Kopie van `Res nova - cultuurhistorie & ruimtelijke ordening`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Res nova - cultuurhistorie & ruimtelijke ordening
Categorie: Juridisch > Wetgeving ruimtelijke ordening
Datum & Land: 10/03/2007, NL
Woorden: 79


Aanlegvergunning
De aanlegvergunning wordt in de voorschriften in het bestemmingsplan vermeld (op grond van artikel 14 WRO). Aanlegvergunningen worden verleend voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden, die anders zijn dan bouwen.

Artikel 19-procedure
Een in de Wet op de ruimtelijke ordening gegeven mogelijkheid om - met toestemming van de provincie en de Inspectie van de Ruimtelijke Ordening - voor een bepaald project of bouwplan vrijstelling te verlenen van het vigerende bestemmingsplan. Hiervoor dient de initiatiefnemer een ruimtelijke onderbouwing van zijn plan in te dienen bij de gemeente, waaruit blijkt dat het afwijken van het bestemmingsplan geaccordeerd kan worden. Argumenten hierbij zijn dat het plan ruimtelijk goed past in het stedelijke weefsel van de bestaande ambiance en op overige punten (bodemarchief, flora en fauna, geluid, stof, water et cetera) niet op - ernstige - bezwaren stuit. De ruimtelijke onderbouwing ontwikkelt zich geleidelijk tot een van de bouwstenen van de core business van Res nova.

Basiskwaliteit
Een nieuw begrip uit de Nota Ruimte, dat in de praktijk nog enigszins handen en voeten moet krijgen. De basiskwaliteit omvat inhoudelijke en procesmatige eisen, die in elk geval moeten worden gerespecteerd bij alle ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.
Waar het rijk resultaatverantwoordelijk is voor de ruimtelijke hoofdstructuur (RHS) zijn lagere overheden dit voor de basiskwaliteit, ook wanneer er geen bovenlokale aspecten in het geding zijn. Bij elkaar zorgen ze als het ware voor een ‘ondergrens’ of ‘bodem’ . Ze vormen gelijktijdig het kader voor de centrale overheden. Het rijk zal hierop monitoren, toetsen en handhaven. Basiskwaliteit is naar het oordeel van de Minister van VROM meer dan de wettelijke planvereisten die de WRO stelt en de daarbij horende procedures.

BBM
Belastingdienst Bureau Monumentenpanden

Beeldkwaliteit- of beeldregieplan
Een beeldregieplan of beeldkwaliteitplan is een samenhangend pakket van intenties, aanbevelingen en-of richtlijnen voor het veiligstellen, creëren en-of verbeteren van de beeldkwaliteit in een bepaald gebied. Het beeldkwaliteitplan geeft in woord en beeld voor verschillende schaalniveaus de uitgangspunten aan voor het te ontwikkelen architectonisch en stedenbouwkundig ontwerp. Het is een op de locatie en situatie afgestemd referentiekader voor de stedenbouwkundige en architectonische vormgeving.
De grondslag is een inventarisatie, analyse en evaluatie van de bestaande c.q. gewenste ruimtelijke kwaliteit van de gebouwde respectievelijk te bouwen omgeving. Beeldkwaliteitplannen vormen een aanvulling op bestaande gemeentelijke instrumenten, zoals het bestemmingsplan, dat op het gebruik gericht is. Bij het streven naar integraal beleid voor ruimtelijke kwaliteitszorg is het beeldkwaliteitplan een belangrijk instrument.

Beschrijving in hoofdlijnen (BIH)
Het bestemmingsplan hanteert het instrument van de beschrijving in hoofdlijnen, dat is geïntroduceerd in het Besluit Wro 1985. Dit heeft
een toetsingsfunctie, waaraan concrete plannen kunnen worden getoetst
een uitvoeringsfunctie om aan te geven welke acties de gemeente nog dient te ondernemen om het bestemmingsplan te verwezenlijken
een afstemmingsfunctie voor de synchronisatie van het bestemmingsplan met andere wettelijke regelingen, zoals bijvoorbeeld de Monumentenwet 1988, de Flora- en faunawet et cetera.
De BIH maakt deel uit van de bestemmingsplanvoorschriften, maar vormt als uitzondering daarop geen harde regel, maar beleid. Dat wil zeggen dat men mag afwijken van de BIH, mits zorgvuldig gemotiveerd.
De BIH vormt een belangrijk instrument in het PER©, omdat hierin de beheer- en sturingskaart van het betreffende gebied is opgenomen en een samenvatting van het beeldkwaliteitconcept uit het CHBO. Omdat dit de functie heeft van een toetsingskader, moeten bouwvergunningen niet alleen getoetst worden aan de Welstandsnota, maar ook aan de BIH. Uiteraard geldt dat ook voor aanlegvergunningen die met het oog op behoud van en ontwikkeling vanuit de cultuurhistorische karakteristiek plaatsvinden. Een voorbeeld van het gebruik van de BIH voor dit soort doeleinden vormt het Maastricht planologisch erfgoedregime.

