Kopie van `Vlaams Ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media - e-Cultuur`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Vlaams Ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media - e-Cultuur
Categorie: Automatisering
Datum & Land: 15/02/2007, BE
Woorden: 190


Adobe
Adobe Systems Incorporated is een Amerikaanse softwareproducent die werd opgericht in 1982 en zich onder andere richt op het ontwikkelen van grafische computerprogramma’s. Adobe is bekend geworden met het beeldbewerkingsprogramma Photoshop en met het PDF-bestandsformaat.

ADSL
ADSL of asymmetric digital subscriber line is een van de toepassingen van de xDSL-familie. Het is een techniek om de bandbreedte van klassieke telefoonverbindingen te vergroten. De term asymmetric duidt op het feit dat de datastroom van gebruiker naar server (upstream) veel kleiner is dan het datadebiet van server naar gebruiker (downstream). Omdat bij ADSL het volledige telefoonkanaal (bandbreedte) voor de communicatie tussen gebruiker en computer wordt benut (en dus niet met andere gebruikers wordt gedeeld), is niet alleen een veel hogere transmissiesnelheid mogelijk maar ook het gelijktijdig gebruik van telefonie en internet. Zie ook: DSL

Analoog
Zie: Digitaal

Attenderen, Attenderingsmodule
Attenderen betekent het op de hoogte brengen van gebruikers van nieuws of nieuwe items die hen interesseren, vaak op basis van een gebruikersprofiel waarover de zender beschikt. Een attenderingsmodule is een module waarmee deze dienst wordt georganiseerd.

Auteursrecht
Het auteursrecht is het exclusieve recht van de auteur van originele werken op het gebied van letterkunde, wetenschap of kunst, om die werken publiek te maken en te vermenigvuldigen. Het auteursrecht beschermt de individuele auteur die alleen een natuurlijk persoon kan zijn, in tegenstelling tot het Angelsaksische copyright.
In België geldt de wet op het auteursrecht en de naburige rechten van 30 juni 1994. Het auteursrecht maakt deel uit van de intellectuele eigendomsrechten, samen met octrooien of patenten, handelsmerken en gebruiksmodellen. Volgens de wet kan de maker het auteursrecht ook overdragen aan een ander, bijvoorbeeld door het te verkopen of door een licentieovereenkomst te sluiten met een derde partij om het werk publiek te maken of te vermenigvuldigen. Het werk hoeft niet eerst geregistreerd te worden, zoals bij een octrooi. Bij het overlijden van de auteur erven diens nabestaanden of legatarissen de auteursrechten voor een periode van 70 jaar. Zie ook: Licentie

Back office
Diensten die niet direct in contact komen met het publiek.

Beeldbank
Een beeldbank is een verzameling van digitaal beeldmateriaal (foto’s, prenten, digitale reproducties van kunstwerken enz.) dat opgeslagen wordt in een databank die via internet online ter beschikking kan worden gesteld. De online beeldbank presenteert zich dan als een virtuele collectie die voor het publiek wordt ontsloten.

Behoud en beheer
Met behoud en beheer wordt het geheel van acties aangeduid voor de duurzame zorg van materieel erfgoed, zoals documenten en objecten. Het omvat o.a. veiligheidszorg, (preventieve) conservering en restauratie, verpakking en transport, depotinrichting en -beheer, calamiteitenpreventie en -bestrijding enz.

Bestandsformaat
(Engels: file format) Een bestandsformaat of file format is een code om digitale teksten, illustraties (grafische bestanden, gescande beelden, video e.d.) of geluiden op te slaan, te bewaren en te verzenden. Er bestaan tientallen verschillende bestandsformaten voor illustraties (zoals TIFF, PICT, EPS, BMP enz.), video (MPEG, AVI, Quicktime...) en geluiden (WAVE, mp3, AIFF...). Meestal wordt bij de codering ook compressie toegepast, zodat de bestanden minder geheugenruimte in beslag nemen. Zie ook: Opslagformaat

Besturingssysteem
(Engels: operating system (OS)) Een besturingssysteem of operating system is het programma dat bij het opstarten van de computer van op de harde schijf als eerste in het geheugen geladen wordt en waarmee de andere computerprogramma’s, ook applicaties genoemd, uitgevoerd kunnen worden.

Bibliotheekinterface
De toegang voor het publiek tot één of meer computertoepassingen van een bibliotheek.

Bibliotheeksystemen
(Engels: library systems) Computertoepassingen die bibliotheken in staat stellen om specifieke werkprocessen in de bibliotheken te automatiseren. De informatie in deze systemen wordt ook via geëigende gebruikerstoegangen zo maximaal mogelijk ter beschikking gesteld van de bibliotheekgebruiker.

Bladerprogramma
(Engels: webbrowser of browser) Een bladerprogramma of browser is een softwarepakket voor de pc waarmee een internetgebruiker informatie van internet op een computerscherm kan weergeven. Het bladerprogramma vertaalt de gecodeerde tekens in leesbare tekst en audiovisuele informatie. Voorbeelden van bladerprogramma’s zijn Microsoft Internet Explorer, Netscape, Mozilla Firefox, Safari enz.

