Kopie van `BRZO Besluit Risico`s Zware Ongevallen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


BRZO Besluit Risico`s Zware Ongevallen
Categorie: Milieu > Gevaarlijike stoffen
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 123


AGW
Alarmeringsgrenswaarde

AMvB
Algemene Maatregel van Bestuur

Audit
Systematisch, onafhankelijk en gedocumenteerd proces voor het verkrijgen van auditbewijsmateriaal en het objectief evalueren daarvan om vast te stellen in welke mate wordt voldaan aan de auditcriteria die de organisatie heeft opgesteld voor het veiligheidsbeheerssysteem (afgeleid van ISO 14001:2004, 3.14)

Beoordeling
(in het kader van de inspectie) Bevindingen worden beoordeeld. Bij de beoordeling kunnen naar keuze van het inspectieteam de drie criteria (gedocumenteerd, geschikt en geïmplementeerd) worden gehanteerd. Op elk criterium wordt de waardering met de vierpuntsschaal toegepast. De uitkomst van de beoordeling kan leiden tot het kenmerken van de bevinding als overtreding of niet.
Zie ook het begrip Waardering

BEVI
Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen

Bevinding
Een bevinding is een waarneming die ten aanzien van een bepaald onderwerp van onderzoek tijdens een inspectie wordt gedaan. Bevindingen kunnen na beoordeling ervan leiden tot de kwalificatie wel of geen overtreding.

Bevoegd gezag Arbo
(Arbeidsomstandigheden) De arbeidsinspectie: deze is op basis van de ‘Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW-wetgeving’ aangewezen om toezicht te houden op de naleving van wetgeving op het terrein van de arbeidsbescherming, de arbeidsverhoudingen en de arbeidsmarkt (de Arbeidsomstandighedenwet 1998).

Bevoegd gezag Rb
(Rampenbestrijding) Bestaande uit drie in het BRZO’99 genoemde besturen, welke op basis van de Brandweerwet 1985, de Wet Rampen en Zware Ongevallen en de daaronder resulterende besluiten, afwisselend bevoegd zijn:
de Burgemeester verantwoordelijk voor communicatie over de (integrale) risico’s in zijn gemeente bij dreiging of bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval, en voor het vaststellen van de rampenbestrijdingsplannen;
het College van B&W, bevoegd tot het aanwijzen van een bedrijfsbrandweer, de voorbereiding op de bestrijding van rampen en zware ongevallen en draagt zorg voor een onderzoek indien een ramp of zwaar ongeval heeft plaatsgevonden
het Bestuur van de Regionale Brandweer, verantwoordelijk voor de voorbereiding van de coördinatie bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen.
Toelichting:
In de praktijk worden deze bevoegde gezagen vertegenwoordigd door één gemandateerd bestuursorgaan, zoals de regionale of gemeentelijke brandweer of de veiligheidsregio

Bevoegd gezag Wm
(Wet milieubeheer) Burgemeester en Wethouders, Gedeputeerde Staten of een bestuursorgaan met mandaat: deze is op basis van de Wet milieubeheer en het IVB (Inrichtingen- en Vergunningen Besluit) aangewezen om toezicht te houden op de naleving van wetgeving op het terrein van milieubeheer.

Bevoegd gezag Wvo
(Wet verontreiniging oppervlaktewateren) De waterkwaliteitsbeheerder en-of beheerder van de regionale rioolwaterzuivering: deze is op basis van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren aangewezen om toezicht te houden op de naleving van wetgeving op het terrein van de oppervlaktewaterkwaliteit.

Bg
Bevoegd gezag.

bg Wm
Burgemeester en Wethouders, Gedeputeerde Staten of een bestuursorgaan met mandaat: deze is op basis van de Wet milieubeheer en het IVB (Inrichtingen- en Vergunningen Besluit) aangewezen om toezicht te houden op de naleving van wetgeving op het terrein van milieubeheer.

