Kopie van `Literair Gent - Auteurs`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Literair Gent - Auteurs
Categorie: Kunst, muziek en cultuur > Auteurs
Datum & Land: 15/02/2007, BE
Woorden: 201


Adams, John Quincy
(Braintree (nu Quincy), Massachusetts, 11.07.1767 - Washington, D.C., 23.02.1848) John Quincy Adams was de zoon van John Adams, tweede president van de Verenigde Staten. Hij studeerde in Parijs, Leiden en Harvard en vergezelde zijn vader op Europese missies. In 1793 werd hij gezant in Nederland. Later volgden nog diplomatieke missies in Berlijn, London en Rusland. In 1803 werd hij senator voor de Federalisten en van 1817 tot 1825 was hij Amerikaans Minister van Buitenlandse Zaken waarna hij verkozen werd tot president van de Verenigde Staten (1825 tot 1829). Van 1831 tot 1848 zetelde hij voor de Whigs (voorlopers van de Republikeinen) in The House of Representatives, waar hij de wetten tot afschaffing van de slavernij hielp verwezenlijken.Vanaf 1780 hield hij een uitvoerig dagboek bij dat later door zijn zoon Charles Francis Adams is uitgegeven: Memoirs of John Quincy Adams comprising portions of his diary from 1798 to 1848 (1874-1877, 12 delen).

Adelhof, Angelus
(Gent?, tweede helft 18de eeuw - Gent?, eerste helft 19de eeuw) Negentiende-eeuws Gents dichter en marktzanger die in `t Landeken van Herodes woonde (bij De Briel, nu in de omgeving van het Sint-Lucasziekenhuis). Voor de Maatschappij De Eendracht (La Concorde, Gentse benaming: Groot Verkenskot), dichtte en zong hij in 1826, in aanwezigheid van burgemeester Joseph van Crombrugghe, een Gentsch liedeken (gepubliceerd in het tijdschrift Gentsch museum, jrg. 1 (1895-1896), afl. 2, p. 185-186). Wellicht vond het optreden plaats in de nu verdwenen hotels Papejans en Limnander (vroeger op de hoek van de Korte Meer en de Kouter), een bolwerk van de orangisten. Overigens was Van Crombrugghe in 1825 door koning Willem I als burgemeester van Gent aangesteld.

Aertssen, Kristien
(Antwerpen, 05.03.1953 - ) Illustrator en auteur van kinderboeken. Na twee kandidatuurjaren Romaanse filologie studeerde zij grafische vormgeving en illustratie aan de Antwerpse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. Daarna bekwaamde zij zich als illustrator aan het Art Center College of Design in Pasadena (USA). Professioneel werkte zij eerst in een jeugdatelier in Sint-Niklaas. Nu leidt ze illustratoren op aan de Antwerpse Academie. In 1999 debuteerde ze als auteur-illustrator van kinderboeken. Nadat zij vanaf 1981 in Gent had gewoond, verhuisde zij in 1986 naar Moerbeke maar in 1993 vestigde ze zich definitief in de Gentse Barrestraat.Ze ontwierp affiches en folders voor het toenmalige toneelgezelschap Stekelbees, was betrokken bij het oprichten van de Gentse Kindertelefoon, waarvoor zij het logo ontwierp en mee aan de telefoon zat.

Andelhof, Emiel
(Gent, 10.12.1872 - Gent, 11.03.1942) Volksdichter en folklorist, beminnelijk autodidact, zeer actief in de Koninklijke Bond der Oost-Vlaamse Folkloristen Hij begon als behanger en werd later bediende als hoofdrekenkundige in de Luciferswerkhuizen te Gent. Zo’n 18 bijdragen in de Oost-Vlaamse Zanten, waaronder een uitgebreide studie over Gentse volks- en kinderspelen, bv. over de “Pietjesbak” in Dit is die excellente kronijke van de Brahmisten ofte van den Gentschen teerlingbak (1937). Hij werd vooral bekend door de boeiende en nog steeds zeer leesbare verzameling Galerij van Gentsche typen (1942). Als volks- en gelegenheidsdichter stond hij in de traditie van Karel Lodewijk Ledeganck, Jan van Rijswijck, Napoleon Destanberg, August Hendrickx en Lodewijk de Vriese.

Anri, Polydoor
(Gent, 20.04.1865 - Gent, 26.07.1953) Onderwijzer en auteur van proza, poëzie, toneelwerk (vooral blijspelen) en opvoedkundige bijdragen. Hij werd geboren in de Sint-Lievensstraat. Na zijn huwelijk, in 1890, verhuisde hij naar de Godshuizenlaan. Bij de volkstelling van 1921 werd hij geregistreerd als wonende in de Martelaarslaan. Nog datzelfde jaar verhuisde hij naar de Kongostraat, dan als “gepensioneerde”. In 1948 trok hij naar de Jacob van Maerlantstraat. Als onderwijzer gaf hij les aan o.m. Emiel Andelhof en Karel van de Woestijne. Hij was leraar aan de Gentse toneelschool en later hoofdonderwijzer aan de Gentse stadsscholen. Van 1901 tot 1921 was hij directeur van het Gentse jongensweeshuis aan de Godshuizenlaan. In 1899 publiceerde hij Schema’s en wenschen als bijdrage tot de practische kennis der nieuwere paedagogiek, een heldere uiteenzetting over de toen nieuwere wetenschappelijke richting in de opvoedkunde in het kielzog van de Duitse filosoof en pedagoog Johann Friedrich Herbart (1779-1841).

Anseele, Edward
(Gent, 26.07.1856 – Gent, 18.02.1938) Socialistisch voorman. Volksvertegenwoordiger (1894-1936); Gents schepen (1909-1913; 1922-1925; 1932-1933); waarnemend burgemeester tijdens de Eerste Wereldoorlog; Minister van Openbare Werken (1918-1921), van P.T.T. (1925-1927), van State (1930). Als medestichter van de Vlaamse Socialistische Arbeiderspartij (1877), van Vooruit (1880) en van de Belgische Werkliedenpartij (1885) was hij vóór 1914 de onbetwiste leider van de Vlaamse sociaal-democratie. Dat Gent werd beschouwd als een “rode burcht” was in niet geringe mate toe te schrijven aan het huwelijk van “vader Anseele” en “moeder Vooruit”. De coöperatie Vooruit groeide vrij snel uit tot een grote onderneming (bakkerij, confectie, kolen, dagblad, ...

Antheunis, Jacob Jan
(Gent 1758 - begin 19de eeuw) Toneelschrijver en publicist. Antheunis wordt zonder verdere aanduiding genoemd als onderwijzer in Waasmunster. Hij volgde universitaire studies te Dowaai, en was als vonckist actief tijdens de Brabantse Omwenteling. Na de terugkeer van het Oostenrijks bewind vluchtte hij naar Parijs, waar hij in de intriges van de emigratie verward raakte en in de gevangenis terechtkwam, beschuldigd van de publicatie van een de statisten gunstig geschrift Le Vrai Brabançon. Zijn door hemzelf verteld verhaal over zijn wederwaardigheden is niet te controleren. In ieder geval was hij tijdens de Franse Overheersing weer in Gent. Van zijn hand was De Dood van Julius Cesar, een vertaling naar Voltaire, die als feuilleton in jaargang 1785 van het Gentse blad Den Vlaemschen Indicateur verscheen en achteraf een tweetal drukken kende.

Artmann, Hans Carl
(Breitensee-Wenen, 12.06.1921 - Wenen, 05.12.2000) Invloedrijke Oostenrijkse avantgarde-dichter en taalkunstenaar, medestichter en spilfiguur van de in 1953 opgerichte Wiener Gruppe. Opleiding tot schoenmaker, studeerde als autodidact allerlei exotische talen en schreef detectives onder pseudoniem Ib Hansen. Vanaf 1949 was hij bedrijvig bij het tijdschrift neue wege. Hij woonde ook vier jaar in Zweden, reisde vanaf 1954 langdurig door het Europese continent en oefende in Berlijn grote literaire invloed uit.Door klanken, neologismen en montagetechnieken centraal te stellen, weigerde hij zich te confirmeren aan de mainstream literatuur. Opvallend waren de macabere gedichten in Weens dialect (med ana schwoazzn dintn, 1958) en zijn vertaling van natuurwetenschapper Carl von Linné, die hij aanvulde met een gestiliseerd dagboek, Das suchen nach den gestrigen tag (1964).

Bate, Lies
(Gent, 12.01.1955 - ) Auteur van jeugdverhalen en -romans. Zij is geboren in Gent en heeft er steeds gewoond, een kort verblijf (rond 1958) in Mariakerke niet te na gesproken en met uitzondering van een jaar in de Verenigde Staten en van 4 jaar studies aan de Protestantse Theologische Faculteit Brussel. Eind jaren ‘70 hield ze een jongerencafé open in de Gentse Molenaarsstraat. Sinds 1980 werkt zij in de Stedelijke Openbare Bibliotheek van Gent, waar ze dagelijks met jeugdboeken omgaat. Ze debuteerde in 1998 bij de Vlaamse filmpjes met het fantasieverhaal Altijd Geentijd. Haar tweede titel in de reeks was De verborgen kooi (1999). Na haar romandebuut De bende van Wezel (1999) schreef ze o.m. nog de jeugdromans 7-11 (2000), Nachtzwemmers (2003) en Marja (2005).

Baudelaire, Charles
(Parijs, 09.04.1821 - Parijs, 31.08.1867) Frans criticus, dichter en prozaïst die, vooral voor zijn Les fleurs du mal (1857) en voor Paradis artificiels : opium et haschisch (1860) geroemd werd als de eerste moderne dichter. Wegens zijn ongeregeld bestaan werd hij door zijn familie en zijn tijdgenoten verstoten. Karakterieel was hij een getekend man. Na een rebelse jeugd en moeilijkheden met zijn stiefvader – generaal in het Franse leger – werd hij als adolescent onder gerechtelijke curatele gesteld omdat hij, als een dandy in het milieu van de Parijse bohème, zijn fortuin had verkwist. Jaren voor zijn Franse tijdgenoten ontdekte hij de muziek van Richard Wagner en de literatuur van Adgar Allan Poe (wiens werk hij vertaalde). In zijn proza was hij een voortreffelijk criticus, als dichter werd hij vrij laat gewaardeerd.

Bautken, Lieven
(16de eeuw - ook Lieven Bogaert) Factor (dichter-secretaris) en kapelaan van de Rederijkerskamer van Sinte Barbara te Gent. Er is van hem slechts één gedicht bewaard: de ballade Triumphe van die Gheboorte van Keyser Carolus, waarin hij de geboorte van Karel V bezingt en de feestelijkheden bij die gebeurtenis beschrijft. [Frans Heymans]

Bauwens, Jan G.
(Gent, 10.09.1924 - ) Journalist, uitgever (Aurelia-boeken), romanschrijver, scenarioschrijver, auteur van reisgidsen, romans, jeugdliteratuur en enkele wetenschappelijke publicaties (o.m. over Arabistiek). Hij studeerde Oosterse filologie, Arabistiek, aan de Gentse universiteit, was nadien reclameschrijver om den brode en directielid van bedrijven in o.m. Gent, Antwerpen, Brussel en Turnhout.Hij woonde op verschillende adressen in Gent: geboren in de Yperstraat (thans Iepenstraat), verhuisde hij vanaf december 1924 naar de Blekersdijk; vanaf november 1926 was hij gevestigd in de Leisteeg (thans Tiebaertsteeg); vanaf mei 1929 in de Kortrijksepoortstraat; vanaf februari 1941 in de Sint-Lievensstraat (thans Sint-Lievenspoortstraat); vanaf november 1941 aan de Kortrijksesteenweg; nadien woonde hij in de Marnixstraat en vanaf oktober 1979 in de Veldstraat.