Bladwijzer
(Engels: bookmark) Een bladwijzer of bookmark is een functie van een bladerprogramma of browser waarmee de adressen (URL’s) van vaak opgevraagde webpagina’s kunnen worden gestockeerd, zodat men ze later snel kan terugvinden.

Blended learning
(Nederlands: meersporig leren) Leervorm waarbij twee of meer leer- of trainingsmethodes onmerkbaar in elkaar overgaan. Het kan gaan over combinaties van afstandsonderwijs (individueel en collectief) en onderwijs in klasverband, van online leren met de hulp van een coach of leraar, van leren door middel van simulaties en leren door instructies, van leren door middel van een stage met begeleiding en e-learning enz.

Bonding social capital
(Nederlands: bindend sociaal kapitaal) Sociaal kapitaal verwijst naar sociale netwerken, verbindingen tussen individuen, en normen van wederkerigheid en betrouwbaarheid die hieruit resulteren. ‘Bindend sociaal kapitaal’ verwijst naar de relaties tussen mensen binnen de eigen groep die tot een homogene groep kunnen leiden en waar men sociale en psychologische steun vindt. Zie ook: Bridging social capital

Bottom-up
Betekent letterlijk ‘van onderen naar boven’ en verwijst naar een benadering of methode waarbij de dingen van onderuit groeien. Wordt gebruikt in verschillende domeinen: besluitvormingsprocessen, politiek, economie, cultuur, biologie enz. Staat tegenover een meer hiërarchische benadering van boven naar onderen (top-down). Zie ook: Empowerment

Breedband
Verzamelnaam voor ICT-infrastructuren met een zeer grote doorvoercapaciteit, d.w.z. permanente netwerken waarover zowel downstream als upstream grote hoeveelheden data met hoge snelheid kunnen worden getransporteerd. De snelheid wordt meestal uitgedrukt in kilobits-seconde en de capaciteit wordt aangeduid met de term ‘bandbreedte’.

Bridging social capital
(Nederlands: overbruggend sociaal kapitaal) Men spreekt van overbruggend sociaal kapitaal wanneer sociale groepen verbindingen leggen met andere groepen (in tegenstelling tot bindend sociaal kapitaal, waarbij de relaties gericht zijn op de eigen groep). Zie ook: Bonding social capital

Broncode
De broncode van een computerprogramma (of software) is de code die door de programmeur in een formele programmeertaal is geschreven. Dit staat tegenover de uitvoerbare code of machinetaal voor de processor zoals die vanuit de broncode gegenereerd wordt. (bron: Wikipedia) Zie ook: Computerprogramma, Open broncode computerprogrammatuur

Bronnenwijzer
Een databank (of database) waarin tal van informatiebronnen worden beschreven. De databank wordt op een gebruiksvriendelijke wijze doorzoekbaar gemaakt.

Collectieve beheersvereniging
Een collectieve beheersvereniging (of beheersvennootschap) beheert de auteursrechten van aangesloten auteurs en beschouwt het als haar taak deze rechten bij de gebruikers te innen en te verdelen op basis van een exploitatieoverzicht van de werken van elke auteur. Geïnde rechten worden verdeeld volgens verdeelsleutels.
Collectieve beheersvennootschappen zijn er niet alleen voor auteurs. Er bestaan ook collectieve beheersvennootschappen voor producenten, uitgevers en uitvoerende kunstenaars. Niet iedereen kan als collectieve beheersvennootschap optreden. De auteurswet legt specifieke voorwaarden op, waaronder het verkrijgen van een vergunning.

Community access points
(CAP) (Nederlands: openbare computerruimten) Plaatsen waar burgers over infrastructuur beschikken om internet te raadplegen en gebruik te maken van scanner, printer en standaardpakket computerprogramma’s; vaak ook de plaats waar men hulp krijgt en initiatiecursussen kan volgen. CAP is een term die gebruikt wordt in het Verenigd Koninkrijk; in Vlaanderen spreekt men momenteel van ‘openbare computerruimten’, naar een gelijknamig project van de federale regering. De internetvoorzieningen van openbare bibliotheken zijn per definitie community acces points.

Computerprogramma
(Engels: software) Computerprogramma’s of software zijn programma’s die door een computer uitgevoerd worden. Naast software bestaat een computer uit hardware, zoals een monitor, printer of harde schijf. Computerprogramma’s vallen uiteen in systeemprogrammatuur – o.a. het besturingssysteem (operating system (OS)) – en toepassingsprogrammatuur, zoals kantoorapplicaties (verdeeld in tekstverwerking, rekenbladen, presentaties en netwerk en-of internet-toegangsprogrammatuur als post--e-mailafhandeling). Computerprogramma’s zijn te vinden in twee vormen: de broncode of source, wat de (min of meer) door mensen leesbare vorm is, en (2) de door een computer uitvoerbare vorm. Deze laatste vorm heet gecompileerde code, machinecode of binaire code.
Het computerprogramma wordt eerst geschreven in broncode in een bepaalde programmeertaal, en wordt daarna omgezet naar uitvoerbare code. Computerprogramma’s worden beschermd door het auteursrecht, zodat het kopen van een licentie noodzakelijk is, maar wordt ook ter beschikking gesteld onder andere voorwaarden. Gratis computerprogramma’s heten freeware als alleen de machinecode beschikbaar wordt gesteld en open source als ook de broncode wordt vrijgegeven. Open source hoeft trouwens niet altijd gratis te zijn. Zie ook: Sociale software, Open bron computerprogrammatuur, Vrije software

Contentaggregator
Een individu of organisatie die content verzamelt van verschillende bronnen voor hergebruik of herverkoop.



