Kopie van `Collegenet - Huiswerkhulp`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Collegenet - Huiswerkhulp
Categorie: Aardrijkskunde
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 122


B.N.P (bruto nationaal product)
De geldwaarde van de optelsom van alle goederen en diensten die door 1 land geproduceerd worden. Ook het toerisme is een industrie en tot 11 september (2001) de snelst groeiende.

B.R.P (bruto regionaal product)
Totale geldwaarde van alle goederen en diensten gemaakt in een regio. Vooral achtergebleven regio`s en steden proberen via toeristenstromen snel meer geld binnen te halen. Men bouwt bijvoorbeeld musea met bijzondere architectuur (Groningen, Bilbao).

Ertsen
metaalhoudende gesteenten en mineralen waaruit voor de mensen nuttige dingen kunnen worden gehaald. Genoemd worden voor het c.e: ijzer, koper, nikkel en aluminium. We kennen 2 soorten ertsen:

ETA
terreurbeweging die probeert van Baskenland een eigen staat te maken. (Let op: 1 v-d 10 speciale termen.)

Hightech industrie
je moet denken aan industrieën die laptops en gsm’s ontwikkelen. Zijn net zo verplaatsbaar als hun producten, maar zoeken meestal gebieden op met een aangenaam klimaat voor de hoogopgeleide werknemers. Dus o.a. natuurlijk….Barcelona (let op: 1v-d 10 speciale termen).

Olie
het geologische zusje van aardgas, want ook hier ontstaan de koolwaterstoffen uit zeediertjes, algen en hogere planten. Als ze bedekt worden door ondoordringbare lagen begint zich olie te vormen bij temperaturen van 60-120 graden en aardgas bij 120-225 graden Celsius.

Ozonlaag
de laag, hoog in de atmosfeer (stratosfeer), waarin de aanwezige ozon (O3) de meeste ultraviolette straling van de zon absorbeert, waardoor het leven op aarde niet beschadigd wordt. Maar stoffen uit spuitbussen en-of koelkasten, de zgn. CFK’s

Urbanisatie
de migratiestroom van het plattelend naar de stad.

Urbanisatiegraad
het % mensen van een land dat in de steden woont.

Urbanisatietempo
de jaarlijkse groei van de stedelijke bevolking.

VVV
Geven vooral toeristische informatie over hun eigen regio met als doel dat de toeristen dit gebied gaan bezoeken. Voor Nederland: Zie de VVV-site.

Aardbeving
plotseling schudden van de aarde. Oorzaak: verschuiven van stukken aardkorst. De studie hierover heet seismologie. De kracht wordt uitgedrukt volgens de Mercalli-Richter schaal (1 t-m 12, bij 12 stort letterlijk en figuurlijk de aarde in).Het epicentrum is de plaats loodrecht boven het hypocentrum

Actualisme
de natuurwetten zijn altijd gelijk gebleven en de vormen van het aardoppervlak zijn het resultaat van krachten die al 000.000 jaren aan het werk zijn. Dus niet in 1 dag gemaakt.

Arbeidsmigratie
men migreert naar een ander, rijker land om werk te zoeken. Hierbij horen ook de begrippen seizoen*- en cirkelmigratie*.

Basalt
als gloeiend hete magma, met temperaturen van 1200 graden Celsius borrelt de lava uit vulkaanpijpen en spleten in de aardkorst. Dit donkergrijze tot zwarte lava kan ver weg vloeien en zeer dikke basaltdekken vormen. Het stolt vaak karakteristiek in zeshoekige zuilen. Als ze verzaagd worden kunnen we de basaltblokken prima gebruiken voor onze dijkenbouw.

Breukgebergte
er zijn plekken op de aarde waar sterke breukactiviteit heerst. Als een gebied langs de breuklijn omhoog ( horst*) geperst wordt kan een breukgebergte ontstaan, vooral als een naast gelegen gebied langs deze breuklijn daalt ( slenk*).

