Kopie van `Nissaba - Godinnen uit de hele wereld `

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Nissaba - Godinnen uit de hele wereld
Categorie: Religie en filosofie > Goden
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 113


Adonis
Geliefde van Aphrodite, vereerd op Cyprus. Hij was een jaarlijks stervende en herrijzende god. De vereerders van Adonis aten geen varkensvlees, daar Adonis door een varken werd gedood. Adonis komt van het Fenische Adon, wat net als Baäl `heer` betekent: dit is eigenlijk de aanspreektitel van de Babylonische Tammoetz. Hij werd vooral in het Fenicische (Kanaänitische) Byblos vereerd. Door Fenicische kolonisten werd zijn cultus overgebracht naar Cyprus, waar zijn jaarlijkse dood en wedergeboorte werd opgenomen in de cultus rond Aphrodite.
Volgens de Griekse mythologie kwam Adonis voort uit de incestueuze relatie tussen een koning en diens dochter Myrrha (Smyrna). Zij werd door de godin Aphrodite gestraft met een onbedwingbare lust, omdat ze geen respect voor haar vader toonde. Ze bracht 12 nachten met hem door voor hij het bedrog ontdekte, en ontsnapte aan zijn woede doordat de goden haar veranderden in de boom die de gomhars myrre voortbrengt. Deze boom schonk na 10 maanden [maanmaanden?] het leven aan Adonis. Aphrodite bracht het kind naar Persephone in de onderwereld, maar deze werd zelf verliefd op hem. Volgens een andere versie groeide Adonis op; hij ging regelmatig op jacht door de bossen, tot hij tenslotte werd gedood door een everzwijn, dat zijn geslachtsdeel afbeet. In deze versie gaat Aphrodite hem achterna, de onderwereld in, waar zij voor grote problemen komt te staan.
Er ontstond een strijd tussen Aphrodite en Persephone over wie dit kind mocht behouden: Zeus besliste dat hij het ene halve jaar in de onderwereld bij Persephone, en het andere halve jaar boven de aarde bij Afrodite mocht doorbrengen.

Allerheiligen
1 november. Behoort sinds 835 tot de kerkelijke feesten.

Allerzielen
Allerzielen is de herdenking van de gestorvenen op 2 november: kaarsen worden gebrand ter nagedachtenis van alle doden. Dit gebruik komt overeen met het ontsteken van lichten tijdens het feest voor Osiris en alle overledenen, begin november. Deze gewoonte bestond op meerdere plaatsen en leefde overal voort; in 998 werd opgenomen onder de kerkelijke feestdagen.
Het ontstaan van het leven en het sterven werd in Griekenland ondermeer herdacht met de opkomst en ondergang van de sterrengroep de Pleiaden, respectievelijk in maart en november. Op 1 november, tegenwoordig `Allerheiligen`, werden gebeden voor de doden uitgesproken. Allerheiligen werd pas aan het begin van de 7e eeuw gevierd op 1 november; daarvoor viel het samen met pinksteren, dat aanvankelijk een feest voor de doden was, en later werd de datum voor het feest van Maria en de heiligen gesteld op 18 mei.
Allerzielen viel samen met de pre-Christelijke Wilde Jacht, de nacht dat de doden tijdens de najaarsstormen door de lucht raasden onder aanvoering van Odin of voormalige godinnen als Diana of Hetate. Een bekende Germaanse aanvoerster van de Wilde Jacht was Perchta, wier gevolg van zielen de voorloper was van de latere horde Zwarte Pieten in het gevolg van Sint-Nicolaas, dat nu wordt gevierd op vijf december, Sinterklaasavond. De Wilde Jacht vond verder nog plaats in de nachten tussen kerst en driekoningen, en tijdens de paasweek.
De Britse Kelten vierden hetzelfde dodenfeest met vreugdevuren onder de naam Samhain, later verbasterd tot Halloween.

Amon
`Verborgene`. Zon, zonneschijf, ram (in zijn hoedanigheid als vruchtbaarheidsgod); gans, slang. Amon heeft een blauwe huidskleur, als teken van de oneindige kosmos. Amon was aanvankelijk een abstracte oergod. In het Nieuwe Rijk krijgt hij het aspect van de zonnegod Ra. Heiligdom: Karnak (met maankind Chons en Moet). Zijn naam is misschien de oorsprong van het Hebreeuwse amen.

Androgyn
Tegelijk mannelijk en vrouwelijk. Hermafroditos, de zoon van Hermes en Aphrodite, verenigde zich met de nimf Salmacis. Er kronkelde een slang rond Hermafroditus, en vanaf dat moment was hij androgyn.

Ankh
In Egypte het symbool van eeuwig leven. Door de Koptische christenen in Egypte is dit teken als kruis overgenomen. Het is te zien als levensadem of goddelijke vonk, die het leven mogelijk maakt. Het is ook een uitbeelding van de levenschenkende eigenschappen van water en lucht. Het is een samengesteld teken, bestaande uit een lus of cirkel en een kruis; hiermee worden respectievelijk het mannelijk en vrouwelijk geslachtsdeel aangeduid. Daardoor heeft het teken een directe, seksuele connotatie, die metaforisch is voor de steeds voortdurende schepping van de hele natuur. De oorsprong is niet bekend.
In Egypte is het een verbinding kunnen van het T-vormige Osiriskruis met de ovaal van Isis. Het woord ankh kan zowel spiegel als leven beteken. Het werd wel beschouwd als de Sleutel van de Nijl, de mystieke vereniging van Isis en Osiris die het stijgen van de Nijl veroorzaakte, waardoor het land vruchtbaar werd.
Inanna wordt afgebeeld met de Soemerische ankh, een levensstrik.

Anoebis
Egyptische Dodengod.

Attis
Zoon-minnaar van moedergodin Cybele (Frygië). `Hij werd geboren uit de vrucht van een amandelboom die was gegroeid uit de afgesneden penis van een androgyn wezen, Agdistis geheten. Agdistis is ook een andere naam voor Cybele. Attis werd gevonden bij de rivier de Gallus, en opgevoed door herders. Hij werd gedood door een varken, of volgens latere verhalen door zelfcastratie, of doordat zijn geslachtsdeel door een varken werd afgebeten. Hij stond op wonderbaarlijke wijze op de derde dag op uit de dood. Deze verrijzenisgedachte hangt samen met de schijngestalten van de maan. De cultus was Orgiastisch: men zweepte zich op tot razernij, en de priesters konden dan overgaan tot zelfcastratie.’ (J.K.Abbes).
Attis en Cybele waren oorspronkelijk Phrygische of Klein-Aziatische godheden. Door de Romeinse keizer Claudius werd de cultus in Rome gepopulariseerd. Jaarlijks rond 22 maart, tijdens de lente-equinox, werden de feestdagen voor Attis gehouden. De eerste dag werd een pijnboom die zijn dode lichaam symboliseerde door de stad gedragen, naar de tempel van Cybele op de heuvel van het Vaticaan, vlakbij waar nu de St.Pieter stond. De boom was gekleed in linnen. De boom werd gedragen door leden van het Gilde van de Drie Dragers (dendrophori). Op de tweede dag, de Dag van het Bloed, verwondden de priesters zich in een orgiastisch ritueel met messen. Het was een dag van rouw. De dag werd ook wel Zwarte Vrijdag genoemd. `s Nachts hield men de wacht bij een graf. Dit werd de volgende dag, tijdens de Hilaria, geopend door een priester.