Copyleft
Copyleft is een kosteloze gebruikerslicentie die het publiek de vrijheid geeft om een creatie en alle afgeleide werken te wijzigen, verbeteren en herdistribueren, op voorwaarde dat dit gebeurt onder dezelfde licentie. De GNU General Public License (GPL) was een van de eerste licenties die op deze manier functioneert; de GNU-licentie voor vrije documentatie is er een ander voorbeeld van, evenals de Creative Commons-licenties. Zie ook: GNU-licentie voor vrije documentatie, Creative Commons-licenties.

Creative Commons-licenties
(CC) (Engels: Creative Commons Licences) Creative Commons (CC) is een Amerikaans project voor het bevorderen van open inhoud of open content. Daartoe heeft Creative Commons in 2001 verschillende licenties ontwikkeld waarbij de auteur zijn-haar rechten behoudt, maar waardoor werken makkelijker gekopieerd en verspreid kunnen worden en anderen erop verder mogen werken. Aan deze soepele opstelling zijn ook telkens voorwaarden verbonden. De licenties worden vertaald naar het rechtssysteem van verschillende landen. De vier punten van de CC-licenties:
BY: Attribution of naamsvermelding: kopiëren, distribueren, vertonen en uitvoeren van het werk en afgeleide werken, op voorwaarde van het vermelden van de naam.
NC: Non-Commercial of niet-commercieel: kopiëren, distribueren, vertonen en uitvoeren van het werk en afgeleide werken alleen voor niet-commerciële doelen.
ND: No Derivative Works of geen afgeleiden: kopiëren, distribueren, vertonen en uitvoeren van het werk is toegestaan, maar niet het veranderen van het werk.
SA: Share Alike of gelijk delen: distributie van afgeleide werken is alleen toegestaan onder een identieke licentie.
Creative Commons-licenties bevatten één of meer van deze kenmerken.

Crossmedia
Crossmedia is een term die wijst op de kruisbestuiving van verschillende media, zoals theater, film, televisie, radio, print, internet, games, mobiele toepassingen en live-events. Typisch is niet alleen het multimediale karakter, waarbij tekst, beeld en geluid over meerdere platformen wordt verzonden, maar ook een crosssectorale aanpak die leidt tot nieuwe samenwerkingsverbanden. Bijvoorbeeld kranten die ook filmpjes plaatsen op hun website, televisieprogramma’s waarvoor men ook de krant en internet nodig heeft of een theatervoorstelling die verder leeft op een website.

Curator
Tentoonstellingsmaker

Customer relationship management
(CRM) CRM is een werkwijze waarbij het optimaliseren van alle contacten met de klant centraal staat. Er wordt getracht elke klant een individuele waardepropositie aan te bieden, gebaseerd op zijn of haar wensen. CRM wordt technologisch ingevuld door een computerprogramma waarmee klantgegevens en interacties met deze klanten beheerd kunnen worden.

Cyberspace
In algemene zin kan de term cyberspace worden omschreven als een met de computer gegenereerde virtuele wereld waarin mensen kunnen communiceren. In enge zin wordt de term vaak gebruikt als synoniem voor internet.

Data harvesting
(Nederlands: oogsten van gegevens) Systemen of protocollen die metadata van verschillende websites en – meer bepaald in de context van deze nota – van institutionele e-depots kunnen oogsten, zodat het voor gebruikers mogelijk is om simultaan informatie te vinden over publicaties in verschillende e-depots.

Databank
(Engels: database) Een gegevens- of databank is een digitaal opgeslagen archief, ingericht met het oog op een flexibele raadpleging en gebruik. De databank heeft steeds een bepaalde structuur waarin die gegevens zijn opgeslagen (databankmodel) en het beheer van de opgeslagen data gebeurt meestal via een computerprogramma: database management system (DBMS).

Database management system
(DBMS) Een database management system, vaak afgekort tot DBMS, is een programma waarmee de gegevens in een databank worden ingevoerd, onderhouden en beheerd.

Digibetisme
Het ontbreken van de nodige vaardigheden om met digitale informatie om te gaan, naar analogie met analfabetisme.

Digitaal
Tegengesteld aan analoog. Een digitaal signaal heeft slechts twee discrete waarden: aan-uit of 1-0. Tussen deze twee uitersten zijn er geen tussenliggende waarden gedefinieerd. De bit is de eenheid van digitale informatie. Bit is de afkorting van binary digit of binair cijfer (1 of 0). Een byte is een samenstelling van 8 bits. Digitale gegevens hebben een aantal voordelen ten opzichte van analoge. Digitale informatie kan door een computer zonder kwaliteitsverlies worden bewerkt en verzonden (retoucheren, comprimeren, truckeren en dergelijke). Digitale informatie kan ook op een vrij beperkte ruimte worden opgeslagen.