Beerblock, Karel
(Gent, 15.06.1854 - Gent, 1918) Vlasbewerker, meestergast in de Gentse fabriek La Gantoise, rond 1906-1907 algemeen secretaris van de Gentsche Federatie van de Socialistische Werkersverenigingen. Karel Beerblock woonde in Gent op volgende adressen: geboren: Berouw; februari 1855: Chartreusestraat; maart 1856: Lange Schipgracht; december 1879: Batterijstraat; mei 1882: verhuisde naar Ledeberg, Doorgangstraat; september 1882 : terug naar Gent, Herderstraat; september 1883: Hector Van Wittenberghestraat; mei 1884: Garenmarkt; maart 1885: Sophie Van Ackenstraat; mei 1886: Rabotlaan; juli 1887: Hector Van Wittenberghestraat; september 1888: Rietstraat; juni 1892: verhuisde naar Menen; september 1892: terug naar Gent, Tor(re)straat (= Drietorekensstraat); november 1894: Joseph II-straat; maart 1907: verhuisde naar Lokeren; overleed in Dinard-Saint-Egonat (Bretagne, Frankrijk) In 1905 publiceerde hij het realistisch en ideologisch geladen verhaal Uit het leven der fabriekswerkers, over de mensonwaardige werk- en leefomstandigheden in de Gentse beluiken en vlasfabrieken, met de boodschap dat de arbeiders zélf voor hun “verlossing” moesten zorgen door zich te organiseren, aan te sluiten bij de werkersvereniging die geregeld bijeenkwam in feestlokaal “Vooruit”.

Bengtsson, Frans Gunnar
(Tossjö, 04.10.1894 - Gullspång, 19.12.1954) Zweeds schrijver van essays, gedichten en romans. Hij was een buitenbeentje in het Zweedse literaire landschap door zijn voorliefde voor historische en vooral Middeleeuwse motieven. Zijn werk getuigt van een grote belezenheid; het is gekenmerkt door de soms burleske situaties die erin voorkomen en door een droogkomische verteltrant. Hij verwierf internationale bekendheid met de vikingroman Röde Orm (1941-1945), in het Nederlands vertaald als Rode Orm (1955). In de bundel Dikter (1950) (= Gedichten) is een lang gedicht opgenomen over de Witte Kaproenen en de Gentse opstand tegen de graaf van Vlaanderen die leidde tot de slag bij Westrozebeke in 1382. De titel van dit gedicht: Hur klockorna ringde i Gent på de Vita Hättornas tid (= Hoe de klokken luidden te Gent in de tijd van de Witte Kaproenen).Het gedicht schetst in een archaïsch getinte taal en met veel zin voor humor hoe de Gentenaars niet erg opgezet zijn met Lodewijk van Male en zijn bemoeienissen en hoe zij het lot in eigen handen nemen.

Bergmann, Anton
(Lier, 29.06.1835 - Lier, 21.01.1874, pseudoniem: Tony) Vlaams prozaschrijver, historicus, advocaat; als auteur vooral bekend voor zijn autobiografisch verhaal Ernest Staas, advokaat (1874, gepubliceerd onder pseudoniem “Tony”) waarvoor hij de vijfjaarlijkse staatsprijs voor Vlaamse letterkunde kreeg (periode 1870-1874).Van 1849 tot 1853 studeerde hij aan het Koninklijk Atheneum aan de Ottogracht te Gent. Samen met Julius Vuylsteke en enkele andere leerlingen legde hij er de grondslag voor het romantisch-flamingantisch Taalminnend Studentengenootschap ’t Zal wel gaan. Vanaf 1853 studeerde hij rechten aan de Gentse universiteit. Wegens zijn medewerking aan de studentenalmanakken van dit genootschap werd hij echter doorgezonden, waarna hij zijn studies voltooide aan de Université libre de Bruxelles.Hij publiceerde bijdragen in o.m.

Bergmann, George K. L.
(Lier, 1805 - Lier, 1893) Vader van Anton Bergmann. Van oktober 1823 tot maart 1828, tijdens de Hollandse Tijd, studeerde hij rechten aan de Gentse universiteit. In een hoofdstuk van zijn Gedenkschriften haalde hij Herinneringen aan mijn studentenleven aan de Hoogeschool van Gent op. De auteur schrijft daarin over zijn studietijd en zijn professoren maar ook over het culturele leven in de stad, het frivoler vertier van de studenten en hun verhouding met de Gentenaren. Gustaaf Segers publiceerde daaruit in 1895 onder de titel Uit vader Bergmann’s gedenkschriften, met een portret, eene studie van den schrijver en een levensbericht door Paul Fredericq (Gent, Boekh. J. Vuylsteke). In 1988 werden deze memoires uitgegeven door Houtekiet (Antwerpen).

Bergmans, Simone
(Gent, 07.12.1892 - Sint-Lambrechts Woluwe, 25.10.1976) Franstalige musicologe, kunsthistorica en schrijfster. Zij werd geboren op de Kortrijksesteenweg, verhuisde in oktober 1897 naar de Merelbekestraat en in september 1903 naar de Smisstraat (thans Smidsestraat). Vanaf juli 1953 woonde zij in Knokke.Zij volgde les aan het Koninklijk Conservatorium te Gent, studeerde daarna kunstgeschiedenis en archeologie aan de Gentse universiteit en behaalde het doctoraat in 1929. Zij gaf les aan het Koninklijk Lyceum voor meisjes in Gent en aan de hogescholen in Gent en Brussel. In 1939 werd zij om gezondheidsredenen op pensioen gesteld. Getroffen door een zware handicap, werd zij 25 jaar lang in min of meerdere mate geïmmobiliseerd in het gips. In 1947-48 verbleef zij in het ziekenhuis Maria Middelares.

Berkenman, Paul
(Gent, 13.05.1926 - Gent, 17.08.2002, pseudoniem van Roger Camiel Marie Thienpont) Gents dichter, toneelschrijver, essayist, vertaler en cineast. Hij werd geboren in de Korianderstraat. In mei 1927 verhuisden zijn ouders naar de Ottogracht. In augustus van hetzelfde jaar kozen zij voor de Scheldestraat in Sint-Amandsberg. In maart 1929 keerden zij terug naar Gent, eerst naar de Tarbotstraat, in februari 1931 verhuisden zij naar de Brusselsestraat (thans Brusselsepoortstraat), in maart 1935 naar de Twaalfkamerenstraat, in maart 1937 naar de Papegaaistraat en in april 1941 naar de Coupure. In oktober 1951, enkele jaren na zijn huwelijk, nam Berkenman zijn intrek in Gentbrugge, eerst woonde hij er in de Kluisstraat en later in de Bernheimlaan.

Binding, Rudolf G.
(Basel, 13.08.1867 - Starnberg, Bayern, 04.08.1938) Duitse auteur van kortverhalen, novellen, poëzie en essays. Na een militaire carrière tot het einde van de Eerste Wereldoorlog (hij bracht het tot Rittmeister en Staboffizier) legde hij zich vooral toe op de literatuur en op de paardenfokkerij. In 1934 werd hij voorzitter van de Deutsche Akademie der Dichtung. Door velen werd hij als dé Duitse nationale dichter van zijn tijd beschouwd. Zijn ongemene populariteit werd door de nationaal-socialisten propagandistisch misbruikt, wat hij zich blijkbaar naïef liet welgevallen. Oplagen van ruim een half miljoen exemplaren voor zijn novellen Opfergang (1912) en Moselfahrt aus Liebeskummer (1932) – beide verfilmd – maar ook talrijke heruitgaven van zijn werken zeggen veel over zijn populariteit.

Blijstra, Reinder
(Harlingen, 29.08.1901 - Amsterdam, 10.08.1975) Nederlandse journalist en auteur van romans, novellen, reisverslagen, dagboeknotities, boekrecensies en studies over architectuur. Hij werkte mee aan verschillende tijdschriften, o.m. aan het Vlaamse avant-gardistische De driehoek (1925-1926), (met Paul van Ostaijen en Gaston Burssens) aan Avontuur (1928), aan Forum (1932-1935) en aan Critisch bulletin (periode 1945-1957). Hij vertaalde werk van o.m. Heinrich Mann maar ook wetenschappelijke teksten.Zijn verhaalstijl was sober, zakelijk en koel en wellicht daardoor brak hij nooit echt door bij het grote publiek, ondanks het feit dat zijn vaak psychologische novellen (zoals Gericht tot zelfbehoud, 1941 en Hoogtevrees, 1954) veelal spannend zijn en een verrassende ontknoping hebben.

Blommaert, Philip(pe) Marie
(Gent, 27.08.1808 - Gent, 14.08.1871) Jurist, historicus, filoloog, uitgever van middelnederlandse literaire teksten, dichter, voortrekker van de Vlaamse Beweging, liberaal en Vlaamsgezind lid van de provincieraad van Oost-Vlaanderen en gemeenteraadslid van Gent. Hij studeerde aan het Gentse Atheneum en nadien aan de Gentse universiteit waar hij in 1929 promoveerde tot doctor in de Rechten. Nochtans oefende hij nooit een jurdische functie uit. Gefortuneerd als hij was (zie daarover Ludo Valcke) kon hij zich voornamelijk wijden aan de Vlaamse zaak en aan de studie van de vaderlandse geschiedenis en van de Nederlandse letteren. Hij woonde vanaf zijn geboorte aan de Lievekaai. In 1812 verhuisde hij naar de Kleijne Keysersdreve = Kleyn Gewad = Korte Rijnckstrate).

Boelens, Marie-Jeanne
(Gent, 13.04.1900 - Gent, 23.02.1978, geboren Marie van Waesberghe) Franstalig dichteres, tekenlerares in het privé-onderwijs. Ze werd geboren in de Burgstraat te Gent. In april 1933 huwde zij leraar en kunstschilder Gaston Boelens. In maart 1974 verhuisde zij naar de Antwerpsesteenweg in Sint-Amandsberg. Op 1 maart 1978 werd zij begraven op het Campo Santo te Sint-Amandsberg . Zij schreef ongecompliceerde, intimistische verzen vol melancholie die door hun muzikaliteit steeds een zeker charme hebben. Haar grote liefde voor Gent komt in verschillende van haar dichtbundels tot uiting: Gand, cité de mes rêves (1956), Gand, ma ville (1963, ingeleid door Alice Sauton) en Gand m’a dit (1970). Gebouwen, monumenten, oude hoekjes en straatjes zijn voor het dichter-ik aanleiding tot stille weemoedige mijmeringen.

Bogaerts, Aimé
(Amatus) (Oostakker, 27.01.1859 - Gent, 16.03.1915) Leraar, vrijzinnig-socialistisch geïnspireerd auteur van toneelstukjes, gedichten en liederen voor kinderen maar ook voor volwassenen. In 1878 studeerde hij af aan de Gentse Normaalschool. Op het hoogtepunt van de schoolstrijd trad hij in het stedelijk onderwijs. In 1901 werd hij “hoofdopsteller” van het dagblad Vooruit waarvoor hij ook schreef onder pseudoniem Johan. Aimé Bogaerts woonde in Gent op volgende adressen: geboren in Oostakker, precies adres onbekend; januari 1864: kwam naar Gent, Sint-Pietersplein, in een stadsschool waar zijn vader hoofdonderwijzer was; mei 1864: Lange Meire (thans Universiteitsstraat); december 1864: Sint-Jansstraat; juli 1865: Korte Meer (werd later Korte Meire); augustus 1874: Bijlokelaan (werd later Godshuizenlaan); januari 1881: Antwerpsesteenweg; daarna (datum onbekend): Weidestraat; november 1882: Zondernaamstraat; september 1883: verhuisde naar Sint-Amandsberg, Hoogstraat; juli 1891: Sint-Amandsberg, Gentstraat; december 1893: terug naar Gent, Abeelstraat; december 1894: Bijlokevest; januari 1902: Meersstraat; september 1904: Smisstraat (later Smidsestraat) tot aan zijn overlijden.

Boni, Armand
(Antwerpen, 12.12.1909 - Averbode, 10.05.1991; schreef ook onder het pseudoniem Albert de Goede) Priester-redemptorist, dichter, auteur van jeugdverhalen, romans, essays en biografieën. Hij begon met een aantal (wel eens als “vlijtig” bestempelde) missieverhalen, jeugdboeken, letterkundige biografieën en historische schetsen. Uit die periode dateert zijn toneelstuk Pieter van Gent : missiedrama in vier bedrijven (1952), over de Gentse minderboeder Pieter de Muer (ca. 1480 – 1572) die 50 jaar van zijn leven onder de Mexicaanse indianen leefde, daar bekend was als Pedro de Gante en er overleed. Na een lange onderbreking (van ca. 1956 tot ca. 1963) zette Boni een reeks historische romans in waarmee hij ruime bekendheid verwierf. Vanuit zijn hedendaags religieus en sociaal engagement zocht hij – meestal gedreven en in een barokke stijl – zijn thema’s in woelige tijden en schreef hij over controversiële figuren.