Broeikaseffect
de temperatuur van de atmosfeer stijgt door versterkte opwarming. Oorzaken 1. steeds meer uitstoot van CO2, door verbranding van fossiele brandstoffen 2. steeds meer uitstoot van Methaan, door de landbouw (rijst + veeteelt)en door de opwarming van de permafrostbodem o.a. in Siberië. 3. Ook komen er meer stikstofoxiden vrij bij de hoge temperaturen van motoren

Cirkelmigratie
men migreert nog niet definitief, men keert zo nu en dan terug naar huis. Men trekt dus heen en weer en niet altijd in cirkelvorm (laat je hierdoor niet in de war brengen)

Dendrochronologie
bestudeert de jaarringen van (fossiele) bomen. Belangrijk is de breedte van deze ringen, want in een warm jaar groeit een boom beter dan in een koud jaar en zijn de ringen breder, dikker. Ze zeggen dus iets over het klimaat, maar wel in een beperkt gebied. Door de ringen van steeds oudere bomen in elkaar te passen, kunnen we ongeveer 9.000 jaar terug gaan in de geschiedenis.

Diepzeetrog
langs de randen van de oceanen vinden we langgerekte, diepe inzinkingen

economisch winbare voorraden
als de prijs stijgt, worden ook kleinere velden en lastige gebieden interessant om delfstoffen te winnen.

Eilandboog
een gebogen rij van vulkanische eilanden, die ontstaan waar de ene schol onder de andere duikt ( zie de Aleoeten bij Alaska)

Energiebalans
zie stralingsbalans. Iedere verschuiving in deze balans zorgt natuurlijk voor een klimaatsverandering. Meer bewolking

Gas
gasvormige verbindingen die in de aardkorst opgesloten zitten onder ondoordringbare lagen (anders waren ze natuurlijk verdampt in de atmosfeer). We kennen 2 soorten: nat en droog gas.Nat gas bevindt zich boven aardolie, wat wijst op een zelfde ontstaanswijze (dierlijke oorsprong). Droog aardgas komt voor bij de vorming van steenkool ( plantaardige oorsprong).Dit droge aardgas is dus gevormd in het Carboon ( zie steenkool) toen “Nederland” een tropisch klimaat had en ergens rondom de evenaar lag. Maar omdat gas omhoog “migreert” komt het in een jongere geologische (Perm) laag voor.

Geochronologie
bestudeert organisch materiaal via de C14 methode (C14 is radioactieve koolstof). Als een pre –historisch mens botten en gebruiksvoorwerpen van hout heeft achtergelaten, kunnen we er een datering opzetten met de C14 methode. Want na de dood van een organisme (mens, boom) wordt C14 met een halveringstijd van ongeveer 5700 jaar afgebroken. Na 10 halveringstijden is er geen meetbare activiteit meer, dus we kunnen 60.000 jaar in de tijd teruggaan. . Geomorfologie



Geologische tijdschaal
de indeling van de 4.600.000.000 jaar geologische geschiedenis. Deze indeling is overal in je boeken en atlas te vinden. Van de minister hoef je alleen de hoofd tijdperken vanaf het Carboon te kennen en van het Kwartair alleen de onderverdeling: Pleistoceen en Holoceen.

Geosynclinale
een langgerekt, snel dalend gebied, waar veel sedimentatiemateriaal in afgezet wordt. Als zo’n gebied wordt opgestuwd kan er een plooiingsgebergte uit ontstaan.

Geschiedenis
bestudeert oude afbeeldingen en boeken. Als in die boeken aantekeningen staan hoevaak en hoelang in het jonge verleden de trekvaarten door ijsgang gesloten waren, zegt dat iets over de wintertemperatuur, evenals de vele schilderijen met ijspret in de “kleine ijstijd”

Gesteentecyclus
de kringloop van de gesteenten gaat als volgt: bij vulkanische activiteit ontstaan stollingsgesteenten, bij de afbraak hiervan vormen zich afzettingsgesteenten en als die bv terechtkomen in een geosynclinale* ontstaan onder grote druk en temperatuur metamorfe gesteenten. Als dit gesteente pakket nog dieper wegzakt en weer opgenomen wordt in magma en via vulkanisme naar buiten komt

Gezinshereniging
echtgenote van migrant komt later over met alle minderjarige kinderen.

Gezinsvorming
men haalt de bruid, bruidegom of partner uit het land van de ouders.

gips
is de chemische neerslag uit zeewater na verdamping, wordt soms aan de oevers van binnenzeeën afgezet. Zeer zacht gesteente.