Digitaal depot
Zie: E-depot

Digitaal geboren
(Engels: digital born) Adjectief om aan te geven dat een document in een digitaal formaat gecreëerd werd en enkel in digitale vorm bestaat, bv. elektronische documenten, e-mail, websites, multimedia enz.

Digital rights management
(DRM) (Nederlands: digitaal rechtenbeheer) DRM is een techniek waarmee auteurs de rechten op hun werk op een geautomatiseerde manier kunnen beheren in de digitale netwerkomgeving met behulp van o.a. een computerprogramma. Auteurs geven aan welke handelingen met hun werk zijn toegestaan en tegen welke voorwaarden. Zo kan een auteur enkel toegang geven tot een werk tegen betaling; een uitgever kan een aantal prints of kopieën toestaan of bepalen dat een muziekstuk gratis een aantal keren beluisterd kan worden. (bron: Wikipedia)

Digitale bronnen
Digitale bronnen zijn gegevens, documenten en objecten in digitale vorm. Bij gedigitaliseerde bronnen wordt analoge informatie naar digitale formaten omgezet, bv. gescande documenten of boeken, prenten en foto’s, twee- of driedimensionale representaties van schilderijen en objecten, of naar digitaal formaat omgezette analoge audiovisuele opnames. Bij van oorsprong digitale bronnen (digitaal geboren) wordt de informatie digitaal gecreëerd.

Digitale catalogus
Zie: Ontsluiten

Digitale kloof
Het verschijnsel dat bepaalde groepen van mensen het risico lopen om de aansluiting met de hedendaagse technologische samenleving te missen, bijvoorbeeld doordat ze niet of slechts beperkt beschikken over toegang tot de nieuwe technologieën (internet, informatica, mobiele telefonie...), of doordat het hen ontbreekt aan kennis en vaardigheden om er optimaal gebruik van te maken.

Digitale leeromgeving
Is dat deel van de totale leeromgeving dat door ICT ondersteund wordt en dat elektronische materialen en middelen ter beschikking stelt die de lerende helpt om te leren. Zie ook: Leeromgeving

Digitale televisie
Digitale televisie, afgekort DTV of DTTV, is de opvolger van analoge televisie. Bij DTV worden de signalen in digitale vorm (als enen en nullen) verzonden. Dit heeft een aantal belangrijke voordelen: de kwaliteit van het signaal is constant, er kunnen verschillende programma’s via één enkel kanaal worden verzonden en er zijn nieuwe toepassingen mogelijk, zoals interactieve toepassingen video on demand, teleshopping, elektronische datadiensten e.d). Een bijzondere vorm van digitale televisie is HDTV of high definition television. Dit is televisie met een verbeterde scherpte. In studio’s en voor het transport van videosignalen tussen tv-stations onderling wordt uitsluitend digitaal gewerkt. Zie: Interactieve digitale televisie

Digitale trapvelden
Trapvelden is de Noord-Nederlandse term voor looprekjes voor baby’s. In digitale trapvelden wordt aan mensen die nog niet vertrouwd zijn met digitale toepassingen een veilige omgeving aangeboden om hun eerste stappen te zetten. Vaak is er ook persoonlijke begeleiding bij het gebruik.

Downloaden
(en uploaden) Downloaden is het (via een netwerk) ophalen van een bestand van een server naar een pc. Uploaden is het omgekeerde proces.

Draadloos netwerk
(Engels: wireless network) Een draadloos netwerk is een computer- of telefoonnetwerk waarbij de aangesloten apparaten niet via koperen of glasvezelkabels communiceren, maar via elektromagnetische straling (radiosignalen, licht). De belangrijkste draadloze technologieën zijn: Wi-Fi (lokaal netwerk), Bluetooth, GSM, General Packet Radio Service, Universal Mobile Telephone System, IrDA (infrarood licht), UltraWideBand, Worldwide Interoperability for Microwave Access. (bron: Wikipedia)

DSL
DSL staat voor digital subscriber line. Vaak wordt de term ook xDSL genoemd, waarbij de ‘x’ staat voor een van de vele varianten van deze technologie, zoals o.a. ADSL (de bekendste), HDSL, SDSL, VDSL en UDSL. xDSL is dus de algemene term voor alle DSL-varianten. In het algemeen komt de xDSL-technologie erop neer dat via de ‘gewone’ telefoonlijn (koperpaar) digitale data met hoge snelheden kunnen worden verzonden (bv. voor het gebruik van internet) en dat via dezelfde lijn ook nog kan worden getelefoneerd.

Eindtermen
Minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de onderwijsoverheid noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie. Zie ook: Vakspecifieke eindtermen, Vakoverschrijdende eindtermen.

Elektronische dienstverlening
Alle types van diensten van een organisatie die elektronisch verlopen, het geheel van computertoepassingen van een organisatie die ter beschikking staan van klanten-gebruikers.

Elektronische programmagids
(EPG) Als onderdeel van digitale televisie is een EPG een gids die een schematisch overzicht biedt van de aangeboden programma’s die digitaal doorzocht en geselecteerd kunnen worden.