BIR
Besluit Informatie inzake Rampen en zware ongevallen

Boa
Zie Buitengewoon opsporingsambtenaar.

Bottom-up
Zie Maatregelgerichte inspectie

Bow-tie
Zie Vlinderdas.

BRI
Besluit Rampbestrijdingsplannen Inrichtingen

BRZO
Besluit Risico`s Zware Ongevallen

BRZO-coördinator
Medewerker bij het coördinerend bevoegd gezag (bevoegd gezag Wm) die verantwoordelijk is voor het adequaat uitvoeren van de samenwerkingsprocessen van de inspectiepartners en voor het eenduidig reageren van de overheid naar bedrijven en burgers (één-loket).

Close-out meeting
Afsluitend overleg aan het einde van de inspectie waarin het inspectieteam aan het bedrijf verslag doet van de uitgevoerde inspectie. Bij dit overleg komt het verloop van de inspectie aan de orde, worden op hoofdlijnen de bevindingen teruggekoppeld en wordt, voor zover dat op dat moment reeds mogelijk is, al aangegeven wat de vervolgacties vanuit de afzonderlijke toezichthouders zullen zijn. Hierbij komen op zijn minst mogelijke handhavingszaken aan de orde. Ten aanzien van de eventuele handhavingszaken wordt daarbij aangegeven dat de terugkoppeling in deze fase nog niet volledig kan zijn.

Close-out statement
Samenvattende mondelinge rapportage van de bevindingen (zonder formele status) aan de bedrijfsleiding van een BRZO-inrichting, na afronding van de BRZO-inspectie bij het bedrijf.

Constructie
De levensfase ‘Constructie’ (Construction) is gerelateerd aan het bouwen, construeren van installaties. De mate van beheersing van de constructiefase is afhankelijk van de rol van de maatregel die een bepaalde keten van gebeurtenissen onderbreekt. Ook het risico bij dat gedeelte van het scenario is van belang.
De constructiefase wordt bovendien onderkend bij het ontwerpen van onderdelen van het veiligheidsmanagementsysteem.

Coördinerend bevoegd gezag
Het bevoegd gezag zoals bedoeld in artikel 1, sub h van het BRZO’99, i.c. het bevoegd gezag Wm.

Criteria
(in het kader van de inspectie) In de inspectiemethode worden drie criteria onderscheiden:
gedocumenteerd; er i s sprake van een deugdelijke en volledige beschrijving
Deugdelijk: helder, inzichtelijk, goed leesbaar, actueel
volledig: alle relevante aspecten zijn benoemd
geschikt (passend); technische onderdelen voldoen aan de stand van de techniek (voor zover dat redelijkerwijze verlangd kan worden) en zijn passend voor de getroffen situatie
geïmplementeerd; er wordt gewerkt zoals beschreven is. Er is sprake van een goed functionerende managementloop en verbeteractiviteiten op alle onderdelen zijn structureel en onlosmakelijk met de bedrijfsvoering verbonden.

Directe oorzaken
Oorzaken voor een LOC zijn (zoals vermeld in BRZO’99) corrosie, erosie, externe belasting, impact, overdruk, onderdruk, lage temperatuur, hoge temperatuur, trillingen, menselijke fout tijdens gebruik, wijziging en onderhoud.

Domino-inrichting
Een BRZO-inrichting waarvan de risico’s van een zwaar ongeval of de gevolgen daarvan ten gevolge van de ligging ten opzichte van andere inrichtingen die onder het BRZO vallen en de gevaarlijke stoffen in die inrichtingen groter kunnen zijn dan op grond van de in die afzonderlijke inrichtingen aanwezige hoeveelheden gevaarlijke stoffen kan worden verwacht.
Eén-loket Centraal aanspreekpunt van de overheid (onder meer voor de uitvoering van het BRZO’99) voor bedrijven en burgers.

EPEL
Eenmalige populatie exposure limit.

Extern noodplan
Rampbestrijdingsplan.