Hazard management
het beleid om de schade bij natuurrampen te voorkomen. Mensen gaan altijd terug naar het rampgebied waar eens hun huizen stonden ( Zeeuwen na de watersnoodramp in 1953, Indonesiërs na vulkaanuitbarstingen, mensen uit San Fransisco na aardbevingen).Natuurlijk hebben rijke landen meer geld om rampen te bestrijden. Ze kunnen wolkenkrabbers bouwen die redelijk beschermd zijn tegen aardbevingen (grote, rubberen schokdempers onder deze gebouwen), terwijl in arme landen de mensen moeten blijven wonen in huizen met muren van leem, die altijd zeer dik en dus gevaarlijk zijn bij bevingen. Alle Zeeuwse boeren hebben nu opblaasbare rubberboten in huis, de boeren in Bangladesh niet.

Horst
een langs een breuk opgestuwd stuk aardkorst.

Hot spot
een dunne plek in de aardkorst waar magma doorheendringt. Let op: deze komen voor buiten de vulkanische gebieden langs de randen van de schollen, ze kunnen dus midden op de continenten voorkomen ( Yellowstone Park)

kalksteen
uit calcietkristallen opgebouwd. Als ze zijn ontstaan door bezinking van 000.000 zeediertjes met kalkskeletten zijn er vaak nog prachtige fossielen in te vinden

Koolstofbalans
balans tussen de binnenkomende en uitgaande CO2 tussen de koolstofreservoirs (b.v. atmosfeer-biosfeer). Koolstof wordt op een natuurlijke wijze uitgewisseld tussen ecosystemen en de atmosfeer door fotosynthese, verbranding, ontbinding en ademhaling. Bomen doen dienst als putten voor koolstof, omdat bomen op grote schaal koolstof uit de atmosfeer opslorpen en vasthouden door fotosynthese. Hout ( en dus herbebossing) speelt een grote rol bij klimaatsveranderingen. CO2 versterkt het broeikaseffect. Speelde ook een belangrijke rol tijdens de 3e internationale klimaatsconferentie te Kyoto.

Kwarts
hier bestaan de kristallen als ze de ruimte kregen om uit te kristalliseren vaak prachtige zeszijdige prisma’s.

Leisteen
ontstaan uit kleisedimenten. Vaak prachtig in platte vlakken te splijten, dus ideaal voor dakbedekking.

Ligging der continenten
toen ongeveer 1.000.000 jaar geleden Antarctica rondom de Zuidpool aankwam, vormde zich hierop een enorme ijskap. Deze witte kap zendt een deel van de zonnestraling direct terug (albedo). Daarna werd het aantoonbaar kouder op aarde.

Luchtcirculatie
ook hier geldt: haal je kennis op uit de onderbouw. Hoe waaien de winden? Heeft natuurlijk alles te maken met bovenstaande ( hoge-en lage drukgebieden) en met de draaiing van de aarde, de Corioluskracht ( op het N.H. afwijking naar rechts en op het Z.H naar links)

Luchtcirculatie
de winden vervoeren warme en koude lucht. Als de windsystemen veranderen (b.v. door veranderde stralingsbalans) verandert het klimaat.

Marmer
ontstaan uit kalksteen. En omdat er in kalksteen vaak fossielen te vinden zijn, kun je in de marmeren platen van je bankgebouw vaak nog de (langgerekte!) fossielen herkennen. Marmer verweerd in ons klimaat snel, maar in een droog klimaat veel minder, vandaar de prachtige beelden in de Italiaanse steden.

Metamorfe gesteenten
gesteenten die onder hoge druk en temperatuur en ( niet in een laboratorium na te booten) lange tijd omgezet worden in een ander soort gesteente (een metamorfose ondergaan).

Mid-oceanische rug
als midden in de oceanen 2 zeeschollen uit elkaar drijven, komt hier uit de diepte magma omhoog. Dit stolt en wordt dan door de convectiestromen naar weerskanten afgevoerd. Dit proces heet oceaanbodemspreiding en gaat samen met zee-en aardbevingen en ( onderzeese) vulkaanuitbarstingen. Prachtig te zien rondom IJsland dat ligt op de beroemde mid-Atlantische rug, die in de afgelopen 200.000.000 jaar is uitgegroeid tot een 14.000 km lange bergrug van de Arctica tot Antarctica.

Mineralen
het grondmateriaal voor gesteenten. Veel mineralen komen voor in gekristalliseerde vorm.