Elektronische vraagbaak
Een computertoepassing waardoor het publiek vragen om informatie kan stellen via elektronische weg en het antwoord ook elektronisch kan ontvangen. In cultuur kunnen die vragen bijvoorbeeld gesteld worden aan de bibliotheek, het jeugdhuis, de sociaal-culturele instelling of het cultuurcentrum. De vraag kan elektronisch doorgespeeld worden naar specialisten zonder dat de gebruiker dit hoeft te merken of op te volgen. Vaak kan men ook zoeken in veelgestelde vragen en antwoorden (FAQ’s of frequently asked questions).

Empowerment
Empowerment verwijst naar het delen van macht en (schaarse) bestaansmiddelen, en de weloverwogen inspanningen van sociale groepen – en hun individuele leden – om hun eigen bestaan in handen te nemen en hun levensomstandigheden – gaande van individuele vaardigheden en zelfvertrouwen tot materiële welvaart en maatschappelijke en politieke participatie – te verbeteren. Empowerment steunt steeds op processen die van onderuit groeien. Zie ook: bottom-up.

Ether
De ether is een omroepterm waarmee de ruimte bedoeld wordt waarin elektromagnetische golven met de radio- en televisie-uitzendingen zich verspreiden.

Flash
Macromedia Flash is een computerprogramma dat ontwikkeld werd door het bedrijf Macromedia (nu een onderdeel van Adobe) en waarmee animaties, korte filmpjes en webapplicaties (zoals spelletjes en hele websites) gemaakt kunnen worden. Het wordt veel gebruikt om websites aan te kleden en voor reclame-uitingen bij websites, zogenaamde ‘banners’. Het is kenmerkend voor Flash dat tekst, afbeeldingen, animaties en geluid ondergebracht zijn in één enkel bestand, waardoor tekst en afbeeldingen niet eenvoudig gekopieerd kunnen worden uit een website.

Folksonomie
(Engels: folksonomy) Folksonomie is een samentrekking van de woorden ‘folk’ (mensen) en ` taxonomie`. Het is een vorm van definiëring en ordening van gegevens door gebruikers of de internetgemeenschap zelf, op basis van consensus.

Formeel leren
Een leerproces dat plaatsvindt in een georganiseerde en gestructureerde omgeving (in een school, opleidingscentrum of op de werkplek) en dat uitdrukkelijk als leren wordt aangeduid in termen van doelstellingen, tijd of middelen. Formeel leren is een bewuste keuze vanuit het standpunt van de lerende. Het leidt doorgaans tot een certificering, bv. het uitreiken van diploma’s in het onderwijs. Zie ook: Informeel leren, Niet-formeel leren

Forum
Een forum of een discussieforum op internet is een online, interactieve omgeving, meestal gewijd aan een bepaald thema, waar men publieke berichtjes kan posten waarop anderen kunnen reageren, zodat er discussie en uitwisseling kan ontstaan.

Gateopener
Gateopener verwijst naar de faciliterende rol die men kan spelen om handelingen en interacties mogelijk te maken. Gateopener kan men ook beschrijven als een rolverandering van de gatekeeper of ‘sluiswachter’ – die bewaakt wat en wie in- en uitgaat, het verkeer regelt en filtert – naar de gateopener, die eerder dingen mogelijk maakt en faciliteert.

Gemeenschapsmediacentrum
(Engels: community media center) Een openbare voorziening voor de leden van een lokale gemeenschap waar men toegang heeft tot allerhande media, waar men internet kan raadplegen, muziek beluisteren of downloaden, film of video bekijken enz. Zie ook: Community access points

Gemengde realiteit
(Engels: mixed reality) In een gemengde realiteit wordt de virtuele wereld in mindere of meerdere mate in de ‘echte’ wereld geïntegreerd. Een voorbeeld hiervan is wearable computing, waarbij ICT in de kleding wordt geïntegreerd.

GIF
GIF of graphics interchange format is een bestandsindeling voor het opslaan van afbeeldingen in digitale vorm. GIF is een grafische bestandsindeling met pixels. GIF ondersteunt kleuren, verschillende resoluties, animatie en een transparante achtergrond. Het aantal kleuren in een GIF-bestand is beperkt tot maximaal 256 (door het gebruik van 8 bits).

GIMP
Een GIMP of GNU Image Manipulation Program is een beeldbewerkingsprogramma dat draait op Unix-achtige platformen (waaronder Mac OS X en Linux), 32-bits Windows en OS-2.