Foutenboom
Met een foutenboom wordt de linkerkant van het scenario (zie ook Vlinderdas) ingevuld. Hierbij wordt de aaneenschakeling van fouten vanaf één of meer basisoorzaken tot een directe oorzaak tot het falen van een omhulling beschreven.

Gebeurtenissenboom
Met een gebeurtenissenboom wordt de rechterkant van het scenario (zie ook Vlinderdas) ingevuld. Hierbij wordt de aaneenschakeling van vervolggebeurtenissen vanaf het vrijkomen van een gevaarlijke stof tot de uiteindelijk mogelijke effecten op mens, milieu of aan installaties (denk aan slachtoffers in de vorm van doden en gewonden en schade aan installaties) duidelijk.

Gebruik
De gebruiks- of bedieningsfase is één van de vier levensfasen van een installatie of gedeelte (maatregelen) daarvan. Het is de fase waarin de inrichting, inclusief het opstarten en uitschakelen van de installatie, normaal in bedrijf is.

Geloofwaardig scenario
Een beschrijving van de aard, de omvang, het verloop in de tijd en de bestrijding of de beheersing van een brand of een ongeval op het terrein van de inrichting die gegeven de aard van de installatie of de inrichting, rekening houdend met de daarin aangebrachte preventieve voorzieningen, als reëel en typerend voor de inrichting wordt geachtwaarbij schade aan gebouwen of personen in de omgeving van de inrichting kan ontstaan en waarbij van preventieve of repressieve maatregelen duidelijk effect verwacht mag worden, waardoor escalatie kan worden voorkomen
(bron: artikel 3, lid c van het Besluit bedrijfsbrandweren).

Gevaarlijke stoffen
Stoffen, mengsels of preparaten, genoemd in bijlage I, deel 1, of behorend tot een categorie als genoemd in bijlage I, deel 2, en aanwezig als grondstof, product, bijproduct, residu of tussenproduct, met inbegrip van stoffen, mengsels of preparaten waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij door het onbeheersbaar worden van een industrieel chemisch proces ontstaan (bron: art 1, sub b BRZO’99).

Handhaving
Het samenstel van activiteiten die door een toezichthouder worden uitgevoerd en waarmee naleving van bepalingen en-of voorwaarden wordt verkregen, dit naar aanleiding van overtredingen, geconstateerd tijdens een inspectie of anderszins.

Handhavingstraject
Het traject dat moet worden afgelegd om de handhavingsactiviteiten formeel uit te voeren.

HAZOP
Studie naar de gevaren die voortvloeien uit het bedrijven van processen (HAzard and OPerability study).

Initiële inspectie
De eerste inspectie in een vijfjarencyclus bij een BRZO-bedrijf. Deze wordt uitgevoerd door de toezichthouders in het kader van het BRZO’99. Bij een VR-plichtig bedrijf start de cyclus op het moment dat er een eerste of een herzien VR wordt ingediend (dus in ieder geval na iedere periode van 5 jaar). Bij een PBZO-bedrijf bij het begin van iedere periode van 5 jaar, te beginnen vanaf het van kracht worden van de BRZO-verplichtingen voor het betreffende bedrijf.

Insluitsysteem
Een insluitsysteem bestaat uit een of meerdere toestellen, waarvan onderdelen blijvend met elkaar in open verbinding stan en bestemd om één of meerdere stoffen te omsuiten, die in geval van een (dreigend) zwaar ongeval in korte tijd kan worden afgesloten.

Inspecteur
De voor het toezicht aangewezen ambtenaar.

Inspectie
De inspectie is een hulpmiddel om toezicht uit te oefenen op de naleving van gestelde voorschriften, bepalingen en-of voorwaarden.

Inspectieagenda
Een uittreksel uit het inspectieplan waarmee met het bedrijf wordt gecommuniceerd over de relevante informatie aangaande de op handen zijnde inspectie.

Inspectieduur
Het aantal dagen of dagdelen dat bij een BRZO-bedrijf wordt geïnspecteerd.