Boom
Boomcultussen kwamen overal voor. Dit is te zien in mythologische verhalen waarin bomen een rol spelen, bijvoorbeeld bij de geboorte of het sterven van een god of godin die is verbonden met de cyclische herhalingen van de natuurverschijnselen, of in tuinen die in verband staan met het heilig huwelijk tussen een godin of priesteres en een god of koning.
Vijgeboom: Hathor, Asjera, genesis, Soemerië, -2000: Boom der waarheid of kennis, levensboom.
Asvattha- of Bodhiboom: de heilige vijgeboom van Boeddha.
Acacia: Horus werd geboren in een acacia (‘waarin dood en leven besloten zijn’).
Tamarisk: Oepoeaut (Egypte) kwam voort uit de tamarisk.
SycamoorRa kwam voort uit de sycomoor, ook een vijgeboom; ook de dadelpalm was zijn heilige boom.
Sjeribakef (Memphis) = ‘hij onder zijn olieboom’.
Eik: het bed van Odysseus en Penelope was gebouwd rond een eik.
Olijf: dit was de heilige boom van Athene.
Myrre (gomhars): Adonis’ moeder Myrrha werd in deze boom veranderd.
ParijataHindoeïsme: Parijata (de paradijsboom): deze kwam voort uit het karnen van de oceaan van melk, zoals vele andere schatten.
Palmboom: in Egypte was de palm een teken van de mannelijkheid van Osiris. De palm was een voorstelling van zijn rechtopstaande penis in de vereniging met Isis als hij was gereïncarneerd als Min of Menu, de stier van zijn moeder. Ook de fallus van de Fenicische Baäl-Peor werd voorgesteld door een palm. Ook in processies voor Tammuz, de geliefde van Isjtar, zwaaide men met palmtakken.

Brood
In Egypte speelt brood een rol bij offerhandelingen.

Bucolisch
herderlijk.

Chtonisch
Chtonische religies zijn verbonden met de aarde. Hierin spelen moedergodinnen en slangencultussen een rol.

Clitoris
Van Grieks kleitoris, verkleinwoord van kleitor, `heuvel`, en verwant aan kleitys, `heuvel`. Nederlandse term: Venusheuvel.

Demonen
Egypte: veel ‘wezens van de duisternis’ werden met Seth in verband gebracht, en verantwoordelijk gesteld voor allerlei onheil en ziekten. Na de dood verslonden zij de zielen van zondaars of ze dronken hun bloed. Het volk kende ook goede demonen, zoals Bes en Toeris; deze waren evenwel ook afkomstig uit het schaduwrijk van Seth.

Dionysos
Zoon van Zeus en Semele (sterfelijke vrouw). Lijdt, sterft en verrijst weer. Zijn wieg was een graankorf. Dionysos is een wijngod: hij wordt als wijnstok voorgesteld, evenals Jezus in het Johannes-evangelie. Hij verandert water in wijn. In zijn cultus werd het vlees van de god gegeten en zijn bloed gedronken.

Diotima
Priesteres van Montinea. Deze filosofe uit de Pythagoreïsche school was de lerares van Socrates. Walker vergelijkt haar met de Indiase Shakti of Alma Mater, de vrouwelijke inspirerende kracht. De weergave van Socrates als leraar van Plato geeft een verschuiving weer van een vrouwelijk idee van wijsheid naar het mannelijke, een symptoom van de opkomende vrouwenhaat.

Drieëenheid
Triade. Egypte: Amon - Moet - Chons. Het maankind Chons wordt vereerd als orakel en beschermer van zieken.
Memphis: Sachmet (leeuwenkop) - Ptah - Nefertem.

Druden
Heksen; tijdens de Walpurgisnacht verzamelden zij zich in de Harz. Zij hadden als symbool een drudenvoet, een pentagram, dat al in de oudheid voorkwam (Pythagoras, gnostici).

Elefantine
De joodse gemeenschap in Elefantine aanbad naast de god Jahu (JHW) de godin Anat. Deze wordt in de bijbel nooit bekritiseerd, itt Astarte. In Elefantine hadden vrouwen meer rechten dan bij de Israëlieten. Ze konden bijv. een echtscheiding uitspreken, waarna ze haar bezittingen terugkreeg.

Eleusinische mysteriën
Eleusinia. In Athene en Eleusis werden ere van Demeter werden deze dagen in september gevierd, gedurende de herfst-equinox. Grondslag was de roof en het terugvinden van Persephone. Centrale attributen hierbij waren fakkels en een korenaar. Aan de mysteriën ging een periode van vasten vooraf, ter herinnering aan de ronddolende zoektocht van Demeter naar haar dochter. Het centrale mysterie was de afgesneden korenaar, die aan de gelovigen werd getoond. De kern ervan was dat het graan uit het eigen lichaam van de godin werd voortgebracht. Nieuw leven was mogelijk door haar dood.
Het woord mysterie komt van het Grieks muein, dat sluiten van zowel ogen als mond betekent. Dit verwijst naar het geheime karakter van de toedracht van de rituelen, en naar datgene dat de inwijdeling moest ondergaan. De in te wijden personen werd reiniging en verlossing beloofd. De geheimen mochten niet worden verraden. Tijdens de kleine mysteriën werd men ingewijd aan de rivier Ilysses in Athene. Staande op de huiden van offerdieren werd de eed van geheimhouding afgelegd. De grote mysteriën, die in september werden gevierd, duurden 9 dagen.
Eerste dag was de dag van de vergadering: de inwijdelingen kwamen bijeen om hun handen in gewijd water te wassen. De voornaamste priester was de Hiërophant ( openbaarder van de geheimen); hij symboliseerde de wereldschepper. De Daduchus (fakkeldrager) symboliseerde de de zon. De Hiëroceryx (heraut van het heilige) fungeerde als symbool van Hermes en de maan.
Tijdens de tweede dag reinigden de mysten (inwijdelingen) reinigden zich in de zee.

Emblemen
Op een lange stok: al gebruikt in de prehistorie, bij processies en in de verering van de koning. Oepoaut: goddelijke wegbereider, stelt hond voor, komt voorop. Zittende valk, staande ibis etc.

Enheduanna
Akkadische priesteres van Isjtar. Van haar hand zijn de tot nu toe oudst bekende literaire teksten, opgesteld in spijkerschrift, dat toen nog maar juist volledig ontwikkeld was, maar tot dan toe nog uitsluitend werd gebruikt voor zakelijke medelingen. Ze dateren van -2300.
Enheduanna was de dochter van koning Sargon, de grondlegger van het Akkadische Babylon. Hij verenigde het Akkadische rijk en Soemerië. Enheduanna stelde de Akkadische Isjtar gelijk aan Inanna. Er zijn zes literaire werken van haar hand bekend, waarvan een aantal in de vorm van een cyclus van hymnes. Met deze teksten begint een traditie waarbij de schrijver zich door een colophon aan het einde van de tekst zichzelf identificeert.
Enheduanna was geïnstalleerd als priesteres (en) van de maangod Nanna. Zij identificeerde zich in haar teksten met Ianna.
In de teksten wordt de geschiedenis van Inanna verweefd met autobiografische elementen uit Enheduanna`s leven. Enheduanna beklaagt haar verbanning uit de tempel en bezingt haar beproevingen om weer in de gunst van de godin te mogen terugkeren.

Epifanie
Zes januari, Driekoningen.

Equinox
Twee dagen in het jaar waarop de zon opkomt ter hoogte van de evenaar, en de dag even lang is als de nacht. De herfstequinox valt op 21 september, de lente-equinox op 21 maart. De twee andere markeringspunten, die samenvallen met het begin van het nieuwe seizoen, zijn de zonnewendes van de winter en de zomer. Het woord equinox is opgebouwd uit het Latijnse aequus, `gelijk`, en nox, `nacht`.

Feniciërs
In de bijbel Kanaän. De meeste Fenicische steden bloeiden al in het 2e millenium, Byblos zelfs al in het 3e. Uit die tijd is echter weinig informatie beschikbaar. De archieven van Tell el Amarna uit de 14e eeuw verschaffen wel wat informatie: van noord naar zuid: Arvad, Byblos (Semitisch Gubla), Berythus (Beiroeth), Sidon, Tyrus en Akkad, maar er is weinig over religie. In die periode werd Fenicië gedomineerd door Egypte.
In Byblos (Griekse naam van het Semitische Gebal of Gubla) is een tempel uitgegraven die was gewijd aan de West-Semitisch god Rashap (Hebr. Resjef). Hier zijn zo’n 30 obelisken te vinden, vaak maar 25 cm hoog, die lijken op de monumentale menhirs of baetyls van de West-Semieten. Hij lijkt echter te dateren uit het 1e kwart van het 2e millenium, ten tijde van de regering van de Amorieten. Er zijn echter ook bronzen votiefbeelden met goudopslag gevonden, een Fenicische techniek.
In Akkadische en Egyptische teksten wordt veelvuldig verwezen naar de godin van Byblos, Baälat, ‘meesteres’. Een Egyptisch verhaal vertelt van een extatische priester van de prins Zakarbaal.
De Fenicische steden stonden los van elkaar en hadden hun eigen cultuur. De goden hadden in elke stad andere namen. De belangrijke god van Tyrus in het 1e Millenium was Melqart, ofwel Baäl Tsur, de Heer van Tyrus. In Umm el Ammad, vlak bij Tyrus, komt deze naam in de inscripties echter niet voor. Hier stond de god Milkashtart centraal. Dit gebruik duurde voort na bezetting door de Assyriërs, Babyloniërs, Perzen en de Grieken en Romeinen.