Paleoklimatologie
bestudeert de klimaten in het verre verleden. Nu zijn volgens de minister 2 dingen belangrijk: de kalkskeletten en de ijskappen. Als we uit de ijskappen ijskernen tot grote diepte boren dan geven deze kernen prachtig inzicht over de neerslag, vulkanische activiteiten (as!), chemische eigenschappen van de atmosfeer ( CO2 %!), de omvang van de ijskappen (ijstijden) en natuurlijk de temperatuur van de laatste 500.000 jaar. Dit gaat vooral via de verhouding O16: O18 ( zie je leerboek en anders internet bij zuurstofisotopen).

Palynologie
bestudeert de stuifmeelkorrels (pollen), sporen en andere plantaardige microfossielen. Op het examen alleen vragen over de gelige stuifmeelkorrels. De typen en aantallen van deze pollen in opeenvolgende aardlagen zeggen iets over de toen heersende klimaten en-of de veranderingen hierin.

Platentektoniek
het uiteendrijven en weer samenkomen van 12 grote ( en nog wat kleinere) schollen waarin het aardoppervlak is verdeeld.De continenten schuiven in een miljarden durende dans heen en weer, duiken onder elkaar, drijven bij de mid-oceanische ruggen weer uit elkaar en zorgen ervoor dat deze legpuzzel er voortdurend anders uitziet en de aarde achter laat met plooiingsgebergten, hot spots, vulkanen, troggen, aardbevingen enz.

Plooiingsgebergte
als 2 schollen naar elkaar toe bewegen wordt het tussenliggende gebied in elkaar gefrommeld en plooien zich de aardlagen net zo als wanneer jij de uiteinden van een tafellaken naar elkaar toevouwt. De oorsprong ligt vaak bij een geosynclinale* en omdat de druk van beide kanten komt is een plooiingsgebergte meestal langgerekt en smal ( denk aan de Alpen en de Rocky Mountains)

primaire ertsen
koper, goud, zilver enz. ontstaan aan de randen van de schollen

schalie
zachte kleilagen zijn veranderd in harde steenlagen. Soms wordt de (lelijke) naam kleisteen gebruikt.

Schildvulkaan
karakteristiek: de hellingshoek van dit soort vulkaan is door de dunne lava, die over grote afstand is uitgestroomd, zeer klein. Daardoor lijkt zo’n vulkaan als je er ver van afstaat op een schild van een Romeinse soldaat.

secondaire ertsen
goud! ,tin, bauxiet (aluminium!), die ontstaan zijn door verwering en erosie. (dus goud gezeefd uit riviertjes is secondair)

Sedimentair bekken
een bekken waar zeer veel sedimentatiemateriaal in afgezet wordt. Als het bovendien nog zeer snel daalt noemen we het een geosynclinale*.

Seizoensmigratie
men reist heen en weer tussen het woon- en werkgebied, elk jaar weer. Denk aan landbouwers, die elke winter het koude Andesgebergte verlaten om in de lager gelegen (en dus warmere) steden als bouwvakkers te werken. Of nomaden, die met hun kudden van de zomerweidegebieden trekken naar de wintergebieden (transhumance).

Slenk
een langs een breuk gedaald stuk aardkorst ( dus het tegengestelde van een horst)

Spleetvulkaan
de dunne lava vloeit uit breuken over de aardoppervlakte, vaak over enorme afstanden. Deze vaak zeer zwarte lavadekken vormen zo basaltplateaus.

Steenkool
ontstaan uit plantaardig materiaal, wederom begraven. Door hogere druk, temperatuur en lange tijd werd het % koolstof ( 60-94 %) steeds hoger. Het plantenmateriaal is afkomstig van lagunes in tropische zeeën uit het Carboon ( 350.000.000-300.000.000 jaar geleden) toen “Nederland” ergens rondom de evenaar lag.

steenkool
doordat 000.000 - en planten 000.000-en jaren geleden zijn begraven onder het aardoppervlak zijn door inkolingsprocessen dunnere of dikkere lagen steenkool ontstaan.

Steenkool
grote hoeveelheden planten in een dalend gebied ( geosynclinale*) + dit afgestorven plantaardig materiaal moet van de open lucht afgesloten worden.

Steenzout
gaat bovengenoemde indamping nog verder, dan vormt zich steenzout (NaCl).