Inspectiefrequentie
Het aantal inspecties per jaar.

Inspectieinhoud
De inhoud van de inspectie, waarmee wordt bedoeld welke verplichtingen uit het BRZO’99 worden geïnspecteerd.

Inspectieonderwerp
Hiermee worden de onderdelen van een bepaald onderwerp bedoeld waarop de waarderingscriteria worden toegepast. Inspectieonderwerpen zijn bijvoorbeeld VBS-elementen met managementthema’s als beoordelingsgebied en het PBZO met bijbehorende hoofdaandachtsgebieden.

Inspectieplan
Een ambtelijk op te stellen plan waarin een bepaalde inspectie staat beschreven. Het plan wordt opgesteld mede op basis van het meerjaren-inspectieplan (MIP), samen met eventueel overige relevante actuele informatie die beschikbaar is. Het plan bevat informatie betreffende taken en rollen van inspecteurs in het inspectieteam, de data van de inspectie, de inhoud van de inspectie, de vanuit het bedrijf bij de inspectie betrokken functionarissen, de relevante bedrijfsdocumentatie en het tijdpad tot en met het opleveren van het inspectierapport.

Inspectieprogramma
Een bestuurlijk vast te stellen programma waarin voor het betreffende ambtsgebied (bevoegd gezag ex Wet milieubeheer) het beleid staat beschreven ten aanzien van het uitvoeren van de inspecties (conform artikel 24 BRZO’99) bij BRZO-bedrijven.

Inspectierapport
Rapport van een inspectie waarin de informatie tot op een zodanig niveau is opgenomen dat het kan dienen als verslag van de inspectie onder andere ten behoeve van komende vervolg- en initiële inspecties bij het bedrijf. Het rapport dient tevens om het bedrijf te voorzien van informatie over het verloop van de inspectie en over de resultaten ervan in de zin van bevindingen en overtredingen en dient om aan te geven wat de voor het bedrijf eventuele vervolgprocessen zoals handhaving zullen zijn.

Inspectieteam
Het team van inspecteurs, afkomstig uit de bevoegde gezagen zoals genoemd in het kader van het BRZO’99, dat de inspectie uitvoert.

Installatie
Een technische eenheid binnen een inrichting waar gevaarlijke stoffen worden vervaardigd, gebruikt, gebezigd, verwerkt, of opgeslagen; daartoe worden mede gerekend alle uitrusting, constructies, leidingen, machines, gereedschappen, eigen spooremplacementen, laad- en loskades, aanlegsteigers voor de installatie, pieren, depots of soortgelijke, al dan niet drijvende constructies, die nodigzijn voor de werking van de installatie.
(bron: BRZO`99 artikel 1 onder I)
Toelichting:
Onder installaties en activiteiten zijn in ieder geval begrepen procesinstallaties, utillities, opslagtanks, opslagloodsen, overslaginstallaties, transportleidingen, transporteenheden (tankauto`s. spoorketelwagons, schepen) van waaruit of waarheen overslag plaatsvindt en het transport op het terrein.
Bij een magazijn is een brandcompartiment, zoals bedoeld in het Bouwbesluit, een installatie.
In de ARIE-regeling staan aanvullende bepalingen.

Intern noodplan
Een plan waarin de maatregelen die moeten worden genomen bij een ramp zijn opgenomen. Dit plan dient te worden opgesteld door het bedrijf. De maatregelen zijn gericht op het beperken en beheersen van zware ongevallen en op de gevolgen ervan voor de werknemers (artikel 22 BRZO’99), en werkt door naar het voorkomen van-beheersen van de effecten voor mens en milieu.
Toelichting:
Een wijziging van het BRZO is in voorbereiding om ‘mens en milieu’ beter te verankeren in art 22 BRZO

Jaarprogramma
Programma waarin de in dat jaar uit te voeren inspecties in de tijd zijn gepland en zijn toegewezen aan inspecteurs.

