Kopie van `Golf woordenboek`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Golf woordenboek
Categorie: Sport, welzijn en vrije tijd > Golf
Datum & Land: 10/03/2007, NL
Woorden: 72


Ace (basmm)
De ultieme slag in het golfspel, een hole dat in 1 keer wordt gemaakt.

Albatros (sophie)
Drie onder Par

American Ball (basmm)
In Amerika werd lang met een iets grotere bal gespeeld. 1,68 inch in plaats van de 1,62 inch van de Engelse bal.

Bag Rat
Golf-dialect voor Caddie.

Better-ball
Spel, waarbij twee spelers als een team spelen en telkens de beste score van een van beiden wordt geteld. ook four-ball genoemd.

Bewogen Bal
Engels: Ball Deemed to Move. Een bal wordt als bewogen beschouwd wanneer hij zijn ligplaats verlaat en op een andere plaats komt te liggen.

Bird Nest
Wanneer je bal in dikke rough terecht komt en als een ei in het hoge gras ligt.

Birdie
Het spelen van een hole in één slag minder dan par.

Bogey
Een hole gemaakt in 1 slag boven par. Een double-bogey is een hole gemaakt in twee slagen boven par, enz.

Bunker
Ook wel een zandkuil. Dit is een hindernis op de golfbaan. De hindernissen vormen de grenzen van een weg die de speler moet volgen.

Caddie (basmm)
Degene die de golfclubs van de speler draagt.

Chip
Een slag (meestal over kortere afstand) waarbij de rol veel verder is dan de vlucht (carry).

Chop
Neerslaan op de bal met weinig tot vrijwel geen swing.

Club
Vereniging. Een club is een Golfvereniging, die als lid is aangesloten bij de NGF en een goedgekeurde Regelcommissie heeft.

Cross-Bunker
Een bunker die dwars over de fairway ligt.

Cut
De first cut. Het kortst gemaaide stuk gras naast de fairway of rond de green.

Dance Floor
Wanneer de bal op de green ligt

Deuce
Een Amerikaanse uitdrukking: een hole doen in twee slagen.

Ditch
Een greppel. Of er water instaat of niet, volgens de Regels is het een hindernis.

Downhill lie
Je staat op een helling en de bal ligt lager dan je voeten.

Draw (basmm)
De spin die aan de bal wordt gegeven, zodat hij zich verplaatst van rechts naar links.

Face
Het slagvlak

Fade (basmm)
De spin die aan de bal wordt gegeven zodat hij zich geleidelijk verplaatst van links naar rechts.

Fairway
Het gemaaide gedeelte van de golfbaan tussen de tee en de green.

Foursome
Golfspel met teams van telkens twee spelers. In plaats van met hun eigen bal te spelen, zoals bij better-ball, spelen de partners om beurten met dezelfde bal en naar verschillende holes.

Free Drop
Onder bepaalde voorwaarden mag een speler de bal droppen (over de schouder laten vallen) zonder strafslag. Als u twijvelt, raadpleeg dan de spelregels.

Free-Golf (tubbing)
Door de speciaal ontwikkelde golfbal die ruwweg de helft van de afstand aflegt is het mogelijk op een kwart van de gebruikelijke oppervlakte van 60 ha een volwaardige 18-holes Free Golfbaan aan te leggen. Dus ruimte- en tijdbesparend.

Green (basmm)
Elk putting-oppervlak van het terrein.

Grip (greep)
De plaatsing van de handen op de stok; ook het bovenste gedeelte van de stok waar de handen worden geplaatst, gewoonlijk uitgevoerd in rubber of leder.

GUR (0burton)
Green Under Repair

Handicap
Cijfer dat aan elke speler wordt toegekend en dat het gemiddelde verschil aangeeft tussen zijn score en de par van de golfbaan.

Hanging Lie
Een bal die op een hellend vlak ligt.

Hardpan
Wanneer je bal op zodanig harde grond ligt dat je met een houweel nog geen divot kunt maken, dan lig je op `hardpan`. Een schot vanaf hardpan benodigt veel precisie want de club zal van de grond af stuiten als je voor de bal de grond al raakt.

Hazard (hindernis)
Een bunker, greppel, stroom of vijver.

Hole
Het doelwit op de green waar de bal tenslotte in gespeeld moet worden. De hole heeft een doorsnede 4,5 inch (11,25 cm.) Ook de benaming voor de hele afstand tussen de tee en de green.

Holing-Out (een hole maken)
De bal in de hole slaan.

Hook
Een slag die in de vlucht sterk afwijkt van rechts naar links.

Hosel
De plaats waar de steel van de club in de kop is bevestigd.