Floralia
Feest ter ere van de godin Flora, gevierd op 28 april, waarbij ze werd voorgesteld als een meisje met een bloemenkrans.

Genezingen
Wonderbaarlijke genezingen werden niet alleen door Jezus verricht, maar waren aan de orde van de dag. Asclepius: genas door handoplegging doven, blinden, lammen, gekken.

Godendrank
In verschillende mythen is sprake van een godendrank. Op de Olympus dronken de goden nectar, geschonken door de schenkstergodin Hebe. Met de spijs ambrozijn bezorgde deze drank onsterfelijkheid en eeuwige jeugd. Nectar is een honingdrank; honing was niet alleen geliefd vanwege de zoete smaak, maar ook als gistingsmiddel om alcohol te maken, vanwege het hoge suikergehalte.
De hindoes kennen soma, vooral gedronken door de vegetatie- en vruchtbaarheidsgod Indra. Soma was melkachtig sap van een klimplant, en was symbool van kiemkracht, vruchtbaarheid en gezondheid. Soma is misschien hetzelfde als amrita(`onsterfelijk`), de drank die voortkwam uit het karnen van de zee van melk, en die werd begeerd door goden en demonen.
De Iraniërs kenden haoma, waaraan een wonderbaarlijke geneeskracht werd toegeschreven.
Freya bood de Einheriar in het Walhalla een mededrank aan.
Tijdens de Mysterieën in Eleusis werd kukeyon gedronken.

Goede Herder
Een benaming waarmee in vele culturen werd verwezen naar een verlossergod. De Soemerische Dumuzi, de Prygische Attis en de Griekse Hermes werden zo genoemd. De Christenen gaven deze naam aan Jezus. De godheid werd gewoonlijk uitgebeeld als een man die een schaap over zijn schouders draagt.

Griffioen
Versmelting van leeuw en valk. Beide dieren waren in Egypte een symbool van de zon. In Egypte werd daarom de koning uitgebeeld als griffioen. In de Romeinse tijd verschenen Horus en Ra in de gedaante van een griffioen.

Grot
Grotten waren de baarmoerdersymbolen van Moeder Aarde. In de vroegste tijd werden religieuze rituelen uitgevoerd in grotten. De paleolithische grotschilderingen zijn overblijfselen van deze tijd. Later werden de grotten gecultiveerd in de grote grafheuvels van de nieuwe steentijd; ook deze zijn op te vatten als baarmoeder, waar de doden een rustplaats vonden, maar die tegelijk betekenis hadden voor het ontstaan van het nieuwe leven. De relatie is zichtbaar in het Sanskriet voor heiligdom, garbha-grha, dat tevens `baarmoeder` betekende. De oeroude symboliek leeft in geabstraheerde vorm voort in de architectuur van kerken.
Een van de functies van grotten en tempels was de functie van bordeel. Mensen kwamen erheen om seks te bedrijven met een heilige prostituee. Misschien speelde de tempel ook een rol als kraamplaats.
Naar de rol van de grot in de godsdienst wordt in vele mythische verhalen verwezen. Godinnen als Amaterasu en Demeter trokken zich bijvoorbeeld tijdelijk terug in een grot, waarop al het leven op aarde verdorde, tot zij weer terugkeerden. Het grote mysterie van Demeter vond tot in de Griekse tijd plaats in een grot. De Kretenzische Rhea woonde in een grot in de berg Dicte; al het leven kwam voort uit deze grot.
Ook de Azteekse Coatlicue verborg zich in een grot, op de vlucht voor haar moordzuchtige kinderen. De Baskische Mari en de Germaanse Holda of Hel verblijven in de onderwereld, van waaruit zij de natuurlijke cycli reguleren. Met de onderwereld wordt contact onderhouden via openingen en bronnen.

Haar
Loshangend haar: in Egypte alleen getolereerd als teken van rouw. Bij danseressen etc. erotisch uitdrukkingsmiddel. Haar van Berenice.

Halleluja
Volgens Herodotus stamt deze kreet uit Afrika. Vrouwen riepen het hier bij het offeren.

Hemelvaart
Diverse goden werden na hun dood in de hemel opgenomen: Osiris, Romulus, Heracles etc.

Hercules
In Fenicië, in Tyros, heette hij Melqart. Hij is te vergelijken met Baäl. Heracles stierf met de woorden ‘Het is volbracht’. Zijn leven was een lijdensweg, en hij wandelde op het water. In de Griekse mythologie moest hij 12 werken verrichten. Bij zijn dood waren zijn moeder en lievelingsleerling (Hyllos), ook wel zoon, aanwezig. Bijnaam soter (heiland). Na zijn dood volgeden de opstanding en wonderbaarlijke hemelvaart.

Hermen
Fallische wegwijzerpaaltjes, geplaatst langs wegkanten en bij kruispunten. De paaltjes waren genoemd naar Hermes, die zowel geleider van de dode zielen was, als beschermgod van dieven en handelsreizigers. In Rome werden dergelijk plaatjes petra genoemd, naar Jupiter (of Petrus, wat `rots` betekent). In Japan werden ook dergelijke paaltjes geplaatst, ter ere van de god Chimata-no-kami, de god van kruisingen, wegen en voetpaden.
Kruisingen werden vaak gezien als de grens tussen leven en dood. Deze betekenis speelde ook een rol in de verering van de Griekse Hekate en de Azteekse Tlazolteotl.

Hesiodus
Griekse schrijver van de Theogonie, een bron van mythen waaruit veel wordt geciteerd.

Hiernamaals
In Egypte: in het dodenrijk werden de zielen van zondaars en goede menssen gescheiden. Wie goed leefde, kwam in een soort paradijs, waar overigens wel moest worden gewerkt.
Navajo’s, Noord-Amerika: de ziel maakte een lange reis voor hij op de plaats van bestemming aankwam. Als ze bij een poel heeft gedronken krimpt ze ineen en steekt over naar het land van de geesten, waar ze van onstoffelijk voedsel leeft.
Maya’s: Ah Puch is god van de dood. Hij heerste over de onderste onderwereld, de negende. Hier werd volop gefolterd. Ook de Azteken kenden negen onderwerelden.

Hiërodule
`Heilige prostituee`. Tempelpriesteressen die een rol vervulden bij seksuele rituelen. Het woord `heilig` staat in verband met de praktijk van de seksualiteit. Semitische godinnen wier priesters en priesteressen deze functie vervulden werden Qadisja of Qedosj genoemd, wat heilige betekent. Qadisja was ook een epitheton van godinnen als Asjera of Astarte.
In de tempels van de hindoes heetten deze heilige vrouwen devadasis. Zij komen overeen met de Griekse Gratiën of Charites, of met de horen, nimfen of priesteressen in dienst van de Griekse Aphrodite. Dankzij de seksuele ervaring vond men verlichting. Deze gedachte komt bijvoorbeeld naar voren in de tantra. De naam van de heilige hoer in de tantra was Veshya. Hesiodus beweert dat de kracht van de hore het gedrag van mannen `verzacht`.
Hoeren werden beschouwd als wijze vrouwen. Ze stonden bekend om hun kennis, en konden mensen genezen. Ook bezaten ze de gave van de voorspelling, en ze waren vaak profetes. Het Hebreeuwse woord zonah kan worden vertaald als hoer en als profetes. Ook mannelijke tempelprostitués kwamen voor. Dit blijkt uit ondermeer administratieve gegevens van een tempel op Cyprus, gewijd aan Aphrodite. Ook in de bijbel is sprake van deze `gewijde` personen. In Deuteronomium 23:17 en 2 Koningen 23:7 wordt bijvoorbeeld melding gemaakt van aan `ontucht` gewijde mannen. Het verhaal van Tamar en Juda (Genesis 38) beschrijft iets over het gebruik van de gewijde vrouwen.
Heilige prostitutie kwam voor in tempels voor bijvoorbeeld de Soemerische Inanna, de Babylonische Isjtar en de West-Semitische Astarte en Asjera.