Kennisgeving
Document van een BRZO-plichtige inrichting, dat specifieke gegevens bevat over de aanwezige gevaarlijke stoffen en over de activiteiten die in de inrichting en de onmiddellijke omgeving van de inrichting worden uitgevoerd.

Kernbepaling
Een bepaling in het (milieu-)recht waarvoor bij overtreding proces-verbaal moet worden opgemaakt.

Kortstondige opslag
Opslag van gevaarlijke goederen voor een periode van maximaal veertien dagen
Toelichting:
De bovengegeven definitie is een gangbare, maar geen verplichte definitie. Het betreft een door de vergunningverlener (het bg Wm) vast te leggen begrip. Kortstondige opslag kan dus door het bg Wm voor de betreffende inrichting anders zijn gedefinieerd.

Kwantitatieve risico-analyse QRA
een methode om risico’s in de omgeving van mogelijk risico-opleverende inrichtingen te berekenen.

LAT BRZO
LAndelijk regieTeam (LAT) BRZO

LBW
Levensbedreigende waarde.

Leider inspectieteam
Inspecteur die door de inspectiepartners is aangewezen als eerst verantwoordelijke voor de tijdige en juiste uitvoering van een inspectie.

Levenscyclus (Lifecycle)
In het BRZO worden vier levensfasen onderscheiden: ontwerp, bouw, gebruik en onderhoud. De vier levensfasen samen vormen de levenscyclus. De te treffen maatregelen en wijze van benadering is voor iedere levensfase specifiek.
Bij een technische installatie, of onderdelen (maatregelen) daarvan wordt de onderverdeling van de levenscyclus in de vier levensfasen dan ook nadrukkelijk toegepast bij een inspectie.
Ook organisatorische maatregelen zoals procedures kennen een levenscyclus.

Line of Defence (LOD)
Zie Maatregel.

Loss of Containment
Vrijkomen van gevaarlijke stoffen, bijvoorbeeld door het falen van een fysieke omhulling.

Maatgevend scenario
Dit is een scenario waarmee inzicht wordt verkregen in de situaties die mede bepalend zijn voor de omvang, het materieel en het materiaal van de bedrijfsbrandweer. Een maatgevend scenario wordt geselecteerd uit de set van geloofwaardige scenario’s.

Maatlat
De maatlat bestaat uit de criteria voor de kwaliteit van inspectieteams en van organisaties waaraan tenminste voldaan moet zijn om de BRZO-taken adequaat te kunnen uitvoeren.

Maatregel
De aanwezige technische en organisatorische voorzieningen om de risico’s van zware ongevallen te beheersen. Deze kunnen zijn toegespitst op een insluitsysteem (specifiek) of op de gehele inrichting van toepassing zijn (generiek).
Toelichting: om aangemerkt te worden als LOD dient een apparaat, systeem of actie:
effectief te zijn in het voorkomen van consequenties wanneer het werkt zoals ontworpen;
onafhankelijk te zijn van de basisoorzaak en van de componenten van iedere LOD aangemerkt voor hetzelfde scenario;
verifieerbaar-valideerbaar te zijn.

Maatregelgerichte inspectie
Inspectie die inhoudelijk wordt vormgegeven vanuit de gekozen maatregel(en). De maatregelen kunnen afkomstig zijn uit scenario’s of kunnen anderszins (zoals uit ongevalonderzoek) zijn geselecteerd. Bij de inspectie wordt, afhankelijk van de inspectiedoelstelling, geïnspecteerd of de maatregel of maatregelen juist zijn, of de documentatie op orde is en of ze geïmplementeerd zijn. Daarbij kan ook aan de orde komen of de maatregel voortkomt uit het veiligheidsmanagementsysteem (VMS) en of de maatregel is geborgd in het VMS.

Managementthema
Onderdelen van VBS-elementen die moeten zijn geregeld om het VBS volledig en goed in te vullen en die afzonderlijk zijn te inspecteren.