GNU vrije documentatie-licentie
(Engels: GNU free documentation license (GFDL)) De GNU-licentie voor vrije documentatie of GFDL is een licentie die gebruikt wordt om tekstmateriaal onder bepaalde voorwaarden vrij verspreidbaar te maken. De GFDL is in de eerste plaats geformuleerd voor de documentatie van vrij verspreidbare computerprogramma’s onder de GNU general public license in het GNU-project, dat door Richard Stallman in 1984 werd gelanceerd (www.gnu.org). De GFDL wordt ook toegepast voor andere documenten. De licentie stipuleert dat het document na gebruik of wijziging opnieuw onder de DFDL moet worden publiek gemaakt en dat de voorgaande auteurs moeten worden vermeld. Zie ook: Licentie, Creative Commons licenties, Copyleft

Hardware
Met hardware worden in de computertechniek alle fysieke componenten aangeduid die in een computer een rol spelen. De term wordt gebruikt als tegenhanger van software of computerprogramma’s. (bron: Wikipedia) Zie ook: Computerprogramma’s

Head-mounted display
(HMD) Een head-mounted display (HMD) is een soort bril waarvan de glazen door kleine beeldschermen zijn vervangen. Door videomateriaal – bijvoorbeeld gegenereerd door de computer – op die manier aan een toeschouwer te presenteren, krijgt de toeschouwer heel sterk het gevoel fysiek in de getoonde beeldenwereld aanwezig te zijn. Zie ook: Immersie

HTML
HTML of hypertext markup language is een markup-taal – afgeleid van SGML – om informatiepagina’s op internet (meer bepaald het www) aan te maken (‘to mark up’). HTML bestaat uit een aantal codes (de zogenaamde ‘tags’) waarmee zowel de structuur als de lay-out van een www-pagina kan worden gedefinieerd, zoals het in vet weergeven van een woord, het maken van een paginabrede titel enz. Bovendien kunnen woorden, regels tekst of beelden worden gemarkeerd als hyperlinks die verwijzen naar een ander www (HTML)-document, zodat de gebruiker vanuit elke www-pagina kan ‘springen’ naar andere www-pagina’s (eventueel opgeslagen in andere servers) of naar grafische beelden, videobestanden of audiofiles. Zie ook: Hypertekst

Hypertekst
Hypertekst is de verzamelnaam die gegeven wordt aan elk open of gesloten geheel van elektronische documenten, zoals tekst, klank of beeld, die via links met elkaar verbonden zijn en waarvan de lectuur niet lineair is gestructureerd, zodat een groot aantal leesmogelijkheden open liggen. De bekendste hypertexttaal is ongetwijfeld HyperText Markup Language (HTML) op het world wide web.

Immersie
Betekent letterlijk ‘onderdompeling’. Wordt vaak gebruikt in de context van een artificiële omgeving of virtuele realiteit, waarin de gebruiker in een real time-realiteit wordt gedompeld.

Informeel leren
Een leerproces dat voortvloeit uit de dagelijkse activiteiten die verband houden met het werk, het gezin of de vrijetijdsbesteding. Dit leren wordt niet georganiseerd of gestructureerd in termen van doelstellingen, tijd of leerondersteuning. Informeel leren gaat in de meeste gevallen niet uit van een initiatief van de lerende. Doorgaans leidt het niet tot een certificering. Zie ook: Formeel leren, Niet-formeel leren

Institutionele e-depots
(Engels: trusted digital repositories) Specifieke term voor e-depots van (wetenschappelijke) instellingen en universiteiten voor hun eigen elektronische publicaties, meestal in een open toegang (‘open access’)-omgeving.

Intellectuele eigendomsrechten
Verzamelnaam voor een aantal rechten, waaronder enerzijds de industriële eigendomsrechten zoals de octrooien of patenten, uitvindingen, handelsmerken en modellen, en anderzijds de artistieke eigendomsrechten, waaronder het auteursrecht, de naburige rechten en de bescherming van de databanken en van computerprogramma’s of software. Zie ook: Auteursrecht

Interactief
Interactief betekent letterlijk ‘in beide richtingen verlopend’. Een communicatieproces verloopt interactief wanneer de verzender tijdens de communicatie ook ontvanger wordt en omgekeerd. De term is echter zeer breed en kan – bijvoorbeeld bij multimediaprogramma’s – verschillende betekenissen hebben, gaande van interactie die voorgeprogrammeerd is, zoals de mogelijkheid om keuzes te maken uit een menu, tot de meer gevorderde vormen van interactiviteit waarbij zender en ontvanger met elkaar in een open dialoog gaan. Participatie verschilt van interactie omdat participatie niet alleen gaat over deelnemen maar ook over mee (samen) beheren. Zie ook: Participatie

Interactieve digitale televisie
(iDTV) Digitale televisie (DTV) betekent dat het televisiesignaal digitaal wordt verstuurd via de kabel, telefoondraad of andere kanalen. Bij de radio spreekt men over DAB (digital audio broadcasting). Het signaal is van constante kwaliteit (maar komt pas echt tot zijn recht als je over een digitale tv of radio beschikt) en er kunnen in principe ook meerdere programma’s via één kanaal worden verstuurd. Digitale televisie maakt interactieve toepassingen mogelijk, zoals video on demand, waarbij met behulp van de afstandbediening van de tv de kijker films kan bestellen. Zie ook: iTV

Interface
Via een interface of ‘intermediair’ kunnen niet-identieke programma’s of systemen met elkaar communiceren. Mens en machine kunnen dat bijvoorbeeld (nog) niet zonder problemen. Zo is de informatie die voor een mens begrijpelijk is (bv. woorden en beelden) niet hetzelfde als de informatie van bijvoorbeeld een computer (enen en nullen). Een beeldscherm is een voorbeeld van een interface tussen een computer en een gebruiker: het zet de digitale informatie van de computer om in een textuele of grafische vorm. Voor de besturing van de computer door de gebruiker is ook een interface nodig: meestal is dat een toetsenbord, vaak in combinatie met een muis. Deze bemiddeling is niet alleen noodzakelijk tussen mens en machine, maar ook tussen computeronderdelen zelf of tussen twee mensen als die niet dezelfde taal spreken en nood hebben aan een tolk. Ook buiten de computerwereld zijn interfaces overal te vinden. Zo zijn de afstandbediening van de tv of de knoppen op een mp3-speler ook voorbeelden van interfaces. De interface zet dus de informatie van het ene systeem om in begrijpelijke en herkenbare informatie van een ander systeem.