Boon, Louis Paul
(Aalst, 15.03.1912 - Erembodegem, 10.05.1979) Aalsters veelzijdig kunstenaar die niet alleen romans maar ook poëzie, hoorspelen, literaire kritieken, reportages en cursiefjes schreef en die heel zijn leven als plastisch kunstenaar werkte. Na zijn debuutroman De voorstad groeit (1942), bekroond met de Leo J. Krijnprijs, bereikte Boon een eerste hoogtepunt met Mijn kleine oorlog (1946), een aanklacht tegen de oorlog. Daarna volgde De Kapellekensbaan (1953), zijn pas later hooggewaardeerde en meest vertaalde roman. In 1966 kreeg hij de Nederlandse Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre. Hij publiceerde nog de historisch-documentaire roman Pieter Daens (1972), bekroond met o.m. de driejaarlijkse Staatsprijs voor verhalend proza voor de periode 1969-1971.



Bouden van der Loore
(14de eeuw) Bouden of Baudewijn van der Loore is vooral bekend als de auteur van De maghet van Ghend (De Maagd van Gent), een gedicht van een 240-tal verzen, waarin op allegorische wijze een conflict wordt uitgebeeld tussen de stad Gent en de graaf van Vlaanderen. Het refereert aan een episode in de oorlog tussen Gent en Lodewijk van Maele van 1379 tot 1385. Tijdens die oorlog werd Gent tweemaal door de troepen van de graaf bestormd en éénmaal langdurig belegerd. Gent leed de nederlaag in de slag bij Westrozebeke; op 27 november 1382 sneuvelde daar Filips van Artevelde. Het gedicht kan kort vóór, tijdens of na dit beleg zijn geschreven. In een droom heeft de dichter een prachtig prieel te zien gekregen, op een plek te midden van de wildernis waar twee rivieren bij mekaar komen: een eerste toespeling op de stad Gent.

Broeckaert, Karel
(Gent, 22.05.1767 - Aalst, 11.08.1826) Publicist. Over zijn jeugdjaren is niets geweten. Kort na de eerste inval van de Fransen (Jemappes, 6.11.1792), in december 1792, begon hij, naar het voorbeeld van het Parijse revolutionaire blad Le Père Duchesne van Jacques-René Hébert, het Dagelyks nieuws van Vader Roeland uit te geven. Vanaf nr. 11 wijzigde hij de titel in Dagelyks nieuws van klokke Roelandt, met als motto: “Als ik kleppe ’t is brand, Als ik luye ’t is Victorie in ’t land”. Met zijn blad zocht Broeckaert de republikeinse ideeën te populariseren. In maart 1793, bij de nakende Oostenrijkse Restauratie, stopte hij de publicatie, na zeventig nummers. Na de terugkeer van de Fransen, onder het Directoire (1795), startte hij met De Sysse-panne ofte den Estaminé der Ouderlingen, een blad dat hij tweemaal per week liet verschijnen.

Browning, Robert
(Camberwell-Londen, 07.05.1812 - Venetië, 12.12.1889) Post-romantisch schrijver van obscure, maar erudiete verzen, door biografe Betty Miller de meest orginele Engelse dichter van de 19de eeuw genoemd. Recente studies bevestigen zijn originaliteit als spiritueel en (pre-)modernistisch dichter.Anders dan zijn tijdgenoten leek hij volkomen afstand te nemen van het Victoriaanse Engeland en vermomde hij zijn verzen in vreemde ensceneringen.Zijn belangrijkste werken zijn perfect beheerste dramatische monologen, waarin hij de menselijke drijfveren analyseerde. Voorbeelden zijn Paracelsus (1835), Bells and pomegranates (1841-1846, waarin Dramatic lyrics & Dramatic romances is opgenomen), Men and women (1855), Dramatic idylls (1879) en Asolando (1889).

Buyl, Bertien
(Ledeberg 10.08.1927 - , pseudoniem voor Guylaine Albertine Sylvine Buyl) Prozaïst, dichter, boetseerder, beeldhouwer. Haar debuutnovelle, Glanzend was mijn haarwrong, verscheen in 1956. Voor De trage dans (1965, novelle) kreeg zij in 1962 de prozaprijs van de stad Ronse en de Heideland-romanprijs voor Noord en Zuid (1964). Handen lijk katten (novelle), werd gepubliceerd in 1968. Voor de dichtbundel Klokhuisruimte: gedichten van 1958-1968 (1969) kreeg zij de poëzieprijs van Ronse. In 1990 volgde de bundel Als bomen weer bomen zijn : gedichten 1969-1989. Nadien wijdde zij zich lange tijd aan het boetseren. Vanaf 2001 begon zij opnieuw te schrijven. Bertien Buyl publiceerde in talrijke tijdschriften, o.m. in Nieuw Vlaams tijdschrift, Pan, Handen (waarvan ze enkele jaren redactielid was), Dietsche Warande & Belfort, Yang, Snoeck, Poëziekrant enz.

Buysse, Cyriel
(Nevele, 20.09.1859 - Afsnee, 25.07.1932) Prozaïst en toneelschrijver. In de literatuurgeschiedenis staat hij bekend als de auteur die het naturalisme in Vlaanderen introduceerde met de novelle De biezenstekker (1890), gevolgd o.m. door de roman Het recht van de sterkste (1893) en het toneelstuk Het gezin Van Paemel (1902). Het grootste deel van zijn omvangrijke oeuvre is echter realistisch, niet naturalistisch. Een andere hardnekkig eenzijdige voorstelling is dat hij een schrijver is van “boerenromans”. In werkelijkheid situeeerde hij zijn romans en verhalen in zeer diverse milieus, maar in hoofdzaak in de gegoede burgerij op het platteland, in “het land van Nevele” of “tussen Leie en Schelde” (zoals de titel van een van zijn verhalenbundels luidt), meer bepaald in de driehoek Gent-Nevele-Deinze.

Callant, Alexis
(Gent, 28.02.1858 - Gent, 23.03.1943) Jongere broer van Emiel Callant. Alexis was auteur van gedichten en verhalen voor de jeugd en van schetsen uit het Gentse volksleven. Hij groeide op in een arbeidersgezin maar behaalde in 1876 het diploma van onderwijzer. Hij gaf eerst les aan de stedelijke Lagere Hoofdschool en werd in 1882 hoofd van de Oefenschool verbonden aan de Staatsnormaalschool te Gent. Alexis werd geboren in de Schouwvagerstraat, woonde van 1859 tot 1868 in de Schokkebroedersvest, van 1868 tot 1883 in de Vlasstraat en van 1883 tot 1893 in de Kluyskensstraat. Na zijn huwelijk verhuisde hij naar de Godshuizenboulevard (= Godshuizenlaan), in 1894 naar de Coupure en in 1896 naar de Parklaan waar hij woonde tot aan zijn dood. Naast enkele handboeken voor schoolgebruik publiceerde hij twee bundels fijngevoelige, melodieuze kinderverzen: Gedichten voor de jeugd (1883) en Een kransje gedichten voor onze kleinen (1890).

Callant, Emiel
(Gent, 30.12.1855 - Gent, 13.12.1931) Oudere broer van Alexis Callant. Emiel was letterzetter, schrijver van gedichten, verhalen en geschiedkundige werken over Gent. Hij werd geboren op de Predikherenlei, woonde van 1857 tot 1858 in de Schouwvagersstraat, van 1859 tot 1868 in de Schokkebroedersvest, van 1868 tot 1883 in de Vlasstraat en van 1883 tot 1887 in de Kluyskensstraat. In 1887 verhuisde hij naar de Godshuizenboulevard (= Godshuizenlaan), in 1888 naar de Kluyskensstraat en in 1890 vertrok naar hij Brussel. In 1891 keerde hij terug naar Gent, naar de Kluyskensstraat. In april 1893 verhuisde hij naar de Godshuizenboulevard, 4 dagen later naar de Coupure en in 1894 naar de Bijlokevest. Na zijn huwelijk in 1895 woonde hij tot 1901 op de Koepoortkaai, van 1901 tot 1905 in de Vlaanderenstraat.

Cannaert, Jozef Bernard
(Gent, 15.02.1768 - Gent, 17.11.1848) Zoon van een bakker; jurist, in 1800 secretaris op de “mairie” te Gent; in de Hollandse tijd raadsheer bij het Hoge Gerechtshof in Brussel. Hij was lid van letterkundige genootschappen in Leiden en Utrecht. Tijdens de Brabantse Omwenteling zou hij meegewerkt hebben aan het pro-jozefistische, scherp antiklerikale hekelschrift Die excellente print-cronike van Vlaenderen (1791). Men noemt hem ook als medewerker aan de Sysse-panne van Karel Broeckaert. Hij schreef een of meer korte verhalen voor de Dobbele Schapers Almanak voor 1816. In 1823 was Cannaert kandidaat voor de post van substituut van de procureur-generaal te Brussel. In dat jaar publiceerde hij anoniem de Gentsche Almanak voor den jaere 1823 die, behalve lokaalhistorische en rechtshistorische bijdragen, het verhaal Het Avond-partijtje bevat, een “tranche de vie” uit het Gentse volksleven met dialogen in Gents dialect.

Cneut, Carll
(Gent, 08.01.1969 - ) Illustrator van kinderboeken. Tot nu toe schreef hij ook zelf de tekst van één boek. Na zijn middelbaar onderwijs kwam hij in 1987 naar Gent om er grafische vormgeving te studeren aan het Sint-Lucasinstituut. Momenteel doceert hij het vak Illustratie aan de Hogeschool Gent, campus Bijloke. Hij bleef in Gent wonen, aanvankelijk in de Gebroeders Vandeveldestraat en nadien aan de Coupure. Sedert zijn debuut als illustrator van kinderboeken (1985) verzorgde hij werken van o.m. Geert de Kockere, Brigitte Minne en Ed Franck. Hij schildert een wereld waarin surreële en reële elementen samenkomen, met uitgekiende composities, een bestudeerd kleurenpalet en karikaturale figuren die een sprookjesachtige uitstraling geven. In ons land is hij één van de bekendste en meest gevraagde illustrators, maar ook in het buitenland (de Verenigde Staten, Japan, Groot-Brittannië...) geniet hij grote waardering.Voor zijn illustratief werk kreeg hij in 2000 en 2004 de Vlaamse Boekenpauw; in 2001 werd hem een Special Mention toegekend op de internationale boekenbeurs in Bologna; in 2003 en 2005 ontving hij een Gouden Plaque in Bratislavia en een Zilveren Penseel (in Nederland).

Commynes, Philippe
(Comines = Komen bij Hazebroek, ca. 1447 - Argenton, 1511) Franse kroniekschrijver en diplomaat, ook gekend als Philippe de Commynes, Commines en Comines, heer van Argenton. Vanaf 1464 was hij in dienst van de Bourgondische hertogen Filips de Goede en daarna Karel de Stoute. In 1472 trad hij in dienst van de Franse koning Lodewijk XI. Als raadsman van deze laatste werd Commynes een onverzoenlijke vijand van Karel de Stoute. In Frankrijk speelde hij een politieke rol tijdens de minderjarigheid van Karel VIII. Later, in 1495, volgde hij Lodewijk XII naar Italië. Zijn diensten aan het Franse hof werden beloond: hij kreeg het kasteel en het landgoed van Argenton, waar hij zich vanaf 1498 terugtrok om zich te wijden aan zijn Mémoires. Deze Mémoires bestrijken, in acht delen, de jaren 1464 tot 1498 die overeenkomen met de regeringen van de Franse koningen Lodewijk XI tot en met Karel VIII.

Conscience, Hendrik
(Antwerpen, 03.12.1812 - Elsene, 10.09.1883) Vlaams auteur van een honderdtal romans en novellen, vertegenwoordiger van de romantiek. Zijn werken kunnen worden ingedeeld in (1) historische romans met vooral In ’t Wonderjaar 1566 (debuut, 1837, de allereerste roman in de Vlaamse letteren), De Leeuw van Vlaanderen (1838) en Jacob van Artevelde (1849); (2) zedenkundig-maatschappelijke romans met o.m. Het geluk van rijk te zijn (1855) en Bavo en Lieveke (1865); (3) dorpsverhalen, vooral in de Antwerpse Kempen gesitueerd, o.m. De Loteling (1850) en Baas Ganzendonck (1850). Hij was de allereerste laureaat van de Vijfjaarlijkse staatsprijs voor Vlaamse letterkunde, voor een aantal werken gepubliceerd van 1850 tot 1854; voor Bavo en Lieveke (1865) kreeg hij deze prijs een tweede maal.