Hilaria
Feest in Rome ter ere van de hemelvaart van Attis. Vreugdefeest.

Hubal
Arabische godheid, vereerd in de ka`aba voor de komst van de islam. Zijn beeld was gemaakt van rode saffier of agaat. Hubal werd volgens de overlering door Amr b. Luhai naar Mekka geïmporteerd vanuit Syrië of Moab. Dit is een van de redenen waarom hij wel wordt gelijkgesteld aan de Semitische Ba-al. De bijbel vermeld een Baäl Chemosj die in Moab werd vereerd, naast de Astarte. De geschiedenis over de Moabitische Ruth vertoont vele overeenkomsten met die van korengodinnen als Demeter. Hierdoor valt ook een relatie te leggen met de verering van de pre-islamitische goden in Mekka en de Semitische en Griekse godsdienst rond de Middellandse zee. Maar Ba-al op zich is geen god: het is een aanspreektitel voor een god die `heer` betekent. Uit de rest van de mythen is echter af te leiden dat een godheid als Baal Tammoetz of Adon Tammoetz in Mekka is vereerd. Hubal en een andere god, Dushara, vervulden zo`n rol.
Zijn begeleidende attributen waren pijlen. Een hand van het beeld in menselijke vorm miste, dus deze werd vervangen door een kostbare gouden hand. Maar Hubal werd net als de godinnen als Al-Lat en al-Oeza en andere goden ook in de vorm van een steen vereerd.
Zijn beeld was geplaatst bij de heilige bron van de ka`aba. Ook is sprake van een beeld van Hubal op het dak van de ka`aba.
Er is verwantschap tussen Hubal en de Vedische Ba-Hubali, een naam voor de Indiase aapgod Hanuman, de tempelwachter. Deze wordt eveneens in rood of rode steen uitgebeeld, en is ook vaak geplaatst op het dak van heiligdommen, waar hij evenals Hubal de vlag van de godsdienst draagt.

Jaargod
Er zijn vele goden die jaarlijks sterven en weer herrijzen. Vaak sterven zij als offer voor de mens; hun dood waarborgt het leven voor de anderen. Zij hebben vaak de functie van koning, of ze sterven in plaats van de koning.
Hun dood en herrijzenis staat vaak in verband met de cyclus der seizoenen en het sterven en verrijzen van de natuur en het graan. De gedachte dat de dood nodig is om het nieuwe leven mogelijk te maken komt voort uit het het idee dat de landbouwgewassen voortkomen uit het geoogste en gezaaide graan: het moet eerst onder de grond worden gestopt voor het in de lente opnieuw tevoorschijn komt.
De data van de feesten lijken vanuit ons klimaat gezien soms vreemd gekozen: een geboorte midden in de winter en sterven in de lente ligt niet voor de hand. Dit heeft echter te maken met de verschillen tussen de seizoenen in andere klimaten. De zomer betekent in het zuiden en zuidoosten vaak langdurige droogte, en is dus een moeilijke periode. In het najaar begint de regentijd en komt alles weer tot leven. De geboorte, die vaak plaats vindt rond de winterequinox, heeft te maken met het lengen van de dagen, dat het nieuwe jaar aankondigt.
Voorbeelden van goden die sterven en herrijzen zijn: Attis, Adonis, Jezus, Melqart, Kore, Hercules,

Jani
Litouwse god, personificatie van zomerstoltium. Zijn feest werd op 23 juni gevierd. De voorbereidingen werden al enige dagen eerder getroffen: landbouw- en tuinierswerk werd afgemaakt, huizen werden schoongemaakt. Voor het feest werden kaas en bier gemaakt, vruchten van de oogst en de veeteelt. De dag voor Jani was kruidendag: mensen, huizen etc werden versierd met kruiden en bloemen, die gezondheid, geluk en vruchtbaarheid brachten. Feest: zingen, dansen, springen over een vreugdevuur dat op een heuvel een hele nacht brandend werd gehouden.

Janus
Romeinse god met twee gezichten, die voorwaarts en achterwaarts kijken. Zijn naam is afgeleid van sanskriet Jana-h, wat iets betekent als eeuwige beweging. Voor de tweehoofdige god als Janus bekend werd, was het een androgyne godheid, waarvan de vrouwelijke helft Jana heette. De naam is verwant met de Litouwse god Jani, de personificatie van het zomerstolstitium. Hij was oorspronkelijk een van de Numen, de Romeinse beschermgeesten van de familie en staat. Hij was een personificatie van de deur, die zowel opent naar het verleden als naar de toekomst. Hij was vaak afgebeeld boven deurposten. De maand januari is naar hem genoemd, de eerste maand van het jaar, waarbij zijn blik zowel achterwaarts als voorwaarts was gericht. Dit komt overeen met de godinnen Postvorta en Antevorta, die met midzomer voorwaarts en achterwaarts blikten.

Jupiter
Symbool; adelaar. Attribuut; bliksem. Tijdens Processie waarbij hij rondreed op zijn wagen, getrokken door 4 paarden, droeg hij een kroon van eikenbladeren, en zijn gezicht was rood geverfd.

Ka`aba
Heiligdom in Mekka dat tegenwoordig de gebedsrichting van de moslims bepaalt, en waarnaar iedere moslim minstens eenmaal in zijn of haar leven een pelgrimstocht naar moet maken. Oorspronkelijk was dit een heiligdom uit de polytheïstische Arabische godsdienst. Centraal in de verering staat een ingemetselde zwarte steen, de Hajar al-Aswad, die was gewijd aan de `Oude Vrouw`; hier werd de godin aanvankelijk door priesteressen werd geëerd. Later namen mannen in vrouwenkleren gehuld hun taak over. In de ka`aba is volgens de overlevering Hajar begraven.
De steen werd voor de islamisering vereerd als een vagina of fallus. De godin die in de ka`aba werd aanbeden was dezelfde als de godin Cybele, wier naam evenals het woord kaba met `kubus` in verband wordt gebracht. Het heiligdom had de vorm van een kubus. De godin werd vereerd door gecastreerde, voor vrouw doorgaande priesters, de galloi. De seksualiteit die vroeger een rol speelde in de tempel komt nog naar voren in mythen als die van Atalanta, die na haar seksuele vereniging met Melanion in Cybeles tempel door de godin in een leeuw werd veranderd. Dezelfde betekenis bestaat nog altijd in het Hindoeïsme, waar overal de yoni-lingams worden vereerd, stenen die de vrouwelijke en mannelijke geslachtsorganen symboliseren.
Eenzelfde cultus bestond in de tempel van Jeruzalem; ook hier werd de cultus rond de godin als steen geleid door als vrouw geklede priesters. Onderzoek toonde aan dat tempel in Jeruzalem dezelfde vorm en functie had als de tempel die de ka`aba bevat.

Kleur
Kleursymboliek in Egypte: in de kunst: mannen bruin, vrouwen gelig, oude mannen oranje.
wit. Heiligheid, vreugde. Kosmische volheid van macht en zuiver goddelijk licht.
zwart. Onderwereld. Wijsheid. Duisternis van de nieuwe maan. Anoebis: zwarte huid. Min: zwart, nl. teken van wedergeboorte.
rood. Levensbevestigend, bloed, razernij. Seth: rode haren en ogen: gevaar overgebracht op de kleur rood. Aan Seth werden rode runderen geofferd, en vroeger ook mensen met een rode huidskleur.
groen. Het goede, vegetatie en ontkiemende nieuw leven. Osiris: ‘grote groene’.
blauw. Verwijst naar het goddelijke aspect van een wezen. Blauw van de hemel. Amon was blauw, als teken van de oneindige kosmos. Maria wordt afgebeeld met een blauwe mantel.
Rood-wit. Combinatie die volmaaktheid symboliseert. Dubbele kroon: wit van Opper-Egypte (eigenlijk van groen riet), rood van Beneden-Egypte: teken van vereniging en vervolmaking.

