplicht elke transactie in aandelen van het bedrijf waaraan zij gelieerd zijn bij de AFM te melden.

voorwetenschap
Bezitten van koersgevoelige informatie en handelen op basis daarvan, voordat deze informatie bij het publiek bekend is.

Wck-instelling
Een Wck-instelling is een kredietverstrekker. Een kredietverstrekker kan werken met een Nederlandse vergunning of met een buitenlandse vergunning.

Wmz 1996
Wet melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen 1996.
Per 1 februari 1992 is de AFM belast met de uitvoering van de Wet melding zeggenschap (Wmz 1991 en Wmz 1996). Deze wet geeft uitvoering aan de richtlijn van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1988. De primaire doelstelling van deze wet is het bevorderen van de doorzichtigheid van de (Nederlandse) effectenmarkt. Dit gebeurt door een meldingsplicht op te leggen aan de beleggers en de hieruit voortvloeiende meldingen openbaar te maken. De Wmz verplicht rechtspersonen en natuurlijke personen, die door het verkrijgen of overdragen van effecten in een NV een percentage van 5, 10, 25, 50 of 66 2-3 aan kapitaalbelang en-of stemrechten bereiken of in boven- of neerwaartse richting passeren, dit te melden aan de betrokken vennootschap en de AFM.


zakelijke waarden
Verzamelnaam voor allerlei beleggingsmogelijkheden die niet de zekerheid bieden dat de nominale waarde niet wordt aangetast.
Voorbeelden zijn aandelen, onroerend goed, afgeleide producten, edele metalen, kunst en antiek.