Bestemmingsplan
Een bestemmingsplan beschrijft wat er met de ruimte in een bepaalde gemeente mag gebeuren. Het belangrijkste onderdeel vormt de plankaart waarop is aangegeven welke bestemmingen waar zijn toegestaan en welke voorwaarden eraan verbonden zijn. Deze kaart is `hard` en heeft kracht van wet. Dat geldt eveneens voor de voorschriften, op de (algemene) beschrijving in hoofdlijnen (BIH) na die de status heeft van vastgesteld beleid. In principe moeten bestemmingsplannen elke tien jaar worden geactualiseerd.

BIH
Beschrijving in hoofdlijnen

Bouwhistorisch onderzoek
Bouwhistorisch onderzoek is een onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis en ontwikkeling van een gebouw of ensemble met een nadruk op de fysieke samenstelling. Aspecten die hierbij aan bod komen zijn onder meer de architect, constructiewijze en latere toevoegingen of wijzigingen. Het is beperkter en meer specialistisch van opzet dan het cultuurhistorisch onderzoek, omdat de materiële samenstelling van het pand centraal staat en niet zozeer zijn ruimtelijke, esthetische of cultuurhistorische positie op landelijk, regionaal of locaal niveau.

BRIM
Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten

BROM
Besluit Rijkssubsidiëring Onderhoud Monumenten

Bronvraag
Een beslissend punt bij de kwestie of een monumenteneigenaar wel of niet in aanmerking komt voor fiscale faciliteiten, is de kwestie van de bronvraag. Met name op het moment dat een Rijksmonument een andere bestemming krijgt, kan de aard van het pand als fiscale bron van inkomsten veranderen. U komt dan in beginsel de eerste drie jaar niet in aanmerking voor de aftrek van onderhoudskosten. Momenteel is er veel beweging in de uitleg van de bronvraag door recente jurisprudentie. Vandaar dat Res nova daar een speciaal onderzoek naar heeft laten verrichten. De teneur is dat de kwestie van de bronvraag op een hoger abstractieniveau wordt getild, waardoor de mogelijkheden voor aftrek ruimer worden.

BRRM
Besluit Rijkssubsidiëring Restauratie Monumenten
Deze subsidieregeling wordt per 1 januari 2006 ingetrokken en vervangen door het BRIM: Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten.

CHBO
Cultuurhistorisch basisonderzoek. Dit wordt toegelicht onder Cultuurhistorisch onderzoek.

Compensatie (plan, overeenkomst)
Als schade aan natuurwaarden wordt toegebracht is vaak, op basis van de natuurbeschermingswet (artikel 12), compensatie verplicht. Een bekend voorbeeld is de aanplant van nieuwe bomen (op een andere locatie) als er ergens bomen gekapt worden.

Contingenten (woon-)
In principe bepaalt de provincie hoeveel woningen er binnen een gemeente gebouwd mogen worden: dit is de planologische ruimte of het woningcontingent. Om ontwikkelingen niet geheel onmogelijk te maken is een aantal uitzonderingen op de contingentering toegelaten, zoals in het kader van Ruimte voor Ruimte.

Contouren
Instrument dat ingezet wordt om de ruimtelijke contrasten in Nederland in stand te houden en om een goede balans te vinden tussen de verschillende ruimteclaims. De belangrijkste contouren zijn de rode en groene contouren die de grenzen bepalen rond te bebouwen en niet te bebouwen gebieden. Het begrip is ontleend aan de vijfde nota RO (die geen officiële status als PKB heeft en ook niet meer krijgt). Rode contouren geven de gebieden aan waarbinnen gebouwd mag worden (áls er gebouwd mag worden) en groene contouren geven natuurgebieden aan. De Nota Ruimte schaft het concept Contouren grotendeels af. Provinciaal en gemeentelijk beleid is echter nog deels gebaseerd op de Vijfde Nota. Ook kunnen provincies en gemeenten natuurlijk autonoom (blijven) kiezen voor een scherp onderscheid tussen stedelijk gebied en buitengebied.