Internet
Internet is een afkorting voor Interconnected Networks, een groot openbaar netwerk van computernetwerken waarvan de afspraken worden beschreven in de Requests For Comments die worden beheerd door de Internet Engineering Task Force. De oorsprong van internet is te vinden in ARPANET, een in 1969 gestart netwerk van militaire en later ook universiteitsnetwerken in de Verenigde Staten. Inmiddels is internet een wereldomvattend fenomeen en het meest gebruikte communicatiemiddel ooit. Computers kunnen met elkaar via internet communiceren dankzij protocollen. Een bijna universeel gebruikt protocol is het zogenaamde internetprotocol (IP). In het dagelijkse spraakgebruik is internet vaak een synoniem voor het world wide web, maar dat is slechts een van de vele diensten. Andere bekende diensten zijn e-mail, file transfer protocol (FTP) om bestanden tussen computers uit te wisselen en ‘usenet’ voor het uitwisselen van bestanden van nieuwsgroepen. Internet is ten slotte niet te verwarren met een intranet, een computernetwerk dat alleen beschikbaar is binnen een organisatie of gebouw. (bron: Wikipedia)

Internetprotocol
(IP) Het (Unix-)netwerkprotocol dat zorgt voor de samenstelling en de routering van de datapakketten. Het wordt gebruikt voor de transmissie van data via internet.
Het internet protocol address of kortweg ‘IP address’ is de identificatie van een internetcomputer die werkt volgens het TCP-IP-protocol. Elke op internet aangesloten computer heeft een eigen IP-adres.

Interoperabiliteit
Interoperabiliteit betekent in het algemeen dat systemen (of apparatuur) in staat zijn tot onderlinge uitwisseling of-en communicatie. De systemen kunnen m.a.w. ‘praten met elkaar’ en zijn in zekere zin ‘compatibel’. Om interoperabiliteit te bereiken zijn standaarden, protocollen en procedures erg belangrijk. Zie ook: Standaarden

Intertekstueel
Het koppelen van verschillende informatie-eenheden via hyperlinks. Zie ook: Hypertekst

Intranet
Een intranet is een privaat netwerk binnen een organisatie. Het kan bestaan uit verschillende aan elkaar gekoppelde lokale netwerken (LAN’s). Voor de gebruiker is het intranet een privéversie van internet. Het primaire doel is het elektronisch delen van informatie binnen een organisatie. Ook kan het gebruikt worden voor teleconferenties en om het elektronisch samenwerken in groepen te faciliteren en stimuleren. (bron: Wikipedia)

Inventaris
Zie: Ontsluiten

iPOD
iPod, of portable open database, is een draagbare mp3-speler van Apple en werd in eerste instantie ontworpen om audiobestanden op te slaan en af te spelen met een grote capaciteit (tot duizenden liedjes). Met het computerprogramma iTunes kan een persoonlijke verzameling cd’s in een iPod opgeslagen worden en kunnen muziekbestanden via de iTunes music store van het net gedownload worden. (bron: Wikipedia)

ISDN
ISDN staat voor integrated services digital network, soms ook Euro-ISDN genoemd. Het is een internationaal (Europees) gestandaardiseerd digitaal netwerk (DN) waarop verschillende toepassingen kunnen worden aangesloten, zoals telefoon, telefax, internet enz. Datacommunicatie via ISDN verloopt kwalitatief beter en sneller (64 Kbps tot 2 Mbps) dan via de klassieke analoge netwerken, zoals een telefoonlijn of een X.25-verbinding. Bovendien biedt ISDN de gebruiker een aantal extra faciliteiten, zoals het gelijktijdige gebruik van verschillende werkstations, de identificatie van de opbeller, het verzenden van multimediatoepassingen (vooral bij B-ISDN) enz. Zie ook: ADSL, DSL

iTV
Term die in de industrie wordt gebruikt om een waaier aan toepassingen van interactieve televisie aan te duiden.

JPEG
JPEG of Joint Photographic Experts Group is een bestandsindeling voor het opslaan van afbeeldingen in digitale vorm. Ze is gebaseerd op datacompressie en op een broncodering. Andere compressiemethoden zijn bv. GIF of PNG.