Crick, Jef
(Aalst, 23.10.1890 - Sint-Amandsberg, 08.06.1965, schreef ook onder pseudoniemen als Jef Studax, Elmar, Pax, Erasmic, Fra Diavolo e.a.) Publicist, schrijver-om-den-brode, auteur van poëzie, proza (historische volksverhalen, biografieën, cursiefjes, jeugdboeken), toneelwerk, kunstkritieken en interviews. In alles was hij de volksschrijver die zich richtte tot een zo breed mogelijk publiek.In 1917, na zijn huwelijk, vestigde hij zich in Jette (Brussel). Van 1923 tot 1927 woonde hij in enkele kamers van het toen nog vervallen (dan al bijna een eeuw leegstaande) middeleeuwse kasteel van Laarne. Van daar verhuisde hij in 1927 naar de Antwerpsesteenweg in Sint-Amandsberg en vanaf 1934 naar de Heiveldstraat (villa “Eendennest”) waar hij woonde tot zijn overlijden.Hij werkte mee aan talrijke tijdschriften (o.m.

Daele, Jan Emiel
(Gent, 12.04.1942 - Gent, 14.02.1978) Daele was romancier, dichter, dagboekschrijver en ook auteur van enkele werken met journalistieke inslag. In de allereerste plaats was hij echter een tijdschriftenman. Hij leefde een kort, maar intens leven. Een Frühvollendeter. Dat hij nog niet helemaal vergeten is, heeft vooral te maken met zijn dramatische zelfmoord in 1978 en met de inbeslagneming van het tijdschrift daele in 1967, wat aanleiding was voor de grootste schrijversactie die ooit in Vlaanderen is ondernomen (zie daarover het lemma “daele” in de rubriek “Tijdschriften”). Hij was betrokken bij de oprichting van verschillende tijdschriften. En als er ruzie was in het redactionele huishouden, trok hij er vanonder en richtte een nieuw blad op.

Daisne, Johan
(Gent, 02.09.1912 - Gent, 09.08.1978, pseudoniem van Herman Thiery) Gents dichter, prozaïst, auteur van toneelstukken, hoorspelen en essays, filmcriticus. Hij wordt beschouwd als de initiator van het magisch-realisme in de Nederlandse literatuur, genre waarvan hij zijn theorie uiteenzette in het essay Letterkunde en magie (1958, vanaf de tweede druk Wat is magisch-realisme getiteld). Zijn meest gekende werken zijn De trap van steen en wolken (1942, zijn magisch-realistische debuutroman), De man die zijn haar kort liet knippen (1948, verfilmd in 1965) en De trein der traagheid (1963, verfilmd in 1965, eerst verschenen in de bundel Met dertien aan tafel, 1950). In 1978 werden zijn Verzamelde gedichten gepubliceerd. Zijn levendige belangstelling voor de film leidde tot het samenstellen van een viertalig Filmografisch lexicon der wereldliteratuur (2 dln, 1971-1975 plus supplement, 1978).

Dambre, Oscar
(Vlamertinge, 12.11.1896 - Gent, 23.06.1972) Literatuurhistoricus en letterkundige die ook schreef ook onder de pseudoniemen Rakso, Jan Vanderleye en Jan van Barnsteen. Vanaf oktober 1914 was hij vrijwillig frontsoldaat en raakte hij betrokken bij de Frontbeweging. Op deze oorlogservaring kwam hij later in talrijke publicaties en redevoeringen terug, o.m. in zijn novelle Stampkot (1933, een geromantiseerd verhaal over de dood van de gebroeders Van Raemdonck) en in De offergang van de gebroeders Van Raemdonck (1934). Een fragment van zijn overigens nog moeilijk te vinden novelle staat op het internet, zie http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/viewtopic.php?t=3873). In 1919 was hij medestichter van de “bedevaarten naar de graven aan de IJzer”.

De Backer, Marcel
(Gentbrugge, 10.02.1921 - Gent, 11.07.1990) Gents dichter, prozaïst, auteur van toneel- en poppenspelteksten voor kinderen en volwassenen, van luisterspelen, teksten voor radio en televisie, essays, aforismen en een musical, bovendien kunstschilder, kunstfotograaf, cineast en cultureel animator. Hij was een zeer veelzijdig, sterk pacifistisch en humanistisch geëngageerd kunstenaar. In alles wat hij creëerde stond de mens centraal en bracht hij – in een directe, heldere taal, wars van gekunstel of hermetisme – een boodschap van vrede, vriendschap, tolerantie en broederlijkheid. Tot zijn belangrijkste literaire werken behoren o.m. de dichtbundels Spijkerschrift op de tijd (1963) en Verdwaalde mens (1985), de romans Belofte bij de beek (1964) en De zwaluwen zijn terug (1965) en de kindermusical Kinderen van de vrede (1988).

De Belder, Jozef L.
(Lier, 18.06.1912 - Deurle, 07.12.1981) Dichter van elf bundels, auteur van één novelle, bloemlezer, essayist, vertaler, uitgever. Hij begon de oude humaniora in Lier en voltooide ze in Berchem-Antwerpen. Als student was hij lid van het Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond. In 1935-1936 studeerde hij kunstgeschiedenis en filosofie in het Duitse Marburg-an-der Lahn. Van 1936 tot 1944 was hij journalist bij De Courant en Het Volk, later medewerker (1945) van De Vlaamse Linie. In 1950 richtte hij de eenmansuitgeverij Colibrant op, die tot 1978 bestond. Hij kreeg de Guido Gezelleprijs (periode 1947-1951) voor zijn bundel Ballade der onzekerheden (1949), de Arthur Merghelynckprijs (1973-1975) van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde voor Avondverzen (1974), de Prijs van de Scriptores Christiani voor zijn Verzamelde gedichten (1975), de Provinciale prijs van Oost-Vlaanderen (essay en monografie) voor A.

De Block, Lut
(Hamme, 28.12.1952 - ) Vond als tienjarige haar vader dood op de keukenvloer, wat zowel een jeugdtrauma opleverde als een belangrijke inspiratiebron voor haar werk. Debuteerde met Vader (Yang Poëzieprijs 1984) in het spoor van de nieuw-realistische poëzie. In 1988 volgde Landziek, in 1993 de korte roman Huizen van gras. Haar dichterlijke stem ontwikkelde zich daarna tot een opmerkelijk vitalisme in Entre deux mers (1997, Poëzieprijs van de Provincie Oost-Vlaanderen), een bijzonder harde en zuivere bundel waarin de ik-persoon als dochter, minnares en moeder centraal staat.Lut De Block woonde en werkte als freelance-journaliste en copywriter enkele jaren in Parijs en Luxemburg, studeerde later filosofie aan de Universiteit Gent en is lid van Honest Arts Movement.

De Bruycker, Philippe
(Gent, 06.08.1958 - ) Leraar, auteur van toneelwerk en romans. Tot augustus 1967 woonde hij met zijn ouders in de Peter Benoitlaan te Gentbrugge, waarna zij verhuisden naar de Maurice Verdoncklaan te Gent. In december 1982 keerde hij terug naar de Gentbrugse Peter Benoitlaan, in augustus 1988 verhuisde hij naar de Jan van Aelbroecklaan te Gent en in juli 1994 naar de Adolf Baeyensstraat, eveneens in Gent. Vanaf februari 1998 woont hij te Nevele. Hij studeerde Germaanse filologie aan de Gentse universiteit en is thans leraaar Nederlands-Engels aan het Don Bosco Technisch Instituut te Sint-Denijs-Westrem. Hij was stichter van het Kolder Theater Esmoreit (KTE, Gentbrugge) waarvoor hij talrijke koldertoneelstukken schreef. Vanaf 1991 was hij verbonden aan het gezelschap Dékolté (Het Definitief Koldertheater) aan de Gentse Afrikalaan.

De Chateaubriand, François-René
(Saint-Malo, 04.09.1768 - Paris, 04.07.1848) Franse auteur die een belangrijke invloed had op de romantiek in de literatuur van zijn land. Hij was lid van de Académie française. Zijn belangrijkste werken waren Génie du Christianisme (1802, 4 dln), een verheerlijking van het christendom, en de autobiografische Mémoires d’Outre-Tombe (1848-1850). Eerstgenoemd werk bevatte twee ook afzonderlijk gekende episoden: vooreerst de liefdesgeschiedenis Atala (al in 1801 afzonderlijk gepubliceerd) en vervolgens het autobiografische René dat later ook afzonderlijk zou verschijnen en dat zeer veel invloed op de jongeren zou hebben (het leidde o.m. tot een golf van René’s in de volgende decennia). Van maart tot juli 1815 was De Chateaubriand in Gent, in de entourage van Lodewijk XVIII die toen op de vlucht was voor Napoleon.

De Clercq, René
(Deerlijk, 14.11.1877 - Maartensdijk (Nl), 12.06.1932). Romantisch dichter van natuurgedichten, ambachtsliederen, bijbelspelen, libretto’s van zangspelen en gedichten in het kader van de Vlaamse Beweging (tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij de “bard van het activisme”) en in het kader van de arbeidersbeweging (Anseele zag in hem de enige potentiële dichter voor zijn beweging). De Clercq gebruikte echter nooit marxistische noties maar werd filosofisch definitief beïnvloed door de Leidse hegeliaanse filosoof Gerardus Bolland die in 1911 sprak in de Gentse aula. Verscheidene van zijn gedichten werden gemeengoed als liederteksten, bv. Tinneke van Heule, De Gilde viert e.a. Vanaf 1920 waagde hij zich ook aan de toondichtkunst. Meest gekende bundels: Natuur (1902), Liederen voor het volk (1903), Toortsen (1909, algemeen beschouwd als ‘socialistische’ poëzie), De Noodhoorn (1916, activistische strijdgedichten, cultbundel bij jonge flaminganten in de twintiger jaren, meerdere sterk aangevulde herdrukken).

De Geyter, Julius
(geboren Jan) (Lede, 25.05.1830 – Antwerpen, 18.02.1905) Antwerps dichter, journalist, anti-klerikaal flamingant, als strijdend en vaderlandslievend liberaal een der vrijzinnige figuren van de taalstrijd en van de Groot-Nederlandse gedachte. Hij was betrokken, als stichter of als medewerker, bij talrijke verenigingen en tijdschriften. Zo lag hij met Eugeen Zetternam en de Gentenaar Jakob F.J. Heremans aan de basis van het tijdschrift De Vlaemsche School (1855-1862). Hij stelde zijn (middelmatig) dichterschap nagenoeg geheel ten dienste van zijn politiek streven. Onthouden worden zijn De Vlaamsche Leeuw en de Geuzen (1873, bekend gebleven als het Geuzenlied), zijn herdichting van Reinaert de Vos (1874) en zijn liederen Uit het studentenleven (1874).

De Ghelderode, Michel
(Elsene, 03.04.1898 - Schaarbeek, 01.04.1962) Franstalig-Belgisch prozaïst, toneelschrijver, auteur van talloze verhalen, luisterspelen, een radiokroniek, literaire kritiek en studies. Jarenlang was hij bediende bij het gemeentebstuur van Schaarbeek.Hij haalde zijn inspiratie uitsluitend uit de Vlaamse overlevering. Zijn aanvoelen van de Vlaamse aard is onovertroffen gebleven. In de jaren twintig werd zijn talent opgemerkt door het Vlaamsch Volkstoneel, dat hem een publiek bezorgde en hem aanspoorde om creatief te blijven. Zes van zijn stukken werden onmiddellijk na hun ontstaan in het Nederlands opgevoerd, Barabbas (1932) en Pantagleize (1934) schreef hij speciaal voor genoemd gezelschap. De Vlaamse respons en het Vlaams publiek waren voor De Ghelderode van kapitaal belang; aanvankelijk kreeg zijn werk bij de Franstaligen immers nauwelijks weerklank.

De Laey, Omer Karel
(Hooglede, 13.09.1876 - Hooglede 16.12.1909) West-Vlaams schrijver van poëzie, toneel, proza, essays en brieven. Hij studeerde in Leuven en werd er in 1900 doctor in de rechten maar raakte er, onder invloed van zijn hoogleraar Paul Alberdingk Thijm, geboeid door de Renaissance. Als stagiair in Antwerpen leerde hij de grootstad en haar historische rijkdom kennen. Dit leidde tot de bundel Van over ouds (1905), “objectief-beschrijvende” poëzie over het oude Antwerpen uit de zestiende en zeventiende eeuw. In een eerdere bundel, Van te lande (1903), had hij al een pittoresk beeld geschetst van mens, dier en natuur op het platteland. In 1911-1912 bezorgden Emiel Vliebergh en Jules Persyn zijn verzameld werk onder de titel Het werk van Omer K. De Laey (2 dln); in 1941-1942 verscheen daarvan een licht gewijzigde druk (5 dln).