MARS
MARS, systeem van de Europese Commissie en in beheer bij het Joint Research Centre (Ispra, Italië). Hier wordt de ongevalsinformatie verzameld die volgens de Seveso-richtlijn door de lidstaten verstrekt moet worden wanneer op hun grondgebied een ramp of zwaar ongeval plaatsvindt

Meerjareninspectieplan (MIP)
Een ambtelijk op te stellen plan waaruit blijkt hoe de inspecties in het kader van het BRZO’99 voor een bepaald bedrijf gedurende een periode van vijf jaar worden ingericht. Het plan bevat informatie over zowel de inspectiefrequentie als de inhoud van de verschillende inspecties.

Milieurisicoanalyse MRA
een methode om de risicos te berekenen, die activiteiten van een inrichting voor het milieu kunnen opleveren.

MIP
Zie Meerjareninspectieplan.

MRA
Zie Milieurisicoanalyse.

Onderhoud
De levensfase ‘Onderhoud’ (Maintenance) is gerelateerd aan het onderhouden van installaties. Meestal is de betreffende installatie in deze fase uit bedrijf genomen.
Beheersing van risico’s tijdens deze fase is van groot belang, zeker wanneer een gedeelte van de installaties niet uit bedrijf zijn en dus nog gevaarlijke stoffen bevatten
Aansturing van de levensfase ‘Onderhoud’ vindt plaats aan de hand van een deugdelijk inspectie- en testprogramma.

Ondersteunende procesbeschrijving
Procesbeschrijving die nodig is voor het juist en actueel houden van de primaire processen. De meeste ondersteunende processen (zoals over financiële zaken, het werven en het opleiden van personeel en het middelenmanagement) voeren de partners individueel uit. Alleen die ondersteunende processen die gezamenlijk moeten worden uitgevoerd, worden in de Werkwijzer beschreven. Het betreft de processen A t-m G.

Ontwerp
De levensfase ‘ontwerp’ (Design) is gerelateerd aan het ontwerpen van maatregelen ter voorkoming van het vrijkomen van gevaarlijke stoffen en ter beperking van de gevolgen van het vrijkomen. Bij het ontwerpen speelt de identificatie van gevaren en de beoordeling van risico’s een belangrijke rol. Het ontwerpen kan een technische of organisatorische maatregel betreffen en combinaties van beide. Ook bij het ontwerpen van onderdelen van het veiligheidsmanagementsysteem wordt deze levensfase onderkend.

Overtreding
Een overtreding is een bevinding omtrent het niet-naleven van vergunningen, wet- en regelgeving.

PBZO
Zie PreventieBeleid Zware Ongevallen.

PBZO-document
Document waarin het door de inrichting gevoerde beleid ter voorkoming van zware ongevallen is vastgelegd, rekening houdend met de aanwezigheid en de omvang van de risico’s en waarin het aan het beleid gekoppelde veiligheidsbeheerssysteem op hoofdlijnen is beschreven.

PBZO-inrichting
De inrichting die gevaarlijke stoffen opslaat, zodanig naar aard en hoeveelheid dat wel de in het BRZO genoemde ondergrens wordt overschreden, maar niet de in het BRZO genoemde bovengrens (voor één of meer genoemde gevaarlijke stoffen) wordt overschreden.

Periodieke inspectie
Zie vervolginspectie.

Preventie
Het beperken van de kansen op en de gevolgen van ongevallen met behulp van het doorvoeren van maatregelen.

Preventiebeleid
Zware Ongevallen Het beleid dat op basis van het BRZO’99 moet worden gevoerd en dat ten dienste staat van het voorkómen van zware ongevallen en van de beperking van de gevolgen daarvan.

Primaire procesbeschrijving
Procesbeschrijving waarin een product direct tot stand komt. In dit kader beperkt tot gezamenlijke producten in het kader van het BRZO (procesbeschrijvingen 4 t-m 14 en 19).

Procedure
Gespecificeerde wijze van het uitvoeren van een activiteit of proces.