Kort Spel (basmm)
Dat deel van het spel wat vlakbij de Green wordt gespeeld. Daarmee wordt elk schot bedoeld om de bal te holen of zo dichtbij mogelijk te krijgen (bunkerschoten, putten, chippen, pitchen en alle variaties daarop).

Ladies Tee
De tee die voor vrouwelijke golfspelers wordt gebruikt, meestal een heel stuk dichter bij die van de mannen.

Lateral Water Hazard (basmm)
Een greppel of stroom die, gezien vanaf de fairway, evenwijdig aan een hole loopt i.p.v. dwars erop.

Loft
De Hellingshoek van het Clubblad t.o.v. het verticale vlak. IJzer 3 heeft ca. 20 graden, pitching wedge heeft ca. 48 graden.

Lost Ball
De spelers mogen vijf minuten naar een zoekgeraakte bal zoeken; is die tijd verstreken, dan moeten ze de bal als verloren beschouwen en volgens de spelregels met een andere bal spelen.

Match-Play
Als met twee gespeeld wordt, is de winnaar degene die meer holes voorstaat dan er nog te spelen zijn.

Medal-Play
Spel, waarbij de speler het totaal aantal slagen telt tijdens de wedstrijd. Ook Stroke-Play genoemd.

Obstructions
Voorwerpen, beweegbaar of niet, die het uitvoeren van een slag beletten.

Outside Agency
Ieder persoon of dier die- dat geen deel uitmaakt van het spel en het spelen van de bal belemmert.

Par (Baan)
Het aantal slagen wat een scratch speler nodig heeft voor de standaard score van een gehele golfbaan, gebaseerd op twee putts. `De par van de baan`. Vaak uitgelegd als afkorting van `professional average result`.

Par (Hole)
Het aantal slagen wat een scratch speler nodig heeft voor de standaard score van een hole, gebaseerd op twee putts. `De par van de hole`. Vaak uitgelegd als afkorting van `professional average result`.

Penalty
Wanneer een slag buiten de grenzen van het terrein belandt of op een plaats vanwaar de bal onbespeelbaar is, of wanneer hij zoek raakt, loopt de speler volgens de regels van het spel een penalty op. Penalties zijn ook voorzien bij overtreding van de spelregels.

Pitch
Korte hoge slag, gespeeld met een club met veel loft. Zie ook `chip`.

Push
Een slag die direct naar links vliegt zonder slice spin; een bal direct naar rechts slaan zonder slice spin.

Putt
De slag op de green en waarvoor men een putter gebruikt.

Round (wedstrijd)
Het afwerken van alle - meestal 18 - holes op de golfbaan.

Short Game
Het korte spel; Dat deel van het spel wat vlakbij de green wordt gespeeld. Bunkerschoten, Putten, Chippen, Pitchen en alle variaties daarop.

Slice
Een slag die bij zijn vlucht sterk afwijkt van links naar rechts.

Snipe
Een gehookte bal die snel op de grond komt.

Stance
Het innemen van de Stance door een speler bestaat uit het plaatsen van de voeten in een stand voor en ter voorbereiding van een slag.

Stroke (slag)
Het slaan van de bal.

Stroke-Play
Zie Medal-Play.

Supination
Doordat de polsen om elkaar draaien in de backswing wordt de palm van de rechterhand naar boven gedraaid: supinatie. Het omgekeerde is pronatie.

Target Line
Een denkbeeldige rechte lijn getrokken vanachter de bal, door de bal en naar het doel.

Tee-Markers
Metalen of plastic voorwerpen die worden gebruikt om de voorste grenzen van de tee aan te duiden.

Tie
Een gelijke score aan het einde van een wedstrijd, `they tied`.

Tight Game
Een wedstrijd die pijna in par wordt gespeeld.

Trap (basmm)
Zie Bunker.

Waarnemer
Engels: observer. Iemand die door de Commissie is aangesteld om een referee bij te staan bij het nemen van beslissingen in kwesties van feitelijke aard en om hem elke overtreding van een Regel te melden.

Wedge
Een stok (ijzer, club, iron) met veel loft (48 graden of meer), gebruikt voor korte slagen.

Whipping
Het garen, het touw waarmee het clubhoofd aan de shaft gebonden (gewikkeld) is.

Wrist Shot
Een Swing waarbij verreweg de meeste kracht en snelheid wordt gehaald uit de polsactie (vrijwel geen bovenlichaam rotatie)

Yardage Rating
De moeilijkheid(sgraad) van een hole welke alleen gebaseerd is op de lengte van die hole.

Zoomie
Een drive welke verder gaat dan de speler ooit heeft geslagen.