De Ley, Gerd
(Gent, 17.04.1944- , pseudoniem: Wim Triesthof) Auteur van poëzie (Een druppel liefde, een traan van bloed, 1978), toneelwerk (Wachtkamers, 1989) en aforismen (Zout in de wonde, 1991), samensteller van talrijke bloemlezingen van citaten en aforismen, o.m. De grote citatenrom (1999, met 37.000 citaten) en Modern citatenboek (2001). Van kort na zijn geboorte was hij woonachtig in het Antwerpse. Thans woont hij in Deurne.Als (beroeps)acteur speelde hij in talloze toneel- en tv-rollen en stichtte hij de toneelgezelschappen Amatoon (1961-1975) en Paljas Producties (1975- ). In de periode 1987-1988 speelde hij de rol van professor in De trein der traagheid (naar Johan Daisne). [Frans Heymans]

De Meyer(e), Livinus
(Gent, 25.02.1655 - Leuven, 19.03.1730) Theoloog en dichter. Hij volgde humaniora in Gent, trad in 1673 in bij de jezuïeten in Mechelen, studeerde theologie aan de Leuvense universiteit en werd, na zijn priesterwijding in 1686, professor in de theologie aan dezelfde instelling. Als Latijns dichter was hij ook over de grenzen bekend: zijn poëtisch œuvre werd in 1727 in Brussel in twaalf delen gepubliceerd (Poematum libri duodecim). Zijn leerdicht De Ira Libri III (1694), een navolging van Seneca`s traktaat de Ira zou hij, volgens Prudens van Duyse, in de drukkerij voor de vuist in het Nederlands hebben vertaald: De Gramschap in dry boeken (1725). Oorzaken en gevolgen van de gramschap worden erin behandeld; het derde deel leert hoe men ze moet beheersen.

De Mont, Paul
(Ninove, 01.06.1895 - Ninove, 10.11.1950) Journalist, stadsambtenaar, auteur van 17 toneelstukken waaronder blijspelen, parodieën, bijbelse verhalen, jeugdtheater, evenals historische en filosofische stukken. Hij schreef ook een roman en een aantal essays. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verloor hij beide benen en deze zware handicap zou een grote invloed op zijn literair werk hebben. In 1921 werd hij stadsontvanger in Ninove. Als journalist bracht hij het tot hoofdredacteur van Het Algemeen Nieuws, het culturele bijvoegsel van de populaire krant Sportwereld. In Sportwereld’s Bibliotheek publiceerde hij enkele boeken over oorlogsproblematiek en wapenhandel. Nadat hij in 1936 werd gecoöpteerd als senator voor Rex, bleef hij de pen voeren, als hoofdredacteur van De Nieuwe Staat, het partijblad van Rex-Vlaanderen.

De Pauw, J. Ferdinand
(Gent, geboortedatum onbekend - Brussel, 1824) Philip Blommaert noemt F.J. [sic] de Pauw onder de Gentse toneelauteurs en leden van de rederijkerskamer De Fonteine. Later vinden we hem terug als lid van de Brusselse Wyngaerd-kamer. De Brusselse kamer Het Heylich Cruys speelde aan het eind van de eeuw van hem De trotse Amelia. Van zijn hand zijn verder de harlekinade [d.i. een kluchtspel met een of meer harlekijns] Arlequin hovenier en de blijspelen Den Prins-maelder, Den mandemaeker, De boere-kermis (naar een Hollands model?), De gelukkige wederkomst, Den landbouwer philosooph, en Janot of den onnoozelen betaeld de boet, dat door de Wyngaerd-kamer in 1808 bij een wedstrijd te Aalst opgevoerd werd. Er is enige verwarring omtrent zijn voornamen.

De Pillecyn, Filip
(Hamme aan de Durme, 25.03.1891 - Gent, 07.08.1962) Leraar, journalist, pamflettist, dichter, prozaïst, vooral bekend als auteur van romans en novellen, lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.Hij groeide op in de streek tussen Schelde en Durme, deed zijn humaniorastudies in het Klein Seminarie te Sint-Niklaas en studeerde vanaf 1910 Germaanse Filologie in Leuven. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog meldde hij zich als vrijwilliger voor het Belgisch leger en belandde hij aan het IJzerfront. Vlaamsgezind en sociaal bewogen, kwam hij op voor de rechten van de gewone soldaat. Met Rik Borginon en Adiel Debeuckelaere vormde hij de leiding van de Frontbeweging. In 1918 begon zijn journalistieke loopbaan bij De Standaard.

De Rémusat, Claire
(Parijs, 05.01.1780 - Parijs, 16.12.1821) Franse schrijfster, geboren Claire de Vergennes maar bekend als Madame de Rémusat, haar schrijversnaam als gehuwde vrouw. Van 1804 tot 1809 was zij eredame van Joséphine de Beauharnais (de eerste vrouw van Napoleon Bonaparte) en in die functie was zij een directe getuige van het reilen en zeilen aan het “hof” van Napoleon op het einde van de periode van het Consulaat en in de vroege jaren van het eerste Keizerrijk. Haar roman Charles et Claire, ou La flûte verscheen in 1814, nadat zij al (samen met Napoleons eerste echtgenote) in ongenade was gevallen. Haar overige werk werd postuum gepubliceerd, Essai sur l’éducation des femmes in 1824, de driedelige Mémoires 1802-1808 in 1879-1880 en Lettres in 1881.

De Rop, Janine
(Gent, 26.10.1927 - ) Romanschrijfster en journaliste, geboren in een arbeidersgezin dat woonde in de Groendreef, langs het kanaal Gent-Brugge, dit is de “watergrens” van de Gentse volkswijk Brugse Poort. Haar belangrijkste werken zijn de roman De wachttijd (1960) waarvoor zij de romanprijs van de Provincie Oost-Vlaanderen kreeg, De traditie (1963) dat haar de letterkundige prijs van de Stad Gent opleverde en De rechter en de beul (1970). Haar leven lang schreef zij ook (niet gepubliceerde) gedichten. Haar leven en haar werk werden reeds vanaf haar prille jeugd getekend door twee omstandigheden. De belangrijkste gebeurtenis in haar leven was het gevolg van de in 1929 uitgebroken epidemie van kinderverlamming. Op tweejarige leeftijd werd zij er ook het slachtoffer van, wat haar levenslang veroordeelde tot het gebruik van krukken en een rolstoel.Niet minder bepalend was het feit dat zij uit een socialistisch nest kwam.

De Smet, Prosper
(Gent, 02.06.1919 - Gent, 13.09.2005 ) Letterzetter, dagbladschrijver, auteur van poëzie, romans, novellen, toneelwerk, cursiefjes en literaire recensies. Hij schreef ook onder de pseudoniemen PDS, Polke Pluim, P. Pluym en P. Pluim. Na de Lagere Hoofdschool aan de Van Monckhovenstraat, volgde de Smet de beroepsschool aan de Martelaarslaan te Gent. Tot de leeftijd van 17 jaar volgde hij daar een opleiding “letterzetter”. Hij ging naar de avondschool om zich te bekwamen in het Frans, Engels en Duits. In het ouderlijk gezin werd, met uitzondering van de krant Vooruit, niet gelezen. Prosper had vrij vroeg belangstelling voor de dagelijkse rubriek Boekuil (van Raymond Herreman) en voor de wekelijkse bladzijde Geestesleven. Rond zijn veertiende jaar ontdekte hij het werk van Felix Timmermans, James Oliver Curwood en vooral Multatuli.

De Valckenaere, Julien
(Gent, 26.02.1898 - Gent, 22.05.1958) Onderwijzer, inspecteur voor het Lager Onderwijs, dichter en vooral aforisticus. Hij werd geboren in de Abrikoosstraat. Zijn ouders verhuisden in maart 1905 naar de Brugsesteenweg (later omgedoopt tot de Bevrijdingslaan). In 1927 trok hij naar de Netstraat (later Nekkerputstraat genoemd). Hij studeerde voor onderwijzer in de Gentse Rijksnormaalschool. Onder het pseudoniem Eric Willem Linde debuteerde De Valckenaere in 1927 met een tweetal gedichten (Langs de baan en Zomerwonder) in De Vlaamse gids, 16de jrg (1927-1928), afl. 6, p. 504-505. Toch zou hij zich nadien vooral toeleggen op het aforisme. Spits, dikwijls humoristisch en soms eerder cynisch verwoordde hij daarin zijn levenswijsheid. In 1940, ruim tweeëntwintig jaar na zijn poëtisch debuut, volgde zijn eerste bundel aforismen: Levenskunst : distels, doornen en rozen.

De Vos, Johan
(Gent, 03.06.1956 -) Cursiefjes- en verhalenschrijver Johan de Vos is geboren in de Kristalstraat. Na één jaar verhuisde het gezin naar het Schepen Eylenboschplein, waar ook de dichter Maurits de Doncker woonde. Studie Germaanse filologie aan de Gentse universiteit (1974-1978). Hij woont in de Hofstraat (hoek cité Klaproosstraat) en geeft les aan het Gentse Sint-Lucasinstituut. Hij werd opgenomen in de kring rond beeldend kunstenaar Yves De Smet (ARKUMEKO). In 1996 richtte hij samen met beeldend kunstenaar Francis Bekemans het tijdschrift VF&G (Vorm, filosofie en gaga) op. Hij werkte ook geregeld mee aan het tijdschrift Interbellum. Hij publiceerde over Duitse literatuur (J.M.R. Lenz, Jozeph Roth), de dichters Richard Minne en Maurits de Doncker, Gentse locaties en interbellumarchitectuur.

De Vriese, Carlos
(Ledeberg, 05.10.1926 - ) Onderwijzer en auteur van leerboeken voor het lager onderwijs en van talloze bijdragen over dagelijkse schoolpraktijk en didactiek, verschenen in Persoon en gemeenschap van 1958 tot 1973. Hij schreef tevens kinderboeken, SF-verhalen (in het tijdschrift Yang), de roman De eerste wet (1979), een aforismenbundel Explosiefjes (1977) evenals de tekst voor Antipode, een avondvullende compositie van Georges Bouché voor computers, stemmen, fluit, gitaar en dansers. Verder publiceerde hij boekbesprekingen en vertalingen van Russische en Tsjechische literatuur (in de Poëziekrant). Onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog liet hij een tijdschrift in Esperanto, La juna Esperantisto, verschijnen. In de jaren 1970-1980 was hij eerst redactielid en later redactiesecretaris van het tijdschrift Yang.

De Wolf, Jozef
(Dendermonde, 04.03.1748 - ?) Literator, in 1774 priester gewijd. In afwachting van een benoeming verbleef hij van 1775 tot 1779 in het seminarie te Gent. In 1779 werd hij benoemd tot surveillant aan die instelling. Nog in hetzelfde jaar werd hem het verbod opgelegd, te publiceren zonder toestemming van de principaal. In maart 1781 bood De Wolf om een onbekende reden ontslag aan. Van dan af verdwijnt ieder spoor van hem.In het Kunst- en Letterblad van 1842 meldde Ferdinand Snellaert dat De Wolf, toen hij een vertaling van Ovidius’ Ars Amandi wilde publiceren, als krankzinnig werd opgesloten in de gevangenis van het bisdom (maar die gevangenis bestond niet eens). Later kwam Snellaert van die versie terug en schreef hij dat De Wolf naar het buitenland was gevlucht.

Deconinck, Romain
(Gent, 07.12.1915 - Gent, 01.12.1994) Veelzijdig Gents acteur, regisseur, auteur van volkstoneel, van film- en tv-scenario’s en van cursiefjes. Hij werd geboren in de Sint Pieters-Vrouwstraat, thans Sint-Kwintensberg, waar nu een frituur is gevestigd. Vanaf oktober 1916 bracht hij zijn kinderjaren door aan de Ottergemsesteenweg, ter hoogte van de Stropstraat. Daar schreef hij als twaalfjarige zijn eerste toneelstukjes die hij opvoerde met en voor zijn vriendjes, ook de buren vormden zijn eerste publiek.In juni 1937 treffen we hem in de Leopoldstraat (later Keizer Leopoldstraat). Vanaf augustus 1947 woonde hij in de Hofstraat, drie maanden later, vanaf oktober 1947, in de Walpoort(brug)straat, vanaf januari 1954 in de Lucas de Heerestraat en vanaf november 1955 aan de Bruggravenlaan.