Cultuurhistorie
Letterlijk: beschavingsgeschiedenis. Geschiedenis van alles dat door mensen gemaakt is en niet op natuurlijke wijze, of als een ‘deus ex machina’ ontstaan is. Het is daarmee breder dan bijvoorbeeld kunstgeschiedenis. Alle bouwwerken horen erbij maar bijvoorbeeld ook landschappelijke patronen (wallen, hagen, akkers, polders; zowel boven als onder het maaiveld). (Oude) staatkundige patronen (landsgrenzen) en bijvoorbeeld de invloed van religie eveneens. Landschappelijke patronen die niet door mensen zijn gemaakt of veroorzaakt (natuurlijk meanderende rivier, natuurlijk reliëf) worden er niet toe gerekend. Omdat deze geomorfologische aspecten echter wel voorwaardenscheppend zijn geweest voor het `in cultuur brengen` van gebieden en (dus) nauw samenhangen met de historisch-geografische aspecten, worden zij wel betrokken bij het cultuurhistorisch onderzoek. Cultuurhistorisch onderzoek vormt een belangrijk instrument om de monumentale waarden van een gebied, complex of pand te objectiveren.

Ecologische hoofdstructuur (EHS)
Een samenhangend netwerk van kerngebieden (bos- en natuurgebieden) en ecologische verbindingen. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een speerpunt van het Nederlandse natuurbeleid. In het Natuurbeleidsplan (LNV, 1990) en het Eerste Structuurschema Groene Ruimte (SGR1) (LNV, 1992, 1993) vormt de realisatie van een ecologische hoofdstructuur al een belangrijke doelstelling. Dit doel wordt in het huidige beleid voortgezet.
De EHS moet een samenhangend netwerk van natuurgebieden worden, dat als de groene ruggengraat van Nederland zal fungeren. Tot de EHS behoren primair:
bestaande bos- en natuurgebieden en landgoederen
nieuwe natuurgebieden met functiewijziging die begrensd zijn door de provincies (natuurontwikkeling en reservaten)
nieuwe natuurgebieden zonder functiewijziging (beheersgebieden)
ecologische verbindingszones voor zover deze de natuurgebieden van de EHS met elkaar verbinden
Noordzee en overige grote wateren.

Ecologische verbindingszone
Corridor tussen twee natuurgebieden om migratie van fauna mogelijk te maken. Vaak groene gebieden die om formele redenen zelf niet tot het natuurgebied gerekend worden. Indien deze strook zo’n 750 meter breed is (afhankelijk van de locale situatie) wordt wel gesproken van een ‘robuuste ecologische verbindingszone’. Een dassentunnel of wildviaduct zou als een kleine ecologische verbindingszone beschouwd kunnen worden.

Effectstudie Flora- en faunawet
Bij een aanvraag in het kader van de Flora- en faunawet is een studie nodig naar de gevolgen van de geplande ruimtelijke ingreep voor de eventueel op de planlocatie aanwezige beschermde flora en fauna.

EHS
Ecologische hoofdstructuur

Fiscaal relevant
De meeste particuliere eigenaren van Rijksmonumenten zijn fiscaal relevant. Kortweg houdt dit in dat zij dat deel van hun verdiensten dat jaarlijks via de inkomstenbelasting in de staatskas verdwijnt, mogen besteden aan het onderhoud van hun pand.
Ook voor panden in eigendom van ondernemingen geeft BBM een beschikking af, waardoor onderhoudskosten afgetrokken kunnen worden van de bedrijfswinst en verbeterkosten geactiveerd worden op de balans.

Flora- en faunawet
De Flora- en faunawet is op 1 april 2002 in werking getreden. Het is een raamwet die een vervanging vormt van de Vogelwet 1936, de Wet Bedreigde Uitheemse Dier- en Plantensoorten, de Jachtwet, de Nuttige dierenwet 1914 en hoofdstuk V van de Natuurbeschermingswet. In de Flora- en faunawet staan de hoofdlijnen van de regels. De uitwerking is geregeld in aparte besluiten en regelingen. Nu enige jaren ervaring is opgedaan en gebleken is tot welke bureaucratische gevolgen heeft geleid, worden enkele algemene vrijstellingen bij Algemene Maatregel van Bestuur voorbereid met betrekking tot bepaalde soorten flora en fauna en bepaalde soorten ingrepen. Ook zal het traject aanzienlijk vereenvoudigd worden voor organisaties (zoals projectontwikkelaars) die een gedragscode opstellen die vervolgens goedgekeurd wordt. Het betreft een soort `zachte certificering`, waarop Res nova een voorschot heeft genomen door bepaalde afspraken met LNV vast te leggen. Dit heeft geleid tot het Groen effectplan©.
De Flora- en faunawet richt zich op de bescherming van planten- en diersoorten. Welke soorten beschermd zijn, kan men vinden via publicatie nummer 106946.pdf van LNV. Er zijn twee manieren om te beschermen:
door het verbieden van een aantal handelingen die schadelijk zijn voor beschermde planten of dieren
door het aanwijzen van kleine terreinen of objecten als beschermde leefomgeving.

