Kopie van `F1 Journaal`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


F1 Journaal
Categorie: Sport, welzijn en vrije tijd > Formule 1
Datum & Land: 15/02/2007, BE
Woorden: 22


Airbox
De airbox bevindt zich vlak boven de motor. De lucht komt via een opening in de rolkooi, in de airbox. Deze geleidt de lucht naar de luchtinlaten van de V10-motor.

Anti-lift
Anti-lift is het afstellen van de voorophanging zodat de voorwielen bij acceleratie niet van de grond loskomen.

Apex
De apex is het punt waar de ideale lijn de binnenkant van de bocht raakt.

Aquaplaning
Een wagen heeft aquaplaning wanneer er tussen de band en het asfalt een waterfilter ontstaat. Hierdoor heeft geen enkel punt van de band nog contact met de baan. De wagen kan beginnen glijden en als piloot kan je hier weinig aan doen.

Formatieronde
Nadat alle wagens op de grid hebben plaatsgenomen om de start van de GP te nemen, rijdt het ganse peloton nog een formatieronde. Dit is een trage ronde, waarin de rijders het circuit nogmaals kunnen verkennen en de banden nog wat opwarmen. Bovendien kan men de start wat oefenen, hoewel men dit niet vanuit stilstand, maar op lage snelheid doet.

Full Wets
Full wets of regenbanden worden gebruikt als het regent. Als het stortregent,kan men overschakelen op monsoonbanden, maar dit moet de raceleiding op voorhand beslissen.

GPDA
De Grand Prix Drivers Association is een afvaardiging van de F1-piloten. Mark Webber, Michael Schumacher en Jarno Trulli zetelen hier momenteel in. Als men de raad van de piloten inroept, zal men de mening van de GPDA raadplegen.

Gurney-flap:
Dunne strip, aan de bovenzijde over de breedte van de vleugel loodrecht op het vleugeloppervlak gemonteerd en dient om de hoeveelheid geproduceerde neerwaartse druk te verhogen

Ideale lijn
De ideale lijn is de lijn die de piloten zullen volgen om op de snelst mogelijke manier een ronde over het circuit af te leggen. Deze lijn maakt een compromis tussen de kortste weg en een maximale snelheid.

Oefensessie
Tijdens elke Grand Prix zijn er vier oefensessies, twee op vrijdag (donderdag in Monaco) en twee op zaterdag. In deze sessies kunnen de teams testen om de correcte afstelling en bandenkeuze te bepalen.

Overstuur (oversteer)
Een bolide kent overstuur in een bocht als de achtertrein minder grip heeft in vergelijking met de voortrein. De achterkant neigt dan rechtdoor te gaan, terwijl de voortrein de bocht normaal neemt. M.a.w. de achterkant van de wagen breekt uit.

Shakedown
De shakedown van bolides is het inrijden van de chassis` die de volgende GP ingezet zullen worden. Men voert dan een algemene systeemcontrole uit, zodat alle electronica werkt.Tijdens een shakedown mag men niet meer dan 50 km afleggen.

Sidepod
Sidepods bevinden zich, zoals het woord zegt, aan de zijkant van de bolide. In de sidepods bevinden zich de radiatoren om olie en water te koelen. Vooraan bevindt zich een opening voor de lucht, die via de splitter en barge boards naar de sidepods geleid wordt. Achteraan versmallen de sidepods om zo een cokebottleshape te creëeren.

Slicks
Dat zijn banden zonder profiel. Over het hele oppervlak zijn ze dus vlak. Daardoor zijn het ook goede racebanden omdat men een maximum aan grip kan verkrijgen.

Slipstream
De slipstream is de luchtstroming achter een bolide. Als men vlak achter een bolide zit, kan men van die slipstream profiteren om op de voorligger te naderen. De bolide wordt aangezogen door de slipstream. Het enige nadeel met de huidige bouw van achtervleugels is dat als men te dicht op de voorligger nadert, men zowat alle downforce op de voortrein verliest.

Spin
Bij een spin zal de achterkant uitbreken, zoals bij overstuur. Als de piloot een oversturende wagen niet meer kan controleren, resulteert dat in een spin.

Splash and Dash
Een splash & dash is een korte pitstop, waarbij men enkel benzine bijtankt, omdat de piloot door een benzinetekort anders de finish niet zou halen.

Spoiler
Zie vleugel.

Superlicentie
Om aan de Formule 1 te mogen deelnemen, moeten de piloten in het bezit zijn van een superlicentie. Hiervoor moeten ze meer dan 300 kilometer afleggen in een F1-bolide. Het is tevens voldoende dat men in de laatste twee seizoenen F3000 5 maal een podium behaald heeft. De FIA kan een piloot ook een voorlopige superlicentie toekennen, die per enkele races verlengd kan worden, totdat men van oordeel is dat hij een superlicentie verdient.

Uitlaat
De uitlaat is de weg om de hete gassen, geproduceerd door de motor, naar de buitenlucht te begeleiden. Een F1 kent eigenlijk 10 uitlaten, 1 per cilinder. Deze 10 monden dan uit in 2 aparte uitlaten, 1 per reeks van 5 cilinders. De uitlaten worden zo gekruld dat als ze samenkomen de temperatuur van de gassen gelijk zijn.

Voorvleugel
Één van de 2 vleugels van een bolide is de voorvleugel. In vergelijking met de achtervleugel genereert deze weinig downforce. Hij dient ook om de luchtstroming in de richting van de splitter en rond de voorwielen te geleiden.

Wheelspin
Wheelspin ontstaat als de achterwielen geen tractie hebben. Ze draaien wel, maar deze beweging wordt niet (of toch minder dan normaal) overgedragen op het asfalt. Bij de start heeft dit als effect dat de wagen minder snel van zijn startpositie zal vertrekken.