Korengod
De korengod vertegenwoordigde het zaad dat in het ene seizoen in de grond wordt gestopt, dus sterft, en in het volgende seizoen weer tot leven komt. Overal worden goden met deze cyclus vereenzelvigd. Kore en Osiris zijn voorbeelden van de opstanding van de graangod.

Korenmaagd
Of: korenmoeder, korengeest, maismoeder, rijstmoeder etc. Het koren of de groei- of voedende kracht van het graan wordt voorgesteld als korengeest, die korenmaagd of iets dergelijks wordt genoemd. Het geloof aan een dergelijke geest komt overal ter wereld voor waar de graanverbouw plaatsvindt. In Europa zijn korenmoeders, gerstemoeders, roggemoeders etc. bekend. Aziatische landen waar rijst het hoofdvoedsel is kennen een rijstmoeder. In Zuid-Amerika, waar de maisverbouw in hoge mate is gecultiveerd, komen maisgoden- en godinnen voor. De korenmaagden worden in menselijke gedaante voorgesteld als een korenpop, die een rol speelt in de rituelen en feesten.
Het maismeisje heeft dezelfde functie als de korenmaagd of korenpop in Europa en Azië. Het is de personificatie van de jonge, nog niet rijpe mais of koren, of van het zaaigoed. De rijpe mais of het koren dat wordt geoogst, wordt gepersonifieerd door een oude vrouw, de korenmoeder.
Tegenwoordig wordt de mais of het graan voorgesteld door poppen, die worden gemaakt van het koren of het graan, die de mais- of korengodin vertegenwoordigt.
Die pop wordt rondgereden of gedragen door het veld, in een wagen of in een mand. Hierdoor wordt het land vruchtbaar. Een bekende korenpop stelt de Britse of Keltische godin Brigid voor. Er zijn ook voorbeelden van andere gewassen zoals de roggevrouw of roggemaagd in de Baltische landen. In Noord-Amerika, door o.a. de Hopi`s, worden nog altijd de populaire katschina`s gemaakt, die de geest van het koren vertegenwoordigen.

Kraai
De kraai wordt in verband gebracht met verschillende goden of godinnen. De kraai was een orakelvogel, en werd ook wel beschouwd als boodschapper van de andere wereld. Hij stond in verband met de dood. De kraai is meestal gelijk te stellen aan de raaf, roek of kauw en andere vogels van deze zelfde familie.
De kraai was ooit als symbool van wijsheid de heilige vogel van de godin Athene, voor haar plaats werd ingenomen door de uil. De Deense godin Krake was een kraai, die de vorm van een vrouw aannam om moeder te kunnen worden van Sigurd. Goden die vaak worden afgebeeld begeleid door een kraai zijn Apollo, de genezende jaargod Asklepios, de Romeinse zaaigod Saturnus en de Britse god Bran. Asclepius` moeder heette Coronis; zij kan in verband worden gebracht met Athene, in het bijzonder met Athene Hygieia, en Rhea. Kronos` naam kan waarschijnlijk in verband worden gebracht met het Griekse Korone en Latijnse cornix. Kronos was de echtgenoot van Rhea. De Romeinen noemden hem Saturnus; deze zaaigod werd zelf begeleid door een kraai. Verschillende nimfen droegen de naam Koronis, zoals bijvoorbeeld een van de Hyaden.
De kraai van Asklepios was zijn getranformeerde, maagdelijke moeder. De Keltische held Cu Chulain werd bezocht door de godin Badb in de vorm van een kraai, Badb Catha, en deelde hem zijn lot mee. De kraai begeleidde de ziel van de dode nadat hij was geofferd.
De kraai hoort ook bij het typische beeld van de vogelverschrikker, in het Engels scarecrow. Deze gestaltes die zich verheffen boven het zaailand waren nooit bedoeld om de vogels te verjagen, maar zijn overblijfselen van het gebruik om iemand te offeren en aan een kruisvormig stuk hout op het land op te hangen, om de oogst te beschermen.

Labrys
De labrys is de dubbelbladige bijl, vooral bekend als attribuut van de Amazones en als cultusvoorwerp op Kreta gedurende de Minoïsche en Myceense tijd. Ook Hittitische goden en godinnen werden met dit attribuut afgebeeld. Over de oorsprong en symbolische betekenis ervan wordt veel gespeculeerd, maar deze zijn voor een groot deel in mythische nevelen gehuld. De labrys werd vaak een wapen genoemd, maar heeft op afbeeldingen vaker betekenis als scepter.
In de Griekse mythologie wordt de labrys vaak als wapen genoemd, met name als beruchte strijdwapen van de Amazones. Volgens deze mythen werd de labrys door Theseus buitgemaakt, en sindsdien was het een attribuut van Zeus. Bij hem heeft het echter vooral betekenis als symbool voor de bliksem, wat wijst op zijn verwantschap met de Aziatische weer- en stormgoden. Ook de Hittitische stormgod werd met de dubbelbladige bijl afgebeeld, hoewel hij ook wel een enkelbladige bijl draagt. Deze kan fungeren als scepter of koningsscepter, maar symboliseert ook de bliksem. Het attribuut komt overeen met de hamer van de Germaanse Thor. Hieruit valt af te leiden dat Zeus kant en klaar met zijn bijl of hamer in de Griekse mythologie terecht is gekomen, en dat dit attribuut niet later is toegevoegd.
De vele dubbelbladige bijlen die op Kreta zijn gevonden, hadden voornamelijk cultische betekenis. Nergens blijkt uit dat ze als wapen zijn gebruikt. In een grot bij Arkalochori, uit ca. -1500, is een groot aantal gouden bijlen gevonden, een materiaal dat vanwege de kostbaarheid niet erg geschikt is om als wapen te gebruiken.

Leania
Dionysosfeest, in Athene in januari gehouden. Tijdens dit feest werden komedies opgevoerd, en later ook tragedies.

Lemuria
Tijdens de Lemuria (9, 11 en 13 mei) kwamen in Italië de schimmen van de doden uit hun graven en bedreigden de levenden. Ook Larvae genaamd. Grieks Lamia. Zij zou als geliefde van Zeus door Hera tot waanzin zijn gedreven, en doodde haar eigen en andere kinderen.

Levensteken
Levensstrik, Sa-strik: geknoopt amulet, gedragen door de bevolking, net als de ankh teken van onvergankelijkheid.

Linga
(of lingam) fallus van Sjiva, die in bepaalde cultussen werd vereerd. De yoni is sanskriet voor het vrouwelijke geslachtsdeel, dat wordt voorgesteld door een lotus.

Linos
Klaagliederen over Linos. Herodotus: Egyptisch Maneroos (kom bij ons terug).

Maangod
De Luwiërs vereerden een maangod Armasj. In Phrygië werd de maangod Men vereerd. Hij heerste over de magie. De Baltische Menes is een maangod; hij was de echtgenoot van de zonnegodin Saule, tot zij zich van hem scheidde toen Menes hun dochter, de dageraad, lastig viel. Sindsdien verschenen zij niet meer samen aan de hemel. De Hoerritische maangod Yarikh was gehuwd met de maangodin Nikkal.
De Soemerische maangod Sin was het kind van Ninlil en Enki; in Akkad was Sin de zoon van Ellil en Isjtar. De orakelgod Sin werd voorgesteld als jonge stier, en zijn hoorns stelden de maansikkel voor. Hij verlichtte het pad voor de nomaden die `s nachts door de woestijn trokken. Zijn cultus werd onderhouden door priesteressen, die volgens de traditie koningsdochters waren. In oude teksten werd hij Suen genoemd. Op een kleitablet van -3800 worden Inanna en Enki genoemd als ouders van de maangod An; Inanna wordt ook genoemd als de moeder van de maangodin Nanna en de hemelgod An. In Mesopotamië kende men de mannelijke maangod Nanna; deze was de vader van Inanna. Zijn metgezel was Ningal. De Babylonische maangod Kingu ontving de wetsteksten van Tiamat, de oerzee of oerslang; hij was zowel haar zoon als haar minnaar. De bijbelse mythen van Mozes die de wet ontving op de berg Sinai zijn een hervertelling van deze maanverering. De `gehoornde Mozes` van Michelangelo, in de Roomse San Pietro in Vincoli, herinnert aan de oude Semitische maangod die op de berg de wet ontvangt van de godin. Volgens sommige interpretaties was Allah in de pre-Islamitische tijd een maangod.