Gebiedsgerichte welstandscriteria
Integraal gebiedsgericht welstandsbeleid bestaat nu zo`n tien jaar. Was het voorheen puur een kwestie van mogen, met de nieuwe Woningwet (2001) behoort gebiedsgericht welstandsbeleid tot één van de standaardopties. Het vormt een antwoord van het Rijk op het tekortschieten van generieke beleidsmaatregelen op locaal niveau.
Er was en is behoefte om in te spelen op specifieke situaties op kleinere schaalniveaus dan heel Nederland. Een en ander heeft geleid tot het aanwijzen van bijzondere gebieden in de verplichte gemeentelijke Welstandsnota, waar de gemeente op maat gesneden criteria voor moe(s)t ontwikkelen. Daarbij is cultuurhistorie in de Memorie van Toelichting bij de Woningwet een elementaire rol toebedacht. Dit uitgangspunt heeft geleid tot de centrale positie van de welstandstoets in het PER© en de opname van een beeldkwaliteitconcept met gebiedsgerichte welstandscriteria in het CHBO.
Bij cultuurhistorisch onderzoek ten behoeve van ruimtelijke plannen in een `gevoelige omgeving` vormt een beeldkwaliteitconcept met gebiedsgerichte welstandscriteria een goede manier om algemene inzichten te concretiseren en te objectiveren voor een concreet gebouw of ensemble.



Gebreken
Bij de beoordeling van de bouwkundige staat van een gebouw worden verschillende soorten gebreken onderscheiden:
Structurele gebreken: dit zijn de gebreken aan de samenstellende delen van de draagconstructie en hebben dus betrekking op hoe het object structureel in elkaar zit. Het betreft waarneembare schade aan bijvoorbeeld fundering, muren en kapconstructie, zoals verzakkingen, scheefstand en scheurvorming
Constructiegebreken: deze gebreken hebben betrekking op de bouwwijze van de bouwdelen. Bijvoorbeeld waarneembare schade aan spanten, vloeren, trappen en dergelijke, zoals verstoringen en vervormingen van de betreffende constructies
Materiaalgebreken: Deze gebreken hebben betrekking op de toepassing en verwerking van de materialen, zoals bijvoorbeeld schade in de vorm van aantasting van de steensoort, houtaantasting, materiaalbreuk en dergelijke.

Gebrekenplan
Plan dat dient om de gebreken van een pand in kaart te brengen in relatie tot de herstelkosten. Dit is onder meer nodig voor een restauratieplan, als onderlegger voor een bindende beschikking van BBM en een eventuele restauratiehypotheek. Het is tevens bruikbaar voor het vergunningentraject en het bestek van de aannemer.

Genius loci
De `geest van de plek` is een begrip dat terug te voeren valt tot de klassieke (Romeinse) cultuur om de sfeer en de eigenheid van een bepaalde locatie te benoemen. Deze geest werkt door in het `verhaal van de plek`, een uitdrukking ontleend aan de rijksnota Belvedere, die gehanteerd wordt om aan te geven dat onroerend cultuurgoed de resultante vormt van hetgeen op die locatie door de eeuwen heen aan ontwikkelingen en ingrepen heeft plaatsgevonden. Zowel de geschiedenis van het gebouw, de tijdgeest als de bewonersgeschiedenis maken deel uit van de genius loci.

Habitatrichtlijn
De in 1992 vastgestelde Habitatrichtlijn is, naast de Vogelrichtlijn uit 1979, de belangrijkste regelgeving van de Europese Unie ter bevordering van de biologische verscheidenheid, alsmede van het tot stand komen van Natura 2000.

Inventarisatie natuurwaarden
Een inventarisatie van aanwezige (beschermde) flora en fauna op een bepaalde locatie. Hierbij wordt als uitgangspunt meestal gebruik gemaakt van het werk van de `particuliere gegevens beherende organisaties` (PGO’s). Daarnaast is afzonderlijk veldwerk door een ecoloog noodzakelijk om te kunnen beoordelen of ontheffing aangevraagd dient te worden in het kader van de Flora- en faunawet.