Demets, Fernand
(Gent, 17.09.1928 -) Onderwijzer, politicus en auteur van toneelwerk en luisterspelen. Hij was bijzonder bedreven in verhuizen, woonde op een twintigtal adressen: in Sint-Amandsberg (zijn ouderlijke huis in de Verbindingstraat, later ook in de Bouwmeestersstraat), in Gent (Jordaenstraat, Kortrijksesteenweg, Bestormstraat [thans Posteernestraat], Kongostraat, Gordunakaai, Jubileumlaan, Nieuwe Wandeling), in Ledeberg (Hofbouwstraat), in Roeselare, Kortrijk, Willebroek en De Pinte (waar hij o.m. gemeenteraadslid was en thans nog woont). Lager onderwijs genoot hij aan de Rijksnormaalschool te Gent. Nadien studeerde hij voor onderwijzer aan de Lagere Normaalschool (1942-1947) en voor regent Germaanse talen aan de Middelbare Normaalschool (1942-1947).

Destanberg, Napoleon
(Gent, 07.02.1829 - Gent 01.09.1875, ps: Baas Kimpe, Cies van Gendt, Jan Kadul). Journalist, toneelschrijver, -acteur en -regisseur, dichter en liedjesschrijver. Zijn opvoeding was vooruitstrevend en antiklerikaal. Hij studeerde aan een stadsschool, aan de Gentse Rijksnormaalschool in de Hoornstraat en aan het Atheneum (Ottogracht). Na één jaar Rechten aan de Gentse universiteit koos hij voor het beroepsleven: hij werd dagbladschrijver en dichter.Als journalist-vertaler was hij verbonden aan de sociaal-liberale krant De Broedermin, de dagbladen Journal de Gand en De Stad Gent (opvolger van De Broedermin; hij werd er redacteur; zijn wekelijkse feuilletons ondertekende hij met “Cies van Ghendt”. Zelf stichtte hij het humoristisch toneelblad De Eyerboer.

Dumas, Alexandre (père)
(père, Villers-Cotterêts, 24.07.1802 - Puys, 05.12.1870) Franse auteur (echte naam: Davy de la Pailleterie) van toneelwerk, romans en novellen, reisreportages en poëzie.Toen hij in augustus 1838 zijn reis naar de oevers van de Rijn maakte, en daarbij een tiental dagen door België trok – en Gent aandeed – stonden er al ruim honderd titels van novellen, toneelstukken, gedichten en romans op zijn naam maar was hij nog niet de onsterfelijke schrijver die hij later zou worden met zijn grote historische romans als Les trois mousquetaires (1844), Le comte de Monte Cristo (1845) en La tulipe noire (1850). In mei 1838 liep in het Odéon-theater te Parijs het historisch stuk Les Bourgeois de Gand, ou Le secrétaire du duc d’Albe van Hypolyte Romand. Het handelde over de periode rond 1337 toen de Gentenaars, onder aanvoering van Jacob van Artevelde, revolteerden tegen Frankrijk en kozen voor een bondgenootschap met Engeland.

Einhart
(bij Mainz circa 770 - 14.03.840) Duits schrijver en raadgever van keizer Karel de Grote (742-814). Andere schrijfwijzen van zijn naam zijn Einhard, Eginhart en Einhardus. Vita Caroli Magni, zijn korte in het Latijn geschreven biografie over de zogenaamde “vader van de Europese eenwording”, werd beschouwd als de beste levensbeschrijving uit de Middeleeuwen. Hoewel Einhart in zijn lofbetuigingen aan de keizer niet altijd historisch correct is, bevat de vlot leesbare biografie waardevolle gegevens uit de eerste hand over de politieke en militaire bedrijvigheid en over het privé-leven van Karel de Grote. In 1999 verscheen de tekst in het Nederlands onder de titel Het leven van Karel de Grote, vertaald en toegelicht door de classicus Patrick de Rynck.

Elsschot, Willem
(Antwerpen, 07.05.1882 - Antwerpen, 31.05.1960) Willem Elsschot is het pseudoniem van Alfons Jozef de Ridder die ook anoniem publiceerde én onder de pseudoniemen Absolon met de korte haren, Nicodemus en Willy. Hij groeide op in Antwerpen en behaalde het Handelsdiploma. De zwendelpraktijken die in Lijmen centraal staan leerde hij van de Argentijnse zakenman Alfredo H. Bustos in Parijs. Van 1908 tot 1910 werkte hij op kantoren in Rotterdam en Brussel, waar hij met Jules Valenpint de befaamde Revue Continentale Illustrée oprichtte. Na de oorlog verzorgde hij (met zoon Walter) veel prestigieuze uitgaven: o.a. voor kardinaal Mercier en het Livre d’Or du Centenaire de l’Indépendance Belge 1830-1930. Villa des roses (1913) verscheen na voorspraak van Cyriel Buysse eerst als feuilleton in Groot-Nederland.

Exbrayat, Charles
(ps. van Charles Durivaux; Saint-Etienne, 1906 - Planfoy, 08.03.1989) Franse journalist en auteur van meer dan 90 politieromans die vaak eenzelfde stramien volgen. Elke titel is een cocktail, door sommigen als pastiche en door anderen als roman policier humoristique omschreven. De ingrediënten zijn steeds dezelfde: gewone mensen vervullen de hoofdrol; één of meer beschuldigden zijn té naïef om schuldig te zijn; de zoektocht naar de moordenaar leidt steevast naar de meest onwaarschijnlijke van alle figuren; doorheen dit alles is een liefdesverhaal(tje) geweven. Het geheel wordt veelal gesitueerd in een exotisch decor – of een decor dat als zodanig moest doorgaan voor de doorsnee Fransman van de jaren ’50 en ’60. Exotisch was dan synoniem met Engels, Italiaans, Spaans of gewoon de Franse “province”.

Faulks, Sebastian
(Newbury-Berkshire, 20.04.1953 - ) Engels auteur, journalist en recensent, groeide op in Berkshire (Groot-Brittannië). Hij kreeg een opleiding aan Wellington College en Cambridge University, was leraar Engels en Frans, journalist bij de Daily Telegraph, BBC Radio-medewerker, columnist bij The Guardian en een tijd lang uitgever van The Independent. Sinds 1991 is hij fulltime auteur in Londen. Hij schreef en presenteerde in 1999 de televisieserie “Churchill’s secret army”op Channel 4. Faulks debuteerde in 1984 met A Trick of Light. Hij werd vooral bekend met de roman-trilogie over de Eerste Wereldoorlog en de Franse slagvelden: The Girl at the Lion d’Or (1989), Birdsong (1993, Ndl. Het lied van de loopgraven) en A Fool’s Alphabet (1992). Birdsong, dat een levendig beeld tekent van de vooravond van de Slag aan de Somme, behoort tot Faulks’ beste en populairste romans.Later verschenen Charlotte Gray (1998, verfilmd), On Green Dolphin Street (2001, Ndl.

Fonteyne, Norbert Edgard
(Oedelem, 16.12.1904 - Veldegem, 07.06.1938) Vlaams romanschrijver, onderwijzer in Veldegem (vanaf 1926). Hij debuteerde met Pension Vivès (1936), een in Brugge gesitueerde roman over enkele marginale figuren in een pension. Kort daarna publiceerde hij de roman Polder (1937), over een noodlottige liefde van een vrouw tijdens de Eerste Wereldoorlog, en de populaire kerstnovelle Hoe de Vlamingen te laat kwamen (1937). Zijn belangrijkste werk, het postuum verschenen Kinderjaren (1939), was een persoonlijke kroniek van zijn jeugdherinneringen in Oedelem (West-Vlaanderen) tijdens Wereldoorlog I en zijn latere ontwikkeling. In deze autobiografie hield hij een pleidooi voor de traditionele waarden, het activisme en zijn Vlaams-nationalistische ideeën.

Fredericq, Paul
(Gent, 12.08.1850 - Gent, 23.03.1920) Geboren in de Slijpstraat (= Sleepstraat) te Gent woonde hij later in het Groot Gewad, aan de Gruisberg (omgedoopt tot Winkelstraat) en aan de Coupure. Een gedenkplaat in de Notarisstraat nr. 7 (in de buurt van het Duivelsteen), herinnert eraan dat hij ook daar verbleef. Hij was verwant met Cyriel Buysse en met de zusters Loveling. Deze laatsten verbleven ten tijde van Pauls geboorte in hetzelfde huis in de Slijpstraat. Fredericq was leerling aan het Koninklijk Atheneum te Gent waar Max Rooses en Jacob Heremans veel invloed op hem hadden. In 1871 behaalde hij aan de Luikse Rijksuniversiteit het diploma van geaggregeerd leraar middelbaar onderwijs. In hetzelfde jaar werd hij leraar geschiedenis te Mechelen en te Aarlen.

Fris, Victor
(Geraardsbergen, 18.02.1877 - Elsene, 24.05.1925) Historicus, leraar, docent aan de Gentse universiteit, stadsarchivaris, bibliograaf. Secretaris van de Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent. Lid van de Archiefcommissie, van de Commissie voor Monumenten en Stadsgezichten en van de Commissie van de Oudheidkundige Musea. Hij publiceerde talloze bijdragen over de Vlaamse en de Gentse geschiedenis. Voor het historisch geïnteresseerde publiek blijft zijn naam verbonden met zijn onvolprezen Histoire de Gand (1913), zijn Bibliographie de l’histoire de Gand depuis les origines jusqu’à la fin du XVe siècle (1907) en later zijn Bibliographie de l’histoire de Gand depuis l’an 1500 jusqu’en 1850 (1921), zijn De bronnen van de historische romans van Conscience (1913) en zijn Laus Gandae : éloges et descriptions de Gand à travers les âges (1914).

Froissart, Jean
(Valenciennes, 1337 - Chimay, 1410) Frans-Vlaamse kroniekschrijver en dichter, aanvankelijk als clericus in dienst van het Engelse hof, later hofkapelaan van de graaf van Blois en tenslotte kanunnik van Chimay waar hij zijn bekende Chroniques de France, d’Angleterre, de Bretagne et de Flandres, over de Honderdjarige Oorlog (1325-1400), schreef. Voor de eerste versie van zijn kronieken (over de jaren 1369-1373) leende hij rijkelijk gegevens van de Waalse kroniekschrijver Jean le Bel. Voorts schreef hij, naar de mode van zijn tijd, gekunstelde allegorische gedichten. Zijn Meliador is een hoofse roman in 30.000 verzen. Hij ondernam lange reizen door Frankrijk en Italië, naar de koninklijke hoven van Engeland en Schotland, naar Vlaanderen en Zeeland.

Gautier, Achilles
(Wondelgem, 10.10.1937 - ) Academicus, auteur van toneelwerk, verhalen, poëzie, luister-en poppenkastspelen maar ook tekenaar en schilder. Kort voor de Tweede Wereldoorlog verhuisden zijn ouders naar de Willem Blanckestraat in Ledeberg; nog tijdens de oorlog trokken zij naar de Kerkstraat in dezelfde gemeente. Andere adressen van zijn jeugd waren: de Gentbruggestraat in Sint-Amandsberg, de Bevrijdingslaan (vanaf september 1956) en de Ketelvest in Gent (vanaf augustus 1959). Na een goed jaar in Merelbeke te hebben gewoond, vestigde hij zich in mei 1962 opnieuw in Gent, aan het Jules de Vigneplein. Precies twee jaar later trok hij naar de Dijkweg in Afsnee (thans bij Sint-Denijs-Westrem, deelgemeente van Gent). Nadien verbleef hij nog in Sint-Martens-Latem maar in juni 1973 koos hij weer voor Gent, waar hij eerst in de Wondelgemstraat en vervolgens in de Nieuwpoort woonde.

Geeraerts, Jef
(Antwerpen, 23.02.1930 - ) Vlaams auteur en journalist die na zijn jaren als assistent-gewestbeheerder in het voormalige Belgisch Kongo een eerste roman Ik ben maar een neger (1962) publiceerde. Voor de verhalenbundel De troglodieten (1966) ontving hij in 1967 de Arkprijs van het Vrije Woord. In 1969 werd zijn roman Black Venus (1968), de eerste van de vierdelige Gangreencyclus, bekroond met de driejaarlijkse Staatsprijs voor literair proza. Niettemin lokte deze roman, vol erotiek en geweld, een hevige controverse uit. Terwijl hij in het parlement als racistisch en pornografisch werd bestempeld, werd hij door Justitie zelfs enige tijd uit een Brusselse boekhandel gehaald. Zowel het bekronen als het in beslag nemen leidden tot een lawine van protest in de pers.Vanaf 1979 schreef hij vooral uitvoerig gedocumenteerde, maatschappijkritische misdaadromans.