Maria Boodschap
25 Maart. De aankondiging van de geboorte van Jezus, negen maanden voor zijn geboorte op 25 december. Op dezelfde dag werd de geboorte van Horus aangekondigd bij de maagd Isis.

Maria Hemelvaart
13 augustus of 15 augustus. Op deze dag werd Maria in de hemel opgenomen. Dertien augustus was ook een belangrijke feestdag ter ere van de godin Diana of Artemis in Ephese. In deze plaats verkreeg Maria in 431 haar epitheton `Hemelkoningin`. De populaire mythe dat Maria door Jezus en de engelen naar de hemel werd gedragen werd in de zesde eeuw een officiële dag op de kerkelijke kalender, op de datum die eerder aan de Ephesische godin was gewijd.

Mars
Mars was de Romeinse god van de oorlog; hij was echter een oudere Italische chtonische god, die werd vereerd als beschermer van akkerbouw en vee. Het is mogelijk dat hij via een functie als god van de doden tot oorlogsgod is ontwikkeld.
Hij kan dus een functie hebben gehad in een vruchtbaarheidscultus. Aanvankelijk werd hij aangeroepen in een hymne tijdens een feest voor de vruchtbaarheids van de akkers. Hij speelde een rol in de Ambarvalia, een feest in mei waarbij offers werden gebracht aan de machten van de onderwereld; dit speelde zich af rond een akker. Hij was de zoon van Juno, die zwanger van hem werd na een magisch kruid te hebben aangeraakt. Oude naam: Mavors.

Matronalia
Feest van de Romeinse godin Juno, op 1 maart in Rome gevierd.

Mensenoffer
Odin: slachtoffers werden opgehangen aan een boom; misschien in relatie met Odins beproevingen aan Yggdrasil om het geheim van de runen te ontsluiten: Odin hing zichzelf op aan deze heilige boom om geheime kennis van de godin Freya te verkrijgen, misschien kennis over runen. De Vikingen namen het Christendom vrij makkelijk over, omdat Jezus ook aan het hout was genageld.
De Azteekse Quetzalcoatl (`Gevederde slang`)stierf aan een boom of kruis, zodat deze god verjongd kon herrijzen.
Mictlantecuhtli: door Montezuma werden aan deze god o.a. huiden van gevilde mensen geofferd.
Moloch: Carthago, Tyrus: met name kinderen werden geofferd aan Baäl (Baäl-Hammon?).

Mitras
Geboortedag: 25 december. Dies natalis solis (geboortedag van de zon). Motieven: rots (Petrus), haan, sleutel.

Mysterieën
Geheime godsdienstige inwijdingsrituelen, die bevrijding, verlossing, loutering en een goed leven na de dood verzekerden. Aanvankelijk waren de mysterieën te Eleusis het bekendste, maar later breidden ze zich uit. Bv Isis, Mithras etc.
Orpheus-Mysteriën (Orfisme); afkomstig uit Thracië, door de Ciconen.
Eleusinische mysteriën: bij Athene: Demeter en Kore.

Noen
Ook Nun. In Egypte de personificatie van de oerzee. Deze werd hier als mannelijk opgevat, in tegenstelling tot de meeste andere culturen, waarin het oerwater en de afgrond de baarmoeder personifieerden die de zon en de goden baarde. Zo wordt het oerwater voorgesteld in de Soemerische Nammu of de Babylonische Tiamat. De Griekse Amphitrite komt ook voort uit een dergelijk beeld van een `oerzeegodin`.
Ook bij `hemel` en `aarde` wijkt de geslachtstoewijzing bij de Egyptenaren af. De `hemel` (Noet) is vrouwelijk, de aarde (`Geb`) is mannelijk.
Noens vrouwelijke tegenhanger is Naunet. Zij waren het eerste van de vier oergodenparen uit de Ogdeade van Heliopolis.
De Egyptenaren stelden de aarde voor als een platte schijf. Het oerwater Noen omringde deze schijf, en ook de hemel en de onderwereld. Egypte bevond zich in het midden. Vanuit Noen rees de oerheuvel op waaruit al het leven ontstond. Noen komt ook overeen met de Egyptische Nijlgod Hapi. Hapi geldt eveneens als een echtgenoot van Naunet.
Noen is in de bijbelse mythologie gelijk te stellen aan Noach. Naunet staat dan gelijk aan Naama.

Oedipus
Dit verhaal heeft gelijkenissen met het ritueel van de godin met haar zoon-minnaar, die jaarlijks sterft en herrijst. Zo is Oedipus zoon en minnaar van Iocaste, en hij is zowel herder als koning.

Oesjbeti
Mummieachtige figuren die in Egypte aan de dodenrijk werden meegeven. Oesjbeti = ‘antwoordgever’: als de gestorvene werd geroepen voor het verrichten van zijn werk, moest hij roepen ‘hier ben ik’.

Olie
Egypte: bij de cultus van goden en begrafenissen werden zeven heilige oliën toegepast, die werden bewaard in een zalfpot.

Oog van god
Het alziend oog van god. In Egypte werden zon en maan beschouwd als ogen van Horus of Ra. Dit oog was afgebeeld op het piramidion.
De jaloerse Seth had zijn oom een oog uitgerukt, na Osiris te hebben vermoord en in stukken gesneden. De ogen stonden voor de macht van alwetendheid en eeuwig leven. De afzonderlijke delen van het oog hebben de waarde 63-64, omdat Seth 1-64e deel van het oog had laten verdwijnen.

Ophieten
Gnostici die de slang van voor de zondeval vereerden. Ook Naäsenen.
De slang liet de mensen van de boom der kennis eten; de slang was de leermeester van de gnosis.

Ophiuchus
Ophiuchus betekent slangendrager. De oude naam voor Cyprus was Ophiusa. Ophis: Hebr. nachash (slang).

Osiris
Herodotus stelt Osiris gelijk aan Dionysos: hun riten waren sterk aan elkaar gelijk. Osiris sterft jaarlijks en verrijst weer: hij is het goddelijk beeld van het graan dat wordt gezaaid (onder de grond) en weer als nieuw leven ontkiemt. (vgl Jezus in Joh12:23).
Zijn geboortedag was 6 januari.
Bijnaam: Wennofer (het goede wezen, de volmaakte).
Osiris werd afgebeeld met een groene huid en vereerd als de Grote Groene, als symbool van wedergeboorte. Hij introduceert akkerbouw en wijnbouw: Seth vermoordt hem uit jaloezie.
Mysteriën: Frazer, vanaf p474. De achttien dagen durende plechtigheid eindigt ermee dat het lichaam van de dode god wordt achtergelaten in een ondergrondse tombe.

Panathenaeën
Feest voor Athene, gehouden in het derde jaar van elke Olympiade. In een processie werd de godin in het Erechteum een door jonge meisjes geweven kleed aangeboden.

Papa
Het woord `papa` is etymologisch verwant aan `baba`. Het komt over de hele wereld voor; hier is het het woord waarmee de vader wordt aangesproken. In andere landen komen de vormen pappas of baba (Chinees) voor, abba of abbas. De Skythen noemden hun hemelgod `Papaios[, `vadertje`; de aarde was `Apia`, `moeder`.
Soemerisch ab of abba betekende vader of oude man. In het Akkadisch en latere Semitische talen werd dit abu.
Maar het kan ook naar vrouwen verwijzen. In Oceanië komt de aardgodin Papa voor. De Soemeriërs kenden Baba als genezende godin. In Indonesië was de baboe de voedster; hiermee is het woord baby verwant. De Russen noemen hun grootmoeder baboesjka, een verkleinwoord.
In etymologieboeken worden de woorden papa en mama verklaard vanuit de brabbeltaal van kleine baby`s, maar om deze woorden aan te leren om de ouders mee aan te spreken komt voort uit een oude functie van deze woorden.