Karakteristiek of waardenstelling
Een waardenstelling is primair een instrument dat ingezet wordt bij de besluitvorming die plaatsvindt wanneer men een gebouw of een terrein wil aanwijzen tot respectievelijk beschermd monument of beschermd stads- en dorpsgezicht.
Op de tweede plaats dient de waardenstelling als instrument bij de vergunningverlening en tenslotte ondersteunt ze de motivering van een subsidieaanvraag of aanvraag om een fiscale beschikking.
Bij de waardenstelling worden de kwaliteiten die zich bij een pand of terrein voordoen, in kaart gebracht en vervolgens gewaardeerd op grond van criteria die door de overheid zijn vastgesteld. De belangrijkste daarvan zijn ruimtelijke structuur of samenhang, schoonheid, betekenis voor de wetenschap en cultuurhistorische waarde. Bij een concreet plan wordt bekeken welke kwaliteiten bij de voorgenomen ingreep in het geding zijn, of deze integraal behouden kunnen blijven en mogelijk zelfs de nieuwe ontwikkelingen kunnen aansturen.
Doordat in het verleden slechts heel summier werd aangegeven waarom bescherming nodig was, moet over het algemeen bij een planbeoordeling een nieuwe waardenstelling geformuleerd worden. Deze biedt tevens ruimte voor voortschrijdend inzicht. De overheid toetst de plannen van de initiatiefnemer aan de waardenstelling van de onderzoeker die dan ook een onafhankelijke positie ten opzichte van de architect hoort in te nemen.
In de systematiek van Res nova ligt bij de waardenstelling het accent op de toets van de vier hoofdcriteria van de wet en de verordeningen, waarbij ruimtelijk of structurele samenhang, schoonheid, betekenis voor de wetenschap en cultuurhistorische waarde als rubriek behandeld worden.

Licht vergunningplichtig
Onder licht vergunningplichtige bouwwerken worden in de nieuwe Woningwet verstaan: aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, kozijn- en gevelwijzigingen, dakkapellen en erfafscheidingen.

LNV
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselveiligheid.
Dit ministerie is onder meer betrokken bij regelgeving op het gebied van natuurbescherming en de reconstructie.

Meerjarenonderhoudsplanning
Door op langere termijn de werkzaamheden jaarlijks te bundelen, haalt u het maximum uit de fiscale voordelen. Om dit te bereiken heeft Res nova de meerjarenonderhoudsplanning ontwikkeld. Dit product is met de fiscus afgekaart. Voor een aanvraag met een meerjarenonderhoudsplanning geeft Bureau Monumentenpanden eveneens een bindende beschikking af. Zo bent u voor de lange termijn verzekerd van dekking, c.q. aftrekmogelijkheden van de onderhoudskosten. Dit product maakt deel uit van Fiscaal verhaal©.

Milieueffectrapportage
Een milieueffectrapportage (MER) zet de milieugevolgen van een plan of project en van mogelijke(milieuvriendelijker) alternatieven voor het betreffende gebied op een rij. De cultuurhistorie van de omgeving maakt daar deel van uit.

Mitigeren
Dit betekent letterlijk `verzachten`. Met name het verzachten van effecten van een ruimtelijke ingreep op de lokale flora en fauna. Vaak gebruikt in samenhang met compensatie.

Monumentencommissie, gemeentelijke
Onafhankelijke commissie die B&W adviseert over cultureel erfgoed binnen de gemeentegrenzen: Rijksmonumenten, gemeentelijke en provinciale monumenten, beschermde dorps- of stadsgezichten en het erfgoed dat beschermd is via het bestemmingsplan.

Monumentenwet (1988)
De bijzondere wet op het gebied van Rijksmonumenten, waarin de aanwijzingsprocedure en het vergunningenstelsel zijn geregeld. De wet wordt momenteel herzien om archeologische monumenten een plaats te geven die overeenstemt met de bepalingen van het Verdrag van Valletta. Een tweede algehele herziening is in voorbereiding.

Nationaal Restauratiefonds (NRF)
Het NRF keert namens het ministerie van OCW de monumentensubsidies uit. Het fonds verstrekt en beheert de financieringen in het kader van het Besluit Rijkssubsidiëring Restauratie Monumenten (BRRM) en het Besluit Rijkssubsidiëring Onderhoud Monumenten (BROM). Deze regelingen worden per 1 januari 2006 vervangen door het BRIM (Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten).
Voor gemeenten en provincies ontwikkelt het NRF daarnaast subsidie- en financieringssystemen voor monumentenzorg en particuliere woningverbetering en verzorgt het fonds de administratie van subsidies. Het NRF heeft zich tot doel gesteld om met één en dezelfde subsidie-euro meer voor de monumentenzorg te doen. Het fonds doet dat door het ontwikkelen en verstrekken van financieringsfaciliteiten en het geven van voorlichting. Het NRF opereert als `bank` voor eigenaren van met name Rijksmonumenten.

Nationale landschappen
Nationale en provinciale landschappen zijn gebieden waar de cultuurhistorische en landschappelijke waarden een extra impuls krijgen. Als nationaal landschap worden aangewezen: het Groene Hart, de Hoeksche Waard en Noordhollands Midden (Waterland, Beemster, Purmer, Schermer, Wormer en Jisperveld). Daarnaast komen in aanmerking: het Limburgse Heuvelland, een deel van het Rivierengebied, en een deel van de Zeeuws-Hollandse Delta.