Gevers, Marie
(Edegem, 30.12.1883 - Edegem, 09.03.1975) Franstalige Belgische dichteres, schrijfster van romans en kinderboeken Aangemoedigd door Max Elskamp en Emile Verhaeren begon Marie Gevers haar literaire carrière met enkele dichtbundels. Zij debuteerde met de bundel Missembourg (1917) die een lofzang was op haar geboortehuis. Na haar eerste roman, La comtesse des digues (1931), legde zij zich volledig toe op proza. Haar boeken spelen zich voornamelijk af in de Scheldepolders en in de Antwerpse Kempen. Zij verstevigde haar literaire positie aanzienlijk met de romans Madame Orpha ou la sérénade de mai (1933, haar meesterwerk) en Château de l’Ouest (1948), maar ook met een enkele “livres de nature” zoals Plaisir des météores (1938) en L’herbier légendaire (1949).

Gisekin, Jo
(ps. van Leentje Vandemeulebroecke, Gent, 14.05.1942 - ) Leentje werd geboren als dochter van internist Maurice Vandemeulebroecke en kunstenaarsziel Paula Lateur. Zij bracht haar jeugd door in Machelen aan de Leie en was op kostschool in Eeklo. Vanaf 1960 studeerde ze journalistiek in Antwerpen en Frans aan de Sorbonne. Tot 1970 woonde en werkte ze in Brugge, na haar huwelijk met Ludo Simons in Antwerpen.Ze voerde een uitvoerige correspondentie met haar grootvader Stijn Streuvels en publiceerde vertalingen van jeugdboeken. Ze debuteerde in Nieuwe stemmen en Dietsche warande en Belfort en publiceerde later ook in het Nieuw Vkaals tijdschrift, Yang en Ons erfdeel. In 1983 bracht de Oostakkerse bibliofiele uitgever De Prentenier haar gedichten Bruidssluier uit.

Hamelink, Jacques
(Driewegen, Terneuzen 12.01.1939 -) Nederlands dichter, romancier, essayist, auteur van verhalen en toneel. Zowel in zijn eerste verhalenbundel Het plantaardig bewind (1964), bekroond met de Vijverbergprijs en de Van der Hoogtprijs, als in zijn debuutroman Ranonkel, of de geschiedenis van een verzelving (1969) beheersten natuurkrachten de mens in een bizarre verbeeldingswereld. Voor zijn dichtbundel Gemengde tijd : 1978-1983 (1984) ontving hij de Herman Gorterprijs in 1985. Zijn literair-poëtische opvattingen verwoordde hij in de essaybundels De droom van de poëzie (1978) en In een lege kamer een garendraadje (1980, bekroond met de Busken Huetprijs). In 1988 werd zijn gehele werk onderscheiden met de Constantijn Huygensprijs. In zijn latere poëzie schiep hij onder meer een “hernieuwde taal” (in Zilverzonnige en onneembare maan, 2001) of verkende hij verre werelden zoals het keizerlijke China (in Kinksteen van Ch’in, 2003).

Hans, Abraham
(Sint-Maria-Horebeke, 12.02.1882 - Knokke, 06.07.1939) Protestantse onderwijzer, journalist bij Het Laatste Nieuws, bijzonder productieve én populaire auteur van talloze volksromans, toeristische leesboeken en verhalen voor de jeugd. Wegens de in het begin van de jaren 1880 heersende schoolstrijd moesten zijn ouders in 1887 verhuizen naar Roeselare. Abraham studeerde aan de Rijksmiddelbare school in Menen en aan de Groen van Prinstererkweekschool in Doetinchem (Nederland). Tijdens de Eerste Wereldoorlog week hij uit naar Nederland en was hij er oorlogscorrespondent voor dagblad De Telegraaf. Na de oorlog vestigde hij zich in Kontich. De meeste van zijn volksboeken verschenen eerst als dagbladfeuilleton en daarna in boekvorm. Verscheidene werken werden nadien onder verschillende titels uitgegeven of soms bewerkt voor de jeugd.

Hebbelinck, Georges
(Gent, 04.03.1916 - Gent, 03.10.1964) Journalist en romanschrijver, geboren in de Zondernaamstraat als zoon van een gezin van begoede burgers. In januari 1920 verhuisden zij naar de Congostraat. Vanaf juni 1937 nam hij zijn intrek in de Krijgslaan. In maart 1939 verhuisde hij naar de Meulesteedsesteenweg en precies een jaar later naar de Eendrachtstraat. Vanaf mei 1941 keerde hij terug naar de Krijgslaan. Na de oorlog woonde hij vanaf januari 1946 in de Eendrachtstraat; drie maand later al trok hij naar de Kattenberg. Vanaf februari 1951 keerde hij andermaal terug naar de Krijgslaan en precies een jaar later koos hij voor de Mussenstraat. Vanaf juni 1954 woonde hij in de Kunstlaan en vanaf juli 1956 in de Wolterslaan. Hij volgde Lager Onderwijs aan de Rijksmiddelbare School te Gent en Middelbaar Onderwijs aan het Koninklijk Atheneum.

Heinsius, Daniel
(Heins) (Gent, 09.06.1580 - Leiden, 25.02.16­55) Filoloog, dichter, literair criticus en redenaar. Zijn vader Nicolaas, geboortig uit Geraardsbergen, was griffier bij de Raad van Vlaanderen, het hoogste gerechtshof in het graafschap. Als protestant zag hij zich genoodzaakt uit te wijken. Toen Heinsius amper drie jaar oud was, werd hij naar Veere in Zeeland gestuurd. Naderhand wenste zijn vader dat hij rechten ging studeren te Franeker in Friesland, maar uiteinde­lijk kreeg Heinsius de toestemming om zich toe te leggen op de letteren te Leiden. Daar werd hij een belangrijke uitgever van klassieke teksten, een literair theoreticus (vooral over het drama), een gereputeerd dichter in Latijn en Grieks en een gevierd docent. De Leidse universiteit benoemde hem o.a.

Hellens, Franz
(Brussel, 08.09.1881 - Brussel, 03.02.1972, ps. van Frédéric van Erminghem) Franstalige romancier, dichter en essayist van internationale betekenis én bekendheid. Als romancier was hij onvergelijkbaar en – met zowat 200 titels – uiterst productief.. Zijn werk verscheen in meer dan twintig talen maar is in het Nederlands taalgebied nauwelijks bekend. Van maart 1894 tot augustus 1906 woonde hij met zijn ouders in Gent, aan de Kortrijksesteenweg, waarna zij naar Elsene verhuisden. Die periode van iets meer dan twaalf jaar heeft – naar eigen zeggen – zijn schrijverschap definitief beïnvloed. Na de humaniora op het Sint-Barbaracollege studeerde hij aan de Gentse universiteit, waar hij promoveerde tot doctor in de Rechten. Aanvankelijk werkte hij bij de Koninklijke Bibliotheek te Brussel, daarna werd hij hoofdbibliothecaris van het Parlement.

Herckenrath, Adolf
(Aalst, 02.06.1879 - Gent, 04.07.1958) Dichter, toneelschrijver, boekhandelaar en uitgever. Adolf Herckenrath is de geschiedenis ingegaan als de jeugdvriend voor wie Karel van de Woestijne zijn Laethemsche Brieven over de Lente (1901) schreef. Hij debuteerde met Verzen in het Antwerpse jongerentijdschrift Alvoorder, gevolgd door gedichten in het voorlaatste nummer van Van Nu en Straks (september 1901). Tot deze beide publicaties werd hij door Van de Woestijne gestimuleerd. Zijn stemmingslyriek is traditioneel van vorm en eerder bescheiden van inspiratie. De debuutbundel Stille festijnen (1909) stond nog sterk onder de invloed van Van de Woestijne en werd bekroond met de Prijs van de Provincie Brabant. Zijn overige poëzie werd zoals zijn toneelstukken in de jaren dertig en later gepubliceerd.

Herreman, Raymond
(Menen, 21.08.1896 - Brussel, 06.03.1971, ps. : Raymond Vere) Dichter, criticus, essayist en auteur van toneelwerk, journalist en ambtenaar, lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Tot zijn tiende jaar woonde hij in Menen. In maart 1908 kwam hij naar Gent, woonde er in de Bijlokevest en studeerde er aan de Rijksnormaalschool in de Ledeganckstraat. Daar leerde hij Maurice Roelants, Karel Leroux, Achilles Mussche en Franz de Backer kennen. Na hun studie vestigden Herreman, Roelants en Leroux zich alledrie in het Brusselse, Herreman meer bepaald in Sint-Jans-Molenbeek. De Gentse school zou blijvende vriendschapsbanden scheppen. Nog tijdens zijn Gentse studentenjaren gaf Herreman met zijn medestudenten het blad Moderne kunst uit.

Hertmans, Stefan
(Gent 31.03.1951 - ) Vlaams dichter, essayist, romancier, criticus, auteur van verhalen en toneel. Het oeuvre van Stefan Hertmans getuigt van een omvangrijke cultuur-historische belangstelling en kennis: literatuur, klassieke mythologie, filosofie, beeldende kunst, film, dans en diverse muziekgenres. Zijn werk, dat critici aanvankelijk moeilijk, “intellectualistisch” of “postmodern” noemden, evolueerde naar een meer ironische, toegankelijke en veelzijdige inhoud en vorm. Hertmans’ roman Ruimte (1981) werd bekroond met de prijs voor het beste literaire debuut in Vlaanderen in 1982. Zijn eerste poëziebundel Ademzuil (1984) vloeide voort uit zijn romandebuut. Voor de verhalenbundel Gestolde wolken (1987) kreeg hij de Multatuliprijs in 1988. Een van de hoogtepunten van zijn schrijverschap was de uitreiking in 1995 van de driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Poëzie (de vroegere Staatsprijs) voor de bundel Muziek voor de overtocht (1994).

Hije, Jacobus
(Gent, 14.05.1667 - Gent, 29.05.1749) Rederijker, beoefenaar van de dichtkunst en auteur van toneelwerk. Hij had ook belangstelling voor de muziek. Als zoon van een binnenschipper, leerde hij het kuipersambacht. Hij wilde reizen maar kwam niet verder dan Rotterdam. Hij werd lid van van de Gentse rederijkerskamer De Fonteine toen die in 1701 heropgericht werd. Naar eigen getuigenis blijkt hij als “entertainer” in Gent een graaggeziene figuur te zijn geweest. De grafsteen van zijn gezin bevindt zich in de Sint-Martinuskerk in Gent. De Gentse universiteitsbibliotheek bewaart twee verzamelhandschriften van zijn hand (hs. 2421 en hs. G. 5909), voor een klein gedeelte beide met dezelfde gedichten en met teksten van collega-dichters. Deze handschriften bevatten `refereynen`, lofdichten, monologen, kluchtliederen, moraliserende verzen, antwoorden op door de rederijkerskamer bij prijsvragen voorgestelde thema`s.

Hugo, Victor
(Besançon, 26.11.1802 - Parijs, 22.05.1885) Victor Hugo is, op Voltaire na, de bekendste dichter en romancier van Frankrijk. Zijn proza en zijn verzen getuigen van een hartstochtelijk sociaal, politiek en filosofisch engagement. Tijdens de Tweede republiek, in 1848, was Hugo lid van de wetgevende Constituante; in de Derde Republiek, vanaf 1876, werd hij (met zijn uitgesproken linkse sympathieën) Senaatslid-voor-het-leven. Als romancier schiep hij onvergetelijke types; als vader en grootvader schreef hij wereldberoemde verzen van liefde en leed. Tot zijn (ook nu nog) overbekende werken behoren o.m. Notre-Dame de Paris (1831) en Les misérables (1862). Zoon van een militair, woonde hij achtereenvolgens in Corsica, op Elba, te Napels en in Spanje.