Parilia
Herdersfeest, te Rome gevierd op 21 april. De naam is waarschijnlijk afgeleid van Pales (de godin van kudden en weiden). Het kan ook komen van parere = voortbrengen: dat duidt op een vruchtbaarheidsfeest. Men sprong door een strovuur en dreef er de kudden doorheen.

Piramide
Symbool van de oerheuvel die opsteeg uit de oerwateren. De ingang van de piramide is gericht naar het noorden. De grafkamer bevindt zich in het westen, waar het dodenrijk zich bevindt.

Poseidon
Bij de Grieken werd hij vereerd als de god van de zee, meestal afgebeeld met de drietand. Zijn oorsprong is niet makkelijk te vinden. Op Kreta in de Minoïsche tijd werd een zeegodin met de naam Posidaeja vereerd. Ook de godin die wel als Poseidons echtgenote wordt genoemd, Athene, is van het Minoïsche Kreta afkomstig. Zijn naam is wel eens verteld als `Echtgenoot van de aarde`, van Posis, dat bij Homerus `ega` betekent, en `dan`, aarde, dat van hetzelfde woord komt waaraan Demeter haar naam ontleent. `De` in Demeter wordt tegenwoordig overigens niet meer als aarde vertaald, maar het wordt in verband gebracht met het Kretenzische `de`, dat gerst betekent.
Ook de drietand waarmee de zeegod gewapend is, is geëvolueerd uit een symbool van Kreta. Oorspronkelijk was het de labrys, de dubbele bijl, die in vroegere tijden door de godin als een soort scepter werd gebruikt. Na de Indo-Europese invallen werd dit symbool vervangen door wapens; bij Poseidon werd het de drietand, bij Zeus zijn bliksemschicht. In India was het een fallisch symbool, gedragen door Sjiva als echtgenoot van Kali; ook zijn drietand wordt echter wel geïnterpreteerd als labrys.

Pythagoras
Werd op dezelfde manier als Jezus vereerd. Verhalen: wonderbaarlijke visvangst, hij werd tijdens een reis geboren en bracht een storm tot zwijgen.

Quetzalcoatl
Verrijzende god. Zijn naam betekent gevederde (quetzal) slang (coatl). Azteken. God van hemel en aarde, licht en duisternis, geboorte en dood.
Maya’s: Kukulcan (gevederde slang).
Egypte: Osiris
Dionysos
Melqart.

Ram
Teken van vruchtbaarheid. Amon, Zeus, Chnoem, gulden vlies,

Resjef
Oorspronkelijk Kanaänitische god, werd in Egypte beschouwd als brenger van epidemieën, en later vereerd als oorlogsgod. Menselijke gedaante, met kroon, schild en knuppel als attributen van macht. Kop van een gazelle.

Riet
Riet is in de mythologie een belangrijke motief. Zuilen kwamen overal ter wereld voort uit riet; zelfs in Zuid-Amerika is dit mogelijk het geval geweest. Zij symboliseren hoe de wereld uit de oerwateren is ontstaan.
Vele geboorteverhalen spelen zich af in het riet. De scepter van de Egyptische godinnen, gemaakt van papyrus, stond in verband met de kracht van de maan.
Sargon I, de stichter van Akkad werd door zijn moeder, een priesteres die geen kinderen mocht krijgen, in het riet te vondeling gelegd.
Osiris werd geboren in het riet.
Mozes werd door zijn moeder in het riet te vondeling gelegd vanwege de oproep tot kindermoord op joodse kinderen, in een biezen (rieten) kistje: tijdens de vlucht uit Egypte stak hij de Schelfzee of Rietzee over.

Romeinse goden
Bij Romeinse goden denkt men als eerste aan hun Griekse equivalenten. Maar tussen de twee godsdiensten bestonden essentiële verschillen. De Griekse goden waren antropomorf van karakter, en net als mensen hadden zij gevoelens van liefde of boosheid en beleefden zij allerlei avonturen. De Romeinen hadden geen belangstelling voor het leven van de goden los van de mensen. Zij richtten zich meer op de directe relatie met de goden, vooral met betrekking tot hun functie van beschermer tegen de gevaren van het leven. Zij betaalden hiervoor in de vorm van rituelen; als de gewenste bescherming niet werd geleverd, bleef de beloning uit.
De aanpassing aan de Griekse godenwereld gebeurde pas laat in de Romeinse geschiedenis. De Romeinse goden, indigetes genaamd, hadden aanvankelijk geen menselijke gestalte en geschiedenis. De indigetes zagen toe op de gebeurtenissen van het alledaagse leven. Ze konden vaak worden geïdentificeerd met het object van verering. De Romeinse godsdienst kende lares, penates, de mannelijke genius en vrouwelijke iuno, lemuren, larvae, manes en de numina.
Er waren twee voornaamste klassen te onderscheiden: de goden die fungeerden als beschermer van de staat, en de goden die zich meer bezighielden met het wel en wee van de familie. De familiegoden waren geen individuele goden, maar onpersoonlijke geesten, Numina genaamd. De Romeinen legden dit woord later uit als `wilsuiting van de goden`. Van oorsprong betekende het misschien slechts `beweging`. Het numen bewoonde een heilige plaats: een bosje, een meteoorsteen, het vuur, een zwavelmeer.

Scepter
In de handen van een god symbool van heil en geluk, gebonden aan beschermgeest die op een hond of vos lijkt. Oeas-scepter: staf met gaffel onderaan en hondekop aan de bovenkant. Oeaset: teken van de gouw Thebe, versierd met band en veren. Oech: teken van een hemelpilaar, gebruikt in de cultus van Hathor. Deze bestond uit een papyrusstengel en 2 veren, en werd vereerd in Cusae.

Scirophoria
Grieks feest; scira: varkensbeeldjes met slangvormige koeken. Jonge maagden in witte kleren, varkens geofferd aan de godin. Het bloed werd in de ploegvoren gesprenkeld om de vruchtbaarheid te bevorderen.

Seth
Egypte. Seth werd afgebeeld met rode ogen en rood haar. Aan hem werden rode runderen geofferd, en in vroeger tijden mensen met een rode huidskleur. Hij droeg een rode scepter als teken van zijn heilige koningschap, dat hij halfjaarlijks afwisselde met Osiris of Horus. Hij werd verwond in de zij.
Seth lag ten grondslag aan de bijbelse Set, de broer van Kain en Abel, de `Goede Herder`, die gelijk te stellen is aan Osiris.
Seth werd opgehangen aan een vorkvormig (Y-vormig) kruis, furka genaamd. Dit werd jaarlijks herdacht met de wisseling der seizoenen tijdens de lente-equinox. De jaarlijkse wedergeboorte van de natuur was mogelijk doordat het bloed van Seth over de velden werd verspreid.
De heilige ezel was aan Seth gewijd. Hij werd afgebeeld met het hoofd van een ezel. De Romeinse naam van Seth was Pales; naar hem zijn de Palestijnen genoemd. Pales werd ook wel samen met Vesta als androgyne godheid beschouwd, en soms gelijkgesteld aan Vesta als beschermster van kuddes en herders. De Palestijnse god werd aanvankelijk op dezlfde manier afgebeeld als Seth, als man met een ezelshoofd. Van Iao, de Hebreeuwse Jezus, werd gezegd dat hij Seth was onder een andere naam.
Diverse rituelen en kenmerken van Seth of Pales zijn terug te vinden in de verschillende evangelies in het Nieuwe Testament.

Shintoïsme
Japanse polytheïstische, religieuze traditie. ‘Shinto’ betekent ‘weg der goden’.

Sistrum
Ratelinstrument. Hiermee schonk de godin Hathor haar zegeningen. Een oudere variant was de bat: deze vertoonde de godin Bat met koeienkop.

Sjen-ring
Ronde cirkel met verticale streep eronder (vgl Lilith-Inanna). Ook hiëroglyf voor ‘eeuwigheid’. Levensteken.