Nationale parken
Nationale parken zijn aaneengesloten gebieden van ten minste 1000 hectare, bestaande uit natuurterreinen, wateren en-of bossen, met een bijzondere landschappelijke gesteldheid en planten- en dierenleven. Er zijn goede mogelijkheden aanwezig voor recreatief medegebruik. In de nationale parken worden natuurbeheer en natuurontwikkeling geïntensiveerd, natuur- en milieueducatie sterk gestimuleerd en vormen van natuurgerichte recreatie, alsook onderzoek bevorderd.

Natura 2000
Natura 2000 is een groot Europees netwerk van beschermde natuurgebieden met als doel: behoud en herstel van de biodiversiteit in de Europese Unie.

Natuurbeschermingswet
De natuurbeschermingswet dateert uit 1998 maar wordt herzien om de Vogel- en Habitatrichtlijnen te integreren.

Nota Ruimte
Deze rijksnota omvat de visie op het terrein van de ruimtelijke inrichting voor de komende jaren en treedt als zodanig in de plaats van de Vijfde Nota. Daarbij gaat het om inrichtingsvraagstukken die spelen tussen nu en 2020, met een doorkijk naar 2030. Belangrijkste doelen zijn de afstemming en integratie van ruimtelijk beleid in één Nota, verdergaande decentralisatie, ontwikkelingsgerichtheid (van toelatingsplanologie naar ontwikkelingsplanologie) en uitvoeringsgerichtheid (koppeling van beleid aan uitvoering). In de nota worden de hoofdlijnen van beleid aangegeven, waarbij de ruimtelijke hoofdstructuur van Nederland (RHS) een belangrijke rol speelt.
De Nota Ruimte krijgt na de behandeling in de Tweede Kamer de status van een planologische kernbeslissing. Ze wordt dus het toetsingskader voor de provinciale streekplannen, waaraan op hun beurt weer bestemmingsplannen getoetst moeten worden. Ook cultuurhistorie is als ruimtelijk vormgevend beginsel prominent aanwezig in de Nota Ruimte.

OCW
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Ontwikkelingsplanologie
De gewenste ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken en bevorderen en niet (zo zeer) de toekomst vastleggen en de ontwikkeling op slot doen.

PGO`s
Particuliere gegevensbeherende organisaties

PIP
Periodiek instandhoudingsplan dat een verplicht onderdeel vormt van de subsidieaanvraag in het kader van het BRIM. Lees hierover meer via onderstaande link.

Planologische kernbeslissing (PKB)
Regeringsbesluit over de ruimtelijke ordening op landelijk niveau. Deze moet leiden tot een zorgvuldige beslissing, waarbij ook belanghebbende organisaties en burgers worden betrokken. Bij de PKB wordt uitgegaan van een concreet voorstel dat door de rijksoverheid aan de betrokkenen wordt voorgelegd. Een planologische kernbeslissing bevat globale landelijke regels voor de inrichting van Nederland. Lagere overheden werken deze verder uit. Om van kracht te worden moet de PKB door de Tweede Kamer worden vastgesteld. De Vinex is een voorbeeld van een PKB, terwijl de Nota Ruimte na afronding van de procedure de status van PKB zal krijgen.

POL
Provinciaal omgevingsplan

Procedurewet
Een procedurewet, zoals de Wet op de Ruimtelijke Ordening, geeft alleen aan hóe iets moet gebeuren en ziet daarmee toe op een zorgvuldige procesgang. Een dergelijke wet zegt echter niet wát er moet gebeuren. Op het gebied van RO is het beleid momenteel nog vastgelegd in de Vinex en, meer specifiek op het terrein van de volkshuisvesting, in de Nota Mensen, Wensen, Wonen (2000). Deze Nota gaat al veel meer dan Vinex uit van de wensen van de eindgebruiker. In 2005 zal de Nota Ruimte de Vinex als PKB vervangen.

Provinciaal omgevingsplan (POL)
Plan dat een samensmelting van de wettelijke planfiguren op het terrein van het `omgevingsbeleid` zou moeten inhouden, te weten: het streekplan, het milieubeleidsplan en het waterhuishoudingsplan. Het provinciaal omgevingsplan Limburg is het streekplan van de provincie Limburg.

RACM
Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten

RDMZ
Rijksdienst voor de Monumentenzorg

Reconstructie van het platteland
Feitelijk een sanering van de intensieve veeteelt. Deze leidt soms tot grote problemen: varkenspest, MKZ en vogelpest. Het doel van de Reconstructiewet Concentratiegebieden is een verbetering van de sociaal-economische en omgevingskwaliteit en een vermindering van de veterinaire kwetsbaarheid door conflicterende belangen (wonen, werken, recreatie, intensieve landbouw, natuur) duidelijker te scheiden.