Kenniseconomie
Kenniseconomie is een vrij abstract begrip uit de economie waarmee wordt bedoeld dat een significant deel van de economische groei voortkomt uit (technische) kennis. Het is een economie waarin de productiefactor ‘kennis’ een steeds belangrijkere plaats inneemt ten opzichte van arbeid, grondstoffen en kapitaal, de drie traditionele productiefactoren. Dit past binnen de algemene verschuiving van arbeid in de landbouw naar industrie, en van industrie naar diensten. Door het toepassen van kennis is innovatie mogelijk, die op haar beurt leidt tot nieuwe producten of diensten en zo economische groei mogelijk maakt. (bron: Wikipedia)

LAN
(Local Area Network) Een local area network is een groep (minimum twee) computers die rechtstreeks of via een gedeeld medium met elkaar verbonden zijn. Er bestaan twee manieren om verbindingen te leggen: door middel van kabels of door radiogolven (Wi-Fi). Een LAN wordt beperkt tot een lokaal gebied, gewoonlijk binnen één gebouw of complex, zoals een school, een bedrijventerrein of een overheidsgebouw.

Last mile
Een term die de laatste lengte van een kabelconnectie van een communicatieprovider naar een gebruiker aanduidt, meestal aangewend in de telecommunicatie en kabelindustrieën.

Leergebied
Geheel van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes rond bepaalde inhouden in het kleuter- en lager onderwijs (basisonderwijs). Men onderscheidt vijf leergebieden: wiskunde, wereldoriëntatie, lichamelijke opvoeding, taal en muzische vorming.

Leerling-betrokkenheid
Pedagogisch uitgangspunt waarbij de leerling op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes voortdurend bij alle stadia van het (les)onderwerp betrokken wordt.

Leeromgeving
Het totaal aan middelen, strategieën, personen en faciliteiten dat de lerende in staat stelt om te leren. De lerende leert door middel van interactie met die leeromgeving. Een traditionele leeromgeving kan bestaan uit een docent, medelerenden (bv. leerlingen), lesmaterialen als een boek, oefenmateriaal, verschillende informatiebronnen, de fysische omgeving waarin de lerende zich bevindt (een klaslokaal of practicumruimte) en hulpmiddelen als papier, schrijfwaren enz. Zie ook : Digitale leeromgeving

Licentie
De auteur van een auteursrechtelijk beschermd werk krijgt automatisch het recht te bepalen wie het mag openbaar maken of vermenigvuldigen. De auteur kan een exclusieve of niet-exclusieve licentie geven of een gebruiksrecht verlenen aan een derde partij om een werk openbaar te maken, te kopiëren, te bewerken, te verhuren, uit te lenen of meer in het algemeen te exploiteren. Zo’n derde partij kan zowel een gebruiker zijn als een organisatie die iets met het werk mag doen op grotere schaal, op voorwaarde dat dit contractueel wordt vastgelegd. Voorbeelden hiervan zijn de softwarelicentie, de rechten die de auteur van een boek of van een muziekwerk aan een uitgever verleent, de rechten om een stripverhaal te maken van een televisiereeks, de Creative Commons-licenties enz. Zie ook: Auteursrecht

Linkblog
Een linkblog is (een gedeelte van) een weblog die bestaat uit links naar websites en andere weblogs die zijn voorzien van een korte commentaartekst.

Linux
Linux (in 1991 ontwikkeld door de Finse student Linus Torvalds) is een afgeleide van het besturingssysteem Unix. Linux heeft het voordeel dat het (de broncode) gratis is en dat het op verschillende platformen kan worden gebruikt (Macintosh, PC, Unix...). Linux is sinds het midden van de jaren negentig populair bij softwareontwikkelaars, niet enkel voor het ontwikkelen van computerprogramma’s maar ook voor netwerk(internet)toepassingen.

Long Tail
(The) Long Tail Term die voor het eerst werd gelanceerd door Chris Anderson in een artikel uit 2004 in het tijdschrift Wired om bepaalde webgebaseerde economische modellen te beschrijven, zoals Amazon of Netflix. De term werd geadopteerd uit de statistiek en beschrijft een figuur die ontstaat in een XY-grafiek die populariteit afmeet t.o.v. beschikbaarheid. (bron: Wikipedia)

Media-educatie
Leert gebruikers kritisch kijken naar hun mediagebruik en meer in het algemeen naar hoe media op hun gedrag en belevingen inwerken. Media-educatie betekent ook leren over media door die media te gebruiken. Daarbij is een gebruiker niet alleen mediaconsument maar ook een actieve mediaproducent.

Mediacoach
Een expert die mensen vaardigheden bijbrengt om met media om te gaan. Media kan slaan op pers en journalisten, maar met media worden ook de multimediale toepassingen bedoeld die zich op het brede publiek richten.

Mediaconvergentie
Vroeger was er een duidelijk verschil tussen het telefonienet, het televisienet, de radio en andere vormen van gegevensoverdracht. Door de groei van de beschikbare bandbreedte voor het internetprotocol is het onderscheid tussen verschillende datastromen kleiner geworden: telefonie vindt niet langer alleen via telefoonkabels plaats, kabeltelevisie niet alleen via televisiekabels en radio wordt niet uitsluitend via de ether verzonden, maar ook via de netwerkruimte. Het samenkomen van deze verschillende gegevensstromen door ICT wordt ‘convergentie’ genoemd.

Mediageletterdheid
Zie: Geletterdheid

Metacognitie
Leren hoe je moet-kunt leren.