Inghelram, Daan
(Middelkerke, 23.07.1905 - Sint-Denijs-Westrem, 26.09.2003) Auteur van talrijke romans, novellen en jeugdboeken. Hij schreef ook onder verschillende pseudoniemen, o.m. P.C. Vercruysse, P.C. Duyncanter, P.C. Geldhof, Jan Van Marlinghen en K. Yperman. Hij studeerde aan de Rijksnormaalschool te Gent, was achtereenvolgens onderwijzer te Gembloux en leraar Nederlands en Duits aan de Rijksmiddelbare School te Zottegem evenals (van 1956 tot 1970) aan de Normaalschool te Blankenberge (1956-1970). Inghelram werkte mee aan talrijke tijdschriften (o.m. Dietsche Warande en Belfort). Hij schreef korte verhalen voor o.m. Ons Volk en Taptoe en hij was film-, toneel-, en was variétécriticus voor De Standaard. Zijn romans en novellen situeren zich vooral in Vlaanderen.

Ivanov, Sacha
(ps. v. Rachel Ysebie-Van Overbeke) (Gent, 07.03.1888 - Gent, 31.07.1943) Onderwijzeres, winkelierster en schrijfster van (pulp)verhalen. Zij was de echtgenote van de Gentse auteur René Ysebie (ps.: Reinier Ysabie). Haar pseudoniem kwam van haar naam als gehuwde vrouw, Ysebie-Van Overbeke, waarbij de Y werd veranderd in I. Vanaf haar geboorte woonde zij in de Zaaimanstraat (thans Dobbelslot, tussen de Sint-Margrietstraat en de Tichelrei). In 1908 verhuisde zij naar de Rodelijvekensstraat, in 1923 naar Sint-Martens-Latem en later naar Leuven. In 1938 keerde zij terug naar Gent en woonde zij aan de Geldmunt. Van 1936 tot aan haar dood schreef zij ruim 290 wekelijks verschijnende populaire verhaaltjes in de reeks Ivanov’s verteluurtjes (in het Frans Récits express) maar er waren ook deIivanov’s romans en de Ivanov’s kleine romans.

Joergensen, Johannes
(Svendborg, 06.11.1866 - Svendborg, 29.05.1956) Deense auteur die in eigen land best gekend is voor zijn poëzie maar elders voornamelijk als auteur van bio- en hagiografisch werk, o.m. over Franciscus van Assisië en Catharina van Siena. Heel wat van deze werken werd vertaald in het Nederlands.Joergensen reisde geregeld naar het buitenland, ook naar België. Zo verbleef hij in 1913-1914 (en wellicht ook voordien al) in Gent, Leuven, Antwerpen, Brussel en Mechelen. In Gent logeerde hij “... in de gastvrije woning van Henri en Dine Logeman (...) in de Godshuizenlaan n° 374”. Merkwaardig was zijn in 1916 verschenen Klokke Roland (in Nederlandse vertaling Klokke Roeland, eveneens 1916). Reeds bij het begin van de Eerste Wereldoorlog rees overal protest tegen de ongemene brutaliteit van de Duitse bezetters vooral in België maar ook daarbuiten.

Joyce, James
(Dublin, 02.02.1882 - Zürich, 13.01.1941) Ierse Engelstalige schrijver, journalist, leraar en tenorzanger. Opleiding in jezuïetencolleges en aan University College in Dublin. Nadat Joyce Ierland in 1904 voorgoed verliet, woonde hij in Triëste, Rome, Zürich en Parijs. Hij publiceerde als achttienjarige al een bijdrage over de Noorse auteur Henrik Ibsen, schreef lyrische verzen (Chamber Music en PomesPpennyeach), hekeldichten en het toneelstuk Exiles (1914). De stad Dublin bevolkt echter zijn belangrijkste werk: de trefzeker geschilderde Dubliners (1914), zijn in zelfspot gedrenkte jeugdherinneringen A Portrait of the Artist as a Young Man (1916), het lang gecensureerde Ulysses (1922) en het bijna onleesbare, cyclische Finnegans Wake (1939). Zijn literaire roem dankt hij vooral aan deze laatste twee boeken, tegelijk encyclopedie en parodie, alledaagse realiteit en symbool.

Kenis, Paul
(Bocholt, 11.07.1885 - Etterbeek, 28.07.1934) Paul Kenis was journalist, ambtenaar en auteur van romans en verhalen. Niettegenstaande hij in Gent noch geboren, noch overleden is, mag de Arteveldestad beslist zijn stad worden genoemd. Na zijn geboorte vestigde het gezin Kenis zich in Turnhout. Op 12-jarige leeftijd, in oktober 1898, werd hij ingeschreven als Gentenaar en woonde hij in de Scheldelaan. In juli 1902 verhuisde hij naar Destelbergen maar in november 1904 kwam hij opnieuw naar Gent, ditmaal woonde hij in de Rabotstraat. Twee jaar later, in oktober 1906, keerde hij terug naar Destelbergen. Naar verluidt kunnen daar zijn initialen nog steeds worden gelezen in een eeuwenoude boom in de Beukendreef. Na de Eerste Wereldoorlog koos hij voor Brussel.

Koubaa, Bart
(Eeklo, 28.02.1968 - ) Pseudoniem van Bart van den Bossche. Dit pseudoniem is samengesteld uit zijn eigen voornaam en de achternaam van zijn half-Tunesische vrouw, Laila Koubaa. Nadat hij lager en secundair onderwijs volgde in Eeklo, studeerde hij een jaar filosofie aan de Gentse universiteit en vervolgens 4 jaar film en fotografie aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (KASK), eveneens in Gent. Hij werkte een jaar als designer en begon dan te reizen. Tijdens een verblijf in Zuid-Spanje raakte hij gefascineerd door de Arabische cultuur, wat leidde tot twee jaar studies Arabisch aan de Gentse universiteit. Professioneel zorgde hij aanvankelijk voor naschoolse opvang in een Gentse stedelijke school. Nadien was hij portier en administratieve kracht van een centrum voor volwassenenonderwijs in Gent.

Kuhnen de la Coeuillerie, Simone
(Schaarbeek, 28.10.1905 - Gent, 19.09.1993) Gentse Franstalige dichteres en vertaalster van poëzie. In haar schrijversnaam combineerde zij de familienaam van haar vader Louis Kuhnen (verduitsing van de oorspronkelijke Vlaamse naam Coenen) met die van haar bekende moeder en zangeres Marie de la Coeuillerie. In 1940 vestigde zij zich in Gent, aan de Coupure. Zij wilde daarmee terugkeren naar de wortels van haar familie; haar voorouders hadden tot in de 16de eeuw in Gent gewoond. In 1951 trok zij naar de Nederkouter. Vanaf 1955 woonde zij, samen met de kunstschilderes Suzanna Bomhals, aan de Predikherenlei. Zij publiceerde een aantal dichtbundels, o.m. Poèmes du désespoir, Pays d’Ouest, Audi voces silentii. In de toenmalige weekbladen Le Courrier de Gand en Le Nouveau Courrier publiceerde zij regelmatig gedichten.

Lanckrock, Rik
(Gent, 16.07.1923 - ) Rick Lanckrock werd geboren te Gent aan de Zwijnaardse Steenweg. Hij volgde lager onderwijs in de Ledeganckstraat (Oefenschool) en de Van Monckhovenstraat (Stedelijke Lagere Hoofdschool). Secundair onderwijs “liep” hij in de Stedelijke Handelsschool. In 1994, na het overlijden van zijn vrouw, verhuisde hij naar een appartement op de Voskenslaan. In 1941 trad hij in dienst bij de Rijksdienst Voor Arbeidsvoorziening (nu VDAB) waar hij in 1984 zijn loopbaan beëindigde als directeur van de Regio Kortrijk. Sedert zijn jeugd en tot op heden is hij een verwoed microscopist (plant- en dierkunde, mineralogie, paleontologie), waarvoor hij een speciale opleiding volgde bij Leo Michel Thiery, stichter van het Gentse Schoolmuseum. Schrijven was voor hem het bloed, de voeding en de ademtocht waarzonder hij geen dag kon leven.

Lanoye, Tom
(Sint-Niklaas, 27.08.1958 - ) Auteur van poëzie, romans, kortverhalen, toneelwerk en essays, tevens performer. Vanaf 1976 studeerde hij Germaanse filologie en sociologie aan de Gentse universiteit waar hij in 1981 afstudeerde met de scriptie De poëzie van Hans Warren : een thematische studie. Tot zijn belangrijkste werken behoren: Een slagerszoon met een brilletje (1985), Kartonnen dozen (1991) Het goddelijke monster (1997) en Ten oorlog (toneel) in samenwerking met Luc Perceval, waarvoor hij in 1999 de driejaarlijkse literatuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap kreeg.Voor Boze tongen, het derde deel van de Monstertrilogie, kreeg hij in 2004 niet enkel de Gouden Uil Publieksprijs én de Gouden Uil Juryprijs, maar ook de Inktaap, de literaire prijs voor jongeren.In 2004 was hij de eerste stadsdichter van Antwerpen.

Le Roy, Grégoire
(Gent, 07.11.1862 - Elsene, 05.12.1941, pseudoniem: Albert Mennel) Franstalige auteur van poëzie, verhalen en één roman, graficus, kunstschilder en -criticus. Hij werd geboren in de Bestormstraat (thans Posteernestraat) als zoon van een Franstalig katholiek burgersgezin. Daar, in de Bestormstraat, bracht hij zijn jeugd door. Hij studeerde aan het St-Barbaracollege te Gent waar hij kennis maakte met Charles Van Lerberghe en Maurice Maeterlinck. Samen met hen behoorde hij tot de groep van Belgisch-Franstalige symbolisten en werkte hij mee aan het tijdschrift La jeune Belgique. Hij volgde les aan het Sint-Lucasinstituut en huurde een tijdlang een schildersatelier in de “Rolle” (het voormalige godshuis op de Schaapmarkt dat van 1820 tot 1860 dienst deed als tehuis voor vondelingen).

Ledegen, Nicole
(Gent, 29.03.1957 - ) Gentse dichteres en sprookjesvertelster. Zij werd geboren in Gent maar woonde en groeide op in Gentbrugge. In 1979 verhuisde zij naar Gent waar zij op tal van adressen woonde (met uitzondering van 1990-1991 toen zij in Ronse verbleef). Zij studeerde logopedie te Gent, voordrachtkunst bij actrice-docente Arlette Walgraef (Muziekacademie Gentbrugge) en haalde in 2000 nog een onderwijsdiploma aan de Hogeschool Gent. Zij was lerares te Zele en te Destelbergen, logopediste in Ronse en aan het Gentse Atheneum in de Wispelbergstraat. Zij was ook docente bij de vzw Creatief Schrijven. Voor Nicole Ledegen is poëzie schrijven een verwerkingsproces van ervaringen, emoties, dromen, klank en ritme. Ze debuteerde met de bundel Toen de vogelverschrikker sprak (1994).

Lievevrouw-Coopman, Marie
(Gent, 06.07.1857 - Gent, 16.03.1916) Gentse onderwijzeres, later bestuurster aan een stedelijke school, schrijfster van verhalend proza en toneelwerk. Zij was de zuster van de Theophiel Coopman en de echtgenote van Lodewijk Lievevrouw (zie op beide auteursnamen). Zij werd geboren in de Antwerpsestraat en zou daar blijven wonen tot haar huwelijk. Dan namen zij hun intrek in de Slachthuislaan. In 1888 trokken zij eerst naar het Huidevetterken en nadien naar de Zwijnaardsesteenweg. Twee jaar later, in 1900, verhuisden zij naar de Ledeganckstraat, waar zij ook overleed. Zelf kinderloos, was zij vooral begaan met haar leerlingen. Zij was o.m. medestichtster van het Pedagogisch Gezelschap in Gent, gaf voordrachten over de opvoeding van kinderen en schreef er werken over, o.m.

Lilar, Suzanne
(Gent, 21.05.1901 - Brussel, 11.12.1992, meisjesnaam Suzanne-Jeanne-Charlotte Verbist) Franstalige dramaturge, essayiste en schrijfster, vanaf 1956 lid van de Académie de langue française. In 1919, na een toelatingsexamen voor de Middenjury, begon zij haar studies aan de Rechtsfaculteit van de Gentse universiteit. Tijdens die studies volgde zij aan de Ottogracht, waar de Universitaire Bibliotheek toen gevestigd was, een seminarie over Hadewych. Haar belangstelling voor de mystiek, die in haar latere essayistiek, toneelwerk en romans een grote rol zou spelen, dagtekent dus reeds uit haar Gentse jeugd. In 1925 behaalde zij het diploma van doctor in de Rechten. Haar stage aan de balie van Antwerpen betekende het einde van haar Gentse jaren. In 1918 verliet zij Gent definitief en verhuisde zij naar Antwerpen (Merksem).