Reconstructiewet
In de Reconstructiewet is een proces vastgelegd dat moet leiden tot een reconstructie van het buitengebied. Dierziekten (varkenspest, MKZ, vogelpest) hebben de afgelopen jaren laten zien dat de veehouderij zeer kwetsbaar is. Om deze en andere redenen vond de overheid dat er een ruimtelijke herverdeling van functies in het buitengebied moet plaatsvinden onder meer door de aanleg van `varkensvrije` zones te creëren (herverkaveling), een sloopregeling van overtollige agrarische gebouwen, versterken van de melkveehouderij en verdrogingbestrijding.

Restauratiefonds-hypotheek
Een Restauratiefonds-hypotheek is een laagrentende lening ter stimulering van grotere ingrepen (restauraties) aan een Rijksmonument. Voor de lening komen in aanmerking belastingplichtige eigenaren die hun restauratiekosten fiscaal kunnen verrekenen (de fiscaal aftrekbare onderhoudskosten). De Restauratiefonds-hypotheek bedraagt maximaal 70% van de fiscaal aftrekbare onderhoudskosten, met een maximum van 250.000 euro per monument. De lening wordt verstrekt door de Stichting Nationaal Restauratiefonds.

RHS
Ruimtelijke hoofdstructuur

RO
Ruimtelijke ordening

ROB
Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek

Rood voor Groen
Rood staat voor bouwactiviteiten, Groen staat voor natuur(ontwikkeling). Rood voor Groen is een beleidsinstrument, deels financieel (bouwactiviteiten financieren en compensatie door natuurontwikkeling realiseren) deels inhoudelijk (efficiënt gebruik van schaarse ruimte).
Groen (willen) wonen is zowel een bedreiging (verdere versnippering en verstoring) als een kans voor een nieuwe landschapskwaliteit. In landschappelijk minder waardevolle gebieden is kwaliteitsverbetering mogelijk door de gewenste woningbouw in te passen in het landschap. Daarbij kan de financiële meerwaarde van woningen worden benut om de kwaliteit van de omgeving te vergroten (het `rood voor groen` concept).

Ruimte voor ruimte
Volgens de ruimte-voor-ruimteregeling krijgen veehouders subsidie voor de sloop van bedrijfsgebouwen, of toestemming om op eigen erf een huis te bouwen. De regeling moet een einde maken aan het mestoverschot en ook het landelijk gebied ontdoen van lelijke gebouwen.

Ruimtelijke hoofdstructuur (RHS)
Het rijk neemt in de Nota Ruimte de resultaatverantwoordelijkheid voor de RHS. Deze betreft met name de economische kerngebieden (mainports, brainports en hoofdverbindingsassen et cetera) en de landschappelijk waardevolle gebieden (vogel- en habitatrichtlijngebieden, ecologische hoofdstructuur en robuuste ecologische verbindingen, werelderfgoedgebieden, nationale landschappen, et cetera).

Ruimtelijke ordening (RO)
Overheidsactiviteit waarbij bewust wordt ingegrepen in maatschappelijke ontwikkelingen; ze is gericht op het bereiken van het best denkbare evenwicht tussen ruimte en samenleving en resulteert in beslissingen over de bestemming en het gebruik van de grond.
Ook wel: het van overheidswege toedelen van ruimte aan maatschappelijke activiteiten. Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen ruimtelijke ordening als beleidsveld en het ruimtelijke ordeningsbeleid dat gevoerd wordt; de ruimtelijke ordening als beleidsveld verschaft een neutraal wettelijk en bestuurlijk kader, met behulp waarvan de in een gebied spelende ruimteclaims tegen elkaar kunnen worden afgewogen.

Sneltoetscriteria
Eenvoudige welstandscriteria voor eenvoudige bouwwerken: voor bouwwerken die in het licht van de nieuwe Woningwet lichtvergunningplichtig zijn, zijn sneltoetscriteria verplicht. Hiermee kan de gemeente op een voor de aanvrager inzichtelijke manier snel beoordelen of een bouwvergunning kan worden verstrekt. Hier biedt een voorspelbare en handige procedure dus soelaas: voor de gemeente en voor de initiatiefnemer.

Streekplan
Een streekplan beschrijft wat er met de ruimte in een (deel van een) provincie mag gebeuren. Er dient rekening gehouden te worden met de vigerende PKB.