Stollingsgesteenten
zijn gesteenten die ontstaan zijn door stolling van magma, zowel diep in de aarde als aan het aardoppervlak.

Stralingsbalans
de balans tussen de zonnestralen die onze atmosfeer binnen komen en de stralen die ons verlaten. Natuurlijk is deze balans in evenwicht, want anders zou de aarde snel warmer of kouder worden. Maar de stralen die binnen komen zijn anders dan die ons verlaten ( zie je leerboek)

Stratovulkaan
omdat dit type vulkaan de ene keer dikke lava uitstootte en de andere keer aslagen is in de loop der tijden een zgn. gelaagde vulkaan opgebouwd

Suburbanisatie
de trek van de stad naar de voorstad (suburb).

technologisch winbare voorraden
het hangt natuurlijk van de winningtechniek af hoe diep we in zee kunnen boren ( booreilanden) of hoe diep we schachten kunnen maken in de aarde op zoek naar steenkool ( in de diepte neem te aardtemperatuur snel toe).

Vluchtelingenstromen
men vlucht om allerlei redenen. Voor het examen tellen alleen de economische vluchtelingen (beter, rijker leven) en de politieke vluchtelingen ( geen vervolging meer of de dood voor je politieke overtuiging)

Volgmigratie
men volgt de familie (suikeroom- suikertante) en-of vrienden (de bruggenbouwers). Bij de familie zijn er 2 stromen: gezinshereniging* en –vorming*.

Vulkanisme
gloeiend heet magma komt uit de ondergrond naar boven. Er zijn veel verschillende soorten vulkanisme en vulkanen: omdat de diepte van de magmahaard verschilt, de dikte, de gasdruk, de samenstellingen dus de vloeibaarheid van het magma, komt het door een pijp of via een spleet naar boven enz. Gelukkig hoef je maar 3 soorten vulkanen te kennen.

zandsteen
of ontstaan door aanelkaar gekitte zandkorrels van zeebodems of door opeenhoping van zandhopen, bijeengewaaid door de winden uit woestijngebieden. De ene soort is dus in zee, de andere op het land afgezet.

Zeebeving
een beving van de zeebodem. Als het oceaanwater begint te golven, gaan deze vloedgolven met grote snelheid enkele reis richting kust. We noemen deze vaak verwoestende golven: tsunami’s. Zeebevingen komen natuurlijk vaker voor dan aardbevingen( groter oceaanoppervlak)

Zeestromen
we gaan nu alleen even letten op de Warme Golfstroom die er voor zorgt dat wij een gematigd zeeklimaat hebben. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat deze sterke waterpomp aan het afzwakken is, vooral door ‘global warming’.Als dit warme water ( warm is altijd relatief) onze kust niet meer zou bereiken, krijgen we te maken met een kouder klimaat ( let weer op de paradox: door de opwarming wordt het hier kouder!).In het algemeen: zeestromen zijn grote transporteurs van warm en koud water. Als deze stromen hun loop wijzigen, heeft dat in ieder geval gevolgen voor lokale klimaten.

Zout
ontstaan in binnenzeeën in een woestijn klimaat. De zouten kristalliseren uit het zeewater, dus in die binnenzeeën moeten niet teveel rivieren uitmonden. In “Nederland” was dit het geval in het Perm, we schoven uit de tropen naar sub-tropische gebieden.

Zout
om dikke zoutlagen te krijgen moet het zoutbekken dalen. Als het diep daalt, wordt zout plastisch en worstelt zich door de lagen erboven heen. Er ontstaan dan paddestoelachtige pijlers in de ondergrond: zoutpijlers genoemd.

Absolute afstand
De werkelijke afstand tussen 2 plaatsen, via de rechte lijn gemeten (hemelsbreed) of langs de kortste afstand, meestal gemeten in km. Zie ook relatieve afstand*.

Actieve vakantie
Er worden in de vakantie prestaties geleverd: op de fiets, met de kano, op de schaats, bergen beklommen, diep in zee gedoken, enz. Zie ook passieve vakantie*.

