Kopie van `WA40 - Verklaring van content management termen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


WA40 - Verklaring van content management termen
Categorie: Automatisering
Datum & Land: 10/03/2007, NL
Woorden: 51


Aggregatie
Het op één plaats verzamelen van content uit meerdere bronnen.

API
Application Programmable Interface. Interface met behulp waarvan software met andere (standaard) softwarepakketten kan communiceren.

ASP
Application Service Provider. Dienst waarbij de applicatie (bijvoorbeeld een cms) wordt gehuurd, waarbij de hosting en het onderhoud door de verhuurder wordt verzorgd.

Business process management
Zie Workflow management.

Classificatie
Automatische rubricering van content, gebaseerd op bijvoorbeeld een thesaurus of een taxonomie.

CMS
Content Management Systeem. Systeem om het content management (automatisch) te beheren. Voldoet minimaal aan drie eigenschappen: - het is een geautomatiseerd publicatiesysteem; - het maakt een scheiding tussen content, opmaak en structuur (en rollen); - het biedt de mogelijkheid om dynamisch informatie te kunnen publiceren uit een repository van herbruikbare content-componenten.

CPU
Central Processing Unit. De processor van een pc of server.

CSS
Cascading Style Sheet. Zie Style sheets.

CSV
Comma Separated Value. Tekstbestand (ASCII) waarin elke regel een record vertegenwoordigd dat van elkaar gescheiden is door en komma.

DHTML
Dynamic HTML. Maakt het mogelijk om HTML, style sheets en scripts te combineren in een bewegend element op de pagina.

DTD
Document Type Definition. Set afspraken over de te gebruiken XML-codes.

E-mail management
Beheer en opslag van e-mail (met attachments).

Editing
Mogelijkheid (in een content management tool) om de content van pagina`s te creëren en te bewerken.

Editor
Applicatie om content (met name tekst) te creëren op een website of intranet.

ERP
Enterprise Resource Planning. Methode waarbij alle (met name financiële en logistieke) bedrijfsprocessen met behulp van automatisering met elkaar worden verbonden.

FTP
File Transfer Protocol. Protocol voor bestandsoverdracht via Internet.

GUI
Graphical User Interface. Het scherm waarmee de gebruiker werkt.

HTML
HyperText Markup Language. Hecht opmaakcodes aan bepaalde tekst- of figuurelementen. Een browser interpreteert deze codes en vertaalt ze in de juiste schermopmaak. voorbeeld:

Omeros



IM
Instant Messaging. Hiermee kan iedereen op Internet berichten uitwisselen door middel van teksten die door de ontvanger meteen te zien zijn in een speciaal venster. Men kan ook direct zien wie – binnen een bepaalde groep – on line is.

Implementatietijd
Mate van inspanning die nodig is om het systeem (en de organisatie eromheen) te implementeren.

Import
Binnenhalen van content uit externe applicaties/databases. Dit kan `real time`, batch-gewijs of via een conversie.

JDBC
Java Database Connectivity. Door Sun ontwikkelde interface voor de koppeling tussen Java-applicaties en database management systemen.

JSR 168
Java Specification Requests 168 betreft een portlet specificatie.

JSR 170
Java Specification Requests 170 betreft een standaard API voor toegang tot content repositories.

Klanttevredenheid
Mate van tevredenheid van de bezoeker/klant.



NITF
News Industry Text Format. Een vorm van XML voor de nieuwsindustrie.

ODBC
Open DataBase Connectivity. Interface waarmee diverse databasesystemen men een gemeenschappelijke taal kunnen worden benaderd.

ODMA
Open Document Management API. Standaard interface voor het beheren van documenten.

RCS
Revision Control System. Bij het publiceren van een aangepaste versie van een document, worden alleen de wijzingen opgeslagen om schrijfruimte te besparen.

RDF
Resource Description Framework.

RSS
Rich Site Summary (ook wel: Real Simple Syndication).

RTF
Rich Text Format. Tekstformaat van Microsoft voor tektopmaakcodes.

Security
Zie Beveiliging.

Server
Centrale computer waarop de website zelf (Webserver), het content management en/of de database is geïnstalleerd.

SGML
Standard Generalized Markup Language. Standaardtaal het ontwikkelen van (technische) documentatie in grote projecten.

Single source publishing
Het creëren van verschillende publicaties voor verschillende media vanuit één enkel brondocument.

Site Management
Algemeen beheer van een website (o.a. beveiliging, techniek, huisstijl, statistieken).

SMIL
Synchronized Multimedia Integration Language. Spreek uit: smile. Met HTML vergelijkbare programmeertaal die wordt gebruikt voor het maken van interactieve, audiovisuele presentaties.

Spam
Ongewenste e-mail die tot veel tijdverlies en ergernis leidt, maar voor sommige afzenders blijkbaar lucratief is. Spam gaat steeds vaker vergezeld van een virus.

Spidering
Methodiek waarbij een externe site wordt doorzocht en tegelijkertijd een index van de content wordt opgebouwd. Deze index wordt dan binnen de eigen omgeving opgeslagen. Hiermee is de externe site bij een volgende zoekopdracht beter te ontsluiten.

SQL
Structured Query Language. Taal waarmee gegevens in een database kunnen worden opgevraagd.

SSL
Secure Sockets Layer. Protocol voor het verzenden van vertrouwelijke informatie via Internet.

Syndicatie
Aanbieden van content voor hergebruik en integratie met andere media.

Thesaurus
Hiërarchisch gestructureerd trefwoordsysteem.

URL
Unique Resource Locator. Uniek Internetadres.

Web client
Computer (browser) waarmee toegang kan worden verschaft tot het content management systeem.

Web content management
Creatie, beheer en publicatie van content, veelal voor webomgevingen als websites en intranet. Zie ook Content Mangement en Enterprise Content Management.

Werkstroom/workflow
Het gehele proces van creatie tot publicatie van content, waarbij een aantal goedkeurings- en wijzigingsslagen worden doorlopen. Een cms ondersteunt het vastleggen van regels en de afhandeling, bijvoorbeeld: wie is voor welke actie met betrekking tot een bepaald soort content verantwoordelijk en in welke volgorde moeten acties worden ondernomen.

WYSIWYG
What You See is What You Get. Wordt vaak verward met Preview.

XML
eXtensible Markup Language. Uitbreidbare codering van gegevens. Codes geven aan wat de inhoud is van de gegevens.

XSL
eXtensible Stylesheet Language. Style sheet scriptingtaal voor de opmaak van XML. Er zijn nu twee varianten: XSLt en XSLFO. Zie ook Style sheet.