Swank
De swank is een bedrukt steigerdoek met reclame dat tijdens de bouwwerkzaamheden aan de steiger of de blinde muren wordt bevestigd. Het concept is ontwikkeld door het bedrijf MegaMedium in Naarden in het kader van restauratiesponsoring. Bouwsteigers bij renovatie- en restauratieprojecten worden voorzien van een groot reclamedragend steigerdoek - een swank - in plaats van de groene, rode of roze steigerdoeken die normaal worden geplaatst. Swank betekent in het engels `groots` en MegaMedium heeft deze productnaam officieel geregistreerd. De eigenaar van een pand krijgt (afhankelijk van de locatie!) een aantrekkelijke vergoeding voor het ter beschikking stellen van de steigers.

Tabelsoorten Flora- en faunawet
Ter concretisering van de Flora- en faunawet heeft de rijksoverheid tabellen uitgebracht met de beschermde plant- en diersoorten. De volgende categorieën en gradaties worden onderkend:
alle vogelsoorten in Nederland zijn beschermd, behalve de exoten
tabel 1: betreft de algemene soorten flora en fauna waarvoor men bij ruimtelijke ontwikkelingen een standaard vrijstelling heeft in het kader van de Flora- en faunawet.
tabel 2: betreft de overige soorten flora en fauna, waarbij de ontheffingsaanvraag wordt getoetst op het criterium `doet geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort` (de zogenaamde `lichte toets`.
tabel 3: betreft de soorten uit bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. Hiervoor geldt de uitgebreide toets voor ontheffingsaanvragen met een topzware beoordeling.
Res nova heeft op basis hiervan met het ministerie concrete afspraken gemaakt die hebben geleid tot het Groen effectplan©

Toponiemen/toponymia
Letterlijk: plaatsnaamkunde. Vaak een mix van etymologie en (sociale) geschiedenis. Voorbeeld: het Noord-Limburgse plaatsje America ontleent zijn naam aan het feit dat vroeger veel Duitsers hier naar de hei (am Erica) kwamen.

Verdrag van Valletta
In 1992 in Malta gesloten verdrag (officiële naam: ‘Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologische erfgoed’). Het is de aanleiding voor wijziging van de Monumentenwet 1988 en enkele andere wetten. Belangrijkste uitgangspunten zijn:
het archeologische erfgoed dat bij ruimtelijke ingrepen aangetroffen wordt moet zoveel mogelijk ter plekke (in situ) bewaard worden
wanneer in situ niet mogelijk is, dient gezorgd te worden voor opslag en conservering ex situ (in depots)
vroeg in de ruimtelijke ordening moet al rekening gehouden worden met archeologie: onder het motto `de verstoorder betaalt` komen de kosten van archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen ten laste van de initiatiefnemer die een ruimtelijke ingreep voorbereid (infrastructurele werken, projectontwikkeling, nieuwbouw et cetera).

Vinex en Vijno
Vierde, respectievelijk Vijfde nota Ruimtelijke Ordening. De Vijfde is niet officieel vastgesteld en latere kabinetten trachten de daarmee ingezette beleidslijnen te `ontpronken`. Deze nota`s (de eerste verscheen begin jaren `60) bevatten het rijksbeleid op het gebied van RO. De feitelijke opvolger van Vinex wordt niet Vijno maar de Nota Ruimte.

VNG
Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Vogelrichtlijn
De Vogelrichtlijn heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats (leefomgeving).

VROM
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu

VWS
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Waterschap
Bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor waterlozing en waterkering, alsmede onderhoud voor bruggen en sluizen. In toenemende mate ook voor milieu- en natuurwaarden rond open water.

Welstand
Voor het verkrijgen van een bouwvergunning is het onder meer noodzakelijk dat het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Voordat burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag voor een bouwvergunning, leggen zij deze aanvraag om advies voor aan een welstandscommissie van onafhankelijke deskundigen. Deze bekijkt of het bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand.
Dit welstandsadvies is niet nodig wanneer bij besluit van de gemeenteraad is bepaald dat voor het gebied waarin het bouwwerk of standplaats wordt gebouwd, die eisen niet van toepassing zijn of als bij voorbaat al vaststaat dat de bouwvergunning op andere gronden moet worden geweigerd.
De eindverantwoordelijkheid voor de welstandsbeoordeling ligt bij burgemeester en wethouders. Dat houdt onder meer in dat zij niet mogen volstaan met een verwijzing naar het advies, maar aan moeten geven dat zij zich met dit advies kunnen verenigen. Ook kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het welstandsadvies, maar dat zal dan zorgvuldig moeten worden gemotiveerd.
Tegen het welstandsadvies zelf kan de aanvrager om bouwvergunning geen bezwaren maken, wel tegen het besluit tot weigering van de bouwvergunning.

Wet op de Ruimtelijke Ordening
De huidige Wet RO dateert van 1965. Een herziening is ophanden en treedt naar verwachting eind 2007 in werking.
Nota Ruimte; Provinciaal omgevingsplan (POL)

WRO/Wet RO
Wet op de Ruimtelijke Ordening