Alpen
Van de topografie moet je kennen (niet minder, maar ook niet meer): Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Italië, Oostenrijk, Slowenië, Alpe d`Huez, Chamonix, Val dÍsere, Davos, Sankt Moritz en Innsbruck. Op het examen zullen de vragen vooral gaan over de milieugevolgen van het toerisme. Tot 1850 liet men de ramen van de reiskoets blinderen om de weerzinwekkende onherbergzaamheid van de Alpen maar niet te zien. Daarna kwam de periode dat men de woeste natuur ging waarderen. Nou dat hebben de Alpen geweten. De Alpen zijn een hooggebergte (hoger dan 1500 meter) in het hart van Europa. Het is een geologisch jong gebergte, dus scherpe pieken, sterk reliëf. Er ligt eeuwige` sneeuw en er komen veel gletsjers voor. Beroemd om de wintersport, maar de zomersporten komen opzetten (wandelen, klimmen), zodat sprake is van seizoensverlenging*. Milieu gevolgen en gevaren: lawines, erosie, snel wegstromen van smeltwater zodat vroeger onschuldige Alpen-riviertjes nu een ernstige bedreiging vormen en de laatste tijd: rijden door tunnels.

Binnenlands toerisme
(voor bijzoorbeeld Nederland) Nederlanders gaan in eigen land op vakantie.

Caraïbisch gebied
Van de topografie moet je kennen (niet minder, maar ook niet meer): Cuba, Jamaica, Aruba, Bonaire, Curacao, Sint Maarten, Barbados, Bahama`s, Dominicaanse Republiek en Isla Margarita. Zie ook de site van Traveldiscovery. Eilandenrijk, ontdekt door Columbus in 1492, daarna onder veel Europese landen verdeeld. Nu zijn een groot aantal eilanden zelfstandig (Cuba). Worden veel bezocht door cruiseschepen (drijvende preteilanden) en hurricanes (tropische wervelstormen, cyclonen, orkanen die meestal een min of meer vaste route kiezen over dit gebied). Op het examen zullen vooral vragen komen over de economische gevolgen van het toerisme.

Complementariteit
Aanvulling. In aardrijkskundige zin: andere gebieden bieden iets wat er bij jou in de buurt niet is bijvoorbeeld gletsjers, woestijnen, grotten, hanengevechten enzovoorts.

Dagtoerisme
`s Morgens vroeg weg en `s avonds weer thuis (een dagje strand, Efteling enzovoorts).

Ecotoerisme
(ook wel duurzaam toerisme genoemd) Kleinschalig toerisme zodat ook volgende generatie op deze plek kunnen genieten, men maakt niets kapot en zorgt ervoor dat milieu, natuur en landschap niet aangetast worden. Ook de plaatselijke, autochtone bevolking profiteert er van, dus niet alleen de rijke elite.

Georganiseerd toerisme
De vakantie laat je door anderen regelen.

Indonesië
Van de topografie moet je kennen: Jawa, Sumatera, Kalimantan, Sulawesie, Bali, Maluku, Kleine Soenda eilanden, Irian Jaya, Jakarta, Surabaya, Yogyakarta, Medan en Denpassar. Indonesië is een groot eilandenrijk rondom de evenaar en ex-kolonie van Nederland, daarom tot 1949 Nederlands -Indië geheten. Overwegend islamitisch. Grote informele sector (schoenpoetsers, kleine eettenten, verkopers van 1 sigaret, enzovoorts). Grote verscheidenheid aan religies en culturen. Volgens de minister zullen juist over de verschillen in religie ( Bali= Hindeoïsme, het eiland van de goden) en culturen (de apendans, gamelanmuziek) vragen op het eindexamen gesteld worden. Zie ook de site van Traveldiscovery.

Kaarten
De minister heeft beloofd altijd examenvragen met kaarten te maken. Als je de laatste aardrijkskunde-examens op Examen.nl doorkijkt, zie je dat hij woord gehouden heeft. Voor kaartvaardigheden: kijk op hetzelfde net bij ExamenMail(gratis aanmelden). Leer goed de topografie van de 6 regio`s.

Massatoerisme
Grote aantallen toeristen gaan naar dezelfde plek en op dezelfde tijd. Gevolgen: opstoppingen op de wegen, vervuiling van achter gebleven rommel, seizoenswerkloosheid, aantasting van het landschap. Reacties hierop: een bepaald aantal toeristen toelaten (staat er op een bord in de haven van Harlingen: Vlieland is vol), een beperkt aantal bezoekers per uur in een museum, zeer hoge boetes als je toch in een natuurgebied gaat skiën in de Franse Alpen.