Slang
Vele godinnen zijn van oorsprong slangegodinnen; in latere cultussen blijft de slang een rol spelen. De slang vertegenwoordigt vaak de wijsheid. In de bijbel haalt de slang Eva over om de vruchten te eten van de `boom der kennis`. Strijd met slang: Zeus-Typhon, Mardoek - Tiamat (na zijn overwinning), Apollo Python, Hercules - Ladon. Leviathan - goddelijke donder (Baal: Job 26:13 etc). Ananta, de slang uit het Hindoeïsme. In het Boeddhisme verschaft de slangegodin Mucalinda Boeddha de troon; zij is zowel slang als boom.

Solstitium
Zie zonnewende.

Soter
Heiland, redder. Deze titel droegen verschillende goden: Zeus, Kore, Aesclaepius, Apollo, Dionysos, Orpheus. Vgl Grieks ‘conservator’ (Jupiter).
Zeus Soter. Beschermer van koningsschap, stad, huis en haard. Beschermer van reizigers en vreemdelingen (Xenius) en van vrienschap (Philius). Schenker van rijkdom (Milichius, de genadige). Attributen: bliksemschichten, eikenkrans, adelaar.

Steen
Stenen met een bijzondere vorm waren vaak het middelpunt van een cultus. Ze werden vaak beschouwd als vrouwelijke voorouder of godin. Zo vermeldt Pausanias dat de drie Gratiën bij Orchomenos als drie rechopstaande stenen werden vereerd. De IJslandse Armathr, moeder van voorspoed, werd als steen aanbeden.
Stenen met een gat erin vormden vaak een symbool voor de baarmoeder.
In de Griekse mythologie komt het menselijke ras voort uit de stenen die Pyrhha en Deucalion, de enige overlevenden van de zondvloed, op advies van de godin Themis over hun schouder gooien. Op verschillende plaatsen werden meteorieten vereerd. In India werd Devi aanbeden in de vorm van ovale stenen.
In de Lapis Niger, de zwarte steen in een altaar op het oude Forum Romanum, was naar men zei de wet van de Godin gegraveerd. Een soortgelijke zwarte steen werd ook vereerd door de Amazones op hun heilige eiland Themiscyra.
De godin Cybele had een cultus als kubusvormige steen. Haar naam staat in verband met het woord kubus. Misschien is deze naam verwant met de ka`aba, het kubusvormige heiligdom in Mekka, waar een soortgelijke godinnencultus bestond. Ka`aba betekent eveneens kubus. In de oostelijke muur van de kubus was een zwarte meteoriet ingemetseld, gewijd aan `De oude Vrouw`, een drievoudige godin, die aanvankelijk door priesteressen werd geëerd. Later namen mannen gehuld in vrouwenkleren hun taak over. Eenzelfde cultus bestond in de tempel van Jeruzalem; ook hier werd de cultus rond de godin als steen geleid door als vrouw geklede priesters.

Teshoep
Stormgod van de Hoerrieten. Zijn naam probeert men etymologisch af te leiden van tasjbi (slag). Hij is gehuwd met de aardgodin-zonnegodin (Hebat); in Ugarith met haar equivalent Alalakh. In Comana komt de triade Tesjoep - Hebat - Sjarumma (vader - moeder - zoon) voor. Hij was ooit de belangrijkste god van de volkeren die de Hoerriesche taal spraken, van West-Azië tot aan Syrië, aan de Eufraat en in Palestina. Hij assimileerde overal met de lokale stormgod.
Zijn attributen zijn een stier, een wagen, een knots of scepter en donder en bliksem. Hij wordt geassocieerd met bergen of een berg. Hij is vooral van belang als oorlogsgod, en zijn mythen hebben betrekking op de strijd. Hij rebelleerde tegen zijn vader Kunmarbi. Zijn zuster was Shaushka (een oorlogsgodin die overeenkomt met Ishtar). Hij werd geassocieerd met het koningschap, en fungeerde overal als koning.
Tesjoeb komt overeen met de Soemerisch Martu, de Semitische Adad (in Mesopotamië), met Baäl in Syrië en met Tarhunda in Klein-Azië. Tarhunda wordt ook wel Targunt. Deze god ging bij de Grieken op in Zeus. De Romeinse naam Tarquinius is hier ook van afgeleid. Bij de Etrusken komt een Tarchun voor.

Thargelia
Offer van de eerstelingsvruchten. Feest ter ere van Apollo. In mei werden onrijpe vruchten geofferd. Een zondebok (man) werd de dag ervoor met groene takken de stad uitgejaagd.

Themistoclea
Griekse filosofe, afkomstig uit Delphi. Zij wordt genoemd als de leermeesteres van Pythagoras. Haar leer was van invloed op de Pythagoreïsche leer. Delphi was van oudsher een centrum van wijsheid. Het stond bekend om het orakel, de pythia, de priesteres, die door iedereen, tot de grootste staatsmannen aan toe, om raad werd gevraagd. De python, een grote slang die in het heiligdom leefde, was traditioneel het symbool van de wijsheid. Deze namen zijn nog herkenbaar in de naam van Pythagoras, die gewoonlijk wordt genoemd als grondlegger van de Pythagoreïsche school.
Themistoclea`s leer stond misschien in verband met het heiligdom in Delphi. Volgens diverse tradities was de wetsgodin Themis de grondlegger van dit orakel. De

Theofanie
Driekoningen, zes januari.

Theriomorph
Voorgesteld als een dier, diervormig.

Thesmoforia
Met de Thesmophoria wordt het drie dagen durende oogstfeest in Attica bedoeld, dat in oktober wordt gevierd. Aan dit feest mochten alleen vrouwen deelnemen. Tijdens de Thesmophoria werd de afdaling van Persephone of Demeter naar de onderwereld herdacht met rouwrituelen. De dagen worden wel Dagen van smart genoemd, vanwege Demeters verdriet om het verdwijnen van haar dochter. Aan het einde van het feest werd de terugkeer van Persephone met veel vreugde gevierd.
De naam van het feest verwijst naar Demeter als Thesmophoros, de Wetgeefster. Grieks Thesmoi betekent wet, of thesmos betekent `datgene wat is neergelegd`. Phoria betekent `dragen`. Baring en Cashford wijzen erop dat het neergelegde het varken kan zijn, dat in eerst in een heilige afgrond wordt gegooid, daar tot het voorjaar blijft liggen, en vervolgens op een altaar wordt gelegd. Zij vermelden ook dat het verband tussen het koren en varken al uit het Neolithicum stamt.
De eerste dag heette afwisselend Kathados (Afdaling) en Anados (Opklimming). Op deze dag werden varkens, deegkoeken en pijnboomtakken in een heilige kloof gegooid gevuld met slangen, megara geheten. Deze plaatsen waren heilige grotten of gewelven. De restanten van het vorige jaar werden opgehaald. De rottende resten werden later door priesteressen of `haalsters` opgehaald en uitgestrooid over het land om een goede oogst veilig te stellen.
Voor de vrouwen in de grotten mochten afdalen, moesten zij eerst worden gereinigd door drie dagen lang bepaalde regels te volgen.

Tholosgraf
Een tholosgraf, ook wel bijenkorfgraf genoemd, is een graf met een koepelvormige grafkamer. De oudste graven dateren uit de 16e eeuw v.o.j.; ze zijn te vinden in de westelijke Pelopponesos. Rond 1500 verschijnen ze ook in Mycene. Boven de grond was de grafheuvel, de tumulus, zichtbaar. De toegang tot het graf was een lange doorgang, de dromos, die leidde naar de nauwe ingang, de stomion, tot het graf. Dit was een onderaardse, ronde grafkamer met een koepelvormig dak. Deze kamer wordt ook wel thalamos genoemd.
De tholoi waren monumentale graven voor de hele gemeenschap. Bekend zijn de tholosgraven genoemd naar de mythische karakter Klytaemnestra en Aegistus.
Het is niet zeker of de tholoi zijn ontwikkeld uit de oudere `Minoische` cirkelvormige tombes uit het derde millennium v.o.j. die op Kreta worden aangetroffen, of uit de kamergraven uit de regio zelf. De vorm van het graf wordt door sommigen uitgelegd als een `baarmoeder` van Moeder Aarde, waar zij de lichamen van de doden weer terug ontvangt in de plaats waar zijn vandaan komen.