Proces
Een set van samenhangende activiteiten om input (bv. planningen, veiligheidsrapporten, adviezen) om te zetten in output (bv. inspecties, onderzoeksrapporten, handhavingsmaatregelen). Een proces wordt gestart door een duidelijke trigger en eindigt met een duidelijk resultaat.

Procesbeschrijving
Een gespecificeerde werkwijze waarop een proces wordt uitgevoerd. Bij autorisatie door de leiding is het een norm voor procesvoering.

QRA
Quantitatieve Risico Analyse Zie kwantitatieve risicoanalyse.

Ramp
(of zwaar ongeval) Zie Zwaar ongeval.

Rampbestrijdingsplan
Een plan voor een VR-plichtige inrichting (soms ook een PBZO-inrichting), vastgesteld door de burgemeester. Dit plan bevat het geheel van te treffen maatregelen in geval van een ramp of een zwaar ongeval.

Rampbestrijdingsscenario
Een scenario dat dient als informatiebron voor het opstellen van het rampbestrijdingsplan.

Rampenbestrijdingsorganisatie
De organisatie die is ingericht om gecoördineerd de gevolgen van een ramp te bestrijden. Vanuit de betrokken overheden zijn dat vooral de gemeente en de hulpverleningsdiensten (politie, ambulancediensten en de brandweer). Vanuit het betrokken bedrijf zijn dat vooral de bedrijfshulpverleningsorganisatie en de bedrijfsbrandweer.

Rampenplan
Een gemeentelijk organisatieplan waarin is aangegeven hoe in het geval van een ramp, of een dreigende ramp gehandeld dient te worden om tot een doelmatige bestrijding van de ramp en de gevolgen daarvan te komen.

Rb
Rampbestrijding.

Repressie
De bestrijding en hulpverlening in noodsituaties door inzet van interne en externe hulpverleningsdiensten.

Restrisico
Het risico van een ongewenste gebeurtenis dat resteert na het nemen van alle maatregelen om de ongewenste gebeurtenis te voorkomen resp. de gevolgen daarvan te beperken.

Risico
De waarschijnlijkheid dat een bepaald effect zich binnen een bepaalde periode of onder bepaalde omstandigheden voordoet.

Risicomatrix
Een matrix waarin de restrisico’s worden aangegeven. Op de ene as wordt de kans aangegeven, op de andere as de ernst van de gevolgen. Zowel de kans als de gevolgen worden kwalitatief gekenmerkt, waarbij een vijfpuntsschaal wordt gehanteerd.
Ernst van de gevolgen:
verwaarloosbaar;
gering
aanzienlijk
groot
zeer groot
Kans:
zeer groot: komt met enige regelmaat voor;
groot: komt af en toe voor;
gemiddeld: komt zelden voor;
klein: niet waarschijnlijk; maar mogelijk
zeer klein: zeer onwaarschijnlijk.

Rol
Samenhangende verzameling van kennis en vaardigheden die een persoon in zich moet verenigen om een activiteit te kunnen uitvoeren. Bij het maken van procesbeschrijvingen wordt een rol meestal gekoppeld aan een processtap. Individuele medewerkers kunnen afhankelijk van hun opleiding en senioriteit meerdere rollen vervullen. Zo kennen de in de BRZO-keten samenwerkende organisaties de rollen van bestuurder, manager, inspecteur, handhaver, vergunningverlener, planner en coördinator.

RRZO
Regeling Risico`s Zware Ongevallen

Scenario
Een scenario is een beschrijving van de keten van gebeurtenissen vanaf basisoorzaken via een foutenboom naar een directe oorzaak die vervolgens leidt tot het vrijkomen van een gevaarlijke stof (LOC; Loss of Containment). Vanaf het vrijkomen van de gevaarlijke stof worden de vervolggebeurtenissen via een gebeurtenissenboom beschreven tot de beschrijving van het uiteindelijk effect.
De presentatie van het scenario kan plaatsvinden via een vlinderdasmodel, grafisch, tekstueel of via een tabel.