Kopie van `Vmbo bij kerndeel: Transport en infrastructuur `

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Vmbo bij kerndeel: Transport en infrastructuur
Categorie: Transport en verkeer > Transport en infrastructuur
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 20


Achterland
het gebied waarvan de invoer en uitvoer naar een bepaalde haven gaat. Voor een luchthaven en mensen kun je beter spreken van: waar komen de mensen vandaan en wat zijn hun (eind)bestemmingen.

Container
metalen laadkist met standaard afmetingen, zodat ze snel overgeladen kan worden van het ene vervoermiddel op het andere, dus minder los- en laadtijd

Distripark
een groot distributie (verdeel) centrum, gebouwd in de buurt van een containerterminal* met goede verbindingen met het achterland*.

Doorvoer
transito*: doorvoeren van de goederen naar het buitenland zonder ze te behandelen (bewerken).

File
als het verkeer trager stroomt dan 25 km-uur dan is er sprake van `stilstaand` verkeer. En ze spreken van `langzaam rijdend` verkeer als er over 2 km weg nog maar 25-50 km-uur gereden word. Vandaar dat files die langer zijn dan 2 km pas op de radio vermeld worden.

Hub (as, spil)
knooppunt, kruispunt waar verschillende spokes* (spaken) bij elkaar komen. (Denk aan een fietswiel, alle spaken komen samen in de as of voor krantenjongens: waar is het verdeelcentrum, waar halen zij hun kranten op.)

Infrastructuur
alle soorten wegen waarlangs het vervoer gaat.Dus als het ware de röntgenfoto van het landschap: alleen de `harde` delen staan er op (bijvoorbeeld het asfalt, de rails en de ondergrondse kabelverbindingen voor internet).

Intermodaal transport
meerdere transportmiddelen sluiten naadloos op elkaar aan (bijvoorbeeld goederen in containers gaan van schip op trein of vrachtwagen).

Knelpunten goederenvervoer
1. Weg. Zoek in de atlas de toptien kruispunten op met files. 2. Trein. Bij Utrecht is vaak filevorming. 3. Water. Bij bruggen en sluizen is vaak filevorming. Vooral bij sterke windkracht (meer dan 7) mogen en kunnen bruggen vaak niet omhoog!

Knooppunt
hub*: hier komen veel transportsystemen samen.

Mainport
hub*, knooppunt* met intercontinentale verbindingsnetwerken. Let op: wanneer wordt een knooppunt een mainport??? 1. Een mainport ligt op kruispunt van continentale en intercontinentale netwerken, dus altijd internationaal. 2. Op dit kruispunt komen meerdere vervoersmiddelen samen. 3. Heeft goede bereikbaarheid en infrastructuur*, ook voor de modernste ICT - middelen (24 uur per dag) 4. Er komen veel internationale bedrijven op af, ze gaan zitten op distriparken*.

Spoke
spaak: alle lijnen vanuit een hub*. Denk weer aan de krantenjongens: via welke straten stoppen ze de kranten in de brieven(-kranten)bus.

Terminal
aankomst en vertrekplaats van transporten, dus stations, havens, vliegvelden enz.

Transferpassagier
iemand die landt op Schiphol en vertrekt met een ander vliegtuig.

Transito
zie doorvoer*.

Transport
denk aan gevaarlijk transport: dan wordt een gevaarlijke stof van A Þ B vervoerd per… vrachtauto, schip, vliegtuig enz.

Verkeer
denk aan fietsverkeer, druk autoverkeer, treinverkeer dus verkeer is: alle bewegingen van vervoersmiddelen (hoe ben jij vanmorgen naar school gegaan?).

Vervoer
zij vervoerde haar hondje in de fietstas dus vervoer is alle verplaatsingen van AÞB van mensen, hondjes, goederen, energie en informatie.

E.D.C.
Europees Distributie Centrum = vanuit dit centrum gaan goederen naar heel Europa ( is groter dan de E.U.).

J.I.T.
Just In Time: alle goederen moeten precies op tijd geleverd worden. Dan hoeven de bedrijven geen grote voorraden (en de bergplaatsen hiervoor) aan te houden. Dus als je op een autobaan achter een eindeloze stoet vrachtauto`s zit, rijd je achter de magazijnen van het Nederlandse bedrijfsleven aan.