Milieu
Alle factoren die samen de omgeving vormen.

Toerisme-onderverdeling
Bekend is de tweedeling massatoerisme en individueel -of elitetoerisme (Himalaya-beklimmers, wildsafari en bezoeken van berggorilla`s). Maar je kunt ook een onderverdeling maken in fiets-, wandel-, rafting-, parasailing-, kunst-, gok-, enzovoorts toeristen.

Toeristenbalans (voor Nederland)
Balans tussen wat wij uitgeven in het buitenland en hoeveel geld buitenlanders in Nederland achterlaten.

Toeristische voorzieningen
In toeristisch gebieden moet je de toeristenstromen zo goed mogelijk opvangen. Je bouwt hotels, strandhutten, campings, je legt goede vliegvelden en wegen aan, je zorgt voor internetcafe`s en `s avonds organiseert men (plaatselijke) muziek en dans en disco, enzovoorts.

Vakantie
Minstens 4 nachten niet in je eigen bed slapen, maar ergens anders op een waterbed (boot) of in een x-aantal sterrenhotel (in de woestijn onder de blote hemel), in een tent of…

Vakantiespreiding
Spreiden van de vakantiegangers in tijd (dus niet alleen hoogseizoen) en in de ruimte (dus niet allemaal op dat ene kleine stukje strand).

Absenteïsme
jij kunt even absent van school zijn, in Spanje wonen de meeste grootgrondbezitters het grootste deel van het jaar niet op hun bedrijf, maar in een prachtig huis aan de kust of in Madrid.

Andalusië
is dat enige deel van Spanje, waar je volgens de minister veel meer van moet weten dan andere delen en dan vooral de laatste ontwikkelingen. Denk dan vooral aan: 1. Mechanisatie van de haciënda’s, dus meer citrusvruchten (die zijn veel water en arbeidskrachten nodig à illegale Marokkanen) 2. Veel geld naar irrigatiewerken (veel stuwdammen in het gebergte= S…N…. en meer tuinbouw = meer arbeidskrachten, dit zijn….) 3. Minder olijven maar meer zonnebloemen (de olie hiervan is …goedkoper dan de olijfolie) 4. Meer toeristen naar de oude moorse steden (Cordoba, Sevilla en Granada) en de (bier) stranden. 5. Autonome regio, beroemd om zijn flamencodans en –muziek. 6. Veel technopolen en dus betere infrastructuur.

Autonome gebieden
gebieden die zich onderscheiden met een eigen taal en cultuur en met een beperkte graad van zelfstandigheid (let op: 1 v-d 10 speciale termen).

Barcelona
is de enige stad van Spanje, waar je volgens de minister meer van moet weten dan andere steden. Hij zal vooral vragen op het examen stellen over de stedelijke ontwikkelingen. Dus let vooral op: 1. 1992: Olympisch spelen, dus prachtige sportersdorp later omgetoverd tot luxe woonwijk op de helling van de Montjuich+ aanleg ringwegen + beter vliegveld etc. 2. Oude havenwijk zo herbouwd dat Barcelona weer ‘zeezicht ’kreeg en deze miljoenenstad een eigen strand. 3. Gaudi (die gekke, geniale architect) leefde van 1852-1926. Dus zijn beroemde bouwwerken vind je ten Noorden van het oude stadsdeel. 4. Overschakeling van oude textielindustrie naar de auto-industrie (Seat + Nissan)en hightech-industrie.

Bekken
is een relatief laag gebied, dus op het land stroomt er meestal een rivier door en hopen er zich allemaal sedimenten op uit de omringende bergen. Voor Spanje moet je 2 bekkens kennen: Ebro en Guadalquiver.

Haciënda
zeer groot landbouwbedrijf. Groot in oppervlakte en niet in opbrengst: grote delen ervan liet men braak liggen om er met de rijke vriendjes op te jagen. Vooral in Andalusië en Extramadura.

Hooggebergte klimaat
klimaat boven de 1500 meter dus `s winters lekker koud + sneeuw om te skieën en zomers ook fris want de temperatuur daalt met de hoogte. Verder veel extreme dingen: harde winden, enorme erosie (geen planten om het tegen te houden), onweersbuien, dus hooggebergte wandelaars zijn geharde mensen.